Onze brief aan de Paus
In de „Wandeling door de Rechte Straat", bij dit nummer ingesloten, kunt u het een en ander lezen over de reakties op onze brief aan de paus. Waarschijnlijk wilt u daarover nog meer horen. Ziehier dan een greep uit de reakties.
Korte reakties
Een priester zond 3000 lires (ƒ 18,—) voor ons ex-priesterfonds. Een ander vroeg nog 20 exemplaren aan van die brief. Weer een ander schreef: „Indien u, ds Hegger, werkelijk een bestaande persoon bent, en u niet verschuilt achter een pseudoniem of een organisatie, dan heb ik veel bewondering voor de moed om deze brief naar de paus te sturen. In dat geval wil ik u graag mijn visie op de nood van de ex-priesters in Italië geven".
Anderen vroegen om meer inlichtingen over mijn theologische inzichten en over mijn verleden. Ik heb ze maar de Spaanse uitgave van „Kort maar krachtig" gezonden, waarin ook een getuigenis van mij voorkomt. Met een beetje moeite kan iedere Italiaan het Spaans enigszins verstaan. Zodra we met onze financiën er wat beter voorstaan, hopen we „Kort maar krachtig" ook in het Italiaans te publiceren.
Weer een ander zond de brief terug met de toevoeging: „Geweigerd met afschuw en verontwaardiging".
„Verraders en deserteurs"
Pastoor D. M. Gaita van Parolise (Avellino) schreef: „Het droevige lot van de ex-priesters is niet de vrucht van het gedrag van de Kerk, die steeds een liefdevol moeder is voor ieder die zich tot haar wendt, maar is. het gevolg van de versdhrikkelijke innerlijke tragedie, die zich afspeelt in de ziel van hem die weet dat hij zijn eigenlijke, zijn sublieme ideaal verraden heeft. En uit dat besef van zijn diepe val komen allerlei angsten voort die hem dan brengen tot dwaze dingen. U beroept zich op de rechten van de mens. Maar deze rechten geven toch niet de bevoegdheid om verraders en deserteurs te worden.
Tot slot vraag ik vriendelijk om mij de adressen te zenden van die bepaalde ex-priesters waarover u spreekt in uw brief. Ik ben ervan overtuigd, dat Paulus VI de eerste zal zijn om die ex-priesters te helpen".
Br. di Lorenzo heeft hem o.a. het volgende geantwoord: „U noemt hen die menen niet langer hun ambt naar behoren te kunnen uitoefenen, „verraders en deserteurs"? Mensen die ten koste van heel wat pijn, spanning en verdriet de stem van hun geweten volgen? Zoudt u niet beter hen gewetenloos kunnen noemen, die niet meer geloven in de leer van de r.k. kerk en ze tpch verkondigen; die de sakramenten blijven bedienen, terwijl dat voor hen een zinloos spel van ceremoniën is; die in het geheim op allerlei wijzen de hand lichten met de wet van het celibaat, terwijl ze zich door het volk als vrome asceten laten vereren?
U denkt dat Paulus VI de eerste is om te helpen? In de eerste plaats: Hij is het geweest, die de harde wet van het celibaat, waarvan iedereen, ook de paus, weet dat ze door tienduizenden priesters ondanks hevige strijd niet kan volbracht worden, opnieuw heeft opgelegd in een encycliek met argumenten die geen enkele bewijskracht vanuit de Bijbel hebben.
De paus de eerste om te helpen? Mag ik u één uit de vele gevallen noemen? Die ex-priester uit Napels (in de brief aan de paus) is persoonlijk naar de kardinaal gegaan, maar heeft geen enkele hulp ontvangen, ook niet van anderen. Weer een ander kwam naar Rome voor het „proces" van de dispensatie in zijn celibaat. Maar toen hij eindelijk werd toegelaten, deelde de voorzitter hem mee, dat er geen enkel dokument was voorbereid. Hij moest nog maar eens terugkomen. En dat, terwijl hij een schriftelijke uitnodiging had ontvangen met aanduiding van dag en uur, waarop zijn aanvrage in behandeling zou worden genomen. Is het korrekt om op een dergelijke bureaucratische en slordige manier om te springen mqt zulke diep-persoonlijke zaken als een huwelijk?
Maar om nu uw eigenlijke vraag te beantwoorden: Ik heb aan de betrokken ex-priesters uw naam en adres doorgezonden en hen gevraagd om zelf kontakt met u op te nemen, als zij dat willen. Want u begrijpt dat ik niet gemachtigd ben om zonder hun toestemming hun naam en adres aan an deren dioor te geven".
Knuppel en radar
Pastoor Giuseppe Pretto van Ceppaloni (Benevento) probeerde op allerlei wijze het celibaat te verdedigen, terwijl dat onderwerp maar zijdelings in onze brief aan de paus ter sprake was gekomen. Hij verdedigde het o.a. met dit argument: „Hebt u ooit gehoord van een soldaat die in de veren slaapt? Caesar sliep op de grond. Christus had niets om Zijn hoofd op te rusten te leggen". We zouden daarop willen antwoorden: En de paus en de kardinalen en de bisschoppen? Slapen die op de grond? Of beschouwen ze zich superieur boven Christus, die maar tot de soldaten behoort? Overigens is het wel wat vreemd om Caesar zo maar naast Christus ten voorbeeld te stellen. Over de discriminerende bepalingen in het verdrag van het vatikaan met Italië en Spanje schreef pastoor Pretto: „De ex-priester is een gewonde, iemand die beneden de maat is komen te staan (minorate) in een christelijke samenleving. Hij is een aanstoot voor de massa, een stuk ellende dat men beter verbergen houdt. Ik zeg dit alles in een geest van liefde en niet van verachting.
God leidt ons allen, soms met de knuppel (bastone). De paus is die knuppel van God (Il Papa si identifica con questo bastone) of beter: hij is de radar die ons, geleide projektielen, richt.
Wanneer ik zo openlijk tegen de paus zou schrijven zoals u doet, dan zou ik mij schuldig voelen tegenover Onze Moeder de Kerk. Ik bid God dat Hij mij altijd met liefde doet spreken over mijn Moeder; ook al zou ik misschien eens een ex-priester worden, ook als ik mij persoonlijk getroffen zou voelen. Mijn God woont in de Kerk en niet in mijn persoon, ik die bovendien gekruisigd kan worden".
Als we dat slot lezen, dan hebben we van de ene kant veel sympathie voor deze pastoor. Hij meent het oprecht en hij is tot veel offers bereid om zijn overtuiging te volgen. Maar daarom is deze blinde religieuze overgave aan de Kerk-Moeder ook zo tragisch. Daarom ziet hij blijkbaar niet de tegenspraak tussen een moeder die de knuppel hanteert om afgedwaalde kinderen terug te slaan naar huis, en de gelijkenis van de barmhartige vader tegenover de verloren zoon in Luk. 15.
Bestorming van het vatikaan?
Wij menen dat uit al die reakties de volgende konklusies moeten getrokken worden. Ten eerste is het duidelijk dat wij door moeten gaan met ons liefdewerk van de steun aan de expriesters, met name ook in Italië.
Vervolgens lijkt het ons ook zeer gewenst om meerdere keren de Vatikaanse burcht te „bestoken" door dergelijke open brieven of ook brochures naar de 2000 (liefst echter nog meer) kardinalen, bisschoppen en priesters van Rome en omgeving te zenden. En zodra onze financiën het toelaten, gaan we dat ook beslist doen. Mogen wij op grond daarvan opnieuw uw steun vragen voor al onze arbeid?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
