zes miljoen doden
Dit is de titel van een artikel van De Bazuin van 6 juni j.1. Daarin schrijft G. Ruygers:
„Men kan allerlei bedenkingen tegen De Plaatsbekleder van Hochhuth maken. Maar als men dat allemaal heeft gedaan en men gaat voldaan over zijn gelijk in een stoel zitten, dan begint de twijfel opnieuw te knagen: zou het toch niet beter zijn geweest, als de Kerk in die jaren duidelijk had gesproken? Dat is de wezenlijke vraag, die Hochhuth heeft opgeworpen en alle critiek heeft die vraag tot nu toe niet kunnen wegschuiven".
Inderdaad men kan wijzen op het protest van kardinaal De Jong, dat tot gevolg had dat kort daarna de misschien meest begaafde Europese Jodin, Edith Stein, weggevoerd zou worden om te worden vergast. Maar dan kan men evengoed wijzen op de bisschop van Münster, mgr Von Galen, wiens protest tot gevolg had dat de euthanasia, het uitmoorden van ongeneeslijken en krankzinnigen door Hitier, werd stopgezet. En als de paus eens geprotesteerd had in naam van een half miljard r. katholieken, dan zou Hitier daar zeker voor hebben moeten wijken. Hij zou deze interne spanning in het Derde Rijk niet hebben kunnen riskeren, toen de militaire worsteling alle inspanning vroeg.
En hoe het ook zij, 'hier was een misdaad aan de gang, waarbij elke andere bedenking opzij gezet moest worden. Het wereldgeweten eiste zulk een protest.
De man die Hitier trotseerde, koning Christian X op zijn tocht door Kopenhagen. Alleen, zonder begeleiding van politie of lijfwacht, reed de koning elke morgen te paard door Kopenhagen, tot dat een ongeluk in 1942 hem dat onmogelijk maakte.
De koning van Denemarken
In de Plaatsbekleder zegt Ricardo, de pater Jezuïet, die zichzelf de Jodenster op zijn priestertoog spelt en later met de Joden naar Auschwitz gaat om er te sterven, tot Pius XII: „De koning van Denemarken, eeü weerloos man, heeft Hitier gedreigd, dat hij, en mét hem ieder lid van het koninklijke huis, deze ster zou dragen als de Joden in Denemarken daartoe gedwongen werden! — Zij werden er niet toe gedwongen! Wanneer, eindelijk, zal het Vaticaan zó handelen, dat het ons priesters weer veroorloofd is zonder schaamte toe te geven, dat wij dienaars van de kerk zijn, die in naastenliefde haar opperste gebod ziet?"
De Deense dominee-martelaar
Dit is de titel van een boek over ds Kaj Munk door Johan Winkler. Op 5 december 1943 zegt ds Munk in zijn preek:
„De machthebbers dezer wereld zijn het met de zogenaamde vrome christenen eens, dat er in de kerk niet over politiek mag worden gepraat. Nu, daar komt de kerk hun graag in tegemoet, zolang er een politiek wordt bedreven, die aap Christus niet vreemd is. Maar als die machthebbers wegen inslaan, waarvan Christus heeft gezegd, dat zij dwars tegen de wil van God ingaan en dus de volkeren naar de afgrond leiden, dan zou de kerk Jezus' kerk niet meer zijn, als zij zweeg. Want zwijgen tegenover de zonde, dat is de taal van de duivel spreken (..)
Als er hier in ons land een vervolging (Munk duidt hier op de toen juist begonnen Jodenvervolging) in het leven wordt geroepen van een speciale groep van onze landgenoten, alleen om hun afstamming, dan is het de christelijke plicht van de kerk om uit te roepen: Dit is in strijd met de grondwet van het rijk van Christus. En de kerk moet en mag zelfs verder gaan, zonder ziclh daarvan af te laten houden: gaat dit zo door, dan zullen wij met Gods hulp het volk tot opstand trachten te brengen".
En met die woorden tekent Munk zijn doodvonnis. En hij tekent het nogmaals, als hij drie weken later op Nieuwjaarsdag 1944 in zijn kerk te Veders als predikant staakt.
Als hij de kaarsen op het altaar dooft. Als hij 'het orgel doet zwijgen. Als hij zich niet kleedt in zijn plechtig gewaad als predikant van de Deense Lutherse kerk. Als hij de preekstoel niet beklimt. Als hij in zijn winterjas en rode das zijn gemeentenaren toespreekt. Dit keer zal hij niet preken, want zij zijn ontrouw geworden: er zijn er onder hen die voor de vijand hebben gewerkt door mee te helpen verdedigingswerken aan de kust aan te leggen.
In diezelfde preek zegt hij: „lk weet dat ik mij nu al maanden lang geen enkele keer ter ruste heb begeven, zonder tegen mijzelf te zeggen: zullen ze je vannacht komen halenï"
„Maar Kaj Munk kwam niet terug. Tegen middernacht waren zij bij Horlunde. Daar stapten zij uit. Daar moest ook hij uitstappen. Daar schoten ze hem neer. Drie revolverschoten. Alle drie hadden hem in het 'hoofd getroffen. Kort na middernacht zei de Duitse radio, dat over de Deense schrijver het vonnis was voltrokken."
De plaats waar Kaj Münk werd vermoord. Een arbeider duidde een paar dagen na de moord de plaats aan met dit kruis, waarin hij Münks initialen schreef. Het staat er nog, altijd liggen er bloemen. (Uit aangeh. werk)
Laten wij oohnoedig- zijn
Wij nemen het Pius XII niet kwalijk dat hij geen held was als Kaj Munk en zoals de pater jezuiet, Ricardo Fontana. Maar wij menen wel aan de r. katholieken te mogen vragen: Tracht toch dit zwijgen van Pius XII tegenover de verschrikkelijkste misdaad van de geschiedenis niet goed te praten. Indien wij geen helden- en martelaarsbloed in ons hebben, dan is het minste wat van ons gevraagd wordt, dat wij zulk een verschrikkelijk falen zonder meer veroordelen, ook dus het falen van Pius XII, al kunnen wij alle begrip opbrengen voor de moeilijke positie, waarin hij verkeerde.
En weer vraag ik: Laat een kerk, die op zulk een ontzettend moment van de geschiedenis geweigerd heeft om deze vreselijke misdaad van de uitroeiing van zes miljoen Joden te brandmerken in de naam van Jezus Christus, toch ophouden om aanspraak te maken op 'het predikaat van de onfeilbaarheid en op de onfeilbare bijstand van dq Heilige Geest. Is het geen lastering van de Heilige Geest, wanneer wij dit gruwelijke zwijgen tegenover zulk een misdaad op indirekte wijze Hemzelf in rekening willen brengen?
Dat mogen wij nooit doen, want: „Eenmaal gekomen zal Hij (de H. Geest) de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is" (Joh. 16:18 RKV).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
