De Kruistocht te HALLE
„Een kruistocht", zo heeft de Belgische Evangelische Zendin de grootsdheepse evangelisatie van Halleen Nivelles genoemd.
En inderdaad men mag deze campagne niet slechts daarom een kruistocht noemen, omdat er voortdurend verkondigd wordt, dat er enkel redding te vinden is aan de voet van het Kruis, maar ook omdat heel de opzet het karakter heeft van een evangelische veldtocht.
Daar is allereerst al het element van de geheimhouding. Op het hoofdkwartier in Brussel heeft men de steden bepaald, waar men met dit experiment zou aanvangen. De keuze viel op Nivelles in het Franssprekend en Halle in het Nederlandssprekend gebied. Niet eerder dan twee maanden van te voren werden deze namen vrijgegeven voor de pers.
Zullen de muren van Jericho vallen ?
Maar toen was de campagne reeds gestart vanaf maart. Elke maand werd sindsdien een traktaat huis aan huis verspreid. Drie keer werd dit traktaat persoonlijk overhandigd, nadat men had aangebeld; de andere drie keer werd het alleen maar in de brievenbussen gestoken.
Op 15 augustus had dan de zevende lektuuraanbieding plaats. Die lektuur bestond in de brochure van de Rechte Straat getiteld „Kort maar krachtig", waarin op eenvoudige en kernachtige wijze de voornaamste verschilpunten tussen Reformatie en Rome vanuit de Bijbel worden belicht, alsmede een traktaat, waarin het programma werd vermeld en waarin de mensen voor de laatste keer schriftelijk werden uitgenodigd de samenkomst en te bezoeken. Men hoopte, dat deze zevende keer de muren van Jericho, de muren van ongeloof en bijgeloof, zouden bezwijken.
Verspreiding over 10.000 huizen
Deze zevende keer maakte men echter geen gebruik van horens, zoals bij de inname van Jericho, maar men had de fanfare van het Leger des Heils van Vlaardingen uitgenodigd.
Om tien uur 's morgens begon de zevende traktaatverspreiding in de 10.000 huizen van Halle. Dat was geen kleinigheid, want de brochure „Kort maar Krachtig" heeft een omvang van 28 bladzijden. Elke colporteur kon dus niet meer dan honderd exemplaren tegelijk meenemen.
Vanuit vier centrale punten begon de verspreiding, terwijl het Leger des Heils op die punten speelde. Auto's voeren af en aan om de „infanteristen" van nieuwe lektuur te voorzien.
De verspreiders hadden een plattegrond meegekregen van Halle, zodat ze de hun aangewezen straten gemakkelijk konden vinden. Om echter nog meer zeker te zijn, dat er geen vergissingen zouden gemaakt worden, kregen zij bovendien de opdracht om de lektuur een klein eindje uit de brievenbus te laten steken, zodat de verspreiders die het spoor bijster zouden zijn geraakt, daardoor vanzelf hun vergissing zouden merken, als ze eenzelfde straat nog eens van lektuur zouden willen voorzien.
De optocht met Het Leger des Heils
's Middags om twee uur begon de optocht met de fanfare van het Leger des Heils voorop en daarachter enkele honder den gelovige protestant en uit allerlei delen van Vlaanderen en Nederland. Ze droegen grote spandoeken en borden met opschriften als: „Laat u met God verzoenen" — „Jezus stierf voor U" — „Jezus leeft voor U" — „Geloof en leef".
Natuurlijk had men van te voren verlof gevraagd voor deze optocht. De politie regelde dan ook het verkeer op uitstekende wijze. Maar niet alleen was de leiding van de plaatselijke politie àf, op de drukste punt en liep een agent zelfs voor de stoet uit — ook het opt reden van de politie was zeer vriendelijk.
Even hadden we een oponthoud van tien minuten, omdat we de wielrijders van de ronde van Brabant moesten laten passeren. Maar dat mag geen naam hebben. Overeenkomstig ons tijdschema bereikten we om half vier het Oudstrijdersplein, waar om vier uur een openluchtsamenkomst plaats had.
Vlamingen getuigen van hun Heiland
Daar werd gesproken door de predikanten George Winston, J. Gravendeel, M.4
Cohen. H. J. Hegger en drie Vlamingen gaven er hun getuigenis en vertelden, hoe zij de vrede met God hadden gevonden in de aanvaarding van Jezus Christus als hun enige en volkomen Zaligmaker.
Deze getuigenissen waren zeer ontroerend. In de eerste plaats al vanwege het melodieuze, sappige Vlaams, waarmee alles verteld werd. Maar toch vooral vanwege de inhoud. Men hoorde erin de strijd om de waarheid, de worsteling om het Licht, de pijn vanwege de noodzakelijke breuk met de familie, de angsten om de veroordeling door de geestelijkheid en door heel de r.k. kerk van hun omgeving. Maar jubelend brak dan de heerlijkheid van Christus door in hun leven en bracht de genade hen in de verbrokenheid des harten in tot een nieuw leven van blijde geloofszekerheid. Deze grote bijeenkomst werd opgeluisterd door muziek en zang, onder begeleiding van de fanfare, en eindigde om zes uur.
Een maand lang
Een maand lang werden elke avond op vier punten van de stad samenkomsten gehouden. In twee tent en en in twee rijdende kapellen. Een van deze rijdende kapellen is splinternieuw en geheel uit plastiek.
Op de eerste zes lektuurverspreidingen zijn ongeveer tweehonderd kontakten gevolgd, d.w.z. mensen die op een of andere wijze gereageerd hadden, voornamelijk door het aanvragen van nieuwe lektuur, met name van de bijbel of bijbelgedeelten.
Op zondag 16 augustus, de eerste dag dus van de „Missiemaand" kregen de vaste medewerkers de opdracht om deze kontakten te bezoeken en er korte gesprekken mee te hebben, waarin ze uitgenodigd zouden worden om de avondsamenkomsten te bezoeken. En een half uur voor de aanvang van de samenkomsten zou men in de buurt van de tenten en de kapellen de mensen die zich dan op straat zouden bevinden, eveneens attent maken op Gods genadetijd.
Vanaf 13 augustus hingen ook op verschillende reclameborden in de stad en op 't station grote aankondigingen van de „Missiemaand", met als algemeen thema: „Gods tijd is nu!".
Elke middag werden bovendien kinder samenkomsten op de vier plaatsen gehouden met film, flanellograaf, muziek en spel.
Interkerkelijk
Deze campagne draagt een interkerkelijk karakter. In de eerste plaats blijkt dat uit het feit, dat de Belgische Evangelische Zending het vorig jaar vele predikanten van België heeft uitgenodigd tot een vergadering, waarin de plannen werden uiteengezet en waarbij aan iedereen de gelegenheid werd gegeven om mee te werken.
En vervolgens blijkt dat uit de staf van vaste medewerkers (ruim veertig). Ik sprak reeds met jongens en meisjes, die behoren tot de ned. herv. kerk, tot de gereformeerde kerk (synodaal en vrijgemaakt), de chr. geref. kerk, de gereformeerde gemeente, de vrij-evangelische gemeente, de Silo-kerk, de baptisten en natuurlijk ook de Belgische Evangelische Zending.
In Halle bestaat slechts één protestantse kerk, een kleine gemeenschap van slechts twaalf leden, behorende tot de Belgische Evangelische Zending. Wel hebben ze Deze kleine gemeente is dus wel aangewezen om het nazorgwerk te verrichten en in kerkelijke banen te leiden.
Halle is een stad van ongeveer 30 000 inwoners. De stad is één van de meest beroemde Mariabedevaartplaatsen van België.
De „Gids voor pelgrims en toeristen" vermeldt:
„Het meest markante feit in de geschiedenis van dit Brabants Zennestadje is de schenking van het Madonnabeeld door de edele familie van Alix. Vanaf de 13e eeuw kan men Halle niet scheiden van zijn wonderbeeld; wie aan Halle denkt, ziet aanstonds de zachte blikken der Moedermaagd met haar teer-bescheiden glimlach".
Tot Halle, maar niet verder
Wij lezen verder over dit Madonna-beeld:
„....de „kanonballen van Halle" in de muurnis onder de toren. De steen boven deze nis zegt u: „negen en tien Julyt 1580", herinnerend aan de belegering met politieke en godsdienstige ondergrond. Halle was trouw gebleven aan de wettige vorst en aan Rome, samen met de zuiderlijke provincies. Willem de Zwijger, nationalist-protestant, bezet Brussel in 1580 gevolgd door de beeldenstormerij en de belegering van Halle door Olivier van den Tympel. Deze belegering mislukte deerlijk. Toen herhaalde men de kreet: „usque Hallas" - „tot vóór Halle, maar niet verder!". De inwoners raapten na de aftocht der belegeraars meer dan vierhonderd ballen samen die in de kerk bewaard werden. Daar er voor en na verdwenen, werden de laatste twee en dertig einde vorige eeuw achter de tralies gelegd".
„De legende vertelt dat Onze Lieve Vrouw op de wallen verscheen, bij de belegering door de geuzenbende en de ballen opving in haar schoot. Vandaar de zwarte kleur van de Madonna".
In een andere folder las ik echter: „De zwarte kleur is te wijten aan een vroeger verzilvering."
L. Pannecoucke, evangelist-colporteur van het Belgische Bijbelgenootschap schreef hierover in smakelijk Vlaams in De Kruisbanier: „Het sprookje wordt onderhouden, aangedikt, afgewezen, en dweepzuchtig weer naar zich toegehaald.
Halle werd belegerd en beschoten met ijzeren ballen. Dan ineens komt die Onze Lieve Vrouw af en ze vangt al die ballen in haar schorte. Daardoor werd die O.L. Vrouw zo zwart".
Maar dan stelt Pannecoucke de eenvoudige vraag: Waarom greep O.L.Vrouw pas op het laatste nippertje in. Waarom verhinderde ze die geuzen niet om naar Halle op te trekken? Hij schrijft:
„Waarom laten die beelden - gelijk welk beeld - dat allemaal zo ver komen? Waarom worden er altijd van die nippertjes verteld? Waarom zeggen die beelden niet: Allez, allez, brave jongens, gij daar hé, en gij al ginder, en nikske te oorlogen!"?
Tot in Halle
Thans zijn dan de geuzen na zoveel jaren doorgedrongen tot in Halle. En deze geuzen gebruikten geen kanonballen, maar ze bestormden Halle met het enige zwaard, dat Christus aan zijn discipelen heeft gegeven, het zwaard van het Woord Gods.
Maandenlang is er intens gebeden voor deze „kruistocht" en ook tijdens de „missiemaand" kwamen de medewerkers telkens samen om in bid- en dankstonden de Here te loven en te prijzen, te smeken en te danken.
Tegenaktie
Het is dan ook te begrijpen, dat zulk een massale evangelische aanval beant woord zou worden.
In de Gazet van Halle van 22 augustus verscheen een hoofdartikel tegen ons, dat op de binnenzijde nog met drie kolommenwerd voortgezet. Daarin werden wij op goedkope en mi nderwaardige wijze aangevallen.
Wij hebben daarop gemeend te moeten ant woorden met een verdediging, waarin wij de bedoeling van onze missiemaand nog eens duidelijk uiteenzetten. Wij schreven o.a.:
„Wij verkondigen u de Christus, die langs de weg van de gelovige overgave aan Hem wil komen wonen in onze harten; de Christus, die ons Zijn eigen goddelijk, eeuwig leven wil schenken, wanneer wij ons hart in geloof voor Hem willen openstellen; de Christus die u wil schenken Zijn volheid van vrede, blijdschap, liefde, reinheid, barmhartigheid, licht, kracht, eenheid en rust".
Uitnodiging tot debat
Wij hebben tevens de schrijver van het artikel in de Gazet van Halle, de heer A.v.d.L., uitgenodigd tot een publiek debat over de wijze, waar op Christus in het H. Avondmaal aanwezig is. Dat was n.l. een van de belangrijkste punten, waarover hij ons had aangevallen. Dat debat zou plaats hebben op vrijdag 28 augustus 's avonds om 8 uur.
Alles was goed geregeld. Eerst zouden de beide sprekers gedurende 20 minuten hun stelling kunnen verdedigen. Daarna zouden ze elk gedurende 10 minuten op elkanders uiteenzetting kunnen antwoorden. En tenslotte zouden de aanwezigen aan de sprekers vragen kunnen stellen.
De heer A.v.d.L. is echter niet komen opdagen. Wel hebben drie r. katholieken aan de gedachtenwisseling deelgenomen. Slechts één vragensteller gedroeg zich minder korrekt, doordat hij meteen na het stellen van vragen de tent uitliep en niet eens het ant woord afwachtte. Maar voor het overige was het een zeer vruchtbare avond.
Een tweede debat
De laatste spreker bracht het vraagst uk over de verhouding tussen Schrift en kerkgezag naar voren.
Daar dit echter een zeer ingrijpend probleem is, en wij deze vraag niet in een handomdraai wilden beantwoorden, hebben wij een nieuwe avond voorgesteld, waarin weer een r. katholiek werd uitgenodigd, priester of leek, om het standpunt te verdedigen: „Het hoogste gezag in de kerk is de paus", terwijl wij het evangelische standpunt zouden ontvouwen: „Het hoogste gezag in de kerk is de H. Schrift".
Deze keer aanvaardde een r.k. jongeman de uitnodiging en op 4 september werd het debat gehouden, dat eigenlijk niet de naam van debat verdient, maar veeleer een vriendelijke uitwisseling van eikaars inzichten tegen de achtergrond van het levende Woord Gods. Ook deze avond namen nog drie andere r. katholie ken deel aan de gedachtcenwisseling.
Een voorlopige les
Enn eerste les die we uit deze groorschcepse evangelisatiecampagne van Halle mogen trekken, is deze: de louter positieve verkondiging van her evangelie wekt zzer weinig bclangstelling bij de r. katholieken.
Immers maandenlang was door zes folders het evangelie op uitsluitend positive wijze vrrkondigd. Maar het gevolg was, dat slechts zeer weinig mensen de vier tenten bezozhten. Soms waren er één of twwe buitenkerlijken van Halle annwenzig.
Dikwijls waren er slechts de trouwe medewerkers. Op de beide discussuieavonden waren er echter tientallen belangstellenden van Halle komen luisteren. Velen stonden ook aan de ingang van de tent, en daar het nogal warm was lieten zij vanuit een nabijgelegen staminee grote pinten bier annrukken.
Okk het bezoek op de gewont avonden is sinds deze debatavonden aanmerkelijk toegenomen.
Een tweede les is dus wel, dat de beste evangelisatiemethode is: de positiefantithetische methode. Ik bedoel daarmee, dat men dus het positive evangelie van de r.k. dwalingen.
Halle is voor mij bevestiging van ervaringen die ik in verschillende landen heb opgedaan, vooral ook in Z. Amerika.
Waarom?
Als men mij vrragt, waarom enkel de positief-antithetische methode tot duidelijke resultaten leidt, dan meen ik dat dit om verschillende redenen is, waarvan ik er twee wil noemen.
In de eerste plaats, omdat de r. katholieken vanuit hun kerk dikwijls een zoetelijk Jezusbeeld hebben meegekregen. Christus wordt immers zo dikwijls voorgesteld als het kindje op de armen van Maria. Wanneer ze dan in onze folders lezen: „Christus de redder der wereld —, Chtistus leeft voor u" enz., dan roept dat in hun fantasie bijna onvermijdelijk die min of meer zoetelijke Jezusfiguur naar boven, waarvoor ze in wezen eigenlijk maar weining belangstelling hebben. Vervolgens interpretere ze dergelijke leuzen toch in r.k zin. Ze zullen bij zichzelf zeggen: Ja maar, dat wordt in onze kerken toch ook gepreekt. Waarom zounden ze dan naar zo'n protestantse tent gaan, terwijl ze bovendien nog heel wat menselijk opzicht moeten overwinnen, pratjes van de buurt en misschien enn berisping van de pastoor.
Schrijnende armoede
Hoe geestelijk arm de prediking van de r.k. kerk soms kan zijn, blijkt wel uit een folder, die de pastoor en onderpastoor van Essenbeek (een wijk van Halle) lieten verspreiden en die ons in handen kwam.
Wij citeren daaruit:
„Beste parochianen,
U weet het reeds. De grote gebeurtenis, die de komende maanden onze parochie in spanning zal houden: ln de maand juli van 1965 de gewestelijke en parochiale LOURDESBEDE VAART....
Als voorbereiding richten wij een negen maanden lange gebedsnovene in, welke op 1 oktober a.s. begint (negen maanden vóór de bedevaart). Wij vormen verschillende gebedsgroepen van 25 gezinnen. Voor elke groep wordt op 30 september een beeldje van O.L. Vrouw van Halle gewijd. Dat beeldje zal vanaft 1 oktober de ronde doen in elk der gezinnen die aan de noveen deelnemen. Zodanig dat practisch elke maand één avond het beeldje een ereplaats bekleedt in uw huiskamer.
Zij die deelnemen aan deze gebedsaktie nemen op zich, het besluit van de avond dat het beeldje bij hen thuis is — die avond — met gans het gezin zo mogelijk — gezamenlijk het rozenhoedje te bidden voor het geestelijk en tijdelijk welzijn van gans de parochie.
Wij richten ons tot meer dan 800 gezinnen van onze parochie. Wij vragen (zo mogelijk) 5 frs per gezin om de beeldjes te bekostigen. Deze worden na de noveen verloot onder de gezinnen van elke gebedsgroep.
Zeer genegen in Xo, uw pastoor en onderpastoor".
„De zingende zot van Halle"
Na de laatste debatavond had ik nog een nagesprek met een r. katholiek van Halle. Hij vertelde mij, dat hij steeds veel respekt had gehad voor de heer Duquesnes, een van de weinige evangelische christenen van Halle.
Jarenlang had deze br. Duquesnes aan straatprediking gedaan. Soms helemaalalleen. Dan zong hij zijn liederen over de heerlijkheid van Christus. Hij kreeg zodoende de naam van „de zingende zot van Halle".
Voor br. Duquesnes was het dan ook een grote vreugde, dat juist Halle was uitgekozen voor deze „missiemaand". Voor hem was het een verhori ng van jarenlange gebeden.
Het blijft echter een raadsel, waarom in al die jaren zo weinig mensen de boodschap die hij verkondigde, aanvaard hebben. Immers hij sprak steeds over de vrede van Christus, over de innerlijke rust in de gelovige overgave aan Hem. Hoe is het mogelijk, dat de mensen dan toch maar hun vertrouwen bleven stellen op beeldjes van hout, van steen, van zilver of goud? Wij zullen daar nooit een afdoende ant woord op kunnen geven, want hier raken we aan het geheim van de menselij ke zondigheid en aan het geheim van Gods eeuwige roepende barmhartigheid.
Een front-hospitaal
Er was een prachtige teamgeest onder de medewerkers. Wij voelden a.h.w. dat „wij niet hadden te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht" (Ef.6:12).
Wij voelden ons als soldaten aan het front. De herberging was ook allereenvoudigst. Men sliep op de zolder van een loodgietersbedrijf, matras aan matras. En de eetzaal was het ontruimde loodgietersbedrijf zelf. Het eten was goed, maar zeer sober.
Er werd hard gewerkt. Het ging steeds maar door: straatprediking, huis-aan-huisbezoek, kinderarbeid, enz.
De al te vermoeiden kregen echter de kans om b.v. voor een dag uit te rusten ten huize van de familie Kruisman in Dworp. Dat huis kreeg dan ook de naam van het „front-hospitaal".
En nu het eindresultaat ?
Neen, het waren er geen 3000 zoals op de Pinksterdag, die tot bekering kwamen. En toch is onze vreugde zeer groot, want 20 volwassenen hebben het Evangelie van Gods loutere genade in Jezus Christus aanvaard. Zij zullen toetreden tot de kleine gemeente van 12 zielen in Halle, die daardoor dus ineens groeit tot het aantal van 32. En wij hopen en bidden dat zij ook tot waarachtige bekering zijn gekomen en toegevoegd zijn tot de gemeente die zalig wordt.
Verder zijn er van de vele kontakten ruim honderd overgebleven, waar het Evangelie serieuze kansen maakt en 200 waar we in elk geval terug mogen. Er is ook een heel gezin tot aanvaarding van Jezus Christus gekomen als hun enige en volkomen Zaligmaker. Ze hebben een mooi huis en daarnaast een zaaltje. Dat zaal tj e hebben ze meteen ter beschikking gesteld voor de verkondiging van het Evangelie.
En wat is het eindresultaat bij u, lezer van dit artikel? Wilt u met ons de Here danken voor Zijn Woord, dat nog altijd zijn verbrijzelende en levenwekkende kracht blijkt te bezitten? En wilt ook u misschien ons helpen om in de toekomst dergelijke akties nog meer mogelijk te maken? Want er zijn reeds plannen voor nieuwe steden in het volgende jaar. U begrijpt dat aan de verspreiding van 12. 000 exemplaren „kort maar krachtig" en van 2 x 11. 000 folders heel wat kosten verbonden zijn.
Het is heerlijk, dat het nog steeds tijd is om Gods rijke boodschap van genade voor verloren zondaars te brengen. GODS TIJD IS NU.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
