Jodenhaat in Amerika
Ook in Amerika zijn er nog steeds allerlei vragen rondom dit oude volk van God, met name ook de vraag naar de mate, waarin de dood van Christus aan het kruis op rekening van het joodse volk moet geschoven worden.
Naar aanleiding van de artikelen van ds. Hegger over de verhouding van de r.k. kerk tot het joodse volk wilde ik het een en ander vertellen over desbetreffende reakties hier in de V.S.
Het is waar, dat op de tweede zitting van het vatikaans concilie een poging werd gedaan om de verhouding tussen de r.k. kerk en Israël beter, eerlijker te formuleren. Het „verachte en verstoten" volk kreeg minder harde betitelingen in de liturgie en ook in de r.k. theologie begint men anders te spreken over de joden.
Een klip die omzeild werd
Amerika, vooral de stad New York, heeft veel joden. Toen een joods meisje, Elise Briscoe, enige tijd geleden haar eeuwige geloften in een carmelietenklooster in de V.S. aflegde, zei father Sean Fagan S.M. in zijn toespraak, dat hij niet wilde ingaan op het probleem van de verwerping van het uitverkoren volk, maar dat deze kloosterzuster een bewijs is van de individuele roeping van de mens door God. Inderdaad was dit ook de beste manier om deze klip te omzeilen. (Herder Kor. aug. 1964).
Geen zand in de ogen
De joden van New York zijn echter nog niet gerust door de uitspraken van de r.k. kerk in onze tijd. Naar aanleiding van het ontwerp-conciliestuk over de joden (een herziening, opgesteld door kard. Bea), zei rabbi Abraham Joshua Heschel, leraar aan het joods seminarie van Manhatten: „Ik heb meerdere malen tot leidende persoonlijkheden van het vatikaan gezegd: Ik ben bereid, wanneer gelijk, naar Auschwitsz te gaan, wanneer men mij voor de keuze plaatst: bekering of dood" (Time, 11 sept. 1964).
Dat is inderdaad harde taal. Kard. Cushon van Boston heeft beloofd om in de derde zitting van het concilie met alle kracht op te komen voor een duidelijke uitspraak betreffende de joden.
Het gebed is een gesprek
Op het ogenblik is er in de V.S. een polimiek aan de gang over de afschaffing van het gebed bij de aanvang van de lessen in de openbare school. De kern van de diskussie gaat hierover: godsdienst is een privé-zaak en bovendien is een gebed voor allen een onmogelijkheid.
Mgr. Fulton Sheen stelde in een toespraak voor de televisie voor: Laat alle kinderen zeggen: „We trust in our God" (Wij vertrouwen op onze God).
De volgende avond verscheen een rabbijn op het t.v.-scherm en zei: Mgr. Sheen zou beter doen nog eens terug te keren tot de schoolbanken van het seminarie. Daar zou hij dan te horen krijgen, dat het gebed geen uitspraak over God maar een aanspraak van God, een spreken tot Hem vanuit een ik-Gij-verhouding is. U zult het met mij eens zijn, dat deze rabbijn gelijk had. Wij zijn niet gebaat met formules, die de meest uiteenlopende opvattingen moeten samenbinden. Zolang de godsdienst niet is of wordt een diepe verhouding tot de enige, levende God, de God van de heilsgeschiedenis, is het geen echte Gods-dienst, maar een vorm van dienst aan zichzelf, en aan eigen plannen. En het is ook te begrijpen dat op een dergelijk niveau liberale protestanten de hand kunnen reiken aan hun roomse „broeders".
Met formules is niemand gebaat, noch de jood noch de protestant noch de r.katholiek.
Wij zullen de oplossing veeleer moeten zoeken in een getuigend en open gesprek van mens tot mens, de mens op de straat en de mens op fabriek en de mens in zijn studeerkamer. En we zullen ook de harde werkelijkheid moeten aandurven van de duidelijke uitpraak:
„Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen" (Joh. 1:5).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
