In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

De overlevering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De overlevering

6 minuten leestijd

Dhr. Joosten: De reformatie erkent als geloofsopenbaring: de Schrift alleen. De r.-k. kerk kent naast de Schrift de overlevering, die zij met hetzelfde gezag belijdt. Met overlevering worden bedoeld die waarheden die niet of niet geheel in de Schrift staan uitgedrukt. Reeds Paulus wijst op het bestaan en de waarde van de overlevering: „Wat gij van mij onder vele getuigen gehoord hebt, draag dat aan betrouwbare mannen over, die geschikt zijn ook anderen te onderrichten". (2 Tim. 2:2). „Daarom broeders, staat pal en houdt vast aan de overleveringen, die gij geleerd hebt door ons woord of door ons schrijven". (2 Thess. 2:15).

Bijbels is dus de overlevering zeker aanvaardbaar. Feiten wijzen trouwens uit dat de overlevering noodzakelijk was. Immers, de H. Schrift steunt op de overlevering, waardoor wij weten dat de H. Schrift geïnspireerd is en ook welke geschriften tot de kanonieke verzameling der heilige boeken gerekend moeten worden.

Christus Zelf heeft niet geschreven en evenmin aan de apostelen opdracht gegeven om te schrijven. Het Christendom was van den beginne af geen boekengodsdienst, doch een godsdienst van het levende woord: de prediking.

De apostelen hebben dan ook de prediking als hun eigenlijke taak beschouwd en niet de schriftelijke vastlegging.

OPMERKING — Ook wij beschouwen de prediking als de eigenlijke taak van de Kerk. De Schrift is daarbij echter volgens ons de bindende norm en enige volstrekt betrouwbare inspiratiebron.

Wederwoord van de heer Joosten: Maar dat die Schrift de enige en volstrekt betrouwbare inspiratiebron is, kunnen we alleen weten door de overlevering. Als dus de overlevering door de reformatie niet als een betrouwbare bron van inspiratie wordt aanvaard, dan zijn de boeken van de Schrift ook niet betrouwbaar en staat heel -de Schrift op losse schroeven.

ONS ANTWOORD:

De r.-k. theologen hebben te allen tijde erkend dat de argumenten uit de overlevering op zichzelf nooit een mens kunnen brengen tot het geloof in de Schrift, dat voorwaarde is ter zaligheid. Immers, indien ons geloof ten diepste op menselijke argumenten zou steunen, dan zou het zijn kracht ook uitsluitend aan die argumenten ontlenen en zou dus meteen verzwakken, zodra die argumenten ons niet meer aanspreken.

De r.-k. theologen maakten vroeger onderscheid tussen een natuurlijk geloof, dat dus wél steunt op de argumenten, maar niet toereikend is voor het beerven van het eeuwige leven; en een bovennatuurlijk geloof, dat gave is van de Heilige Geest.

Ik betwijfel echter of er nog veel r.-k. theologen zijn in onze tijd die durven beweren dat ze op grond van argumenten een natuurlijke geloofszekerheid kunnen krijgen van de Schrift als volstrekt betrouwbare inspiratiebron. Overigens is deze kwestie over de natuurlijke geloofszekerheid niet van groot belang. De zekerheid van de Schrift als enige en betrouwbare norm voor ons doen en denken krijgen we ten diepste doordat wij de levende Christus in de Bijbel ontdekken. Jezus zegt immers van de Schriften: „Zij zijn het die van Mij getuigen" (Joh. 5:39). Het geloof dat zalig maakt, richt zich in de eerste plaats op een Persoon, op Jezus Zelf. Wanneer Hij voor ons zichtbaar wordt door het lezen of horen van wat de Bijbel over Hem getuigt, komen wij voor een keuze te staan: Volharden in onze afwijzing van de redding door Hem, door genade alleen, een afwijzing die wij van onze geboorte hebben meegekregen - ofwel Hem aanvaarden. En wanneer wij Hem hebben aanvaard, dan aanvaarden wij vanzelfsprekend ook het Woord dat Hij sprak en dat onder de leiding van Zijn Geest in de Schrift werd vastgelegd.

Deze aanvaarding van Christus kan echter alleen tot stand komen door de werking van de Heilige Geest, en niet door eigen kracht van intellekt of wil. Dat is overigens ook de offciële leer van de r.-k. kerk.

Dus om het nog eens samen le vatten: Wij komen tot het zaligmakende geloof in de Bijbel door middel van de kennis die wij daarin opdoen van Christus en door middel van de werking van de Heilige Geest, die ons ertoe brengt om die Christus en in die Christus de gehele Bijbel te aanvaarden.

De heer Joosten — Door de reformatie wordt als argument tegen de mondelinge overlevering aangevoerd dat de volksmond al spoedig de feiten zou veranderen bij mondelinge doorgave. Men vergeet echter dat Gods Geest hier net zo goed waarborg blijft van onfeilbaarheid als de geschreven verkondiging.

„Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld" (Matth. 28:20). „Maar de Helper, de Heilige Geest, dien de Vader zal zenden in mijn naam, Hij zal u alles leren en alles u in herinnering brengen, wat Ik u heb gezegd". (Joh. 14:26).

OPMERKING — Inderdaad, God kon evengoed Zijn openbaring gedeeltelijk of geheel langs de weg van de mondelinge overlevering doorgeven en tegelijk door een wonder ervoor zorgen, dat die mondelinge overlevering steeds zuiver zou blijven. Natuurlijk kon God dat. Er zijn geen grenzen aan Zijn macht. Maar nu Hij Zijn openbaring heeft laten vastleggen in een onfeilbaar Geschrift, nu moeten wij wel aannemen, dat die Schrift de eigenlijke norm is, zoals ook bij ons, mensen, het geschrevene steeds de laatste norm en het einde van alle tegenspraak is.

De heer Joosten — Het beste bewijs dat geen vervalsingen door de overleveringen zijn ingeslopen, bewijzen de vijftien eeuwen vóór de hervorming die een bewonderenswaardige eenheid in de geloofsbeleving hebben bewezen.

OPMERKING — Van een „bewonderenswaardige eenheid in geloofsbeleving" van de eerste vijftien eeuwen zal niemand spreken die de dogmageschiedenis kent. Neem alleen reeds de zo belangrijke leer omtrent de biecht. Die was in de eerste eeuwen totaal anders dan tenslotte in Trente werd gedogmatiseerd.

Wederwoord van de heer Joosten:

Christus heeft de fundamenten voor het geloof gelegd. Zijn middelaarsambten heeft Hij bij volmacht overgedragen aan Zijn apostelen, „Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zo zend ik U". Dit sluit in dat de kerk wel door Christus geplant is, doch het verloop van de groei in handen is gesteld van door Hem aangestelden. Door de groei van de kerk en ontstane stromingen waren zuilen nodig om de eenheid te schragen. Deze pilaren zijn de dogma's. Hier kan nader over uitgeweid worden als soms het dogma als gespreksonderwerp wordt behandeld. In elk geval is de verdeeldheid in het protestantisme van een geheel andere orde. Hier is de verdeeldheid tussen de honderden kerken en in die kerken weer verdeeldheid tussen de leden.

ONS ANTWOORD:

Christus heeft Zijn middelaarsambt niet volmaakt overgedragen. Dat blijkt bijvoorbeeld daaruit dat de apostelen niet geroepen zijn, door een verzoenend kruisoffer voor ons de vergeving der zonden te verdienen.

De kwestie van de dogma-ontwikkeling is een aparte zaak die ons te ver van het onderwerp zou afvoeren.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 1969

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

De overlevering

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 1969

In de Rechte Straat | 32 Pagina's