In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

,DE VOLKSKRANT' over „In De Rechte Straat"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

,DE VOLKSKRANT' over „In De Rechte Straat"

4 minuten leestijd

In De Volkskrant van 20 november verscheen een artikel over ons werk aan de hand van mevr. Tessel Pollman-Schlichting.

Er stonden woorden van waardering in over onze ex-priesterarbeid. Van de andere kant komt het artikel meerdere malen met zichzelf in strijd. Zo erkent mevr. P. in het begin, „welk een onrecht de ex-priester wordt aangedaan door een insinuerende lastercampagne......" Daartegenover drijft ze de spot met mijn bewering, dat „de r.k. priesters tijdens de oecumenische gesprekken ons, ex-priesters, voorstellen als mensen die niets of weinig afweten van de r.k. theologie en die bezield zijn door rancuneuze gevoelens". En aan het slot van haar artikel spreekt mevr. P. over „de overigens door Hegger slecht gekende katholieke theologie".

Deze bewering, dat ik de r.k. theologie slecht ken, klinkt wel bijzonder vreemd in de mond van een r.k. dame, die niet zoals ik vier jaar theologie heeft gestudeerd, alsmede 2 jaar filosofie en geschiedenis van de filosofie. Bovendien heb ik filosofie en geschiedenis van de filosofie gedoceerd aan een r.k. grootseminarie in Brazilië.

Er stonden dan ook verschillende onjuistheden in dat artikel en ik heb aan De Volkskrant om een rechtzetting gevraagd. Mevr. P. antwoordde op mijn rechtzetting met een persoonlijke brief, die weer aanmerkelijk langer was dan mijn rechtzetting. Ik zou echter graag gehad hebben, dat De Volkskrant mijn rechtzetting en de brief van mevr. P. zou hebben gepubliceerd, want dan zouden de lezers van De Volkskrant een heel ander beeld van ons blad hebben gekregen dan door het gepubliceerde artikel. De redaktie van De Volkskrant was echter van oordeel, dat mijn rechtzetting en het antwoord van mevr. P. te veel ruimte in zou nemen. Ik kan daar begrip voor hebben, maar vind het toch niet helemaal juist.

Wat mij echter sterk tegenviel, was het volgende: In I.R.S. van maart 1966 had ik een artikel geschreven over „Vrijzinnig rooms-katholicisme". Ik had daarin duidelijk stelling genomen tegen r.k. theologen, zoals Weterman, Hulsebosch en Renckens, die fundamentele waarheden van het algemene christelijke geloof hadden aangetast, en de erfzonde, de maagdelijke geboorte en de lichamelijke opstanding van Christus in twijfel hadden getrokken of zelfs uitdrukkelijk hadden geloochend. Ik had dit getheologiseer „een uithollen van het Woord Gods" genoemd. Mevr. P. kwam daar in haar artikel tegenop en noemde het geschrijf van deze „theologische bezinning".

En in haar persoonlijke brief bevestigde zij dit nog eens en voegde er zelfs aan toe, dat de visie van Hulsebosch in de r.k. kerk geen teken meer is van progressie, maar gemeengoed.

Ik hoop echter zeer, dat zij zich daarin vergist en dat de meerderheid van de r.k. theologen het bestaan van de Adam van de Bijbel en van de erfzonde nog niet verwerpt.

DORST NAAR DE BIJBEL IN SPANJE

Wij lazen in ABC, een te Madrid verschijnend dagblad, van 8 apr. 1966;

„Wij moeten opnieuw het heilige land van de Bijbel betreden. Wij moeten terugkeren naar de eenvoud van het Evangelie. Thans heeft men onder de katholieken de grote taak hervat van de studie van de Bijbel door het volk, iets wat eeuwenlang verwaarloosd werd. Het kost moeite om dit laatste te erkennen, maar een eerlijk gewetensonderzoek dwingt ons tot die harde konklusie.

De resultaten van het prachtige werk „Fé Catolica" wekken het sterke vermoeden, dat het levende water van de Bijbel valt op dorstige aarde. Die aarde laat zich graag doorweken van dit water, omdat de tarwe van het geloof, dat erop groeide, op het punt stond om uit te drogen. De Spaanse uitgaven van het Boek der boeken nemen steeds meer toe en de Spaanse bijbels worden verkocht met de gretigheid waarmee men naar romans grijpt.

Het wantrouwen dat de katholieken tot voor kort hadden tegenover de Bijbel, kwam eigenlijk niet voort uit het gelovige volk zelf, maar uit bepaalde hogere politieke kringen, die bang waren voor de onrust die het lezen van de Bijbel zou kunnen teweegbrengen".

Misschien vraagt iemand: Maar hoe kan het dan, dat er toch telkens nog protestantse Bijbelvertalingen in beslag worden genomen? Dat komt, omdat het lezen van een protestantse Bijbelvertaling nog steeds volgens het r.k. kerkelijke wetboek verboden is, en de Spaanse staat heeft in het concordaat met het Vatikaan moeten beloven om de r.k. kerkelijke wetten te handhaven.

DE BIJBEL HET MEEST VERKOCHTE BOEK IN SPANJE

Het Spaanse Instituto Nacional del Libro heeft bekend gemaakt, dat in 1965 de Bijbel het meest verkochte boek was in Spanje. Op de tweede plaats kwam „De nieuwe pastoors" van M. de Saint-Pierre, daarna: „De ambassadeur" van Morris West.

Aldus: Restauración van sept. 1966

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1966

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

,DE VOLKSKRANT' over „In De Rechte Straat"

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1966

In de Rechte Straat | 32 Pagina's