Gij zult niet stelen
„En liet geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde…… Toen sprak God al deze woorden: Ik hen de HERE, uw God…… Gij zult niet stelen". (Ex. 19:16 en 20:1, 15).
VERTALING
Wij, Doctor Don ENRIQUE, (drager van de kerkelijke ere-)titel van Sint Petrus in Montorico, priester van de Heilige Roomse Kerk, kardinaal Pia Y Deniel, vanwege de goddelijke barmhartigheid aartsbisschop van Toledo, primaat van Spanje en algemeen apostolisch commissaris van de „Kruistochtenbul".
Aan hem die deze bul van „minnelijke schikking" zal ontvangen, heil en genade in onze Heer Jezus Christus.
Daar onze Allerheiligste Vader, Paus Joannes XXIII, die de Kerk op een gelukkige wijze regeert, wil voorzien in de rust van de gewetens op zulk een wijze, dat de Katholieke Godsdienst daaruit tegelijk voordeel ontvangt en dit eveneens bijdraagt tot opluistering van de eredienst, heeft hij de kruistochtenbul tot het jaar 1963 willen uitstrekken door een goedgunstige verlenging van de Breve van Pius XI, heiliger gedachtenis, van 1 aug. 1928, en daarbij ook de bul van de zogenaamde „minnelijke schikking" ingesloten, waardoor aan Ons wordt toegestaan om aan de gelovigen op Spaans grondgebied de volgende gunsten te verlenen:
1) om aan hen die geestelijke verrichtingen, waarvoor zij betaald werden, hebben nagelaten, met name voor het niet bidden van het brevier een minnelijke schikking te verlenen; dit geldt echter niet voor het nalaten van een Mis (waarvoor men betaald werd).
2) om een geschikte minnelijke schikking te treffen voor allen die iets op onrechtvaardige wijze ontvreemd hebben, of zich hebben toegeëigend of die wat dan ook op onrechtvaardige wijze in hun bezit hebben gehouden, mits zij dit echter niet hebben gedaan vanuit het vertrouwen op deze bul, en mits zij voldoende hun best hebben gedaan om de eigenaar te vinden, of indien het niet zeker is wie de eigenaar is.
Tengevolge daarvan moeten zij, die de gunsten van deze bul willen genieten, zich tot Ons wenden, die, gebruik makend van voornoemde apostolische volmachten en overeenkomstig de richtlijnen die door de Heilige Stoel zijn vastgesteld, dan zullen uitmaken welke aalmoes in elk geval gegeven moet worden, die dan zal aangewend worden voor de vrome doeleinden, die de Heilige Stoel heeft aangegeven.
Deze aalmoes zal gewoonlijk niet meer bedragen dan het tiende gedeelte van het gestolene, dat men moet teruggeven, en zal zelfs nog minder kunnen zijn, als dat door bepaalde omstandigheden raadzaam wordt en de verplichting tot teruggave van het gestolene kan zelfs helemaal worden opgeheven als het voor de schuldenaar uitermate zwaar zou zijn om ook maar iets terug te betalen. Wanneer echter het gestolene niet meer dan honderd pesetas bedraagt, dan kan men volstaan met het vereiste aantal bullen te kopen, zonder daarbij zich tot Ons behoeven te wenden.
Dus, om aan de gelovigen het gebruik van deze „minnelijke schikking" te vergemakkelijken zonder dat ze zich steeds tot ons moeten wenden, hebben Wij het goedgedacht om, gebruik makend van apostolische volmachten die Ons verleend werden, deze bul van de „minnelijke schikking" uit te vaardigen, waardoor, bij een aalmoes van één peseta voor de voormelde vrome doeleinden, men vrijgesteld wordt van de teruggave van gestolen goederen ter waarde van tien pesetas, mits echter de boven aangeduide voorwaarden aanwezig zijn.
Indien echter het bedrag dat men moet teruggeven, meer dan tien pesetas is, dan moet men een nieuwe bul kopen voor elke tien pesetas, die men gestolen heeft. Men kan echter niet meer dan tien bullen tegelijk kopen, wat overeenkomt met de kwijtschelding van de teruggave van honderd pesetas. Indien het echter gaat over meer dan honderd pesetas, dan moet men zich tot Ons wenden en dan zullen wij vaststellen wat er moet gebeuren.
Zo bepalen wij door deze Bul van Minnelijke Schikking, die wij laten drukken en ondertekenen met onze naam en ons zegel in Toledo, op 25 juli 1962.
Handtekening: Enrique Cardenal Pla Y Deniel,
aartsbisschop van Toledo.
Onder het rechtse zegel:
Bul van Minnelijke Schikking voor 1963. Aalmoes: EEN peseta.
ONS KOMMENTAAR:
Voor velen, vooral protestanten, hier in Nederland zal uit de vertaling van bovenstaand dokument nog niet duidelijk zijn, wat daarvan de bedoeling is. Wij willen het daarom met onze eigen woorden omschrijven.
Het gaat hier over r. katholieken, die iemand op een of andere manier bestolen hebben en de eigenaar of zijn adres niet meer kunnen achterhalen.
In dat geval zegt de r.k. moraal overal ter wereld, dat men het gestolene evenmin voor zichzelf mag behouden, maar het moet geven aan de armen of aan een „vroom werk", dat betekent dus, aan de kerk.
De kerk konkurreert tegen de armen
In Spanje zegt de r.k. kerk in dat geval bovendien: Als u aan ons tien procent geeft van wat u gestolen hebt, dan moogt u de andere negentig procent voor uzelf houden.
Vanzelfsprekend zal dan niemand er nog aan denken om het gestolene aan de armen te geven, want in dat geval mag hij niets voor zichzelf behouden, terwijl hij immers negentig procent mag opsnoepen, als hij tien procent voor de r.k. kerk neertelt.
Dit is beslist een oneerlijke konkurrentie van de r.k. kerk in Spanje tegenover de armen.
Hoe praat men deze oneerlijkheid goed?
Op dezelfde manier, waarop men ook de aflaat verdedigt. We lezen dat in: „Compendia de teologia moral", Arregua-Salba, S.J., 4de editie, imprimatur 1 juni 1954, p. 797-798.
Daarin schrijft deze pater-jezuiet:
„Wanneer de naam of het adres van de bestolene niet te achterhalen is, voldoet men volgens de r.k. moraal „aan de rechtvaardigheid, wanneer men het gestolene aan de armen geeft ofwel aan een vroom werk. Welnu de Paus, als hoogste administrator van de vrome werken, kan een regeling treffen ten gunste van de zielen en de schuld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden, waarbij de Paus dan uit de „geestelijke schatkist" van de Kerk alle geestelijke goederen kan aanvullen, die de bestolene zou ontvangen hebben, indien hij de gehele waarde van de bij hem gestolen goederen zou besteed hebben aan vrome werken".
Dit is toch wel een duidelijk voorbeeld van een ruilhandel tussen geld en geestelijke goederen. Als dit nog geen simonie is, wat is het dan wel?
Maar als de eigenaar later komt opdagen?
„….dan behoeft men waarschijnlijk aan de eigenaar het gestolene toch niet terug te geven". Aldus pater Arrega-Zalba.
Het zal je overkomen! Vooral ook als protestant of in het algemeen als niet-r. katholiek.
Wanneer de dief in de tussentijd, dat hij je naam of adres niet heeft kunnen vinden, tien procent aan de r.k. kerk in Spanje heeft gegeven, dan mag je je vergenoegen met de geestelijke goederen, die de Paus je uit de „geestelijke schatkamer" van de r.k. kerk verstrekt in ruil voor de centen die je kwijt bent, maar van de centen zelf zie je nooit meer iets terug. Van de overige 90 procent mag de dief vakantie gaan houden aan de Riviera.
De grootste diefstai van de geschiedenis
Toen ik in Elisabethville in Canada sprak, vertelde men mij, dat daar de grootste diefstal van de wereldgeschiedenis had plaats gevonden. Inbrekers hadden n.l. uit een bank de waarde van 30 miljoen dollar gestolen.
Bij zo'n kraakje zou de r.k. kerk in Spanje 10 procent gekregen hebben, dat is dus 3 miljoen dollar, een aardig sommetje, waarmee men wel een kapelletje kan bouwen. En met de overige 27 miljoen zouden de dieven goede sier kunnen maken.
Mits…. o men kan zelfs de grootste gruwelen overgieten met een vroom sausje, mits men „dit echter niet heeft gedaan vanuit het vertrouwen op deze bul".
Waarom publiceert u dit?
De oecumenisten zullen ons weer aanvallen: Praat toch liever over wat ons met Rome bindt dan over wat ons scheidt! En: wat hebben wij met Spanje te maken?
Maar allereerst gebeurt dit handeltje in geestelijke goederen ten gunste van de dieven met volledige machtiging van paus Joannes XXIII. Dat kan ook niet anders, want de paus alleen heeft de beschikking over de „geestelijke schatkist" van de kerk. Hij alleen kan dus zulk een transaktie mogelijk maken, waarbij de bestolene in ruil voor de goederen, die hij niet meer terugkrijgt, een overeenkomstige portie geestelijke goederen wordt geschonken.
En vervolgens is het wel gebleken, dat publikaties over de toestanden in Spanje een grote invloed uitoefenen op de gang van zaken aldaar. Zo weten we, dat als gevolg van de berichten over de protestantenvervolgingen in Spanje er thans ernstige besprekingen gaande zijn, om die op te heffen.
Wij zouden het zeer op prijs stellen, als de Nederlandse r. katholieken, die zeker niet zullen instemmen met deze praktijken in Spanje, zoveel mogelijk zouden protesteren bij Kardinaal Pla Y Deniel te Toledo. Maar vooral de Nederlandse bisschoppen, met name Kardinaal Alfrink, zouden toch op indringende wijze hun stem moeten verheffen tegen deze openlijke en officiële verkrachting van het gebod des Heren: „Gij uit niet stelen".
De heler even sleeht als de steler
De vrijbrief zegt, dat de paus deze minnelijke schikking wilde treffen „voor de gewetensrust" van de dieven.
Wij kunnen er niets aan doen, maar dit lijkt toch veel op een vroom smoesje.
Want wij zouden dan allereerst willen vragen: Waarom staat de paus die vrijbrieven alleen toe aan Spanje? Hebben de r. katholieken in andere landen die zorg voor de gewetensrust niet nodig?
En vervolgens: het is een volkomen onjuiste manier om iemand de rust van zijn geweten te bezorgen door een bepaald gebod van God voor hem op te heffen. God zegt: Gij zult niet stelen. Dat houdt in, dat wij het gestolene op geen enkele wijze voor ons zelf mogen behouden. Deze pauselijke vrijbrief gaat lijnrecht in tegen dit gebod van God door aan de dief toe te staan dat hij, „voor de rust van zijn geweten", 90% voor zichzelf behoudt.
Op deze wijze is de r.k. kerk van Spanje, en paus Joannes XXIII, die de machtiging voor deze bul heeft gegeven, mede aansprakelijk voor dit gestolene, dat de dief voor zichzelf behoudt.
De explosie van de reformatie
In deze vrijbrief komt de geschiedenis van de reformatie weer heel dicht bij ons. In de tijd van Luther was immers deze handel van de „geestelijke schatkist" van de r.k. kerk nog veel erger. Ze was alom verbreid. En met het geld, dat men aldus verzamelde, bekostigde men de uitspattingen van het destijds zo zedeloze hof van Rome. Tegenover dergelijke verregaande ergernissen en officieel gesanktioneerde misbruiken kon men alleen maar reageren met een uitermate bewogen profetisch protest.
Het verwijt, dat Luther geduld had moeten oefenen en meer het middel van het „gesprek" met de r.k. kerkelijke leiders van toen had moeten bezigen, is waanzin, wanneer men werkelijk de volle omvang van de diep ingevreten kerkelijke korruptie kent.
Zedebedervend
Ook wij kunnen niet anders dan met de kracht van het profetische woord onze stem verheffen tegen deze openlijke schending van de heilige wet van God door hem die zich de „allerheiligste Vader" en „de plaatsbekleder van Christus op aarde" noemt en door heel de r.k. kerk van Spanje.
Is het dan nog te begrijpen hoe de priesters, P. Manna en H. Carlier, in hun boek: „Vrede met Rome" de niet-r. katholieke lezers tot het lidmaatschap van de r.k. kerk trachten te bewegen door te beweren dat de r.k. kerk „de ware behoedster van de zedewet is". „Rome…. treedt naar voren als het enige organisme, dat zonder compromis geloof en zedeleer verdedigt. Rome betekent de laatste akte van getrouwheid van het menselijk geslacht aan de hogere idealen der zedelijkheid" (p. 56). Toe maar!
„ZO ZEGT DE HERE:………"
„Omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen en de arme om een paar schoenen — zij die er naar snakken, dat stof zij op het hoofd der geringen, en die de weg der weerlozen ombuigen……; op verpande klederen strekken zij zich uit naast elk altaar, en de wijn der beboeten drinken zij in hun godshuizen…… En gij geboodt de profeten: Gij moogt niet profeteren! Zie, Ik maak dat het onder u kraken zal………" (Amos 2:6, 8, 12, 13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
