Opwekking in de RK van USA?
Wij ontvingen ter recensie: „Present 1968", een bundel schetsen, uitgegeven door de gereformeerde vrouwen- en mannenverenigingen, ƒ 2,50. Een boekje (171 blz.) met rijk gevarieerde inhoud.
In „The Ecumenist", juli-aug. 1968, stond een zeer interessant artikel van pater Edward D. O'Connor, professor in de dogmatische theologie aan de universiteit van Notre Dame in Indiana (U.S.A.).
Daarin beschrijft deze priester, hoe de (jsinksterbewegingjoorzaak is geworden van een opwekking binnen de r.k. kerk m~ïïF U.i.A. Deze beweging heeft op geen enkele wijze het instituut van de kerk aangetast, maar heeft slechts een herbeleving en een herwaardering gebracht van de oude dogma's en sakramenten van de r.k. kerk. Aldus O'Connor.
Volgens prof. O'Connor komt dat daaruit voort, dat de pinksterbeweging eigenlijk een ervaring wil zijn, maar geen kerk; integendeel, de pinksterbeweging heeft steeds een anti-institutionele strekking vertoond. Hij zegt dat door die beweging zelfs roepingen voor het kloosterleven en het priesterschap, die anders waarschijnlijk verloren zouden gegaan zijn, behouden bleven.
Waarom buiten de r.k. kerk ?
Prof.O'Connor stelt daarna de vraag: Waarom is deze vernieuwende beweging des Geestes begonnen buiten de r.k. kerk? En hij geeft daarvoor drie redenen op: „Misschien wilde God op deze manier aan de leden van de Kerk tonen, dat Hij alleen de soevereine Heer is en dat ook het kerkelijk instituut en het kerkelijk gezag slechts instrumenten zijn in Zijn handen. Iedereen erkent, dat God vrij is om wat voor instrument ook in Zijn dienst te gebruiken; dat Hij niet gebonden is aan de sakramenten of aan welke kerkelijke instelling ook. Maar wij, rooms-katholieken, voelen ons ineens niet meer op ons gemak, wanneer God die vrijheid ook inderdaad in praktijk brengt, want ons geloof in de kracht en heiligheid van die instellingen is dikwijls uitgelopen op een veronderstelling onzerzijds alsof de Kerk de beheerder (manager) is van de genaden van God. Daarom is het goed voor ons, dat wij eens duidelijk bemerken dat Gods werkzaamheid de werkzaamheden van de Kerk te boven gaat en dat wij Gods handelwijze nooit kunnen berekenen of narekenen. Indien het Hem behaagd heeft onze afgescheiden broeders te gebruiken om ons te zegenen, clan moeten wij die zegen onder dankzegging aanvaarden, wetend dat alle genaden van God komen, zonder acht te geven op het voertuig dat ons die genaden aanbrengt. Laten we niet vergeten dat Christus eerst zijn apostelen onderricht en gevormd had op echt menselijke wijze en hen de officiële verantwoordelijkheid over Zijn Kerk hacl overgedragen, en desondanks is Paulus, als door een blikseminslag van de hemelse genade, de meest vruchtbare apostel van al de anderen geworden; Paulus die al dat onderricht en die vorming van Jezus niet hacl ontvangen.
In cle tweede plaats: zij die de steun van het kerkinstituut en de genade van cle sakramenten moeten missen, hebben een bijzondere behoefte aan duidelijke tekenen van God. Men kan hen vergelijken met de heiden Cornelius, die cle volheid van de Geest en het teken van de tongen taal ontving nog voordat hij gedoopt was (Hand. 10). Indien de goede Herder de negenennegentig schapen achterliet om het ene verlorene te gaan zoeken in de woestijn, is het dan te verwonderen clat de Heilige Geest op dezelfde manier handelt?
Tenslotte is het ook mogelijk dat zij die de sakramentele rijkdom en het volle onderricht van de institutionele Kerk ontberen, dit weer goedmaken door de levende aard van hun geloof en door de honger van hun harten, terwijl zij die zich comfortabel hebben geïnstalleerd, rustend aan de boezem van de Kerk, lauw zijn geworden. Er was een andere Romeinse hoofdman die zulk een groot geloof had als Jezus nog niet gezien had in Israël (Matt. 8:10). Het lijkt erop, dat een bepaalde wetmatigheid de gang van de heilsgeschieddenis begeleidt, nl. dat cle gemeenschappen die cle gunsten van God ontvingen, ertoe neigen om zelfvoldaan en aanmatigend te worden en om vanuit de hoogte op anderen neer te zien, met als gevolg dat God Zijn genade van hen terugtrekt en het „aan de heidenen" aanbiedt".
Wat prof. O'Connor hier zegt over de tegenstelling tussen de belijdenis en de praktische aanvaarding van de vrijmacht van Gods Geest, kunnen ook wij, protestanten, ons aantrekken. En vooral ook zijn vermaning aan het slot! Wat hebben de protestanten in Nederland door de eeuwen heen niet een gunsten van God genoten in vergelijking met andere volken! Laten wij ons verootmoedigen over ons gebrek aan dankbaarheid, over onze veronachtzaming van cle genade, opdat cle Here Zich niet van ons moge terugtrekken. Of is Zijn goedertierenheid reeds bezig van ons te wijken? Het lijkt er wel op, als wij de treurige toestand van het Nederlandse protestantisme gadeslaan, de lauwheid, het gebrek aan getuigenis, cle wereldgelijkvormigheid. Laten wij Hem ootmoedig smeken, opdat Hij ons dat alles moge vergeven. Laten wij met het oude Bondsvolk smeken: „Gij, o HEERE, zijt onze Vader; onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. HEERE, waarom cloet Gij ons van uw wegen dwalen? Waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vrezen? Keer weder om Uwer knechten wil, de stammen van Uw erfdeel" (Jes. 63:16, 17).
Een onjuiste voorlichting
Uiteraard interesseerde mij het meeste de kwestie Reformatie - Rome. Daarover schrijft drs. J. Spöélstra. Zijn voorlichting omtrent de instruktie van de congregatie van de geloofsleer over het gemengde huwelijk is echter niet juist. Drs. Spoelstra schrijft dat krachtens deze instruktie (van 18 maart 1966) „de r.k. partner in een gemengd huwelijk, dat niet door de r.k. kerk was erkend, niet langer uitgesloten is van de sacramenten, en dat gold met terugwerkende kracht voor alle gevallen".
Bepaling III van die instruktie zegt juist dat een dergelijk huwelijk ongeldig is. Dat betekent dus, dat volgens de r.k. leer deze gehuwden met elkaar in ontucht leven. En zij die openlijk in ontucht leven, kunnen nooit de r.k. sakramenten ontvangen.
De vergissing die drs. Spoelstra maakt, komt blijkbaar daaruit voort, dat hij bepaling VII van die instruktie niet goed begrepen heeft. Daarin staat: „De 22 excommunicatie, waardoor krachtens can. 2319 § 1, nr 1, degenen getroffen worden, die het huwelijk sluiten voor een niet-katholieke bedienaar, wordt afgeschaft. Het effekt van deze afschaffing geldt ook voor het verleden".
Drs. Spoelstra heeft niet het verschil begrepen tussen een excommunicatie (r.k. kerkelijke ban) en een doodzonde. Ik wil daarom proberen dat met een paar woorden duidelijk te maken. Krachtens de r.k. leer mag iemand die in staat van doodzonde leeft, waarmee hij niet wil breken, niet aan de sakramenten deelnemen. Doet hij dat toch, dan maakt hij zich daardoor opnieuw schuldig aan een zware zonde van heiligschennis.
Sommige zwaar-zondige daden of levenssituaties zijn bovendien getroffen met de excommunicatie, maar dat is een kerkrechtelijke straf die allerlei canonieke gevolgen teweegbrengt die beschreven zijn in can. 2258 e.v.
Een merkwaardig voorbeeld is dit: Een priester die met een vrouw samenleeft, zonder gehuwd te zijn, doet zware zonde, en mag niet aan de sakramenten deelnemen, tenzij hij die samenleving verbreekt. Wanneer die priester echter een burgerlijk huwelijk sluit met die vrouw, zonder dispensatie van het celibaat, dan blijft hij volgens Rome in staat van doodzonde voortleven, maar ontvangt bovendien de kerkelijke ban. Het is jammer dat drs. Spoelstra niet op de hoogte is van dit voor de praktijk van de r.k. geloofsbeleving' zo belangrijke onderscheid.
Onjuist is ook wat clrs. Spoelstra schrijft clat de bischoppen aan de paus voortaan vrijstelling zouden kunnen vragen van de „gelofte" (dat zal wel 'n drukfout zijn; 't juiste woord is: „belofte") dat de kinderen r.k. gedoopt en opgevoed moeten worden, 'n vrijstelling dan voor de niet-r.k. partner. De bepaling luidt echter, dat de bisschop voortaan vrijstelling kan geven van de verplichting om die belofte schriftelijk vast te leggen. De belofte zelf moet nog steeds gedaan worden, maar mag voortaan enkel mondeling gebeuren. Aldus I § 4 van de instruktie. Dat de Nederlandse bisschoppen gewoonlijk toestaan clat slechts beloofd wordt de kinderen christelijk te laten dopen en te zullen opvoeden, is dan ook in strijd met deze instruktie.
Ook blijkt clat drs. Spoelstra niet het onderscheid heeft begrepen tussen de „canonieke" en de „liturgische" vorm van de huwelijkssluiting. Hij zegt in dit verband clat de praktijk verder is dan de leer. Dat geldt echter alleen van de „liturgische" vorm van de huwelijkssluiting. .
Jammer, want zo krijgen de gereformeerde vrouwen- en mannenverenigingen beslist geen goede kijk op de r.k. wetgeving omtrent het gemengde huwelijk.
WANDELING DOOR DE RECHTE STRAAT — Een misverstand.
Er blijkt een misverstand te zijn ontstaan. Sommige abonnees hebben gemeend dat „Wandeling door de Rechte Straat" een nieuw blad zou zijn, dat regelmatig gaat verschijnen, naast ons maandblad „In De Rechte Straat". Dit is echter niet het geval. „Wandeling door de Rechte Straat" is bedoeld als een informatieblad om degenen die nog niet op de hoogte zijn van onze arbeid daarover inlichtingen te verstrekken in de hoop dat ze zich daardoor gaan abonneren op ons maandblad „In De Rechte Straat". U kunt het dus. zien als een uitvoerige propaganclafolder, maar niet als een min of meer regelmatig verschijnend blad.
REKTIFIKATIE
Op bl. 28 vierde regel van onder van ons oktobernummer moet u lezen: „Jes. 3:12" in plaats van Jes. 2:12.
Gift van N.N.: 2000.—
Wij ontvingen een gift van ƒ 2000,— van een onbekende broeder of zuster met het verzoek dit te verantwoorden onder de letters: „P.K. 2 M", hetgeen wij dan bij deze doen. Onze hartelijkste dank!
GOEDE LEKTTJUR
Wij hebben reeds meerdere keren de uitgaven van de Willem de Zwijgerstichting hartelijk bij u aanbevolen. Wij willen clat nog eens cloen. Deze stichting zorgt voor uitstekende voorlichting met name ook over de verhouding Reformatie - Rome. Zij die de arbeid der Stichting steunen met tenminste ƒ 5,— per jaar, ontvangen regelmatig de geschriften die door de Stichting worden uitgegeven.
Adres: Postbus 166, Den Haag; giro 35 23 47.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
