Zal de instelling het profetisme doden ?
Onder deze titel citeerde „Het Volk" (België) een groot gedeelte uit een artikel van kan. Houtart in het augustusnummer van „Informations Catholiques lnternationales".
Prof. Houtart haalt schema 13 aan van het concilie, waarin gezegd werd: „Om overal de rechtvaardigheid te bevorderen en terzelfder tijd overal de liefde van Christus voor de armen op te wekken, acht het Concilie het zeer wenselijk dat een orgaan van de universele kerk zou tot stand komen met het doel de heropbeuring van de arme gewesten en de sociale rechtvaardigheid onder de volken te stimuleren".
Hij spreekt er dan zijn diepe ontgoocheling over uit, dat zulk een secretariaat voor de internationale rechtvaardigheid nog steeds niet tot stand is gekomen. Prof. Houtart zegt dan letterlijk:
Wat doet het Vatikaan met zijn geld?
„Het eerste argument dat men in de officieuze (Vaticaanse) kringen aanhaalt is „de kostprijs van de oprichting van een dergelijk secretariaat". Ja, dat zal zeker iets kosten. Waar het geld halen? Er is er geen, dus laten wij niets oprichten. Typische reactie van de instelling. Maar, is dat wel juist? Het geheim dat de Vaticaanse financiën omhult laat alle veronderstellingen toe. Ernstige tijdschriften als „The Economist" citeren fabelachtige cijfers die waarschijnlijk overdreven zijn; maar wie zal ons de waarheid zeggen? Een uitzending van de B.B.C. eindigde met de vraag: „Wat doet het Vaticaan met zijn geld?" Het antwoord luidde: nog meer geld maken.
Dat zijn misschien allemaal blote beweringen, die echter slechts dan gelogenstraft kunnen worden wanneer het Vatikaan, zoals de Wereldraad van kerken, zal beginnen met zijn jaarlijkse begrotingen en rekeningen te publiceren.
Maar, afgezien van de financiële mogelijkheden zelf, zijn er uitgaven die toch tot nadenken stemmen. Laten wij er twee aanhalen: de diplomatieke diensten en de musea."
Houtart illustreert dat met voorbeelden:
„De kostprijs van de bouw van de toekomstige apostolische delegatie in Kameroen, naast de residentie van de president, op een heuvel die de stad Jaoende beheerst, zou al volstaan om een secretariaat voor de internationale rechtvaardigheid en ontwikkeling gedurende minstens twee jaar te laten werken. De nieuwe nuntiatuur van Bogota zou de onkosten van het secretariaat wel drie of vier jaar dekken. Zijn het heiligschennende handen die twee jaar geleden met letters in teer op de nieuwe villa van de nuntius te Montevideo schreven „Bienaventurados los pobres" (zalig de armen)?
De kunstschatten van het Vatikaan
„De Kerk van Christus is in de XXe eeuw ook musea-conservator. Naar het schijnt moet dat getuigen van haar bezorgdheid om de cultuur en dus om de mensheid. In werkelijkheid getuigt zulks vooral voor haar wereldlijke macht en voor haar afwezigheid van de huidige menselijke problemen. Is het niet mogelijk de in deze kunstschatten opgestapelde cultuur toe te vertrouwen aan een internationaal organisme als Unesco of aan de Italiaanse Staat? Misschien zou de begroting, die nu besteed wordt aan het onderhoud van de musea kunnen bijdragen om enige steun te verlenen aan de twee derde van de mensheid die van honger sterft...... Indien men werkelijk geld nodig heeft, waarom dan niet enkele van deze kunstschatten verkocht aan landen die er minder bezitten dan Europa? Dat zou de culturele spreiding over de wereld bevorderen. Voor degenen die zich aan een dergelijke suggestie ergeren, willen wij er aan herinneren, dat één van de Kerkvaders de heilige vaten verkocht om de armen te helpen.
Bij het heengaan van H.A. de Bruyn
Groot was onze verslagenheid, toen wij vernamen, dat de heer De Bruyn plotseling uit ons midden was weggenomen.
De heer De Bruyn was secretaris van het hoofdbestuur van de vereniging „Protestants Nederland". Hij woonde als afgevaardigde van deze vereniging steeds de vergaderingen van onze stichting bij. Hij ontbrak zelden.
Wij hebben hem zodoende leren kennen en waarderen als een trouwe bijbelse gelovige, die geregeld ook zijn bijbelse visie gaf over allerlei problemen die wij bespraken.
Moge de Here kracht schenken aan zijn vrouw en kinderen in de eenzaamheid die nu over hen gevallen is.
Wij hebben echter de troost: „Zalig zijn de doden die in de Here sterven".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1966
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1966
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
