Dekreet over het oecumenisme
De H. Geest maakt één
„Na Zijn verheffing aan het kruis en Zijn verheerlijking heeft onze Heer Jezus de beloofde Geest over ons uitgestort. Door hem heeft Hij het volk van het Nieuw Verbond, de Kerk, tot eenheid van geloof, hoop en liefde geroepen en bijeengebracht, zoals de Apostel leert: „Eén lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop, waarvoor uw roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop" (Ef. 4:4-5). Immers „gij allen, die gedoopt zijt in Christus, hebt u met Christus bekleed... Want allen zijt gij één in Christus Jezus" (Gal. 3:27-28). De Heilige Geest, die in de gelovigen woont en de gehele Kerk vervult en bestuurt, brengt die wonderlijke gemeenschap der gelovigen tot stand en Hij verbindt hen allen zo innig in Christus dat Hij het beginsel van de kerkelijke eenheid is. Hij bewerkt verscheidenheid van de geestelijke gaven en bedieningen door de Kerk van Jezus Christus met een keur van geschenken te verrijken „om de heiligen toe te rusten voor het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus" (Ef. 4:12)." kol. 294.
Van „katholiek" naar „rooms"
Na dit stukje „katholieke" uiteenzetting, waar wij van harte mee kunnen instemmen, wordt het dekreet echter weer ineens rooms en zegt, dat die eenheid zich voltrekt door de onderwerping van alle gedoopten onder het absolute gezag van Petrus en de pausen. Het zou erg interessant geweest zijn, wanneer het concilie getracht had aan te tonen wat de verhouding is tussen de eenheid die de H. Geest bewerkt, n.l. een eenheid van binnenuit, een vrijwillige eenheid, een eenheid in en vanuit het geloof en de liefde tot de levende Christus, — en de juridische eenheid die tot stand gebracht wordt door de onderwerping aan het absolute gezag van de pausen.
Slechts Rome heeft «le eenheid van Christus
„Maar onze gescheiden broeders, ieder afzonderlijk en ook hun Gemeenschappen en Kerken, verheugen zich toch niet in het bezit van die eenheid, die Jezus Christus heeft willen schenken aan allen die Hij door de wedergeboorte een nieuw leven in één lichaam gewekt heeft, de eenheid waarvan de Heilige Schrift en de eerbiedwaardige overlevering der Kerk getuigen. Immers, alleen door de katholieke Kerk van Christus als het „algemene heilsmiddel" kan men toegang hebben tot de gehele volheid van de heilsmiddelen." k. 296.
Oproep tot vernieuwing binnen Rome
„De katholieken moeten bij het oecumenisch werk ongetwijfeld zorg dragen voor hun gescheiden broeders door voor hen te bidden, door met hen over het kerkelijk leven te spreken en de eerste toenaderingspogingen te doen. Maar vóór alles moeten zij zichzelf eerlijk bezinnen op de vraag wat in het eigen katholieke milieu bereikt en vernieuwd moet worden om het eigen leven tot een getrouwer en duidelijker geuigenis te maken van de leer en de instellingen die Christus door middel van zijn apostelen heeft overgeleverd." k. 298, 300.
De christelijke waarden bij de reformatie
„Anderzijds is het noodzakelijk dat de katholieken de echt christelijke waarden uit het gemeenschappelijk erfgoed, die bij onze gescheiden broeders worden aangetroffen, met vreugde erkennen en hoogachten. Het is billijk en het strekt ons tot heil, wanneer wij de rijkdom van Christus en het handelen uit deugd aanwezig erkennen in het leven van anderen, die voor Christus getuigenis afleggen, soms zelfs door het vergieten van hun bloed. God is immers altijd wonderbaar en bewonderenswaardig in Zijn werken." k. 300.
Ook de r.k. kerk moet zich hervormen
„Iedere vernieuwing van de Kerk bestaat wezenlijk in het vergroten van de trouw aan haar eigen roeping. Daarom ligt hierin ongetwijfeld de zin van het streven naar eenheid. De Kerk wordt op haar pelgrimstocht door Christus opgeroepen tot deze onafgebroken hervorming, die zij als menselijke en aardse instelling voortdurend nodig heeft." k. 302.
Innerlijke ommekeer is nodig
„Echt oecumenisme zonder innerlijke omkeer bestaat niet. Want een nieuwe geest, zelfverloochening en onbelemmerde schenking van liefde vormen de bodem waarop het verlangen naar eenheid groeit en rijpt. Daarom moeten wij van Gods Geest de genade afsmeken van waarachtige onthechting, van dienende nederigheid en zachtmoedigheid en van broederlijke ruimhartigheid tegenover anderen." k. 302.
„Ook van onze zonden tegen de eenheid geldt het getuigenis van Sint Jan: „Als wij zeggen dat wij niet hebben gezondigd, maken wij Hem tot een leugenaar en is Zijn woord niet in ons" (1 Joh. 1, 10). Wij vragen daarom in een nederig gebed vergiffenis aan God en aan onze gescheiden broeders, zoals ook wij aan de anderen hun schuld vergeven." k. 302.
Geen vals irenisme
„De wijze waarop men het katholiek geloof formuleert, mag niet in het minst de dialoog met onze broeders in de weg staan. Het is beslist nodig dat de volledige leer helder uiteengezet wordt. Niets staat zo ver af van het oecumenisme als een vals irenisme, dat de zuiverheid van de katholieke leer schaadt en de authentieke, vaststaande zin ervan verduistert." k. 306.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1966
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1966
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
