De nieuwe strategie van de boze
„En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer" (Ef. 5:11)
Het lijkt erop of de Boze de laatste jaren een nieuwe strategie begonnen is. Hij probeert het christendom van binnenuit uit te hollen. Ik wil een poging doen tot ontmaskering van de plannen van de duivel.
Verontrusting belachelijk gemaakt
Gelukkig komt er onder de kinderen Gods verzet tegen het krachteloosmaken van het Woord Gods, zoals we dat telkens aantreffen. Velen maken zich zorgen en deze verontrusten zoeken kontakt met elkaar.
Maar dit verschijnsel wordt belachelijk en verdacht gemaakt. Niet alleen in de protestantse pers, maar ik las ook een artikel van de protestant Johan Winkler in „De Bazuin" van 9 juni met als titel: „In verzet tegen de tijd - Rondom de „Open Brief" van de 24 bezwaarden". Hij schrijft daarin o.a.: „Een verstandig gereformeerd predikant (die zijn er ook) heeft dit soort verschijnsel in zijn en in andere kerken tot zoiets als een verontrustings-neurose herleid. In het Amsterdamse (gereformeerde) Kerkblad had deze dominee Van Swighem het in dat verband over neofobie, bewustzijnsvereniging, frustaties en monomanie: „Er is geen gebied waar kleine psychopathietjes meer schade kunnen doen dan in de kerk." Dat liegt er niet om."
Ziezo, dat kunnen de verontruste gereformeerden dan in hun zak steken. Ze lijden aan: neofobie, bewustzijnsvereniging, frustaties en monomanie. Maar ik kan hen deze vertroosting meegeven: Op de eerste pinksterdag werd ook iets dergelijks gezegd van christenen die zo juist vervuld waren met de Heilige Geest: „Ze zijn vol zoete wijn!". - Wel vraag ik me af: Hoe kan een kerkeraad toestaan, dat door een van hun predikanten op een dergelijke wijze geschreven wordt over een groep kerkleden?
Verontrusting overgenomen en zoetgehouden
We herinneren ons nog uit de oorlog de geweldige opgang met het V-teken. Dat was een uitstekend geslaagde stunt van de Engelse propaganda. Aanvankelijk streden de Duitsers ertegen, maar toen ze er niet tegen op konden, namen ze dat V-teken over: V - Victorie, Duitsland wint op alle fronten.
Daaraan moest ik denken, toen ik de procedure volgde over de „Open Brief" van de 24 hervormde predikanten. In de synode werd hier eerst fel tegen gereageerd. Een van de vroede vaderen sprak over „een misselijke brief", terwijl een ander synodelid, hoogleraar van professie, zelfs van een „snertstuk" gewaagde: „Ze moesten ervoor op hun kop krijgen", riep prof. Van Niftrik uit". (J. Winkler, a.w.).
Maar later volgde men een andere methode. Men zei dat het moderamen van de hervormde synode ook voor een groot gedeelte verontrust was, maar...... men zou het niet op deze manier moeten uiten, enz.
Diezelfde methode volgt dr. H. J. Langman in Trouw bij zijn beoordeling (lees: veroordeling) van het boek van dr. W. Aalders: „Theologie der verontrusting". Hij begint: „Er staan zoveel dingen in waarvan ik zeg: het is mij uit het hart gegrepen. En ik ben ervan overtuigd dat het velen, zeer velen, zo zal gaan. Men zal zeggen: dat is het nu; hier wordt de vinger op een pijnlijke wonde gelegd; dat wat wij al zo lang hadden aangevoeld, wordt hier onder woorden gebracht."
Maar al vrij spoedig daarna begint hij met het boek te kraken: „Het boek bevalt mij niet. Maar dat is te zwak gezegd. De tendens van dit boek deugt niet." Waarom dr. Langman zich dan zo uitliet over het goede in dat boek? Dat hoort u aan het slot van zijn veroordeling: „Het gevaar is dat men door dat goede en door de wegslepende stijl van de schrijver geheel wordt meegesleept. En dat mag niet."
Anderen nemen de V van de „verontrusten" in tegenovergestelde zin over. Ze zeggen: wij zijn verontrust over de verontrusting, over hun geesteshouding (over hun geestesziekte, zou dr. Van Swighem zeggen) en over hun opruiende akties, die de eenheid van de kerk in gevaar brengen.
Maar over het algemeen volgt men meer de methode van het zoethouden. Men gaat voor een gedeelte mee, men laat hen stoom afblazen, maar verandert toch de eigen linkse koers niet, en blijft de publieke opinie in deze zin beinvloeden.
Dekking zoeken achter degelovigen
Vroeger wisten we wat we aan de vrijzinnigen hadden. Ze ontkenden pertinent de godheid van Christus, ze verkondigden een godsdienst van zelf-verlossing en moesten daarom van het plaatsbekledende lijden van Christus niets weten. Maar tegenwoordig mag je dat niet meer van iedere vrijzinnige zeggen: „O die vrijzinnigheid is zo genuanceerd. Er zijn echter diep-gelovige christenen onder, oprechte kinderen Gods", zo krijgen we te horen.
Dat doet me weer denken aan de oorlog (we handelen trouwens over de strategie van de Boze). Dan gebeurde het wel dat men - geheel in strijd met de Conventie van Genève - krijgsgevangenen gebruikte als dekking om tegen de anderen op te rukken. Het leger aan de overkant was dan verplicht om ofwel terug te wijken ofwel eerst de eigen soldaten neer te schieten.
Zo is het tegenwoordig met de vrijzinnigen. De volkomen linkse vrijzinnigen kunnen nu ongehinderd de kerk binnenmarcheren, want ze worden gedekt door de orthodoxe vrijzinnigen.
Maar ik zou die Schriftgelovigen onder de vrijzinnigen willen vragen: Hoe kunt u zich daarvoor lenen? Ziet u dan niet dat u zich laat gebruiken door de Boze? Hoe kunt u een gemeenschap vormen met mensen, van wie het grootste gedeelte de Christus der Schriften loochent? In Ef. 6:11 worden wij opgeroepen tot de strijd en zegt Paulus: „Doet dan aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels". Maar u werkt op deze manier mee met de krijgslisten van de Boze. Hoe kunt u dit voor God verantwoorden?
De strategie van Christus
Iets dergelijks, zij het in mindere mate, meen ik ook te moeten zeggen van hen die op allerlei wijze meedoen in de oecumene met Rome. Daar zijn zeer gelovige christenen onder, prachtkerels, die beslist leven vanuit een innige gemeenschap met hun Here en Heiland. En zij zeggen: Wij krijgen zo de kans om te getuigen, om de visie van de reformatie uiteen te zetten. En als je hoort hoe sommigen dat ook inderdaad gedaan hebben, dan vraag je jezelf af: Ben ik dan te afwijzend? Zie ik wel voldoende de kansen?
En toch meen ik dat de strategie, die onze Verlosser, Jezus Christus, ons in Zijn Woord voorhoudt, anders is. Jezus wil op geen enkele wijze gemeenschap met hen die als enkeling of als groep niet het Evangelie van de verlossing door genade en door geloof alleen verkondigen. Hij verbiedt ons elk samen optrekken met hen die Hem openlijk niet als enige en volkomen Zaligmaker willen aanvaarden. Jezus roept ons op om te getuigen. Dat betekent dat wij wel kontakt zoeken met de anderen die Hem nog niet aanvaard hebben; maar het betekent tegelijk een tegenover die anderen staan. Dat „tegenover" betekent geen vijandelijk „tegenover". Het is het „tegenover" van de liefde, die de ander voor Christus zoekt te winnen.
Wanneer we dit „tegenover" laten schieten, dan is het getuigen onmogelijk geworden. Dan kan iemand nog wel in zijn woorden qua inhoud een goed getuigenis geven, maar het wordt krachteloos gemaakt door de sfeer en nog meer door de hele instelling van het „samen met de anderen", samen allerlei charitatief werk doen, misschien zelfs samen evangeliseren.
Kijk eens naar de praktische resultaten
Er is geen land ter wereld waar protestantse en r.k. theologen meer oecumenisch kontakt hebben gehad en op allerlei wijze hebben samengewerkt, dan juist Nederland. Maar er is ook geen land ter wereld waar het roomsi-katholicisme meer is afgegleden naar ongeloof en vrijzinnigheid.
En die vrijzinnigheid is niet alleen maar te vinden bij afzonderlijke r.k. theologen, maar is ook neergelegd in een officieel dokument, nl. in de Nederlandse Katechismus en in de antwoorden van de Nederlandse bisschoppen op de bekende tien vragen, die vanuit Rome aan alle bisschoppen van de wereld gesteld waren. En zo is het te verstaan, dat enkele Duitse aartsbisschoppen hebben geprotesteerd tegen de publikatie van de Nederlandse Katechismus in Duitsland. Immers deze N.K. loochent het plaatsbekledende lijden en sterven van Christus. Hij noemt het een middeleeuwse gedachte, dat Christus in onze plaats de straf voor onze zonde zou hebben gedragen. Die vrijzinnigheid is te vinden aan de r.k. universiteit van Nijmegen, zodat de Belgische bisschoppen geen priesters meer naar die universteit willen sturen. Ze is ook te vinden in de seminaries, zodat bv. pastoor Versterren van Neeritter zijn parochianen in het kerkblad heeft aangeraden hun kinderen liever naar een Belgisch seminarie te sturen dan naar een Nederlands.
Och, dat is toch ook niet te verwonderen, als we Paulus horen zeggen: „Neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis". Onvruchtbaar ... Dat blijkt wel duidelijk uit al die oecumenische gesprekken in Nederland, die met de beste bedoelingen ook door onze beste predikanten werden gevoerd.
Ja, onze beste predikanten. Ik bedoel daarmee: mensen die in hoog aanzien stonden en nog staan in onze gemeenten vanwege hun persoonlijk geloof, vanwege hun rijke prediking, hun prachtige geschriften soms. En dat maakt het voor ons zo moeilijk. Men werpt het ons voor de voeten: Maar kijk dan eens naar die en die. Je zult toch niet durven beweren dat het dan oprechte christenen zouden zijn. - Neen, dat wil ik zeker niet. Maar dat neemt niet weg, dat ook ik verplicht ben om mijn diepste overtuiging te volgen. Die mag ik nooit verloochenen, ook niet tegenover andere oprechte christenen.
Eendrachtig volhardend in het gebed
Je kunt van dit alles zo moe, zo eindeloos moe worden. Maar toch is er steeds die ene zekerheid: IN Jezus Christus zijn wij meer dan overwinnaars.
Ik weet het: Ook wij moeten steeds weer naar onszelf zien, twijfelend aan onszelf, maar rotsvast bouwend op Jezus Christus. Steeds weer moeten wij eigen menselijke zekerheden stukslaan op de Rots der eeuwen, Jezus Christus, die ons enig houvast, onze enige zekerheid, onze enige troost is in leven en in sterven. Wij hebben meer dan ooit de gave van de onderscheiding der geesten nodig. Laten we dringend bidden om die gave voor de gemeenten en voor onszelf persoonlijk.
Laten we ook bidden dat de Here steeds meer profeten en profetische figuren opwekke in onze dagen; mensen die duidelijk kunnen aanwijzen waar het verkeerde zit, die de gave hebben om met kracht de enige weg des heils onder woorden te brengen.
En laten wij dergelijk mensen omringen met onze gebeden. Allereerst opdat zij ook over alle kerkmuren heen elkaar mogen vinden, zodat het worde tot één machtig getuigenis vóór het ENE evangelie.
Laten we bidden opdat deze mensen, die geroepen zijn om in deze verwarde tijd leiding te geven, niet vallen in de strik van de hoogmoed en de zelfvoldaanheid. Laten we bidden dat het voorbeelden mogen zijn van ootmoed, van verbrokenheid van hart, en tegelijk van blij getuigenis van de genade en van het leven, dat ons in Jezus Christus, uit pure barmhartigheid Gods, wordt geschonken. „Deze allen waren eendrachtig volhardende in het bidden en smeken". „En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest". „En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees" (Hand. 1:14; 2:4, 17).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
