Een ontstellende nood
In de „Katholieke Illustratie" van 25 januari 1963 staat een artikel over het probleem van de vele priesters, die de rooms-katholieke kerk verlaten hebben, vooral in Italië.
Twintig procent brak niet de r.k. kerk
De schrijver, J. W. Hofwijk, vertelt hoe hij diep geschokt was geweest bij het lezen van de Duitse „Der Spiegel" over een bericht van ds. J . Braun, dat er in Italië zesduizend priesters de rooms-katholieke kerk verlaten zouden hebben.
Hij is toen op nadere informatie uitgegaan en dan hoort hij van „een van de best geïnformeerde Duitse publicisten op het concilie, een jezuïet, dat hijzelf hierover ook cijfermateriaal had willen hebben. „Exacte gegevens worden niet gepubliceerd", zei bij (deze pater jezuïet), „maar uit een gesprek met iemand, die zeer goed op de hoogte moet zijn, krijg ik de indruk, dat het cijfer van deze dominee (in Der Spiegel) nog aan de lage kant is. Ik hoorde zelfs een getal van negenduizend noemen".
Op de internationale conferentie van ex-priesters, die in de Wartburg te Velp gehouden werd, noemde de Italiaanse ex-priester, Dr. Ennio Floris, die zelf professor in de theologie in Rome is geweest, als minimumgetal van de expriesters in Italië: tienduizend.
In Italië zijn er 53. 000 priesters. Dat betekent dus dat minstens één op de vijf priesters de rooms-katholieke kerk vaarwel zegt.
„Schokkende tragedie"
Hofwijk vervolgt: „Ik moet u zeggen, dat ik daar weken mee rondliep, want wat er achter zo'n nuchter, droog getal (hoe groot dat dan mag zijn) verborgen ligt aan persoonlijke drama's, aan menselijk leed, aan diep tragedische nederlagen, aan verbittering, eenzaamheid en wanhoop vaak, weet God alleen.
Een leek zal dit wel nooit helemaal begrijpen, maar het moet een volledige breuk zijn, dwars door een mensenleven, en wie op een dergelijke schokkende tragedie reageert met een cynisch: „Daar zit wel weer een vrouw achter", beseft eenvoudig niet, welk een huiveringwekkend drama hij schouderophalend in de omslag van een stuiversroman wikkelt".
Wat doet Rome hieraan?
„Er is kans, dat het concilie zich ook met deze problemen zal bezighouden.(....) We zullen natuurlijk moeten afwachten, maar ik meen te weten, dat er bepaalde voorstellen in die richting zijn gedaan".
In allerlei bladen hebben we kunnen lezen, dat dit concilie vooral pastoraal wil zijn.
Maar als we dan zo'n lakoniek bericht lezen, dan vragen we ons af: Hoe kan er bij het concilie van enige herderlijke bewogenheid sprake zijn, wanneer deze nood van duizenden ex-priesters over heel de wereld, die door de Katholieke Illustratie „een schokkende tragedie" wordt genoemd, alleen maar „misschien" op het agendum van het concilie zal voorkomen. Men vindt het blijkbaar nauwelijks de moeite waard om er over te spreken. Dit is weer de harde kant van Rome, van het rooms-katholieke stelsel, dat zich ook bij de herderlijke taak, bij de zielzorg, dikwijls laat leiden door de faktor „macht".
Weinig fair?
Dat blijkt ook weer uit de uitlating over onze Wartburg. De Katholieke Illustratie noemt ons huis „een soort opvangcentrum, waardoor voor ex-priesters, die het kontakt met de Kerk verbroken hebben, de terugkeer naar de wereld gemakkelijker zou zijn".
Onze propaganda voor de Wartburg wordt dan betiteld als „weinig fair".
Ik zou aan elk weldenkend mens willen vragen, of hij nu christen of nietchristen is: Wat denkt u van deze kerk, die de ontzettende nood van zoveel priesters, die zijn uitgetreden (om nog maar te zwijgen van de tienduizenden priesters, die de moed missen om deze breuk met hun kerk te voltrekken), alleen maar misschien gaat bespreken op een concilie, dat zelfs nog minder dan elke honderd jaar bij elkaar komt? Hoe durft men dan ons, die via de publiciteit giften vragen om deze priesters in nood te helpen, betichten van „weinig faire, anti-katholieke propaganda"? Voordat ze ook maar in het geringste recht tot zulk een beschuldiging zou hebben, zou de rooms-katholieke kerk toch eerst zelf eens iets moeten doen tot leniging van de ontzettende nood van hun duizenden ex-priesters.
Is dit oecumenisch?
Wij zouden ook willen vragen: Is het we! erg oecumenisch om alle priesters die de rooms-katholieke kerk hebben verlaten, ook hen die over zijn gegaan naar de reformatie en die in woord en geschrift getuigen van de rijkdom die zij gevonden hebben in het zuivere Evangelie van Jezus Christus, - onder één noemer, onder te brengen: „gevallen priesters", zoals de Katholieke Illustratie doet?
AANGRIJPENDE GETUIGENISSEN
„Ik kan u het zich abonneren op het blad „In de Rechte Straat" van harte aanbevelen. Vooral die getuigenissen van gewezen priesters en kloosterlingen zijn dikwijls aangrijpend. De blijdschap van deze mensen, dat zij tot de volle vrijheid van het Evangelie en tot het zuivere geloof in de Here Christus mochten komen is meermalen voor ons beschamend.
Al zullen we het niet altijd met de schrijvers in dit blad eens zijn, het niettemin een verkwikking en vreugde te lezen, hoe de Geest en het Woord van Christus krachtig werkzaam is, waar wij het niet zouden verwachten (Contact blad van de Vrijgem. Geref. Kerk van Almkerk-Werkendam)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1963
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
