Een kind van het LICHT ging heen
Op zaterdag, 4 jan. j.l., mocht ik in De Koppel te Doorn spreken voor een Bijbelstudiekamp van chr. geref. jongeren, dat onder leiding stond van ds. S. van Zwoll. Het thema van deze conferentie was: „Maranatha is ons wachtwoord".
Ik sprak over de persoon en het werk van de H. Geest, o.a. als Degene die ons doet1 uitzien naar de wederkomst van Christus.
Toen ds. van Zwoll mij terugreed naar het station Driebergen, spraken wij samen over de heerlijkheid van het leven met Christus. Ds. van Zwoll getuigde met alle warmte, hoe het persoonlijk kennen van Jezus Christus de diepste vreugde is van het leven. En het was alsof onder het spreken het licht van Christus ging branden in de donkere auto. Ik wist mij heel innig met hem verbonden. We waren als twee kinderen Gods, die het licht van de genade in Jezus Christus in elkander zagen blinken.
De volgende dag reed ds. van Zwoll met nog vier jongeren naar Amersfoort, waar hij zou preken. Onderweg slipte de auto. Drie inzittenden werden ernstig gewond en ds. van Zwoll zelf is een week later overleden.
Het is een ontzettende slag voor de dierbaren, die hij achterliet; maar van de andere kant is het ook een onvervangbare troost, wanneer wij mogen weten, dat onze man en vader met het „Maranatha" ( = Here Jezus, kom) op de lippen en in het hart naar Jezus is gegaan om voor eeuwig bij Hem te zijn.
Reformatorische lente bij Rome
„Als men even nadenkt, is het toch wel erg vreemd, hoe gemakkelijk wij God binnen onze eigen menselijke wereld hebben gehaald. Wij gaan met Hem om als frère en compagnon; wij troosten Hem als gevangene in het tabernakel en brachten Zijn goddelijk Hart eerherstel voor de zonden van al die andreen; wij gingen eens in de veertien dagen of per maand naar de biechtstoel: „Och eerwaarde, ik zou niet weten, waarmee ik de goede God beledigd zou hebben, maar ik sluit al mijn vroegere zonden in en die van heel de wereld". En ergens gingen we tevreden naar huis, omdat wij Jezus vertroosting hadden gebracht.
Al jaren intrigeert het mij, dat dit alles toch wel zeer sterk doet denken aan de farizeër en de tollenaar. Natuurlijk waren en zijn wij te goeder trouw, maar dat waren de farizeën ook. Die schermutselingen met de jarizeën zijn heilsgeschiedenis en niet een gezellig verslag van kibbelpartijenwaaruit onze Heiland zegevierend naar voren trad, heilsgeschiedenis, waarin wij tot ons eigen heil onszelf moeten durven en kunnen herkennen. Want bij ieder mens die God zoekt, dreigt het gevaar, dat de farizeër om de hoek komt kijken; de farizeën zoeken welbewust God, maar in de Bijbel is het GOD, die de mens zoekt en niet andersom".
R. Middelhof (kapelaan) in Sursum Corda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1964
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
