In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Het celibaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het celibaat

10 minuten leestijd

Naar aanleiding van „het Eindhovense geval", waar mgr. Bekkers in de zondagse missen bekend maakte, dat de pastoor en een van de twee kapelaans zouden gaan trouwen, is er enorm veel geschreven over het celibaat.

Zelf kreeg ik een interview van Het Parool. Ik had gehoopt, dat deze journalist mijn bezwaren tegen het celibaat, — psychologisch en juridisch —, in zijn verslag zou laten uitkomen. Ik ben daarin teleurgesteld. Er stonden zelfs pertinente onjuistheden in dat verslag.

De vrouwelijke slachtoffers

Er is steeds geschreven over de „arme priester", die slachtoffer is van de onverbiddelijke, en vaak onmenselijk-harde, celibaatswet. En dat is ook een belangrijke kant van de zaak.

Maar we moeten ook denken aan de andere slachtoffers van het celibaat, n.1. het meisje, waarmee de priester een vriendschapsrelatie is aangegaan, die uitgegroeid is tot een diepe liefde, die menigmaal ook lichamelijk voltrokken werd.

Wanneer dit een waarachtige liefde is geweest, dan zal zulk een meisje waarschijnlijk nooit meer van zulk een priester los komen en niet meer met een ander kunnen trouwen.

Wat een tragiek zit daar niet achter. Mij zijn gevallen bekend, waarin meisjes jaren op een priester bleven wachten. En de betrokken priester wilde dikwijls ook, maar op het laatste ogenblik ontbrak hem de moed. Meisjes die zelfs bereid waren oceanen over te steken om eindelijk voor goed ÉÉn te kunnen worden met hem aan wie zij haar hele hart en soms bovendien haar gehele vrouwelijkheid hadden weggeschonken.

Ik heb hier voor mij liggen uittreksels uit een dagboek, dat een meisje mij zond. Een paar stukjes daaruit:

20 oktober 1964

Mijn leven is gebroken, mijn geluk voor goed verwoest. Mijn vreugde is voorbij, al mijn verwachtingen zijn begraven.

Ik heb alle energie, alle moed die er nog in mij is, nodig om van de ene dag in de andere verder te kunnen leven.

Ik heb met een priester vier jaar lang als waren wij gehuwd geleefd, — en nu heeft de r.k. kerk ons voor de derde keer uit elkaar gehaald. Mijn leven, dat ik aan de zijde van mijn priestervriend tot de dood toe zou moeten delen, — ik had mij immers geheel aan hem gegeven —, ligt nu weer in mijn eigen hand en ik sta aan een kruispunt van wegen en ik weet niet welke weg ik moet inslaan.

Geen verdovende middelen, geen alkohol kan mij dit leed doen vergeten. Er is niemand die mij helpen kan. Voor mij staat de machtige burcht van de r.k. kerk met haar harde wetten, die als een stoomwals alles op haar weg verbrijzelt. De enige die mij zou kunnen helpen, is mijn priestervriend zelf. Maar de kerk heeft hem aan een bcrsensspoeling onderworpen, want ik kan geen andere naam geven aan de behandeling die hij heeft ondergaan. Zijn zenuwgestel is bezweken onder de bedreigingen met de hel, onder de smekingen van zijn moeder, die men daarbij heeft ingeschakeld. En toen hij eenmaal een gebroken en gewonde man was, heeft men hem onder druk gezet. Men heeft hem praktisch een toestemming afgeperst, dat hij zou vertrekken naar een ander kontinent om zich te begraven in de oerwouden van Afrika, opdat hij daar zijn liefde, opdat hij daar mij zou vergeten.

5 november 1961

Het is nu laat in de avond. Ik kan de slaap niet vatten, want de storm in mijn ziel is te hevig.

Mijn vriend is nog eenmaal bij mij geweest. Hij heeft het strenge verbod van zijn overste getrotseerd. Hij heeft zijn hart laten spreken. Misschien was het verstandiger geweest als hij niet meer gekomen was. Want toen ik hem in de avonddonkerte zag verdwijnen, — hij moest beslist om 9 uur weer in het klooster zijn, n orgen vertrekt hij met het vliegtuig —, was het of een stuk uit mijn ziel losscheurde en met hem meeging, een breuk die nooit meer helen zal."

Liefde en dood

Achter deze regels voelt men de diepe, gewonde liefde van een jonge vrouw, die desnoods wil vechten voor haar beminde. Zij schreef mij, dat zij hem wil gaan opzoeken, waar ter wereld hij zich ook bevinden mag. „De liefde is sterk als de dood", zegt het Hooglied. Dat heb ik in zulke gevallen bemerkt.

De barmhartige durf van Mgr. Bekkers

Ik wil er wel aan toevoegen, dat dit geval zich niet in Nederland heeft voorgedaan. We hebben in Nederland in elk geval het prachtige voorbeeld van mgr Bekkers, die begrip heeft gevraagd voor zijn twee priesters, die de vrouw waaraan zij hun hart hadden gegeven en wier liefde zij hadden aanvaard, niet had willen terugstoten in de eenzaamheid, met het verborgen leed van een verbroken liefde, waarover ze met niemand zouden kunnen spreken, maar waarover integendeel allen verachtelijk de neus zouden optrekken als over iets heel vies, iets verachtelijks: de deerne van een priester te zijn geweest.

Zij wilde geen priesterdeerne zijn

Nog een geval wil ik vermelden.

Het betreft een weduwe. Ze had twee kinderen. Er was tussen haar en een priester een diepe verhouding gegroeid. Hij beloofde met haar te trouwen, maar altijd weer aarzelde hij.

Zij belde mij meerdere malen 's avonds op, wanneer hij bij haar geweest was. Dan klonk de radeloosheid in haar stem: „Waarom nu onze liefde niet vastleggen in een normaal burgerlijk huwelijk? Waarom dit klandestiene?". Ik proefde er de walging uit voor zichzelf, omdat zij zich telkens geheel aan hem gaf, terwijl zij toch niet getrouwd waren.

Ik zond deze priester een brochure die ik geschreven had over het celibaat en ook een van mijn boeken, en nodigde hem uit voor een gesprek. Hij deelde haar echter mee, dat hij daar niet op in wilde gaan.

Zij vroeg of ik dan toch eens bij haar zou kunnen komen om over het geval te spreken. Ik antwoordde, dat dit geen zin had, als hij elk kontakt met mij weigerde. Het ging immers niet om haar, maar om hem.

Zij bleef echter aandringen. En op zekere dag moest ik een vergadering van de classis meemaken te D. en 's avonds een spreekbeurt vervullen te H. Ik moest dan de stad R. waar zij woonde passeren. Ik stelde haar voor, dat ik twee treinen zou overblijven, als er tijd voor zou zijn. Zij was daarmee akkoord en verheugde er zich op.

Maar de vergadering van de classis duurde veel langer dan ik verwacht had. Het was al kwart voor drie en nog zat ik te D. Ik belde haar op om te zeggen, dat ik niet kon komen, maar kreeg haar vader aan de telefoon. Die deelde mij mee, dat zijn dochter zelfmoord had gepleegd.

Ik stond verslagen. Ik begreep er niets meer van. Wanneer die vergadering eerder was afgelopen, dan zou ik haar dus dood hebben aangetroffen. Vreemd. Toen ik in H. was, belde ik onmiddellijk de politie te R. op. Zij wisten er nog niets van. Ze zouden de zaak onderzoeken.

De volgende morgen werd ik door de politie opgebeld. Het was inderdaad zelfmoord geweest. Ze had een brief achtergelaten.

De politie meende, dat de eigenlijke oorzaak van haar wanhoopsdaad het feit geweest was, dat de hogere overste de betrokken priester had verplaatst om aldus voor goed een einde aan de verhouding te maken. Dat had zij psychisch niet meer kunnen verwerken na al de spanningen van het voorbije leven in een liefdesverhouding tussen man en vrouw, die toch niet in een eerbaar huwelijk gewettigd was.

De r.k. wet is hardvochtig

Ik wil ook nog wijzen op de r.k. kerkelijke wet, die blijft eisen, dat een priester zijn vrouw en kinderen verlaat, ook al is hij jaren gehuwd. Dat is geheel konsekwent, want een huwelijk van een priester is geen huwelijk, volgens de r.k. leer, maar slechts een zondtge samenleving. Het in de steek laten van vrouw en kinderen is dus een goede daad, want het is breken met een zondig leven.

Zo is de r.k. wet. ook al verblijden wij er ons over, dat een bisschop als mgr. Bekkers deze wet zeker niet zo zal toepassen. Maar hij is een uitzondering. En nog eens: de r.k. wet is hard en onverbiddelijk, hard voor de priester, maar vooral hard voor het meisje, de vrouw en de eventuele kinderen van de priester.

„Wie uwer zonder zonde is......"

Vanzelfsprekend moeten wij als christenen dit vooruitgrijpen op een huwelijk afkeuren, vooral ook omdat hier van een duidelijke beslissing tot een huwelijk nog geen sprake was, althans wat de priester betrof. Maar dat wil ook niet zeggen, dat wij deze priesters als mens zouden willen veroordelen. En als iemand dat wèl wil doen, dan zou ik hem willen wijzen op de woorden van Christus: „Wie uwer zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar". Ik veroordeel slechts de harde wet van het celibaat.

„Ik wist het niet"

De paus heeft in zijn algemene audiëntie van 9 febr. de wereld opgeroepen om te helpen in de zeer ernstige hongersnood van India en Pakistan. Wij kunnen ten volle instemmen met die oproep.

De paus zei: „Niemand kan heden meer zeggen: Ik wist het niet... Wij steken bedelend voor de hongerenden de handen uit naar u".

U weet het wel

Wij zouden echter Paulus VI ook willen wijzen op de tienduizenden priesters, die hongerend naar liefde hun handen smekend uitstrekken naar de paus, bedelend om ontslag van hun gelofte, die ze in jeugdig idealisme hebben afgelegd, maar waaronder ze nu dreigen te bezwijken. Met name zou ik ook willen wijzen op de tienduizenden meisjes en vrouwen op de wereld, waarvan er sommigen de dood verkiezen boven een leven van vernedering als priesterdeerne, of die tot wanhoop gedreven worden door hun telkens weer verbroken liefde.

Paulus VI kent dit leed. Hij kan niet zeggen: „Ik wist het niet". Hij kan dit leed ook doen ophouden. Hij hoeft maar een akte te ondertekenen, en op hetzelfde moment is er een einde gekomen aan het verdriet van tienduizenden.

ZO WAS HET NOG IN 1957

Hoe snel het klimaat binnen de r.k. kerk, ook in Nederland, zich wijzigt, bleek uit onderstaand stuk in Panorama.

„Ik ben sinds zeven jaar gehuwd, met een ex-priester. Mijn man was pater dominicaan en professor in de wijsbegeerte aan bet dominicanerklooster in Zwolle. In april 1957 zijn we getrouwd. Als u eens wist wat 'n kritiek, wat 'n ellende en roddel dat heeft gegeven! Mijn man werd door zijn superieuren, familie en vrienden uitgescholden voor alles wat smerig was. Men heeft hem zelfs onder een voorwendsel naar een psychiatrische inrichting gebracht. Mij schold men uit voor alles wat gemeen was en nu krijg ik nog anonieme brieven met de laagste beledigingen. Niemand toont begrip en door niemand werden we geholpen, althans niet van katholieke zijde. Ons eerste zoontje stierf na twee maanden. We kregen te horen dat dit een straf van God was en men wenste ons toe, dat er geen kinderen meer zouden komen. Gelukkig kregen we een jaar later een gezonde zoon terug. Mijn man is thans leraar aan een lyceum en we maken het nu prima. Maar er zijn nog heel wat mensen, die ons ons geluk niet gunnen, omdat volgens hen een priester zijn gelofte niet mag breken. Geen greintje begrip dus, alleen verwijten. Ik ben blij met uw artikel over het celibaat! Mevr. T.v.B.-K. te V.

Naam en adres door de redactie afgekort... Panorama 13-19 dec. '64.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1966

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Het celibaat

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1966

In de Rechte Straat | 32 Pagina's