Twee uitersten
Mgr. Bekkers in Eindhoven
Op zondag, 6 febr. 1966, heeft mgr. Bekkers in Eindhoven in de kerk van O.L. Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans tijdens alle missen persoonlijk medegedeeld, dat hun pastoor W. Verweij, en hun kapelaan, P. Pulles, hun priesterambt hebben neergelegd, omdat de kerkelijke celibaatswet te zwaar voor hen was geworden. Mgr Bekkers zei o.a.:
„Ik vraag u dat dit heengaan niet aanleiding wordt tot verwijten of oordelen, zeker niet tot veroordelen. Ik wil u vragen mild te zijn in uw oordeel. Niemand weet beter dan ik, wat er aan strijd en tragiek achter deze twee beslissingen steekt, en dat ik juist daarom reden heb tot grote barmhartigheid die ik ook van u vraag".
Het was bijzonder verblijdend, dat dit optreden van mgr Bekkers unaniem instemming heeft gevonden bij de r.k. pers van Nederland. De Tijd, een blad dat steeds als konservatief is beschouwd, schreef in een hoofdartikel:
„Met een gevoel van bevrijding nemen wij kennis van de open en direkte manier waarop mgr. Bekkers de gelovigen van een Eindhovense parochie op de hoogte heeft gebracht van het vertrek van de pastoor en een kapelaan".
Kard. Frings in Keulen
Nog geen 200 kilometer van Eindhoven ligt Keulen. Wanneer je met de Loreleyexpres van 9.15 uur uit onze lichtstad vertrekt, dan ben je al om 11.20 uur i.n de stad van de dom, waar kardinaal Frings de kerkelijke scepter zwaait.
De Loreley, die volgens de legende van Cl. Brentano vooral schippers door haar gezang betovert en ten verderve voert, laat echter ook in Duitsland de priesters niet onberoerd.
Zulke priesters verdwijnen dan meestal met hun „Gretchen" in de duisternis van de anonimiteit. Ze trachten zich door hun incognito te beschermen tegen de r.k. publieke opinie, die hen brandmerkt als afvalligen en ontuchtigen.
„Gelovigen, ik ga trouwen"
Een uitzondering hierop vormde echter kapelaan Ingo Mainka in Porz-Ensen van het bisdom Keulen. We lazen daarover in „Kölnische Rundschau" van 8 april 1964:
„Ik ga weldra trouwen —, zo deelde op palmzondag na de mis van 11 uur de 35-jarige kapelaan Ingo Mainka vanaf de kansel mede. — En daarom kan ik mijn priesterfunktie niet verder uitoefenen — De kerkbezoekers van de St. Laurentiusparochic geraakten totaal in de war door deze afkondiging, die ze allerminst verwacht hadden.
Aldus nam de geestelijke afscheid van de gelovigen die deze laaste mis van de zondag bijwoonden. En reeds de volgende morgen verhuisde bij met zijn bezittingen en verliet de parochie.
De Rundschau deed navraag bij de kerkelijke overheden en vernam daar, dat kapelaan Mainka bekend stond als een zeer plichtsbewust en vroom priester, zodat zijn besluit ook voor zijn overheden een volkomen verrassing is geweest".
Boetediensten voor deze misdaad
In de K. Rundschau van 14 april lazen we, dat de kerkelijke overheden het er niet bij lieten zitten:
„Kardinaal Frings heeft in de brief aan de pastoor van de Sint Laurentiusparochie van Porz-Ensen het optreden van kapelaan Mainka „een zeer zware ergernis" genoemd. De boetedienst die naar aanleiding van deze schanddaad van de kapelaan op zaterdagmiddag in de parochiekerk werd gehouden, werd ook bijgewoond door kardinaal Frings. In de missen van de daarop volgende zondag keerde ook de pastoor, N. Vogt, zich fel tegen zijn vroegere kapelaan en noemde zijn daad „schandalig en onbeschaamd". De parochie wil aan de oproep tot boete, om de verzoening voor deze misdaad van God af te smeken, die kard. Frings had doen uitgaan, gehoor geven en de avondmis donderdags voor de eerste vrijdag van de maand, die gewijd is aan het eerherstel voor het H. Hart van Jezus, in deze geest bijwonen".
Wie handelde juist?
Alle niet-katholieken en ook zogoed als alle r. katholieken van Nederland zullen zonder enige aarzeling als hun overtuiging uitspreken: Mgr. Bekkers heeft juist gehandeld. Hij was barmhartig, gelijk ook Christus barmhartig is. — Maar kard. Frings heeft gezondigd tegen de menselijkheid. Zijn optreden geheel in strijd met de geest van het Evangelie.
Evangelie en r.k. kerkrecht
Als wij de handelwijze van de bisschop van Den Bosch en van de kardinaal van Keulen leggen naast het Evangelie, dan valt ons oordeel zonder meer ten gunste uit van mgr. Bekkers en ten nadele van kard. Frings.
Maar als we hun beider optreden vergelijken met het r.k. kerkelijke recht, dan moeten we zeggen, dat kard. Frings gelijk had en mgr. Bekkers ongelijk.
Straffen voor een priesterhuwelijk
„Geestelijken met hogere wijdingen, die het wagen een huwelijk aan te gaan, al is het ook slechts een burgerlijk huwelijk, zijn door het feit zelf automatisch in de kerkelijke ban die aan de H. Stoel is voorbehouden. Deze zelfde straf krijgen ook de meisfes of vrouwen, die het zich aanmatigen om met een priester te trouwen. De gehuwde priesters, die na vermaning zich niet bekeerd hebben, moeten bovendien gedegradeerd worden".
Aldus can. 2388 § 1 van het r.k. kerkelijke wetboek.
Alleen de H. Poenitentiarie van Rome kan van deze kerkelijke ban ontslaan, behalve in stervensgevaar. Dan kan iedere biechtvader de absolutie (vrijspraak) geven, maar dan moet desondanks onmiddellijk daarna aangifte van die vrij spraak van de kerkelijke ban gedaan worden bij de Poenitentiarie. Aldus Acta Apostolicae Sedis 28 (1936) p. 242; 29 (1937) p. 283.
Wat is do degradatie van een priester?
De degradatie als straf is een smadelijke afzetting van de priester. Ze kan gebeuren eenvoudig krachtens dekreet (degradatio edictalis) of door een hele ceremonie, die te vinden is in het Pontificale Romanum (degradatio realis). Aldus can. 2305. Deze ceremoniële afzetting van een priester is, voor zover mij bekend, de laatste tientallen jaren niet meer voorgekomen.
„De degradatie kan slechts worden opgelegd wegens delicten, uitdrukkelijk in het recht vermeld......" (Can. 2305 par 2).
Behalve voor het aangaan van een huwelijk kan een priester deze straf ook nog ontvangen vanwege de volgende misdaden: wanneer hij handgemeen zou worden met de paus (can. 2343), wanneer hij iemand vermoordt (can. 2314), wanneer hij van de biecht gebruik maakt om iemand tot ontucht te brengen (can. 2368) en wanneer hij openlijk tot het protestantisme overgaat (can. 2314).
Het huwelijk van een priester is „een misdaad"
Het is dus duidelijk, dat kard. Frings wel in strijd met het Evangelie, maar in overeenstemming met het nog steeds geldende r.k. kerkelijke recht heeft gehandeld. Mgr. Bekkers heeft precies andersom gedaan. Hij had volgens het kerkelijk recht geen begrip voor deze priesters mogen vragen, maar hen integendeel, nadat zij ondanks herhaalde vermaning niet wilden terugkeren van hun voorgenomen zondige samenleving, moeten straffen met de smadelijke afzetting. En als het huwelijk van een priester volgens r.k. recht een misdaad is, dan ligt een boetedienst wel in de lijn van deze bepaling. Misschien heeft kard. Frings ook gedacht aan de bepaling van can. 1172, waarin staat dat een kerk ontwijd wordt, wanneer ze gebruikt wordt voor ontuchtige doeleinden en dan opnieuw „gereconcilieerd", verzoend, moet worden door een nieuwe kerkwijding.
We hopen, dat er weldra een einde wordt gemaakt aan deze dwaze bepalingen van het r.k. kerkrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1966
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 1966
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
