In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Morgenzon en avondwolken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Morgenzon en avondwolken

12 minuten leestijd

Wanneer wij met protestanten over de rooms-katholieke wereld spreken, dan moeten wij di kwijls de ervaring opdoen, dat zij somtijds niet voldoende de ontwikkeling kennen, die de r.k. kerk in de laatste decennia heeft ondergaan. Laatst nog was ik in gesprek met een protestant s gelovige. Telkens weer moest ik er hem op wijzen, dat de theologische opvattingen, die volgens zijn mening echt r. katholiek waren, tot het verleden van de r.k. theologie behoren en alleen maar voor vijftig jaar geleden aan de seminaries en theologische faculteiten werden gedoceerd.

De Geest van God werkt klaarblijkelijk in de kringen van vele r.k. gelovigen. Er is een ni euwe opbloei in gang. Een nieuwe lente. Wij moet en dat zien en mogen er ons over verheugen.

MORGENZON

Open Katholicisme

In de rubriek „Brieven van lezers" uit „De Tijd" van 22-8 schrijft in verband met een discussie over het nieuw katholicisme een zekere heer P. Wilderom uit Vlissingen: „Wij maken het andersdenkenden zo moeilijk, het geloof te begrijpen en te aanvaarden. We begraven de essentie — het voortdurend kontakt met God -— steeds onder een hoop menselijke aankleedsels (omdat wij of onze voorouders tot de middeleeuwen toe het zo mooi vonden)." P. Wilderom eindigt zijn betoog met de volgende woorden: „De murmel gebedjes, de vereringen die nauwelijks van bijgeloof te onderscheiden zijn, de middeleeuwse gebedsornamentiek, de antieke kerkaankleding, etc. drijven de andersdenkende en de jongere mens in de armen van het atheísme. Wij zijn het, die God hebben weggeborgen onder de „veilige" menselijke bedenksels waardoor hij voor onze medemens onzichtbaar blijft. Of wordt".

Bravo P. Wilderom, uit u spreekt werkelijk de stem van dui zenden r. katholieken, die het niet meer uithouden in de verschroefdheid van de kerkelijke levensuitingen in de liturgie. Uw kritiek op de uitwassen is volledig terecht. Wanneer u Luther zoudt lezen, dan zoudt u er dezelfde klank in horen. Toets in uw kritiek steeds weer praktijk en theorie aan wat u noemt „de essentie" van het geloofsleven. Laat u leiden door de Geest Gods.

De Geest waait waar hij wil

Over deze Geest binnen de r.k. kerk — een Geest, waarvan wij zo even een uiting hebben gelezen — zou ik graag wat willen praten. Wie een weinig thuis is in de r.k. theologie zal moeten aannemen, dat die Geester nog niet volledig uitge blust is. Integendeel. Zeker, wij zullen hierbij die blijvende duisternis en de be staande uitwassen niet uit het oog mogen verliezen. De kloof blijft nog steeds Maar toch: de lente zit in 't land in de harten van vele r. katholieken, die proheren gehoorzaam te zijn aan Jezus.

Dit is trouwens ook de reden, waarom ik het persoonlijk zolang heb uitgehouden in de r.k. kerk. Ik geloofde aan de volledige vernieuwing van deze kerk. Toen mijn broer Michiel naar de reformatie overging, heb ik hem gezegd, dat hij volgens mijn mening niet het recht daartoe had, de r.k. kerk te verlaten. Ik dacht dat hij in de strijd om het ware geloof moest blijven standhouden temidden van diegenen, die de r.k. kerk wilden hervormen. Ik kon toen nog niet begrijpen, dat het toch niet mogelijk is, binnen deze kerk met haar vastgeroest stelsel, het volle evangelie te beleven. Eerst later heb ik begrepen, dat de gehoorzaamheid aan het Woord geen tussenpositie veroorlooft.

Deze kleine anecdote mag echter illustreren, dat er binnen deze kerk een vernieuwende geest waait en dat nieuwe krachten in beweging komen, die ons kunnen verheugen.

Gebed in de Geest

Het gebedsleven is de spiegel van het innerlijke, religieuze leven. Daardoor komt het ook, dat de meeste kritiek geuit wordt tegen de magische opvatting van gebed en sakramenten binnen de r.k. kerk. Dat is ook goed begrijpelijk. De problemen op het zuiver intellektuele plan van de theologie raken het leven van de mens niet zo direkt. Anders wordt het, wanneer de gelovige bemerkt, dat het gebedsleven hem geen hulp, geen troost, geen zekerheid schenkt. Bidden is het ademen van de ziel, een levensnoodzakelijkheid voor de gelovige mens. Voor mij ligt het boekje van Karl Rahner: „Von der Not und vom Segen des Gebetes." (Herder-Bücherei 1958). Voor iemand die Rahner zelf gehoord heeft in zijn kursussen als professor van de universiteit van Innsbruck heeft dit boekje een ongewone aantrekkingskracht.

Over het gebed en de Geest schrijft hij: „ln de diepten van de ziel huizen niet alleen demonen van de nacht, van de begeerte en de haat. Daar vloeien niet alleen de grondwateren van de bitterheid, waarvan alleen maar een paar druppels tot in de ogen doordringen. Daar is niet alleen de afgrond van de scepsis die alles vernietigend verslindt. Neen, daar is nog veel dieper dan dit alles, nog machtiger dan dit alles — de Heilige Geest, in eeuwigheid aangebeden en verheerlijkt. Slechts een stil, verlegen en gelovig „ja", en deze diepte der diepten, deze afgrond van de godheid in de afgrond van de ziel is mijn eigendom. Hij is er reeds. Maar Hij is er alleen dan, wanneer ik in geloof „ja" zeg. Wanneer ik dit „ja" zeg in de zalige jubeb of in de laatste inspanning van mijn hart, waarbij het woord van mijn mond het woord van mijn hart schijnt vooruit te gaan: dit „ja" is genade van de Heilige Geest", (bl. 36-37).

De basis van het gebed is de Geest. „Die Geest bidt in ons". Ik geloof dat dit ook de basis is, om tot een ware „oecumenische" band met elkaar te komen. Wanneer wij allen luisteren naar de Geest, die in de diepten van onze ziel woont, di n moóéten wij één worden in geloof. Daarom mogen wij ons verheugen over dergelijke uitlatingen binnen de r.k. theologie. Zij schuiven de moeilijkheden niet opzij. Zij brengen niet automatisch de wanden van de kloof dichter bij elkaar. Maar zij zijn de enige basis voor een t oenadering. Wanneer wij allen willen luisteren naar de Geest en wanneer wij bidden in de Geest, dan mogen wij er ook op v1wen, dat wij nader komen in deze Geest. Het ni veau van de toenadering tussen hen, die gescheiden zijn, kan slechts liggen in de levendige verwerkelijking van de gemeenschap van de heiligen. Waar een mens ,,ja" zegt in gelovige overgave aan Jezus en deze vertikale lijn van de verbinding met God in de Geest verwerkelijkt werd, daar is ook ten minste in kiem aanwezig de horizontale lijn van deverbinding met alle andere gelovigen, die tot diezelfde Jezus „ja" hebben gezegd.

Geen zand in de ogen

Waar niet geluisterd wordt naar deze Geest, gebeurt ook een valse oecumene. Dan gebeurt dit, dat men de „broeders" aan de andere kant ziet staan en hun de hand wil reiken. Ook de „broeders" zien van de andere kant de anderen staan en willen hetzelfde. En dan st appen zij op elkaar toe en zien de kloof niet meer, die onder hun voeten gaapt . „Indien een blinde een blinde leidt, zullen zij beide in een put vallen. " (Matth. 15, 14) Voorwaarde voor een ware toenadering is, dat beide „zien". Leven in en uit de Geest is echter een voorwaarde voor dit „zien". Wie in gebed luistert naar Hem, de Parakleit , die zal ook „zien".

Spijtig genoeg treft men in de r.k. kerk nog veel andere stemmen aan. Somtijds heeft men de indruk, dat het alleen maar een aarzelend doorbreken is van de morgenzon door de zware

AVONDWOLKEN

Wij lezen het woord in de Hl. Schrift: „En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen door de veelheid van woorden verhoord te zullen worden" (Matth. 6, 7).

In de voorschriften van de r.k. moraal die betrekking hebben op het breviergebed van de priester, krijgen wij wel de indruk, alsof men door „de veelheid van woorden" een „verdienstelijk gebed" verkrijgt. In dit verband schrijft de moraaltheologie van Jone voor: „Zware zonde is bet, wanneer men een Hora (gebedsgedeelte, dat bij het lezen ongeveer acht tot tien minuten duurt) weglaat of een deel, dat daaraan gelijkwaardig is. Wie zijn breviergebed in de eigen taal verricht, voldoet niet aan zijn verplichting". —(Katholiscbe Moraltheologie blz. 128).

Dergelijke voorschrift en kunnen tot geweldige konflikten binnen het geweten van een r.k. priester aanleiding geven. Hij moet „bi dden", d.w.z. een levendig gesprek hebben met God, maar hij moet ook terzelfdertijd een kwantiteit aan woorden en psalmen „reciteren". Wanneer hij werkelijk vlug zijn brevier leest, dan heeft hij daarvoor 60 tot 80 minuten nodig. Wanneer hij wil bidden dan blijft hij misschien aan één psalm hangen en dezelfde tijd is om. Hij mag echter niets weglaten, want dan doet hij zware zonde!

Een andere, modernere moraaltheoloog, Haring, schrijft in zijn boek: „Das Gesetz Christi": „Het verrichten van onverstaanbare gebedsformules kan een waardevolle daad van gehoorzaamheid of boete zijn." Zo wordt bijvoorbeeld in sommige kloosters als boete voor begane fouten opgelegd het reciteren van psalmen in het latijn, ook dan wanneer de lekenbroeders of nonnekes er geen snars van begrijpen.

Verder schrijft Haring, dat het bij het breviergebed zeker niet in de zin van de r.k. kerk is, dat men als leek een Latijns gebed verricht, zonder er iets van te begrijpen. Hetzelfde geldt dan voor de gebeden van de mis. Hij komt echter in het geheel niet tot de voor de hand liggende conclusie, dat men iemand zou moeten vrijlaten, of hij in het Latijn wil bidden of niet. Steeds blijft het latijn de officiële taal van de kerk en daarom moet ook het officiële gebed van de kerk in deze taal worden verricht. „De leken echter, die geen Latijn verstaan, moeten dan in de inhoud van de liturgische gebeden worden ingevoerd, opdat zij er de zin van zouden verstaan." (blz. 744).

Magische opvatting van een taal! Zeker is op dit gebied een grote ontwikkeling aan de gang. Van priester-zijde en ook van de kant van de gelovigen wordter steeds weer op aangedrongen, dat de volkstaal zou worden ingevoerd. Steeds weer echter zien wij, dat zoals P. Wilderom zegt, „de essentie onder een hoop menselijke aankleedsels wordt begraven".

Nog op een geheel andere wijze komt deze dodende wet van opgelegde gebedsformules naar voren, wanneer men bijvoorbeeld bedenkt, dat een priester verplicht is iedere dag een reeks gebeden te verrichten, die op zichzelf naar inhoud aan bepaal de tijden van de dag gebonden zijn: morgengebed, voormiddagsgebed, namiddagsgebed, avondgebed. Daar echter de „kwantiteit" aan verrichte gebeden de hoofdzaak is, mag de priester bijvoorbeeld zijn morgengebed reeds 's avonds tevoor bidden („anticiperen" heet dat) of 's morgens reeds zijn avondgebed bidden. Van een priester zoals Erasmus van Rotterdam is bekend, dat hij zijn breviergebed steeds zo indeelde, dat hij 's avonds rond 11 uur het breviergebed van de vorige dag las en dan na twaalf uur, wanneer de nieuwe dag was aangebroken, gelijk aansluitend dóórbad voor de volgende dag. Zo was hij dan twee dagen van het brevierbidden bevrijd.

Zeker zal geen enkele katholiek een dergelijk kras voorbeeld nog goedkeuren. De mogelijkheid echter, dat zoiets bestaat, vindt haar wortel in deze „kwantitatieve opvatting" van het gebedsleven. Hier is de Geest dood. Hier leeft de wet.

Magische kraehten en bijgeloof

Nog veel verder afwij kend van deze „Geest die bidt in ons", zijn de opvattingen der r.k. kerk nopens sakramenten en sakramentaliën. Ook deze doen afbreuk aan de kracht van de Geest Gods, afgezien nog van het feit, dat zij gedeeltelijk of geheel geen fundament hebben in de bijbel.

In de handboeken van de theologie wordt er een haarfijn onderscheid gemaakt tussen magie en sakramentaliën. In de magie wordt aan een ding op zichzelf een bepaalde kracht toegeschreven. In de r. k. sakramentaliën wor dt wel een bepaalde werking aan dingen en handelingen toegekend, maar dit niet op grond van het ding zelf, maar op grond van het gebed van de kerk. De meeste mensen kennen of verstaan deze theologische onderscheiding niet. Zij zien de kracht in het wijwater, in de gewijde medaille, de rozenkrans, de gewijde kerk, de wijding van auto's en fietsen zelf. Een „ christoffeltje" in de auto blijft een „amulettenwaarde" dragen. Ondanks de haarfijne onderscheiding, die de theoloog in zijn studeerkamer opstelt, blijft deze sakramentaliënkult in de praktijk een magisch bijgeloof.

In mijn zielzorg als r. k. priester heb ik altijd weer moeten ervaren, dat aan die dingen, zoal s medailles, rozenkrans, genadebeeldjes, reliquiën méér aandacht werd geschonken, dan aan een persoonlijk gebed tot Christus in de overgave van zijn eigen hart.

Hier wordt de Geest aan banden gelegd. Hoe blij wij ook zijn met de christo centrische theologie in de r.k. kerk, met de vernieuwing in het gebedsl even, die zeker vanuit de Geest komt, wij moeten blij ven zien, dat hier menselijke muren werden opgetrokken, die het uitzicht op het ware licht bel emmeren, avond wolken, die de morgenzon bedekken, verabsoluteringen van leerstelingen, die tegen het Woord Gods indruisen.

Ouzo persnoniijko houding

Her blijft een christelijke houding, wanneer men wil staan in de morgenzon van de kracht van de H. Geest. Op dit niveau is ontmoeting, is vruchtbaar gesprek, is gemeenschap van de heiligen mogelijk. Het kan echter alleen in het Licht van de Geest. Wij moeten de moed hebben te luisteren naar deze Geest, dwars door de muren van onze kerken heen. Wanneer wij ons van alle kanten steeds weer bezinnen op het Woord van God, dan komt er een weg open, die wij gezamenlijk mogen betreden. Maar wij mogen niet als een blinde door het leven gaan. Daarom is een zuivere en juiste stellingname in het licht van het Evangelie steeds weer noodzaak. Daarom is het ook steeds weer van node, dat wij het ware aangezicht van de r.k. kerk leren kennen, onverhuld, klaar.... ook dan, wanneer daardoor „pijnlijke vragen" worden aangesneden.

Morgenzon en avondwolken in de r.k. kerk. Er gebeuren grote dingen. Maar dag der verlossing." (Eph. 4, 30).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1963

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Morgenzon en avondwolken

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1963

In de Rechte Straat | 32 Pagina's