Amen
Ik dacht
in eenzaamheid
de trap
der gouden poorten
te beklimmen;
ik dronk de stilte
van dit huis
en legde kuis
de handen
voor de borst;
ik trok
de wissels
van mijn hart
op 't zeldzaam spoor
der verre tochten
en zag na einders
telkens weer
een nieuwe horizont;
ik stapte moe
met wonde voeten
door het zand
en stond
in witte tempels
met de klank
van verre harpen
in het oor
doch steeds alleen.
Dan vond ik U
de Ander!
Geen pracht
geen praal
geen stilte
die bedwelmt;
alleen twee lippen
die mij fluist'rend
zegden:
„Kom!"
Nu staan wij
hand in hand
op open straat;
nu rijen zich
miljoenen handen
aan één hand
en alle zingen:
„Amen!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
