het Vaderland IN ZICHT !
Op de Mont Iseran en in het ruige bergland ten zuiden daarvan ontmoetten de Waldenzen enige herders die wisten te vertellen, dat grote troepen-formaties bij de Mont-Cenis hen op zouden wachten. . . .
Inplaats van ontmoediging wekte dit bericht in de harten van Arnaud's mannen juist de overtuiging dat God, voor Wiens zaak zij streden door het Evangelie naar Italië te brengen, Zélf de doortocht daarheen zou banen. En wel daar, waar hen dit belet werd! In dat geloof dan ook maar meteen recht op de grens af .... Soms door plaatsen waar zelfs pastoor en bevolking meewerkten, dan weer dwars door sterke tegenstand heen. Noch mensen, noch het slechte weer, konden het doelbewuste legertje meer tegenhouden. Dapper trok het voort naar de Mont Cenis! .... Na een week bereikte het de voet ervan. Daar lag op de helling, niet ver van de Frans-Italiaanse grens, een oude postherberg, waar men gewoonlijk van paarden wisselde. Dat zou die dag dus ook gebeuren....
Maar voordat het zover was, liet Arnaud de dieren in beslag nemen. Hij wilde niet de kans lopen dat de reizigers, die in hun koetsen naar alle kanten uitzwermden, zijn komst overal zouden melden. Na deze maatregel maar meteen de laatste bergpas over! Snel rukte hij met de voorhoede van zijn leger op naar de kam. De achterhoede volgde op enige afstand....
Onverwachts naderde daartussen langs een zijpad de stoet bedienden van kardinaal Ranuzzi, die de bagage van deze kerkvorst op lastdieren naar het Zuiden vervoerden, terwijl hij zef langs een andere route naar Italië reisde. Voor sommige soldaten werd de verleiding te machtig. Zij vergaapten en vergrepen zich aan de rijke buit .... juist toen een bevel hebber, door de ezeldrijvers gewaarschuwd, omkeek en op zijn schreden weerkeerde om zijn mannen te dwingen alles terug te geven. Een Waldens mocht toch geen slechte naam hebben?
Voor waarts, geen getalm. Naar de kling!
Opgejaagd door boeren met scherpgepunte stokken en lansen bereikten zij de bergtop. Nu zouden ze hun vaderl and, na drie jaren ballingschap, weer uit de verte zien. — Maar .... daarboven stak een hevige sneeuwstorm op. Dui zenden vlokken hingen al spoedig als een matglazen ruit voor dichte bossen en diepe ravijnen. Urenlang tornden Arnaud en de zijnen tegen de verblindende sneeuwjacht op ....
Eindelijk vonden de uitgeputte mannen elkaar op een lagere helling weer. Nauwelijks durfden ze, bij een paar armelijke vuurtjes gezeten, om zich heen zien en hun aantal te tellen. Ze wisten maar al te goed, dat daarginds in de hoogte nog kameraden ronddwaalden, die de weg naar Italië nooit meer zouden vinden. En de grens leek wel verder dan ooit .... Er bleef niets anders over dan af te dalen om langs de wild-stromende Jaillon een andere doorgang te zoeken. Een paar verkenners ontdekten al gauw, dat de Waldenzen door boeren en Franse soldaten uit de vesting Exiles werden opgewacht. Die waren van plan om hen in de nauwe rivierkloof van boven af met rotsblokken te verpletteren.... Maar omkeren? .... Dat nooit.
Voorzichtig schuifelden zij naar omlaag en kropen over boomstammenen door struikgewas, door overhangende rotsen beschermd, langs de bruisende stroom. Maar de vijand had hen al ontdekt .... Met sissend geluid vielen de kogels om hen heen in het water of ketsten af tegen de bergwand boven hun hoofd.
Dáár, waar de kloof zich verwijdde klauterden Arnaud en zijn soldaten bijna loodrecht omhoog de berg Touilles op. Zodra ze buiten schot waren, werd twee uur lang de trompet geblazen, totdat de troepen weer verenigd waren. Ook deze tocht had offers geëist.... Nóg was de grens niet bereikt. Het garni zoen van Exiles marcheerde de Waldenzen zelfs tegemoet en dwong hen het opnieuw hoger te zoeken. Wat was de bedoeling hiervan? Boeren, bij wie de manschappen leeftocht trachtten in te slaan, verklaarden schamper: 'Neem van ons wat je wilt, daar beneden wacht jullie een heerlijk maal!'
Toen Arnaud zich dan ook op enige afstand van daar over de rotswand boog, zag hij in de diepte langs de Dora Riparia zesendertig legervuren branden. Een grote Frans-Italiaanse troepenmacht wachtte hem en zijn trouwen daar op. Maar sterker was het visioen van het coude Waldenzische erfland, waar zij het Evangelie weer wilden brengen. Dat hadden zij van hier, uit de verte, weer aanschouwd en daarvoor wilden zij wel door het vuur gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1962
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 1962
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
