DE MACHT van de Paus
Het grote struikelblok
Aan het begin en aan het einde van elk gesprek tussen Reformatie en Rome staan nog altijd de r.k. leer omtrent de macht van het pausdom als het grote struikelblok.
Voor Rome en Reformatie is dit een kwestie van zijn of niet-zijn. Indien de r.k. kerk deze leer zou prijsgeven, dan zou zij zichzelf daarmee opheffen, indien de Reformatie deze leer zou aanvaarden, dan zou zij daarmee tegelijk de noodzaak van haar ontbinding en van de onderwerping aan Rome inluiden.
We kunnen de vraag waar het om gaat, op eenvoudige wijze zo stellen: Wat is voor ons het hoogste gezag op aarde?
De Paus, antwoordt Rome; de Bijbel, antwoordt de Reformatie.
EEN STUKJE R.K.-THEOLOGIE: Rome erkent ook, dat de Bijbel hier op aarde op ZICHZELF het hoogste gezag is, dat dus ook boven de paus staat. De paus moet zich aan de Bijbel onderwerpen. Hij mag geen nieuwe leer verkondigen, die niet in de Bijbel (of, volgens de oude r.k. opvatting, tenminste in de goddelijke mondelinge overlevering) vervat ligt. En krachtens de onfeilbare bijstand van de H. Geest ZAL hij ook nooit een leer als dogma afkondigen, die niet reeds in de openbaring van God was neergelegd. Maar daarom is de Bijbel dan ook voor ons een gezag dat op de tweede plaats komt. Het direkte hoogst gezag op aarde VOOR ONS is het gezag van de paus.
De grote macht van de Paus
Het is goed om eerst eens konkreet na te gaan van welke aard de macht is, die de r.k. kerk aan de paus toeschrijft. En het lijkt ons het beste om daarbij zoveel mogelijk de formuleringen van het eerste en het tweede Vatikaanse Concilie te gebruiken.
„De Paus van Rome immers bezit over de Kerk, juist krachtens zijn ambt als plaatsbekleder van Christus en Herder over de gehele Kerk, de volledige, hoogste en universele macht, die hij steeds vrij kan uitoefenen". (Vat. II, Kath. Arch. 18 juni 1965 kol. 722).
Wat met het woord „volledige" macht bedoeld wordt, kunt u lezen in Vat. I ses. IV cap. 3 can. unicum, waar staat: „Indien iemand beweert, dat de Paus van Rome slechts het ambt van toezicht en leiding heeft en niet de volle en hoogste jurisdicticmacht over de gehele kerk en dat niet slechts in zaken van geloof en zeden, maar ook in de dingen die de tucht en bet bestuur over de Kerk die over geheel de aarde verspreid is, betreffen; of indien iemand beweert dat de Paus slechts de belangrijkste elementen van die macht bezit, maar niet de algehele volheid van deze hoogste macht; of indien iemand beweert dat de macht van de Paus geen gewone macht zou zijn, die hij dirckt kan uitoefenen over alle kerken tesamen en over iedere kerk afzonderlijk en over alle herders en gelovigen tesamen en over ieder afzonderlijk; — die zij vervloekt".
Met de toevoeging: „die hij steeds kan uitoefenen" wordt bedoeld, dat de Paus bij de uitoefening van deze absolute macht door niets en door niemand op aarde kan belemmerd worden. Deze uitspraak keert zich vooral tc^en het z.g. conciliarsme, d.i. de leer van hen die zeggen, dat een algemeen concilie boven de Paus zou staan. De veroordeling van deze leer kunt u ook lezen in Vat. I ses. IV cap. 3, waar staat: „Van de rechte weg der waarheid dwalen zij af, die beweren, dat het geoorloofd is om van de uitspraken van de pausen in hoger beroep te gaan bij het oecumenisch concilie, alsof dit een gezag zou bezitten dat hoger zou zijn dan dat van de paus".
In Vat. II wordt bovendien iedere mogelijke beperking van de macht van de paus door de macht van de bisschoppen nadrukkelijk afgewezen. Weliswaar wordt uitgesproken, dat ook het corps van de bisschoppen drager is van de „hoogste en volledige macht over de gehele Kerk", maar er wordt onmiddellijk aan toegevoegd: „doch (dit corps van bisschoppen) kan deze macht niet zonder de instemming van de Paus uitoefenen". Door deze toevoeging wordt deze macht van de bisschoppen over de gehele kerk praktisch weer teniet gedaan want macht die men niet kan uitoefenen zonder instemming van iemand anders, is geen macht.
Ditzelfde wordt nog eens gezegd, wanneer sprake is van de „collegiale macht" die de bisschoppen bezitten als college onder het hoofd, de paus. „Deze collegiale macht (—) kan worden uitgeoefend, mits het Hoofd van het college hen tot een collegiale akt uitnodigt of tenminste de gezamenlijke handelingen van de verspreide Bisschoppen goedkeurt of vrij aanvaardt om er aldus een waarachtige collegiale akt van te maken" (a.w. kol. 722).
Als je dit alles leest, kan er een beklemming over je komen: Hoe is het mogelijk dat een mens geloven kan, dat God hem zulk een geweldige macht zou hebben geschonken?
Een onsympathiek voorbeeld, maar......
Om de macht van de paus, zoals die nu in het tweede Vatikaanse Concilie is vastgelegd tegenover de „macht" van de bisschoppen, wat duidelijker te maken, meen ik mijn toevlucht te moeten nemen tot een voorbeeld, dat zeer zeker onsympathiek is, n.l. de macht van Stalin tegenover de opperste Sovjet raad. Maar ik ken geen ander voorbeeld, dat de positie van de paus méé zou verduidelijken.
Stalin kon alles besluiten, wat hij maar wilde. Hij kon die hoogste en volledige macht in Rusland vrij uitoefenen. Niemand kon hem ter verantwoording roepen voor zijn daden.
Stalin had wel de beschikking over een raadgevend lichaam, de opperste Sovjetraad. Hij kon die raad bij elkaar roepen, als hij dat wilde, maar hij hoefde het niet te doen. En als die Sovjetraad besluiten had genomen, dan stond het Stalin vrij om die besluiten te wijzigen of zelfs totaal te negeren.
Zo kan ook de paus de bisschoppen raadplegen, hetzij door eenvoudig kontakt, hetzij door hen op plechtige wijze bij elkaar te roepen in een concilie. Maar hij is daar niet toe verplicht. Hij kan alle besluiten geheel zelfstandig (seorsim) nemen. En als hij een concilie om welke reden dan ook bij elkaar heeft geroepen, ook dan kan hij de besluiten van het concilie wijzigen of ongedaan maken.
Volgens Rome bezit de paus: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, plus het onfeilbaar leergezag
Toch overtreft de macht van de paus nog verre de macht, die Stalin zich aanmatigde.
Immers zoals elke diktator had ook Stalin alle wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, die in een normale demokratie gescheiden zijn. aan zich getrokken. Maar nooit heeft stalin zich een onfeilbaar gezag toegekend, althans niet theoretisch, al zal hij in de prakijk wel gedaan hebben alsof hij onfeilbaar was.
De paus echter meent, dat hij niet alleen ten volle mag beschikken over deze drie genoemde machten, maar nog over een vierde macht, n.1. het onfeilbaar leergezag. Dat zullen we zien als we in een volgend nummer gaan spreken over de onderdelen van de pauselijke macht.
Het volk juichte hem toe
Zij die de Bijbel kennen, zullen hierbij onwillekeurig denken aan: „Op een vastgestelde dag hield Herodes, gekleed in koninklijk ornaat en gezeten op zijn troon, een redevoering tot ben. Het volk 'juichte hem toe en riep: Dat is de taal van een God en niet van een mens. Terstond sloeg hem een engel van de Heer, omdat hij aan God niet de verschuldigde eer had gegeven; en door wormen verteerd stierf hij" (Hand. 12 : 22-23).
Wij weten heel goed, dat de paus volgens de r.k. leer niet een god is of een halfgod. Maar waarom ik dan toch dit voorbeeld aanhaal? Omdat hierin wel heel duidelijk blijkt hoe zeer de Here op Zijn eer gesteld is. Hij wil Zich die eer door niemand laten ontroven en ze met niemand delen. Maar als dat zo is, moeten wij dan niet zeer voorzichtig zijn in het toekennen van zulk een geweldige alomvattende macht aan éé mens, zoals dat in de r.k. kerk gebeurt? Men moet dan toch wel volkomen overtuigd zijn vanuit Gods Woord in de H. Schrift, dat God inderdaad zulk een diep ingrijpende macht aan éé mens op aarde heeft gegeven. Anders maken ook wij ons schuldig aan de lichtzinnigheid, waarmee het volk Herodes toejuichte en hem goddelijke eer toebracht.
Een vreselijk noodweer in Rome
Het is uit de geschiedenis bekend, dat toen op 18 juli 1870 de onfeilbaarheid van de paus als dogma werd afgekondigd, een vreselijk noodweer Rome teisterde, zoals men in die stad jarenlang niet gekend had. Het werd zo donker, dat zelfs de kaarsen moesten worden aangestoken, opdat Pius IX de oorkonde zou kunnen voorlezen.
Nu moet men voorzichtig zijn met de verklaring van tekenen, die een bepaald gebeuren begeleiden. En men mag er in elk geval niet op gaan steunen als op een beslissend argument. Onze zekerheden moeten allereerst steunen op de Bijbel. Rome heeft haar eigen verklaring gegeven van die geweldige orkaan. Rome zegt n.l.: Dat was het woeden van de hel tegen dit dogma, dat van zo grote waarde is voor de Kerk van Christus.
Wanneer wij echter in de Bijbel lezen, dan zien wij wel zulk een woeden van de hel op Golgotha. Maar dan is het ook „het uur van de machten der duisternis". Dan is het de toorn van God, die Zich van Christus terugtrekt, omdat Hij voor ons tot zonde gemaakt is.
Maar op de paasmorgen, de dag van de overwinning van Christus, is alles licht en vreugde en blinkend wit. En op de Pinksterdag daalt de Geest neer in de gedaante van tongen van vuur.
In elk geval menen wij, dat door dit vreselijke noodweer op 18 juli 1870 de ernst van dit dogma onderstreept werd. Merkwaardig is ook, dat op de volgende dag de Frans-Duitse oorlog uitbrak en we weten allen, dat de oorlog een tijd is, waar de machten der duisternis de grootste kansen krijgen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1965
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1965
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
