Ik heb in het Licht geloofd
Het einde van een étappe
Ik bleef luisteren naar de protestantse radiouitzendingen. Jezus Christus vervulde steeds meer mijn hart. Het ware Evangelie begon zich steeds meer af te tekenen in mijn leven. Alle bijkomstigheden verloren hun aantrekkelij kheid voor mij. Ik richtte mij op het belangrijkste, ik volgde de aanwijzingen van Jezus Christus en zocht „de Vader te aanbidden in Geest en in waarheid".
Naarmate ik in de Bijbel las, namen ook mijn twijfels omtrent allerlei dogma's van de rooms-katholieke kerk toe.
Om een voorbeeld te noemen: De woorden van Jezus Christus: „Komt tot Mij, gij die belast zijt, en Ik zal u rust geven", leken voor mij een stuk bedrog. Heel wat mensen in de rooms-katholieke kerk konden beslist geen verlichting, geen rust en geen oplossing voor hun moeilijkheden vinden bij de Christus, zoals Hij door de rooms-katholieke prediking aan hen werd voorgesteld. Dikwijls dreef de rooms-katholieke kerk de mensen van Christus weg door haar banvloeken, waarbij zij geen rekening houdt met de persoonlijke problemen. En als iemand tot deze Christus zou willen gaan, zoals Hij door de rooms-katholieke kerk werd gepredikt , dan zou hij juist nog meer lasten op zich voelen naarmate Hij zich inniger met deze Christus zou willen verenigen.
De Christus van de rooms-katholieke kerk zou slechts waarheid spreken, als Hij zou zeggen: „Komt tot Mij, gij, die belast zijt, en Ik zal nog meer lasten op u laden". Daar om begon ik te begrijpen dat ik op de duur zou moeten kiezen tussen de Christus van de rooms-katholieke kerk en de Christus der Schriften. Alleen als ik de leer van het Evangelie in al zijn eenvoud en waarheid zou aanvaarden, alleen dan zou ook voor mij de belofte van Jezus werkelijkheid worden: „Komt tot Mij, gij, die belast zijt, en Ik zal u rust geven".
En thans, nu ik gebroken heb met de valse voorstellingen van de rooms-katholieke kerk, nu kan ik getuigen dat Christus zijn beloften vervult. Ik heb de waarheid van zijn woorden persoonlijk ervaren. Dank, Here Jezus, omdat Gij voor mij zijt geworden mijn rust en mijn troost.
Ik zou in deze geestelijke toestand niet kunnen voortleven. Ik vroeg daarom om raad aan mijn biechtvaders. Ik zal niet vergeten het antwoord dat een pater jezuïet mij gaf: „Houd toch op met al dat prakkizeren. Op deze manier zult u nog eens voor eeuwig verloren gaan." Dat waren ernstige woorden die ik ook ter harte nam, maar die mij geen licht gaven in mijn moeilijkheden. Anderen zeiden tegen mij, dat de kerk menselijk is, dat dit alles een mysterie is, dat ik alles veel te zwaar opnam, dat dit christelijk ideaal dat ik nastreefde, onbereikbaar was, enzovoort.
Maar al die antwoorden gaven mij geen rust. In mijn overdenkingen kwam ik steeds meer in botsing met de rooms-katholieke leerstellingen.
Buiten het seminarie begonnen mijn evangelische ideeën en mijn liefde tot het Woord van God weerklank te vinden bij mensen die bij mij geestelijk leiding zochten. Ik mocht hen binnenleiden in een meer Christocentrisch leven, dat gebaseerd was op het Evangelie. Die pastorale arbeid was voor mij een grote vreugde en een compensatie voor het wanbegrip binnen het seminarie, waar men zo weinig oog had voor deze evangelische rijkdommen van Christus.
Langzamerhand rijpte in mij het besluit om de oplossing van mijn problemen desnoods buiten mijn eigen rooms-katholieke kerk te zoeken, daar ik toch geen bevredigende antwoorden kreeg op al mijn vragen. En staande voor de keuze: berusten in deze eeuwige twijfel of de waarheid zoeken, koos ik dit laatste met alle beslistheid. En om die waarheid te veroveren, wilde ik elk vooroordeel en elk menselijk opzicht overwinnen.
Een nieuwe fase
Het was in de zomer van 1960, dat ik dat besluit nam, om onverbiddelijk verder te gaan op mijn tocht naar de waarheid. Ik wilde dan ook konkreet zijn en gaan spreken met hen, die de Bijbel als enige norm voor hun leven nemen. Ik had reeds meer horen spreken over ds. Ramon Blanco, die predikant was in Oviedo. Ik had gehoord van zijn eenvoudige en oprechte levenswandel. En dat alles trok mij. Ik wilde hem bezoeken.
Ik herinner mij nog precies de dag. Het was 9 september 1960. Ondanks het avontuurlijke van deze onderneming was er toch een grote rust in mij, want ik wist, dat ik gedreven werd door het verlangen naar het zuivere Evangelie. Ik werd heel hartelijk ont vangen. Van de aanvang af groeide er tussen ons een wederzijds begrip en een vriendschap, zoals ik tot dan toe nog niet had ondervonden.
De bovennatuurlijke geest die door al de gesprekken heenstraalde, maakte diepe indruk op mij.
Wij spraken af, dat we samen naar Madrid zouden gaan. Hij zou dan logeren bij zijn zuster en ik in een hotel. Zo zouden we dan rustig en uitvoerig over alles kunnen praten.
Acht dagen in Madrid
Drie dagen later was ik in Madrid; niet om de boulevards, de monumenten en de musea van deze stad te bewonderen, maar om iets te ontdekken, dat oneindig veel schoner is: Het Evangelie van de zuivere genade.
Als we in de auto zaten, als we Coca-cola dronken, als we uitrustten in onze „retraite", steeds weer keerden onze gesprekken terug op hetzel fde onderwerp, dat mij zo boeide en waarvan voor mij alles afhing: Wat betekent eigenlijk de genade voor ons?
En met de Bijbel in de hand ging ik horizonten ont dekken, waarvan ik geen vermoeden had. Ik begon nu te zien, dat Hij mijn volkomen Zaligmaker is, en dat Hij inderdaad de rust en de vrede voor mijn ziel is. Ik begon de omvang te zien van de onmetelijke liefde van God, die mij wil redden omwille van zijn Zoon, Jezus Christus, enkel uit liefde, en niet op grond van verdiensten van mijn kant.
Ik voelde de vreugde van het kindschap Gods. Ik begreep, dat ik geheel op Jezus rekenen mag. Hij zal in alle nood voorzien. Hij wil mij vervullen met zij n Heilige Geest.
In die dagen nam de honger en dorst naar de waarheid zozeer in mij toe, dat ik er bijna niet van slapen kon. Dag en nacht was ik bezig met het Woord Gods, dat ik met grote begerigheid tot mij nam. De brieven van Paulus, die ik nu pas goed begon te verstaan, raakten mij heel diep. Ik werd overstelpt van dankbaar heid en liefde tot God, toen ik begon in te zien, hoe Hij in loutere barmhartigheid eigen Zoon gaf tot mijn volkomen redding. Deze nieuwe ont dekkingen geheel in overeenstemming met mijn vroegere evangelische denkwijze. Het juist een grote verrassing en vreugde voor mij, dat dit alles geheel aansloot wat ik vroeger reeds vaag vermoedde.
Maar mijn inwendige strijd nam ook toe in hevigheid. Het begon duidelijk voor mij te worden, dat ik heel mijn verleden zou moet en opgeven. En die gedachte deed mij uitermate pijn. Ik vroeg mij daarom af: Waarom wil de rooms-katholieke kerk dit Evangelie niet beleven? Ik wilde zo graag dit Evangelie van behoud uit loutere genade beleven, maar zonder de rooms-katholieke kerk te moeten verlaten.
Daarom wilde ik de rooms-katholieke leer nog eens opnieuw grondig onderzoeken op haar evangelische mogelijkheden. Ik bezocht de bibliotheken en best udeerde en vergel eek rooms-katholieke zowel als protestantse boeken. Maar de rooms-katholieke boeken lieten, zoals steeds, mijn ziel leegen koud. Ze lieten alleen maar wat mist in mij achter. De reformatorische lektuur echter verlichtte mij en stortte het leven en de liefde van Christus in mij.
Ik bracht die intense dagen door als een lid van de familie van Don Ramon. Het waren dagen van gebed, van gesprek en van studie van deze onderwerpen die mij zo boeiden.
Als ik zou willen beschrijven, wat er in die dagen door mijn gevoel is heengegaan, dan zou ik dat niet kunnen. Er zijn dingen in het leven, die men niet op het papier kan zetten. Ik zal die dagen nooit vergeten Ik neem voor altijd met mij mee de herinnering aan deze geest van oprechte liefde, van eenvoudig, diep en tegelijk praktisch geloof, van spont aan en kinderlijk gebed, van een boven natuurlijke omgeving. En dat alles trof ik niet alleen aan bij mijn vriend di ep Ramon en zijn familie, maar ook bij de andere evangelische christenen, waarmee ik kennis maakte.
Die dagen werden voor mij het begin van een algehele levensvernieuwing. Er was een eerste persoonlijke band ontstaan, met Jezus Christus als de persoonlijke Zaligmaker.
Voor een rooms-katholiek is dit moeilijk te begrijpen. Ik moet er daar om aan toevoegen, dat er een wijsheid, een liefdevolle kennis van God is, die men niet uit boeken kan halen en die niet verkregen kan worden door filosofische redeneringen, maar die door de Heilige Geest in de harten der gelovigen wordt uitgestort. En het is die kennis, die aan ons het leven meedeelt. „Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt" (Joh. 17:3).
En: „Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder, leren zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal ik niet meer gedenken" (Hebr. 8:10 - 12 en Jer. 31:33 - 34).
Drang om te getuigen
Toen ik van Madrid was teruggekeerd, wilde ik graag aan iedereen mijn nieuwe ontdekking vertellen en hen deelgenoot maken aan mijn vreugde.
Ik sprak erover met intiemere kennissen en ook zij werden getroffen door de helderheid, waarmee de Bijbel ons de liefde van God toont in de wegschenking van zijn Zoon, Jezus Christus, die gegeven is voor ons behoud door middel van het geloof. Niemand van ons kon gebrijpen, dat we dat niet eerder in Gods Woord hadden ontdekt, maar er blijkbaar steeds overheen hadden gelezen.
Ik kon natuurlijk hierover ook niet zwijgen tegenover mijn familie. Geleidelijk vertelde ik hen van mijn ervaringen. Ik sprak hen over het vertrouwen in de Here, over het volkomen behoud, dat ons wordt aangeboden door de liefde van God langs de weg van het geloof in Jezus Christus, die gestorven is en opgewekt uit de doden. Deze leer trok ook hen aan en had hun volle belangstelling. Ze zeiden tegen mij: „Waarom wordt er op deze duidelijke en vertroostende wijze niet in onze kerk gepreekt?".
Maar langzamerhand begonnen zij de konsekwenties van deze leer te zien. Allerlei sakramenten, met name de biecht, en allerlei praktijken in de rooms-katholieke kerk zouden dan overbodig worden.
En toen verwierpen ze meteen heel deze nieuwe gedachtengang. De blijdschap sloeg om in geween. Mijn moeder kreeg een zenuwinzinking. Van alles werd mij voor de voeten geworpen, zodat ik tenslotte dacht: „Ben ik niet te overhaast te werk gegaan? Is het niet beter om eerst er nog eens dieper en breder over na te denken?"
En inderdaad, ik was innerlijk nog niet rijp voor zulk een geweldige beslissing. Ik had er de kracht nog niet toe. Er was nog iets in mij aanwezig dat zich verzette tegen de volledige geloofsovergave, en dat ondanks het licht dat ik reeds ontvangen had.
Ik besloot daarom om mijn neef, een priester, op te zoeken, die direkteur was van het bisschoppelijk retraitehuis. Ik zette hem mijn problemen uiteen. Hij was niet alleen een familied van mij, maar ook een vriend, vol begrip en liefde.
Hij was het met mij eens in de kritiek op de rooms-katholieke kerk, maar zijn rooms-katholieke geloof bleef daardoor ongeschokt. Dat deed mijn eenmaal genomen beslissing wankelen. Ik wilde het dan nog eens proberen in de roomskatholieke kerk. Maar deze hernieuwde poging zou nog zo eenvoudig niet zijn. Want gedurende en door mijn verblijf in Madrid had ik verschillende kerkelijke bepalingen overt reden. (Zo had ik o.a. canon 1399 overtreden, waarin het lezen van protestantse boeken verboden wordt . Op ons groot-seminarie met zijn vele professoren was het alleen de professor van de filosofie, die dispensatie had van dit verbod om niet-katholieke boeken te lezen. Geen enkele andere professor, ook niet de professor van de dogmatiek, van de exegese, van dekerkgeschiedenis, mocht een protestants boek lezen ! ! En dat, terwijl ze aan hun studenten voorlichting moesten geven over de „verschrikkelijke ketterij" van het protestantisme!!) En om nu kwijtschelding te krijgen van de kerkelijke straffen die ik daar door had ingelopen, zou ik mij moeten wenden tot de bisschop en mischien zelfs tot de paus.
Mijn neef sprak er over met de bisschop, die het geval weer ter raadpleging doorzond naar vooraanstaande priesters van het bisdom. Nadat men de boeken van de moraaltheologie en van het kerkelijk recht hierover had nageslagen, kwam men tot de konklusie, dat men aan een priester volmacht zou kunnen geven om mij in de biecht te absolveren, na mij eerst ontheven te hebben van de kerkelijke ban en van de andere straffen, die ik had ingelopen.
Deze uitpluizerij van wetten en bepalingen, die op mijn geval van toepassing konden zijn, nam enkele dagen in beslag. Ik voel de toen heel scherp de hardheid van het wettische rooms-katholieke stelsel. Ik kon maar niet begrijpen, waar om daar zo veel tam-tam gemaakt moest worden, waarom er zoveel wetgel eerden bij elkaar moesten geroepen worden om de aard van mijn overtredingen te onderzoeken, alsmede de mogelijkheid van ontslag van de verschillende straffen. Door dit verblijf in Madri d had ik immers Jezus veel inniger leren kennen. En ik was toch naar het huis van D. Ramon gegaan, omdat ik de waarheid wilde zoeken. Waarom werd dit alles nu behandeld als gold het een delict, een misdaad?
Ik had er dan ook heel wat moeite mee om dit ambtelijke, kerkelijke-juridische gedoe te aanvaar den. Maar ik heb mij aan deze procedure toch maar onderworpen om ongehinderd mijn positie in de rooms-katholieke kerk verder te kunnen ui toefenen en om aldus mij nog beter te kunnen voorberei den op de definitieve stap, nadat alles nog meer klaar en bezonken in mij zou zijn.
En ik geloof nu achteraf, dat dit in Gods bedoeling heeft gelegen. Want de tijd die mij nog resten zou voor mijn definitieve breuk met de rooms-katholieke kerk, heeft gediend om mijn geloof nog meer te kristaliseren, om het te zuiveren van allerlei vooroordel en en menselijke steunsels, waar aan ik nog gebonden was. (wordt vervolgd).
Br. Muniz. evangeliseert onder Spaanse arbeiders
Ergens in Nederland spreekt br. Muniz op een samenkomst voor twintig Spanjaarden, waar van 19 r.k. en één protestant.
Br. Muniz kwam enthousiast bij ons terug. In het begin was er enige aarzeling geweest. Maar stilaan, toen hij over de heerlijkheid van Christus ging vertellen en over de rust in Zijn belofte, kwamen de tongen los. De vergadering begon om dri e uur op zaterdagmiddag en eindigde om……zeven uur. Is dat niet iets voor andere steden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
