De geestelijke doorbraak in 1517
Het Evangelie is een prediking van de radikale verlorenheid van de mens, die louter door genade kan gered worden.
„Dit evangelie is niet naar de mens" (Gal. 1:11). De mens wil er van nature niet aan. Het vernedert de mens, omdat het zijn totale verderf onthult en hem oproept om vanuit zijn totale hulpeloosheid de handen bedelend uit te strekken naar gratie.
Zelfhandhaving- van de mens
We zien dan ook, hoe in de loop der eeuwen de christenen telkens weer pogingen hebben gedaan om nog wat van de mens te redden. Langs geraffineerde wegen heeft men de mens „naast" God gesteld. Dat ging zelfs zo ver, dat men leerde dat deze verloren mens in oneigenlijke zin zijn eigen verlossing zou kunnen verdienen en nadat hij eenmaal verlost is, zelfs „waarlijk" de hemel zou kunnen verdienen. Aldus het concilie van Trente.
Gouddekking' van bankbiljetten
Steeds meer stelde de r.k. kerk zich tegenover God op als een zelfstandige macht, die ook meende te kunnen beschikken over „zondestraffen die de mens na zijn dood nog moet uitboeten in het vagevuur". Men begon zelfs te spreken over een „thesaurus Ecclesiae", d.i. een „schatkist van de Kerk", die volgens Leo X en Pius VI bestaat uit de verzameling van de verdiensten van Christus en de heiligen, waarmee de paus de aflaten kan dekken, die hij uitschrijft voor de kwijtschelding van de zondestraffen in het vagevuur. Men kan dat het beste vergelijken met de gouddekking van bankbiljetten.
Klinkende munt
Het is te verstaan, dat de kerk, wanneer zij deze houding van een koopman tegenover God gaat aannemen, ook haar kerkleden „als koopwaar gaat behandelen" (2 Petr. 2:3). De aflaathandel wordt een verschrikkelijke geldklopperij, waarbij het heilige Bloed van Christus, dat gestort is om onze zondestraffen om niet uit te delgen, omgezet wordt in klinkende munt voor de r.k. kerk.
Verbrokenheid des harten
Zo is ook de Sint Pieter te Rome gebouwd met de winst van de aflaathandel. En nog nooit heeft een paus daarover schuld beleden. Nog nooit heeft de r.k. kerk erkend, dat dit geld ten onrechte van de toenmalige r. katholieken is gevraagd.
Hebben de protestantse waarnemers op het concilie daar nooit aan gedacht, als zij die majestueuze Sint Pieter binnentrokken, om de zittingen mee te maken?
Ananias en Sapphira
Hoe kan de zegen van God op de r.k. kerk rusten, zolang zij deze zonde op geen enkele wijze erkent? De Heilige Geest is rein. Hij begint de heiliging van de christenen steeds met een geest van verbrokenheid des harten en van zondebelijdenis. We zien dat zo duidelijk in het geval van Ananias en Sapphira. Daarom kan ik pas dan geloven in een waarachtige doorbraak van Gods Geest in de r.k. kerk, wanneer deze kerk vanuit een diepe verootmoediging haar schuld zou belijden aan de verkwanseling van het Bloed van Gods Zoon door de aflaathandel.
De Geest Gods grijpt in
God blijft echter de Soevereine, want „Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil" (Rom. 9:18).
De Here heeft de r.k. kerk in haar verharding gelaten en Hij heeft Zich ontfermd over een man als Luther, die in de eenzaamheid van zijn kloostercel worstelde met de vraag: Hoe vind ik een genadige God. De Here toonde hem de heerlijkheid van het Bloed van Christus, dat ons om niet reinwast van alle schuld enkel langs de weg van de gelovige aanvaarding van deze gunst van God. De Here gebruikte de zondige mens, Maarten Luther, als Zijn machtig instrument en Hij bracht een reformatie tot stand. Een tempelreiniging had plaats.
Bezinning van de reformatie
De christenen uit de tijd van de reformatie waagden hun leven vanwege hun getuigenis van het zuivere Evangelie tegenover de afdwaling van Rome. Duizenden zijn omwille van hun reformatorische, hun bijbelse, geloof ter dood gebracht.
Wat hebben wij in 1967 nog over voor de verkondiging van dit zuivere Evangelie? Velen willen met de r.k. kerk op allerlei gebied samenwerken, zelfs samen het „Evangelie" verkondigen, terwijl deze kerk als kerk nog steeds voortgaat met haar verharding en deze diep-ingrijpende dwalingen niet wil uitzuiveren.
„Als kerk"
Met nadruk schrijf ik: „als kerk", want ook wij weten heel goed, — en we verblijden er ons zeer over —, dat de Geest Gods klaarblijkelijk werkt in de harten van vele r. katholieken, die zich thans buigen over de Schrift.
Laten wij bidden om een nieuwe doorbraak van de Heilige Geest. Maar dit gebed heeft geen waarde, wanneer wij zelf niet bereid zijn om ons door de H. Geest te laten gebruiken, wanneer wij niet bereid zijn tot het brengen van offers, desnoods tot het uiterste toe.
Daarom moeten wij bidden: „Here maak ons bereid", maar in deze bede ligt tegelijk de vermaning vervat: „Wees bereid".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
