Twee verschillende visies Brief van een r. katholiek
Zeer geachte ds Hegger,
Hoewel ik IRS, dat u zo vriendelijk was mij geruime tijd gratis toe te sturen, altijd met veel interesse gelezen heb, zie ik mij toch niet gedrongen over te gaan tot een abonnement. Uw standpunt is mij daartoe te eenzijdig, al moet ik toegeven dat de toon van uw artikelen de laatste tijd veel irenischer geworden is.
Mijn voornaamste bezwaren tegen uw zienswijze zijn: 1e: uw te eenzijdig theologiisch-dogmatische benadering van de religie, 2e: (waarschijnlijk ten gevolge van 1e) uw veronachtzaming van „de wereld". Ik kan mij uw houding, gezien uw eigen ervaringen met het r.k. geloof, best voorstellen. Maar u verwaarloost op m.i. ontoelaatbare wijze de enorme betekenis van psychologische en sociologische faktoren inzake geloof en kerk. Ik wil maar zeggen: de ene mens voelt zich nu eenmaal beter thuis in een protestantse kerk, met kale muren en dreunend psalmgezang - de andere vindt gemakkelijker kontakt met zijn Heer in een wat vrolijker en luchtiger omgeving. Daar is niemand beter of slechter om, ook niet in de ogen van de Allerhoogste. De NCRV zond onlangs een reportage uit over een diakones, die in de onvoorstelbare ellende van een vluchtelingenkamp buiten Karachi haar kris ten dom ver-daad-werkelijkte. In datzelfde kamp werkte ook een ned. r.k. priester, op identieke wijze. Niet alleen, dat zij de beste vrienden waren en elkaar op alle mogelijke manieren hielpen. (Dat zult ook u heel gewoon vinden.) Maar beiden kwamen tot de konklusie dat de dienst aan God op een plaats als deze voor praktisch 100 % bestaat uit mensen genezen, ze wat hygiëne bijbrengen, een beetje onderwijs geven enz. enz. M.a.w. dat de theologisch-dogmatische aspekten van de godsdienst er niet of nauwelijks aan te pas kwamen. De veelgesmade „medemenselijkheid" dus. Ik geef meteen toe, dat dit begrip veel misbruikt wordt en dat het met betrekking tot God niet het laatste woord is. Maar dan zeker wel het eerste tot en met het een-na-laatste. De door u in navolging van Luther verworpen „werkentheologie" met alle daaraan verbonden antithesen - het past allemaal heel mooi in de tijd van aflaathandel en santekraam, maar anno 1968 is het een schijnprobleem. Het is zonder meer evident, dat „werken" als van bovengenoemde diakones en pastoor voortkomen uit een reëel, levend geloof. En de omstandigheid dat dit geloof bij de ene stamt uit de reformatie en voor de ander uit Rome, zal de arme drommel, die door hen geholpen wordt, een zorg wezen, d.w.z. zal Jezus een zorg wezen! Dáár gaat het om, en dat kunt u met geen honderd bijbelplaatsen weerleggen.
Het valt mij altijd op dat rechtzinnige protestanten het zo gemakkelijk vinden afgoden te sinjaleren bij Rome (ik weet, dat het er nog steeds van wemelt!), doch zo stekeblind zijn van de afgodische wijze waarop zij zelf met hun Bijbel manipuleren. Ik hoef als voorbeeld slechts te wijzen naar de op schriftuurlijke gronden verdedigde apartheidsleer, in vroeger eeuwen de slavernij en de onderdrukking der arbeiders, op de Veluwe het verzet tegen preventieve geneeskunde. Alsof ook de Bijbel niet behoefte had aan een voortdurend nieuwe interpretatie.
Alsof de levendmakende boodschap, die ons uit de Bijbel tegemoet waait, niet honderdmaal belangrijker is dan de letterlijke uitleg van een of andere tekst.
Nou ja, zo zit het ongeveer. U zult me maar moeten vergeven dat ik uw blaadje - hoezeer ik van uw persoonlijke integriteit en van die van uw medewerkers overtuigd ben - in déze tijd en in déze wereld geen positieve bijdrage vind tot de zaak van Christus. Ik heb waardering voor de grote ernst, waarmee u uw taak opvat, niet in het minst uw hulp voor uitgetreden priesters. Maar ik meen dat u uw inspanningen verkeerd gericht hebt. Niet in de knusse kerkjes en evangehsatielokalen, waar u het woord voert, zal de zaak van Christus beslecht worden - maar midden in de verwarde en toch ook zo heerlijke wereld, waar u (blijkens ook uw adhesie voor een nóg christelijker omroep dan de NCRV), zo bang voor bent. Trente en Luther interesseren ons (d.w.z. enkelen van ons) nog slechts in historische zin. Het kan geen kwaad je er eens in te verdiepen, maar je kan er beter helemaal niks over weten dan dat je je hele denkpatroon door die verouderde problematiek laat overwoekeren. Laat de doden hun doden begraven.
Het Vatikaan met al zijn pracht en praal is daar druk mee bezig. Bij Van Dis c.s. merk ik daar bitter weinig van! Ik dacht dat u uw eigen energie en die van uw volgelingen op heel wat godvruchtiger doelen zoudt kunnen richten, wanneer u wat meer oog krijgt voor de onvermijdelijkheid (en de charme!) der menselijke verscheidenheid óók in religieuze zaken, u wat minder krampachtig opstelt t.o.v. de historie en de „wereld", en de Bijbel (mét de Kerk) wat meer in het midden laat. Dat uw ongetwijfeld grote gaven niet langer in deze al te nauwe en rechte straat verloren mogen gaan, is de bede van uw toegenegen,
Grouw
Een kort kommentaar
Allereerst dit: ook ik acht het onjuist, indien iemand het apartheidsbeleid zoals dat in Zuid-Afrika gevoerd wordt, op schriftuurlijke gronden verdedigt, zoals ik het ook onjuist acht, wanneer iemand dat apartheidsbeleid op schriftuurlijke gronden aanvalt. Ik meen dat dit louter een politieke kwestie is, nl. een keuze tussen twee kwaden, waarvan de een de apartheidspolitiek en de ander de integratiepolitiek als het minste van de twee kwaden besdhouwt.
Vervolgens: uit de brief van deze r.k. lezer spreekt wel een rustig en diep meeleven met de medemens in zijn nood. Dat doet zeer weldadig aan; ook al daarom, omdat deze schrijver tevens ocg heeft voor het liefdadige werk dat door de belijders van het geloof-zonder-de-werken verricht wordt, zoals o.a. de ex-priesterhulp.
En toch kunnen we het met zijn grondvisie niet eens zijn. „Het enige nodige" op aarde blijft toch, - wij kunnen het niet anders zien -, de overgave van het verbroken hart aan de barmhartige God die ons in Christus genadig wil zijn. Dat is de enige en diepe bron van onze vreugde, ook van de werken der liefde.
P.S. Dhr. de Wit gaf mij alleen dan verlof om zijn boeiende bijdrage te publiceren, als ik zijn brief onverkort zou afdrukken. Zodoende zijn dus ook zijn waarderende woorden aan mijn adres blijven staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
