HIJ lééft
Kris-kras door Vlaanderen en Wallonië
Toen ik op 7 september jongstleden op het station van Maastricht door Ds. Gravendeel werd afgehaald, dacht ik onwillekeurig aan 2 Tim. 4, 2: „Verkondig het woord, dring er op aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting."
Wij konden toen nog niet voorzien, dat deze 21 samenkomsten die binnen veertien dagen moesten worden gehouden, zozeer gezegend zoud,en worden.
Wij konden toen nog niet zien, dat het dikwijls „ongelegen" zou aankomen van de levende Jezus te spreken, dat het Belgische volk zich liever „naar de verdichtsels keert" (2 Tim. 4, 4) Wij wisten echter ook niet, dat de evangelische tempeltjes vol zouden zijn en dat deze tocht rijke vrucht zou afwerpen.
Traditie en ongeloof
Meer dan acht miljoen mensen in België kennen de Bijbel niet. De meesten zijn gedoopt en opgeschreven in de doopregisters van de r.k. kerk. Een klein procent daarvan is overtuigd katholiek. De meesten weten van hun eigen geloof niet veel af en keren zich daarom naar de verdichtsels van een middeleeuwse traditie: bedevaartplaatsen en heiligenverering en dit op een onbegrijpelijk magische wijze. Ik wist niet, dat dit zo erg was. Toen ik zelf in België woonde, was mij dit niet zo opgevallen of had ik er mijn ogen voor gesloten. Maar nu ik na zo lange tijd — sinds 1957 ben ik van België weg — terugkwam en door het ganse land mocht rijden, van de éne uithoek naar de andere…. stond ik versteld. Mijn volk gelooft niet aan Jezus! Wij hebben bedevaartplaatsen bezocht en hebben duizenden pelgrims gezien, geboeid door de magische kracht van een Mariaverering, meegesleept door de donkere macht van wonderzucht, verlangend naar vrede en naar geluk, naar genezing en een vredige dood…. maar zonder uitkomst.
Licht en donker
„Het licht schijnt in de duisternis" (Joh. 1 5) Deze kruistocht was hierdoor gekenmerkt. Daarom moet ik in dit artikel over dit licht en over deze duisternis een bericht geven. Wij willen noch voor het ene noch voor het andere de ogen sluiten. Er is een groot gevaar in de huidige tijd: wij zouden zo graag alleen maar licht zien in deze wereld, dat wij niet graag meer op de duisternis gewezen worden. Wij zouden zo graag onze hand uitstrekken naar de roomskatholieken en kijken daarom alleen maar naar de publieiteits-oeeumene, vergeten echter de ruwe werkelijkheid van deze verscheurde religieuze wereld.
Mag ik u een kleine gebeurtenis vertellen, die heel juist illustreert, wat ik hier mee bedoel? Op woensdag 11 september waren wij in Auvelais, een Waals stadje. Daar hadden wij een ontmoeting met een priester, een priester van mijn ouderdom. Hij had hoop, hoop op de toekomst. Hij zag een toekomst in de ontwikkeling van de r. katholieke kerk. Hij stelde zijn hoop op het concilie en probeerde zelf alleen maar het Woord te verkondigen…. Hij was één van die vele priesters, die gebukt gaan onder de last van de huidige religieuze toestand binnen de r.k. kerk, maar die ervan overtuigd zijn, dat zij moeten blijven en meewerken aan de opbouw van een reformatie binnen de r.k. gelederen.
Ik had eerbied voor hem. Hij was een oprecht mens, die er alles voor over had, Jezus te verkondigen. Hij ging met de Bijbel in de hand van huis tot huis: alleen de Bijbel…. anders niets. Maar…. en hier komt het grote „maar": hij kende de leer niet van de r.k. kerk. Hij kende de betekenis niet van een r.k. dogma, hij kende de autoriteit niet van de bisschop en de paus, hij kon niet aanvaarden, dat hij door hetgeen hij beweerde over Maria, de mis, de doop, de onfeilbaarheid van de paus in tegenstrijd was met de rooms-katholieke leer.
Wij hebben lang gediskussieerd en ik heb hem geprobeerd met naam en toenaam, met citaat zelfs, verschillende dogma's van de rooms-katholieke kerk als onomstootbare zuilen aan te wijzen. Hij stond ervan versteld, dat er zoveel „leer", gekodificeerde leer, binnen de roomse muren bestaat. Hij zei mij: „Ik heb nog nooit zo dikwijls het woordje dogma horen uitspreken als vandaag". Toen ben ik iets beginnen te begrijpen: een mens, of hij nu katholiek of protestant is, kan zozeer verlangen naar iets, dat hij er de werkelijkheid bij vergeet. Hij kan zich zó isoleren van de gemeenschap en zich zó afsluiten van de tegenstrijdige wereld, dat hij alleen maar licht ziet.
Ik geloof, dat er zo velen in de wereld rondgaan, mensen die het goed menen, maar geen schaduwen meer willen zien. Zoals die priester, die de kinderen uit zijn katechismus niets vertelt, wat in tegenspraak is met de Bijbel en niet bemerkt, dat hij als priester de representant is van de r.k. kerk en dus de plicht heeft, ofwel de r.k. leer onomwonden te verkondigen of zijn priesterambt neer te leggen. Hier is geen compromis mogelijk.
Op die avond vroeg ik mij werkelijk af, of niet zeer velen in onze tijd ten prooi vallen van de „Satan, die zichzelf voordoet als een Engel des Lichts" (2 Cor. 11, 14) In de loop van deze tocht door België hebben wij dikwijls kunnen bemerken, dat dit inderdaad het geval is.
De eerste zondag
Op zondag 8 september begon de tournee. Vier spreekbeurten. Oostduinkerke, De Panne, Oostrozebeke en Ath. Ik mocht mijn getuigenis geven. Ik mocht aan mijn eigen volk vertellen, dat het Licht kan schijnen in het leven van een mens, die in duisternis leeft. Ik mocht hun aantonen, dat ook in hun eigen land een priester tot het Licht van het evangelie kan komen. Reeds in Oostduinkerke, waar ongeveer 40 christenen waren samengekomen, konden wij voelen, dat de Geest aan het werk was. Een familie, die reeds jarenlang geaarzeld had, naar de kerk te komen, verscheen opeens in de kerk. Ik kon hun vertellen dat er hoop was voor hen. Ik kon hen aanmoedigen in hun streven naar uitbreiding van het evangelie. Ds. Gravendeel riep alle christenen op om te getuigen van Jezus en allen, die zich nog niet bekeerd hadden, om het nu te doen. „Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht in het dierbaar bloed van het Lam". Zo konden wij zingen van de enige weg, die ons leidt naar de Vader.
Het nieuwe kerkje in De Panne met het mooie kruis, afkomstig van de wereldtentoonstelling 1958 te Brussel, verlieten wij 's middags in opgewekte stemming. Overal waar het appèl aan de christenen werd gericht te bidden voor een réveil in België vonden wij weerklank. Wij konden voelen dat de tijd rijp is, dat het veld braak ligt en wacht op de arbeiders.
Oostrozebeke is één van de frontposten van de Belgisch Evangelische Zending. Een frontpost, een doorbraak, een begin van nieuw leven. Dikwijls heb ik gedacht: men moet moed hebben, om het zaad te zaaien in een dergelijke wereld terwijl men tegelijkertijd weet, dat misschien eerst na generaties dit zaad tot wasdom zal komen. In Nederland kan men zich dit niet voorstellen. Een grote Belgisch Evangelische kerk zou in Nederland slechts een klein kerkje zijn. Het werk in België is pionierswerk.
Oostrozebeke had een bomvolle zaal. Ook hier nieuwe mensen. Enkele katholieken waren gekomen. Uit nieuwsgierigheid? Wij hadden een boodschap voor hen, voor ieder van hen. Br. van der Linde was zeer enthousiast over de opkomst. Wij hadden echter slechts weinig tijd ter beschikking. Wij moesten al gauw weer verder, naar Ath.
Ath heeft een nieuw, modern kerkje, zeer smaakvol ingericht. De opkomst was ook hier zeer groot. Het was onze eerste „Franse" bijeenkomst. Maar het sloeg in. Twee uur lang was het doodstil in het kerkje. Na de dienst kwam er geen eind aan het vragenstellen. Met de jeugd van Lessine hebben wij nog tot tien uur gepraat. Reeds toen was het ons duidelijk, bij deze eerste serie blijft het niet. De bal is aan het rollen. Moge de Here het tot een lawine van zegen maken.
Duisternis en magie
De zondag stond in het teken van een vernieuwing. De maandag echter moesten wij weer erkennen, hoe groot de nood in Vlaanderen en Wallonië is. Drie bede vaartplaatsen gingen wij bezoeken: Tongres Notre-Dame, Dadizele en Kortrijk Tongres N.D. in de omgeving van Ath is geen al te grote bedevaartplaats. Wij kwamen er rond half elf aan en vonden er pelgrims geknield voor het beeld van Maria, een groot beeld, met goud bestikte mantel en kroon. Een priester deelde de kommunie uit. De kerk was overladen met beelden en devotievoorwerpen. Mensen knielden neer en stonden op voor het beeld van Maria. Mensen die vrede zoeken. Rond de kerk: uitstalramen met Mariabeeldjes.
In de omgeving van Menen ligt de bedevaartplaats Dadizele. Een reusachtige basiliek. Zelf ben ik in mijn jeugd dikwijls naar die bedevaartplaats moeten meetrekken. Duizenden pelgrims waren op die dag met auto's en cars van overal gekomen.
De foto hiernaast geeft een beeld van de winkel, die in de kerk is. De koperen pot voor de non is een relikwie van een heilige. Duizenden pelgrims komen aan deze relikwie voorbij en kussen het glazen deksel. In haar linker hand houdt zij een bos rode draadfes. Wat gebeurt hiermee? In de geschiedenis van de bedevaartplaats lezen wij: Toen de kerk gewijd zou worden door de bisschop van Doornik, heeft een vrouw gezegd: niet nodig, want die plaats is door Maria gewijd. „Om dat gy gelooven soude hetgene dat ick u segge, ick sal u dit teecken geven, keert weder, ende gy sult vinden rondtom de capelle eenen syden draet gespannen ende de geheele plaetse die met den draet omvangen is, is geconsacreert en gewijdt." Die draad nu zou men werkelijk gevonden hebben en „een groote menighte van Creupele, Blinde, Doove, Stomme, ende met andere sieckten bevangen quamen tot de Capelle ende plaetse om hulp ende bystandt te versoecken, alwaer dan meestendeel gesontheydt verwerfde". (blz. 16).
Verder wordt nog in het boekje geschreven: „De „Zijden draad" ging ten gevolge van de beeldenstorm verloren. Die wonderdraad was heilzaam bij vele ziekten. Hoewel men er jaar na jaar deeltjes van afsneed voor de talrijke bedevaarders, bleef de draad onuitgeput. Van toen af wijdde men in de kerk zijden draadjes die achteraan in de basiliek uitgedeeld worden. Deze draad wordt eerbiedig en zorgvuldig thuis weggeborgen en gebruikt bij menige ziekte of kwaal", (blz. 25.)
Déze draadfes deelde die non uit. Nadat men het geld in het offerblok had geworpen, kreeg men zo'n draadje. Duizenden mensen gaan dagelijks aan deze non voorbij, duizenden die genezing en licht zoeken, die echter niet weten, dat zij bij Jezus moeten aankloppen.
Deze krasse geschiedenis van Dadizele is ook wel voor moderne katholieken wat bizar. Daarom staat er een kleine nota in het boekje, een uittreksel uit het blad „Het Kruis" van 17-1-1954: „Of deze verhalen nu op waarheid berusten of vrome verdichtsels zijn van onze voorouders, die veel van O.L. Vrouw hielden, doet er niet toe…." Het doet er dus niet toe, of het waar is of niet!!! Maar duizenden geloven erin en duizenden gaan aan het kruis van Golgotha voorbij, zonder vrede, zonder redding!!
's Avonds waren wij bij Broeder Isidoor in Kortrijk. Hier wordt een Passionist vereerd, wiens heiligverklaringsproces in Rome aanhangig is. Duizenden pelgrims trekken ook naar hier en zoeken vrede…
Verademing
Hoe blij waren wij, dat wij weer in een kleine gemeente van christenen in Kortrijk mochten zijn en daar voelen, dat Jezus leeft. Een kleine kudde…. Maar als de Geest Gods gaat waaien, wie kan dan nog weerstaan? AVV-VVK hadden wij gelezen op het nationaal monument van de Vlamingen in Diksmuide: Alles voor Vlaanderen—Vlaanderen voor Kristus! Maar is dit waar? Is Vlaanderen werkelijk voor Christus? Is Hij werkelijk de Koning, de Redder, de Heer? Mijn volk is in nood. Mijn volk wil vrede, maar vindt er geen. Wij hebben een boodschap te brengen aan dit volk. Eén van mijn broeders heeft deze tocht een laffe provokatie genoemd, oqidat ik als ex-priester door mijn katholiek Belgisch land wil trekken. Maar is het een provokatie door dit land te trekken en van Jezus te spreken, wanneer men de nood van die miljoenen ziet?
Wij mochten in die week nog in Brussel, in Auvelais en in Arlon spreken, en op zaterdag in Doornik. Overal hebben wij christenen ontmoet, die nieuwe wegen willen opgaan. Overal hebben wij een nieuwe geest kunnen ontdekken, en dat geeft moed. Dit eerste gedeelte van deze tocht mag ik daarom besluiten niet de woorden, die Ds. G. Auquier tot ons richtte op het einde van de dienst in Arlon. Arlon heeft een zeer kleine gemeente en de tegenstand van de zijde der r.k. kerk is zeer sterk.. Zo waren er maar dertig mensen in deze samenkomst … de christenen van twee verschillende posten in een cirkel van 50 km! Toen zeide Ds. Auquier: „Er is toekomst voor ons land. Wij zijn hier met velen, wij zijn met z'n dertig. De apostelen waren maar met twaalf…. en zij hebben in de kracht van de Geest de wereld veroverd!"
Volgende maand willen wij dan verder gaan op deze kruistocht door Vlaanderen, door de duisternis heen zoekend naar het Licht. Wij hebben echter het gebed nodig van alle lezers van ons blad, opdat de zuiderburen, een volk van acht miljoen, weer de kans krijgi voor een reveil!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
