In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

KLARE WIJN ....of sluipend venijn ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KLARE WIJN ....of sluipend venijn ?

12 minuten leestijd

„Klare Wijn", rekenschap over ge-, schiedenis, geheim en gezag van de Bijbel; Uitg. Boekencentrum Den Haag.

In het „Ten geleide" worden 3 dingen gezegd, die kenmerkend zijn voor het hele boek.

1. We komen de belangrijke uitspraak tegen, dat we over de Bijbel moeten spreken vanuit de Bijbel.

2. De bedoeling van het geschrift is een handreiking te zijn bij het lezen van de Bijbel.

3. Het wil een brug zijn tussen de Bijbelwetenschap en tiet gewone gemeentelid.

1. Over de Bijbel spreken vanuit de Bijbel.

Dat is een voortreffelijk uitgangspunt. Eigenlijk het enige verantwoorde uitgangspunt, dat er ingenomen kan worden t.o.v. de Bijbel. Dat is reformatorisch. De Bijbel verstaan vanuit de Bijbel, Schrift met Schrift vergelijken. Deze uitdrukking kont men in Klare Wijn verschillende keren tegen. Er komen uitspraken in het geschrift voor, waaruit blijkt, dat men iets van dit geweldige uitgangspunt beeft gezien. Ik verwijs naar het goede hoofdstukje over „het geschiedde" en speciaal naar de geschiedenis van de Emmaüsgangers op blz. 133. Aan de ene kant heeft men dus gezien waar het om gaat, maar de lijnen worden niet doorgetrokken en wij moeten toch verder komen. We moeten zelf Goede Vrijdag, Pasen en Pinksteren beleven. We moeten het wonder beleven, dat Jezus Christus gestorven is voor onze zonden en dat Hij de Opgestane Heer is in ons leven, dat we Hem ontmoet hebben en dat wij vervuld zijn van Zijn Geest. "Want alleen als je Zijn Geest ontvangen hebt, kun je Zijn Schrift verstaan.

Hoe komt het dat wat er aan machtige gezichtspunten gezien wordt, niet uitgewerkt wordt in het boek zelf? Omdat naast het eerste gezichtspunt: over de Bijbel vanuit de Bijbel, er een tweede punt bijgekomen is, dat een steeds grotere plaats inneemt en dat het eerste steeds verder gaat overwoekeren. Dat is het standpunt van de mondige, hedendaagse mens, die vanuit eigen theologisch inzicht de Bijbel gaat beoordelen. De mondige mens in de geseculariseerde zin van het woord, onder bijbelse vermomming, in bijbels gewaad, is hier veel te veel aan het woord (blz. 43/44). Het gaat om een eigen theologisdh standpunt dat gaat overheersen. En dat blijkt vooral daaruit, dat er een ontzaglijk grote plaats ingeruimd wordt voor de Bijbelkritiek. Dat de lijnen niiet doorgetrokken worden, vindt men ook in het hoofdstuk over het sleutelgeheim. Bij allerlei goede dingen die hier in staan, vind je toch weer dat de hele zaak doortrokken is van het verwereldlijkte denken. Bv. als men zó sterk de nadruk legt op het joodse karakter van de Bijbel. Natuurlijk moeten wij dit in de gaten hebben, maar het is niet dè sleutel om de Schrift werkelijk te gaan verstaan.

Een ander voorbeeld:

Op blz. 254 wordt van de uitlatingen van Bisschop Robiiiison gezegd: „Toch menen we aan de andere kant, dat het ook niet goed kan zijn, om uit reactie snel al dit onkruid van „nieuwe vrijzinnigheid" uit te roeien. We zouden het goede koren, dat er ongetwijfeld ook onder te vinden is, mee kunnen uittrekken (Matth. 13: 29)"

Er staat echter in de gelijkenis helemaal niet, dat je de kwade leer moet laten voortbestaan naast de goede. Het gaat over de kinderen van het Licht en de kinderen van de duisternis, clie samen opgroeien tot aan de oogst en dan zal de scheiding plaats vinden.

Over de verkeerde leer zegt de Bijbel heel andere dingen.

2.Het geschrift beoogt een handreiking te zijn bij het lezen van de Bijbel. Als we één ding nodig hebben, dan is het gidsen om de Bijbel goed te verstaan. In Klare Wijn beeft men, naar de naam aanduidt, natuurlijk geprobeerd duidelijke taal te spreken. Maar één van mijn bezwaren is, dat het voor het doorsnee-gemeentelid te zware kost is. Om werkelijk door te hebben waar het om gaat, wordt echt wel enige theologische kennis verondersteld. Wat wel héél duidelijk weergegeven wordt, zijn verhalen van bijbelkritiek. Kritiek op alle mogelijke geschiedenissen in de Bijbel. Dat is een van de dingen waarvan je zegt: dat snapt de gemeente en dat blijft hangen. En daarom is het ook een gevaarlijk boek. Je kunt het niet zo maar lezen, maar je moet goed toegerust zijn, wil je het kunnen verwerken.

3. Het wil een brug zijn tussen de Bijbelwetenschap en het gewone gemeentelid. De bedoeling is goed, maar het resultaat is vreselijk, want naar mijn overtuiging zal dit geschrift er aan meewerken, dat deze brug inderdaad geslagen wordt, maar zó dat het gemeentelid niet de juiste kijk krijgt op wat de bijbelwetenschap is, maassteeds verder zal afglijden in de bijbelkritiek.

Bij de theologische studie wordt sinds de vorige eeuw volop gedaan aatu historische bijbelkritiek. De dominees wisten dus door hun opleiding van die kritiek op de Bijbel, maar in de gemeente werd er niet over gesproken. En nu bedoelt men met Klare Wijn te zeggen: we moeten nu eindelijk de gemeente eens op de hoogte stellen van wat de theologen al lang weten en wat tot nu toe verborgen is gebleven voor de gemeente. En nu gaat dat op het ogenblik met zo'n vaart, dat we eenvoudig overspoeld worden met bijbelkritiek.

Men spreekt over bijbelwetenschap, maar het wordt steeds meer bijbelkritiek. Daarvan zijn vele voorbeelden, die wel wat worden ingedamd, maar die niet worden teruggenomen en weerlegd, zodat de gemeente in verwarring zal raken.

Voorbeelden:

Blz. 44 e.v. Beschrijving van de Verlichting. Blz. 53. De bronnentheorie. Blz. 55 Tweede brief van Petrus. Blz. 99 Het leven na de dood.

Dit zijn eenzijdig theologische gezichtspunten. Men zegt: het gaat te ver, maar men spreekt toch zelf uit, dat het tijd wordt dat wij onze waardering uitspreken voor de resultaten van de bijbelwetenschap.

Op blz. 59/60 wordt een lofzang aangeheven op de positieve resultaten van het historisch kritisch bijbelonderzoek. Op blz. 60/61 komen de woorden sage, mythe en legende aan de beurt. Het woord legende, zegt men, is een woord dat eigenlijk alleen maar past bij heiligenverhalen, behalve dan liru Handelingen 5:15, 16 de genezingen van Petrus. Die zijn toch wel legendarisch: „het smaakt toch naar magie".


DE WAARHEID MAAKT VRIJ

„U schreef in het juninummer dat u de getuigen van Jehova gelijk moest geven, wanneer zij beweren dat de naam HE(E)RE niet de eigennaam is van God. Dat is ook wel zo, maar toch vind ik dat u zo iets beter niet kunt schrijven, want de getuigen van Jehova zijn een verderfelijke sekte en zij brengen hier in het zuiden veel roomskatholieken in verwarring."

Tilburg D. Terpstra

Ons antwoord:

Het is goed dat de Iheer Terpstra aldus weer eens de aandacht vestigt op het gevaar van deze sekte, die soms zo fanatiek met Bijbelteksten kan opereren.

Toch ben ik er niet zo bang voor om aan een tegenstander toe te geven, dat hij op sommige punten gelijk heeft. De waarheid werkt altijd ontwapenend en bevrijdend.


Blz. 61 onderaan: „Zo is het ook met de historische betrouwbaarheid van de evangeliën. Is het voor het christelijk geloof ondraaglijk, dat sommige woorden of teksten, gedeelten of verhalen, niet zonder meer historisch blijken te zijn?"

Blz. 83 vanaf: „Men raakt...." Hier weert men de gedachte af van: je hoeft er niet zo tegen te keer te gaan, dat er sagen en legenden in de Bijbel voorkomen.

We gaan dus iedere keer een stapje verder.

Nog een voorbeeld. Op blz. 109 over Genesis 1. Een in- en uit-praterij, waar geen touw aan vast te knopen is en op blz. 113 waar gezegd wordt, dat het wel geschiedenis is, maar niet echt gebeurd. Dan vraag ik me af, als Adam geen historische figuur is, wat blijft er dan over van de 2de Adam en van wat Paulus zegt in Romeinen 5, maar daar geeft men op blz. 150 weer een bepaalde uitleg van.

Tenslotte blz. 247. In dit slot van het boekje wordt zonder meer gezegd: „In de mythologische voorstelling van de bijbelschrijvers moet deze roep, deze verkondiging als het wezenlijke gehoord worden. Aan deze kerugmatheologie (verkondigingstheologie) is vooral de naam van R. Bultmann verbonden.

En zoals u weet, is Bultmann de vader van de neo-modernistische theologie. Deze theologisdh-wetenschappelijke aanpak gaat steeds meer in het boek overheersen en daarom vind ik dat je kunt zeggen: hier wordt een paraplu opgeheven, zodat de bijbelkritiek droog de kerk kan binnenkomen.

Als voorbeeld van algemeen bezwaar zou ik het volgende willen noemen.

Op blz. 84/85 wordt gesproken over de organische inspiratieleer. De organische inspiratieleer zegt, zoals u weet, dat de bijbelschrijvers door de Heilige Geest geïnspireerd zijn met inschakeling van de mens zelf. Je kunt dus b.v. in Lukas de arts herkennen. Dat houdt dus in, dat de inspiratie niet mechanisch is verlopen, niet alleen maar gedicteerd. Deze organische inspiratieleer wordt in dit geschrift heel scherp bekritiseerd. Gevaren worden genoemd en breed uitgemeten. Men gebruikt het beeld van een autotocht met een vast stuur.

Bij deze kritiek moet ik denken aan wat Petrus zegt in 2 Petrus 1 en wat één van de kernwoorden van de Bijbel is, dat de bijbelschrijvers heilige Godsmannen waren, die door de Heilige Geest gedreven, van deze dingen gesproken hebben en dat daarom geen eigenmachtige uitleg mag geschieden.

Later gaat men om praktische redenen toch maar weer een beetje aan de organische inspiratieleer vasthouden (blz. 125 v.).

Zo zijn er meer symptomen, waaruit blijkt, dat men steeds meer met een troebele bron te maken krijgt. B.v. blz. 80, waar de kernwoorden uit artikel 5 van de Ned. Geloofsbelijdenis terzijde gesteld worden.

In het artikel van de Geloofsbelijdenis wordt op een heerlijke wijze gesproken over de betekenis van de Heilige Schrift als het Woord van God. Daarin vindt u o.a. de uitdrukking, dat blinden kunnen zien en tasten, dat alles wat in de Bijbel voorzegd is, ook uitkomt. Maar het klare getuigenis van de reformatoren in dit artikel wordt heel sterk afgezwakt.

Blz. 82 het inwendig getuigenis van de Heilige Geest ini onze harten. Men wil nog wel erkennen, dat er een inwendig getuigenis is, maar daar moet je heel erg voorzichtig mee zijn.

Het accent op de twijfel en de kritiek (blz. 81) wordt gunstig gewaardeerd. Het wordt ook een beetje mode om te twijfelen.

Het fundamentalisme wordt fel bestreden. Blz. 178 e.v. Er worden bladzijden aan gewijd en één van de hoofddoelen van dit geschrift is om het fundamentalisme te signaleren en te weerleggen. Men schrijft over het fundamentalisme o.a. dit: „Een moralistische verstandelijkheid is kenmerkend voor deze stroming, die men in allerlei variaties gemakkelijk herkent in vele christelijke en half-christelijke opwekkingsbewegingen. Wanneer wij in de volgende bladzijden dit woord fundamentalisme gebruiken hebben we de fundamentalistische hantering van de Bijbel op het oog."

Van het biblicisme op bliz. 231 e.v. worden soortgelijke dingen gezegd, al erkent men ook de goede kanten er van.

Een flinke plaats is ingeruimd voor de gemeente-theologie.

Het gaat om de gedeelten in de Bijbel, die in de nieuwe vertaling tussen haakjes staan. Deze teksten ontbreken in de oudste handschriften en men zegt er van, dat dit duidelijk de invloed van de le christelijke gemeente op de Bijbel is. Bultmann zegt zelfs, dat er heel weinig uitspraken van Jezus authentiek zijn en dat allerlei uitspraken van de eerste christelijke gemeente Hem in de mond gelegd zijn. Men noemt dit gemeente-theologie.

Over de neo-modcrnistische theologie wordt gematigd gesproken en tegen het eind op blz. 253 eigenlijk op vrij gunstige wijze. Ook wordt er met een zekere waardering gesproken over het werk van Bultmann.

Als algemeen bezwaar tegen de hele methode van behandeling zou ik willen noemen de alles relativerende tendenz. De indruk wordt gewekt of je de Bijbel op vele verschillende manieren kunt lezen. Dat de ene methode ongetwijfeld beter is. dan de andere, maar het blijft allemaal maar betrekkelijk. Neo-modernistische bijbelkritiek is niet goed, maar het orthodoxe bijbelgebruik is nog slechter.

Zo raakt echter de gelovige alle bijbelse grond onder de voeten kwijt. Hij kan niet meer in navolging van zijn Heer en van de apostelen zeggen: „Er staat geschreven" (Matth. 4) of „zoals de Heilige Geest gesproken heeft" (Matth. 22 en vele andere plaatsen). Wij zouden hier de goede handreiking ontvangen, wanneer wij geholpen werden zó de Schrift te leren lezen en verstaan, zoals de Schrift zichzelf verstaat. Dan zouden ook de andere methoden; als even zo vele dwaalwegen met gezag afgewezen kunnen worden. Nu vind ik hier geen spreken met een gezag, dat teruggaat op de Schrift, maar slechts het gezag van de samenstellers, dat weer afhankelijk is van hun theologische opvattingen. Wanneer dit dan ruog min of meer bekleed wordt met de algemene stemmen van de Synode, dan is dit des te gevaarlijker.

Als ik probeer samen te vatten, dan vind ik dit boek een beeld van de Hervormde Kerk, die een vergaarbak is van allerlei meningen. Versta mij goed: ik wil daar graag bijhoren, maar het wordt een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is.

Wat moeten we doen? Ik geloof, dat het goed is, dat de gemeenteleden gewaarschuwd worden. Dit geschrift is van de Hervormde Kerk. Het gif van de nieuwere theologie dringt helaas net zo goed door in de Geref. Kerk, in de Vrije Evangelische gemeenten, in de R.K. Kerk enz. Daarom is er dringend voorbede nodig voor de kerken en predikanten.

Johannes beschuldigt zich zelf ervan bij het graf (Joh. 20:9), dat de discipelen de Schriften zo slecht verstonden. Dat hij eerst het lege graf moest zien vóórdat hij tot geloof kwam in de Opgestane Heer. Daarom is voor ons predikanten ook de voorbede nodig, opdat wij de Bijbel gaan zien vanuit Jezus Christus. We zullen veel meer vervuld moeten zijn van de Heilige Geeèt en alle fijngevoeligheid en wijsheid moeten opbrengen om de Schriften werkelijk te verstaan en zó door te geven, zoals de Heer wil dat we het doen zuilen. Daarom bespreken we vandaag niet alleen „Klare "Wijn", maar vanmiddag „Alarm om de Bijbel", een totaal ander geschrift waarin het eerste gezichtspunt: de Bijbel verstaan vanuit de Bijbel, helemaal doorklinkt en daarna zullen we samen bestuderen hoe de Heer Jezus Christus de Bijbel las.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1968

In de Rechte Straat | 40 Pagina's

KLARE WIJN ....of sluipend venijn ?

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1968

In de Rechte Straat | 40 Pagina's