In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Protestantse MISVERSTANDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Protestantse MISVERSTANDEN

5 minuten leestijd

Naar beide zijden kunnen zich misverstanden voordoen omtrent de r.k. leer over de verdienstelijkheid van de goede werken.

En zijn protestanten die op grond van publikaties van r.k. theologen in de laatste tijd menen, dat Rome haar leer daaromtrent principieel gewijzigd heeft. Daarin vergissen zij zich.

Er zijn ook protestanten die de r.k. kerk bepaalde leerstellingen in de schoenen schuiven, die Rome nooit heeft aangehangen.

Daarover hier enkele woorden:

Wat Rome nooit heefit geleerd

Nooit heeft een r.k. theoloog geleerd, dat wij de eerste genade (de rechtvaardiging) uit evenwaardigheid (de condigno) zouden kunnen verdienen. Deze leer is door Rome steeds als pelagianisme van de hand gewezen.

Wel hebben de scotisten geleerd, dat men die eerste genade de congruo kon verdienen. „De congruo" wil zeggen: in dat geval is er geen evenwaardigheid tussen de prestatie en het loon, dat God geven moet. Desondanks is het passend (billijk, betamelijk), dat God die beloning geeft.

Ook volgens Rome heeft de mens nooit rechten tegenover God

Nooit heeft de officiële r.k. theologie het voorgesteld alsof de leer van de verdienstelijkheid wil zeggen, dat de mens werkelijke rechten tegenover God zou kunnen doen gelden, en dat God dus reële verplichtingen zou hebben tegenover de mens.

Reeds op filosofische gronden heeft Rome een dergelijke voorstelling van de hand gewezen. Want een God die reëleverplichtingen zou hebben tegenover zijn schepselen, is geen God meer. Dan zou een van de meest wezenlijke trekken van God, n.l. zijn volstrekte onafhankelijkheid en soevereiniteit aangetast zijn. Wanneer God dus goede werken beloont, dan is dat volgens Rome omdat God dat beloofd heeft en aan ZICHZELF verplicht is zijn belofte te houden, maar beslist niet omdat hij een reële verplichtingjegens de mensen zou hebben.

Waarin wijkt de r.k. leer wèl af van de Bijbel?

Het concilie van Trente heeft gedefinieerd, dat de mens, nadat hij eenmaal gerechtvaardigd is (gesteld is in de staat van genade), de hemel (het eeuwige leven) „waarlijk kan verdienen".

De r.k. theologen hebben dit steeds in die zin verstaan, dat het hier gaat om een verdienste de condigno, d.w.z. dat de goede werken, van de gerechtvaardigde mens waard zijn om beloond te worden met de eeuwige heerlijkheid. Dit in tegenstelling met de verdienste de congruo, die steeds als een oneigenlijk verdienen werd beschouwd.

Ik kan het ook zo zeggen: Wanneer God een zondaar uit zijn staat van doodzonde overzet in de staat van de rechtvaardiging, dan moet Gods barmhartigheid in Jezus Christus daar beslist aan te pas komen. Want de goede werken die hij in deze staat van niet-gerechtvaardigd zijn heeft verricht, schieten in zichzelf te kort en wel in deze mate, dat ze nooit in evenredigheid staan met de gave van de rechtvaardiging. Ze staan niet op dezelfde hoogte van waardigheid. Ze zijn niet de con-digno.

Maar wanneer God een gerechtvaardigde na zijn dood toelaat tot de eeuwige heerlijkheid, dan is dat enkel een kwestie van Gods goedheid, echter niet meer van zijn barmhartigheid. Want de goede werken van de gerechtvaardigde verdienen de condigno die heerlijkheid. Ze zijn in zichzelf waard om zulk een beloning te ontvangen.

God is slechts aan zichzelf verplicht om een mens die goed geleefd heeft, dus zeker een gerechtvaardigd mens, binnen te leiden in een natuurlijke gelukstoestand. God is dat aan Zichzelf verplicht krachtens de richting op het geluk, dat Hij zelf in de menselijke natuur door de schepping heeft gelegd. Maar als God een mens toelaat tot een bovennatuurlijk geluk, d.i. de aanschouwing van Gods eigen heerlijkheid, dan is dat een gave van Gods overdadige goedheid en dus niet meer een verplichting die God Zichzelf heeft opgelegd krachtens de aard van de schepping van de mens.

De leer van de verdienstelijkheid van de goede werken bij Rome is dus niet een leer over eventuele rechten van de mens tegenover God en verplichtingen van God tegenover de mens, maar een leer over de waardigheid van de (gerechtvaardigde) mens.

De Bijbel echter leert:

Wij hebben in ons artikel over de vraag: „Kan een r. katholiek behouden worden?" getracht aan te tonen, dat de Bijbel nooit spreekt over de goede werken van de mens in deze zin, dat wij door die goede werken waard zouden zijn om eenmaal voor altijd toegelaten te worden tot de aanschouwing van Gods innerlijke heerlijkheid. Wij blijven dit niet waard tot het laatste toe.

Daarom is dit een zeer ernstige dwaling. Ze raakt de kern van het Evangelie. Wanneer God de mens toelaat voor Zijn troon, dan is dat op grond van Zijn barmhartigheid, die Hij ons moet betonen niet slechts bij het begin van onze rechtvaardiging, maar tot onze laatste snik toe.

In deze zelfde zin lees ik dan ook in: „Onvermoed perspectief op de Oecumene" van Dr. A. Fiolet: bet eerste begin en daarom (spatiëring van ons, H.J.H.) de gehele heilswerkelijkheid van Gods uitverkiezing in Christus vindt geen enkele grond in de mens, doch alleen in God, in de vrije genade van Zijn heilsplan" (p. 152).

Wij antwoorden met de Bijbel: Het is niet slechts op grond van het eerste begin, maar het is zonder meer op grond van Gods vrije genade, wanneer wij eenmaal tot Hem worden toegelaten om voor altijd bij Hem te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1964

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Protestantse MISVERSTANDEN

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1964

In de Rechte Straat | 32 Pagina's