Maria en de boze Vader
G.M.Th.V. te R. schrijft ons:
„Maria is voor mij en andere katholieken gelukkig nog altijd de liefhebbende moeder, die, evenals gewone huismoeders, met een enkel woord veel bij haar kind kan bereiken. Zalig zo een moeder! En Jezus zal daar wel net zo over denken. Kent u niet de moeder, die, wanneer vader eens boos is, het pad effent, vaders boosheid probeert te verzachten?".
Ons antwoord:
Inderdaad, zo zijn vaak de moeders hier op aarde. Zo is dat in de verhouding tussen ons, mensen, onderling.
Maar wij mogen de aardse verhoudingen niet zo maar toepassen op de verhoudingen die er in de hemel bestaan om er dan allerlei praktische konklusies uit te trekken.
God is geheel anders dan wij zijn. „Niemand heeft ooit God gezien" (Joh. 1:18). „God bewoont een ontoegankelijk licht" (1 Tim. 6:16). Wij kunnen daarom langs de weg van menselijke redeneringen nooit met zekerheid iets omtrent God te weten komen. Zekerheid omtrent God krijgen we alleen langs de weg van de openbaring van Jezus Christus: „De eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen" (Joh. 1:18)
Welnu, Jezus zegt ons dat Hij al onze schuld op Zich heeft genomen en uitgeboet. De r.k. kerk zegt zelf dat zijn lijden een oneindige uitboetende waarde heeft. Daarom is er voor de hemelse Vader geen reden meer boos te zijn op hen, die al hun vertrouwen stellen op Jezus Christus, die in onze plaats is komen staan en al onze straffen heeft uitgeboet.
Een goede vader is niet meer boos op z'n kind, wanneer de straf is uitgeboet. Ook de hemelse Vader is niet meer boos op ons, die door een levend geloof met Jezus verbonden zijn, want wij zijn dan een lid van zijn Lichaam en Hij, ons Hoofd, heeft dan al onze schuld voldaan. „Gerechtvaardigd door het geloof, leven wij in vrede met God door Jezus Christus, onze Heer. Hij is het, die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan." (Rom. 5:1, 2, r.k. vert.). U ziet dus dat wij de vrede met God enkel krijgen door de tussenkomst van Jezus Christus en dat de tussenkomst van Maria daarbij niet nodig is. Wilt u nog een tekst? „En mocht iemand zondigen, dan hebben wij een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige. En Hij is de verzoening voor onze zonden" (1 Joh. 2:1, 2). Zodra u zoudt kunnen aantonen dat er ergens in de Schrift wordt gezegd, dat Maria ons verzoent met Christus of met de boze Vader, of dat zij onze voorspreekster is bij God, zal ik onmiddellijk beginnen met het aanroepen van Maria. Maar zolang dat niet het geval is, volg ik Gods duidelijke opdracht enkel Jezus aan te roepen. En Gods duidelijke Woord is mij meer waard dan alle menselijke redeneringen tesamen.
En tenslotte, dat God heel anders is dan wij, kunt u ook ia Gods Woord lezen: „Kan dan een vrouw soms haar kindje vergeten, zich niet ontfermen over de zoon van haar schoot? En al zou ook zij het vergeten, Ik, Ik vergeet u nooit" (Jesi. 49:15).
God is dus meer bereid Zich over ons te ontfermen dan een moeder bereid is zich over haar kind te ontfermen. Het is dus niet nodig dat God of dat de Here Jezus door Maria moet worden aangespoord Zich over ons te ontfermen. God is zo geheel anders dan wij, piensen. En daarom kunnen en mogen wij niet zo maar onze aardse verhoudingen overdragen op God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
