DISKUSSIE MET PROF. KUITERT
In het nummer van de Rechte Straat, jaarg. 11, no. 4, blz. 21 e.v. reageert ds Hegger op het boek Uit tweeën een (niet: Van tweeën een, zoals hij abusievelijk schrijft) en wei op een passage die ik daarin schreef n.a.v. de vragen rond Schrift en Traditie. Ds Hegger haalt een regel van mij aan waarin ik schrijf: „Op z'n minst heeft Rome gelijk - het heeft lang geduurd voordat de reformatorische theologen het willen toegeven, - als het vaststelt dat, althans historisch, de kerk er was vóór de bijbd (het Nieuwe Testament dus) en de Traditie er was vóór de Schrift".
Over deze regel, liever gezegd: over de tussenzin daaruit, zegt ds Hegger: Hoc kan prof. Kuitert dat zeggen? Waarom maakt hij zo'n karikatuur van de geref. theologen, want die beweren, in doorsnee althans, niet zulke vreemde dingen?
Over deze uitspraak van ds Heger verheug ik mij natuurlijk in de eerste plaats. Gelukkig dar hij - met allerlei nieuwere (en oudere) geref. theologen - dergelijke stellingen niet meer voor zijn rekening neemt.
Toch is de voorsrelling van zaken wei degelijk door „serieuze protestantse theologen" (zelfs door gereformeerde) beweerd. De r.k. theoloog Bellarminus had nl. als argument tegen de reformatorische theologen gebruikt dat er een tijd was geweest waarin de kerk geen Schrift had, dat de kerk er dus vóór de Schrift was en dat daaruit bewezen werd dat de traditie belangrijker was dan de Schrift.
Om de kracht van dit argument te ontzenuwen probeerden de geref. theologen van de 17e en 18e eeuw het tegendeel te bewijzen. Zij wilden niet, resp. zo weinig mogelijk toegeven dat er een tijd geweest was, waarin de kerk zonder Schrift had geleefd. Laat ik een van de belangrijkste 18e eeuwse geref. theologen ten tonele mogen voeren:
Bern. de Moor, Commentarius Perpetuus in Joh. Marckii. Compendium theologiae christianae. Leiden 1756. DeeL I, blz. 120 e.v.
De Moor haalt eerst Bellarminus aan, die het vraagstuk van Schrift en Traditie aldus benadert, dat de ene openbaring Gods bestaat uit twee delen, t.w. een geschreven deel (de Schrift) en een ongeschreven deel (de Traditie).
Het antwoord van de Moor op deze voorstelling van zaken verloopt aldus:
1. Hij begint met op te merken dat de tweedeling Schrift/Traditie niet een deling in twee soorten openbaring is, maar dat we het onderscheid tussen geschreven en ongeschreven moeten opvatten als iets bijkomstigs. Voorbeeld: een mens kunnen we zonder en met kleren voorstellen. Zo bestaat het woord Gods geschreven en ongeschreven; d.w.z. er zijn geen twee soorten van Woorden Gods, er is maar één Woord, maar dat kunnen we ons „aangekleed" of „bloot" voorstellen.
Blijkbaar is De Moor door deze redenering niet geheel gerustgesteld. Zij is ook alleen te voltrekken als men de scholastieke onderscheidingen kent en hanteren wil. Daarom volgt een nog veel uitgebreider betoog waarin de Moor nog eens van een heel andere kant verzet tegen Bellarminus aantekent.
2. Hij begint met te zeggen dat de kerk, wat Bellarminus verder ook beweren wil, in ieder geval vanaf Mozes het geschreven woord heeft gehad. Er blijft dan maar een heel klein poosje over dat de kerk zonder Schrift heeft geleefd, nl. vanaf Adam tot Mozes.
Maar was de Kerk toen wel echt zonder Schrift? Dat is de vraag die De Moor vervolgens stelt.
Hij antwoordt erop dat Adam reeds moet hebben kunnen schrijven, ja in zekere zin voor de uitvinder van het schrift mag gelden.
Daaruit concludeert hij vervolgens dat er niet alleen boeken vóór Mozes bestaan hebben, maar ook heilige boeken. Maar dat zullen dan privé-boeken geweest zijn voor persoonlijke stichting. Anders had God ze zeker niet door de tand des tijds laten vernietigen. Uit deze geschriften zal Mozes wel die dingen in Genesis hebben ondergebracht welke voor ons onderricht omtrent de wording van mens en wereld nuttig zijn. Aldus De Moor vrijwel letterlijk.
3. Vervolgens bespreekt De Moor dan nog allerlei argumenten welke tegen een voor-mozaisch geschreven Woord Gods ingebracht kunnen worden, en concludeert dat deze tegenargumenten niet draagkrachtig zijn.
Als we nu bedenken dat De Moor zich voor zijn mening enerzijds beroept op Spanheim, Trigland, Salden en Joh. à Marck die hij becommentarieert, en vervolgens de dogmaticus is geweest van de geref. orthodoxie (in de lijn van Synopsis - Marck - de Moor - Bavinck) dan is het duidelijk dat we hier met een gangbare voorstelling in aanraking komen onder gereformeerde theologen.
Het heeft dus inderdaad lang geduurd voordat de geref. theologen onbevangen durfden spreken over Schrift en traditie (pas bij Bavinck!), meer nog: voordat ze zonder angst voor Rome durfden zeggen dat de traditie (mondeling) er eerder was dam de Schrift.
Ons kommentaar
Het is goed dat prof. Kuitert er de aandacht op vestigt, dat een al te polemische instelling soms tot uitersten kan voeren, die de rand van het ridikule naderen of overschrijden.
Maar daarover girug de kwestie niet. Ik had mij gekeerd tegen de bewering van Kuitert dat „de" reformarorische theologen tot voor. kort niet wilden toegeven dat de kerk er was vóór de totstandkoming van het Nieuwe Testament. Want dat zou betekenen, dat de Kerk pas onotstond toen de eerste Evangelie- of briefschrijver onder Gods inspiratie zijn geschrift had voltooid en dat er dus na pinksteren gedurende enkele jaren nog geen Kerk zou zijn geweest. Zulk een opvatting lijkt mij al te dwaas dan dat ze ooit door een serieuze theoloog zou zijn geponeerd.
Vervolgens leek mij dar ook historisch zeer, zeer onwaarschijnlijk. Immers art. 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis luidt aldus: „Dez.e kerk is geweest van den beginne der wereld af, en zal zijn tot den einde toe". Een formarorisch theoloog in Nederland die zou beweren, dat de Kerk pas ontsrond na de vervaardiging van de geschriften van het Nieuwe Testament, zou dan in konflikt zijn met een van de 3 „FormulierEn van Enigheid", die door de kerken van Nederland juist in die tijd zo streng werden beschermd. Kuitert tracht in deze uiteenzetting aan te tonen, dat sommige reformatorische theologen meenden dat de Schrifter al was vanaf het paradijs, zodat de kerk nooit zonder Schrift is geweest.
Maar nog eens: bet ging niet over bet Oude, maar over het Niwwe Testament.
Is het dan zo moeilijk voor een professor om te erkennen dar hij zich vergist heeft? Hij hoeft toch niet onfeilbaar te zijn en kan zich evengoed verspreken of verschrijven als wij, gewone stervelingen.
CONFERENTIE EX-ROOMS-KATHOLIEKEN
Velen vroegen ons hethaaldelijk: Wanneer is er weer zo'n conferentie. Ziehier het antwoord: 7 en 8 september in: de Ernst Sillem Hoeve. Prijs vanaf zaterdag ongevee.r 3 uur tot zondag 10 uur n.m. f 16.50, tot maandagmorgen f 18.—. Leiding ds. H. J. Hegger en ds. G. M.A. Hendri ksen (ex-priester). Aanmeldingen bij het oude adres: Mevr. F. Th. Been-Hunkemöller, Kon. Wilhelminaweg 311, Groenekan, (U.). Tel. 03401 - 1474.
LUTHER'S 95 STELLINGEN TEGEN DE AFLAAT, drs K. Exalto, 52 biz. f 2,50. Zoals tot nog toe alle uitgaven van de Willem de Zwijgerstichting (postbus 166, Den Haag) uitstekend.
OECUMENISCHE ZWARTE PIET
„De valse oecumene is Hier in Aruba zeer sterk aan het doordringen. Een enkel voorbeeld: De Protestanten Vrouwenbond was gewoon om elk jaar wat af te zonderen voor de Wartburg, maar nu hebben ze ineens zo veel armen te verzorgen, samen met de rooms-katholieken, dat er niets meer af kan voor de vele ex-priesters in de wereld. Die moeten dan maar verhongeren. En als je er wat van zegt, ben je de Zwarte Piet."
Aruba
C. A. Vis
LIEFDELOOSHEID
„Er wordt geklaagd over liefdeloosheid (een bekende klacht van hen die het duidelijk uitspreken van een andere mening als agressief ervaren)."
Aldus De Nieuwe Linie.
Ons beschuldigt men vaak vaak liefdeloosheid omdat wij, dikwijls regen de algemene stroom in, voor onze mening uitkomen. Ook wij worden dan gebrandmerkt als „agressief".
RECTIFICATIE
De uirdrukking „stamboekje" in de brief op pag. 5 van I.R.S. mei, moet luiden „stom boekje".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1968
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
