Geheimtaal in de BIJBEL?
„Ik heb enige tijd geleden het getuigenis van ex-priester Fernandez gelezen en daar stond op de voorpagina: „Slechts eenmaal offerde Hij Zich".
Verder kon ik uit dit getuigenis opmaken dat de rooms-katholieke kerk leert dat Jezus zich dagelijks offert in de Mis.
Ik heb echter dit getuigenis opgestuurd naar een rooms-katholiek priester en het met hem doorgenomen.
De rooms-katholieke kerk leert volgens deze priester, niet dat de Mis een nieuw offer is, maar het Kruisoffer.
Het Misoffer is het kruisoffer, is Calvarië, in de verheerlijkte Christus, en het offer van Calvarië ivordt in de Mis, in zijn genadebediening over ons uitgestort. Als de rooms-katholieke kerk zou leren, dat het Heilige Misoffer telkens een nieuw offer was, met nieuwe verdiensten voor ons van Christus, dan zou dit ketters zijn. Aldus deze priester."
Ons uitgangspunt
Ons antwoord: Allereerst moeten we het eens worden over het uitgangspunt. Is de Bijbel een boek, waarin God zich in gewone menselijke omgangstaal richt tot ons, in een taal dus die voor iedereen verstaanbaar is? Of gebruikt God daarin een filosofische geheimtaal, die slechts door enkele vakfilosofen kan doorgrond worden?
Ik veronderstel dat u het met mij eens bent, dat God in de Bijbel tot ons spreekt door middel van de gewone levende taal. Want de mensen die God daarbij gebruikt, waren geen vakfilosofen, maar gewone mensen met mindere of meerdere schrijversbekwaamheid.
Nu beweert deze priester: Het Misoffer is het Kruisoffer.
Dan zou ik u heel nuchter willen vragen: Neem dan eens uw Nieuwe Testament. Ga dan naar de Mis. Sla daar de Evangeliën op en lees wat er staat over het Kruisoffer. En kijk dan naar wat er gebeurt op het altaar. Ziet u daar een kruis, waaraan een levende mens hangt dood te bloeden? - Neen? - Zeg dan toch niet: Het Misoffer is het Kruisoffer. - Dat zou alleen waar kunnen zijn als het Evangelie eigenlijk een filosofische geheimtaal is, die dan ook volkomen ontoegangkelijk is voor een gewoon mens.
Een en een is Twee
De brief aan de Hebreeën zegt, dat Jezus Zich slechts éénmaal geofferd heeft (Hebr. 9 :28).
Rome leert, dat de Mis 'n waar en eigen offer is (verum et proprium sacraficium) Één echt offer, plus nog een echt offer zijn twee offers. Dat is volgens ons gewone menselijke gezonde verstand.
Als desondanks het Misoffer en het Kruisoffer toch maar één offer zijn, dan kan dat alleen als de brief aan de Hebreeën een filosofische geheimtaal spreekt.
Wat opnieuw plaats vindt, herhaalt zich
De rooms-katholieke kerk tracht haar leer over de Mis met geweldige filosofische wentelingen in overeenstemming te brengen met de leer van de Bijbel. Dat is op zichzelf te prijzen. Want in deze poging zit een erkenning van de hoge waarde van de Bijbel. Het ware echter te wensen dat men zou inzien dat reeds het feit dat men tot zulke diep-filosofische pluizerijen zijn toevlucht moet nemen, een bewijs is dat men onjuist is. Met filosofie kan men nooit de Bijbel sluitend maken, omdat de Bijbel nu eenmaal geen filosofisch boek is. Evenmin als je met een schroevensleutel een gat in een kous kunt stoppen. Daar heb je naald en garen voor nodig.
De rooms-katholieke kerk probeert de leer dat de Mis elke dag toch een waar en eigen offer is, te verenigen met de leer van het éne offer van Christus uit de Bijbel, door te zeggen dat de Mis een opnieuw-tegenwoordigstellen van het Kruisoffer is (reprenstaio). Maar volgens onze gewone menselijke denkwijze zeggen wij dat, als iets weer opnieuw werkelijkheid wordt, er een herhaling plaats heeft. Volgens Rome is dit echter niet het geval. Het opnieuw-tegenwoordigstellen van het Kruisoffer betekent nog geen herhaling van het Kruisoffer. Dit kan alleen maar zo zijn als de Bijbel een filosofische geheimtaal spreekt, die blijkbaar alleen voor ingewijden toegankelijk is. In onze gewone menselijke taal gaan wij zonder enige aarzeling van de veronderstelling uit dat, als iets opnieuw plaats heeft, het zich herhaalt.
Een ongeluk mèt en een zonder gewonden
zijn twee verschillende ongelukken
U hoort twee mensen over een ongeluk vertellen. De één vertelt dat de inzittenden van de auto vreselijk gewond werden, zodat het bloed zelfs op de straat liep. De ander vertelt u ook over een ongeluk, waar niemand enig letsel opliep. — In dat geval weet u, dat deze mensen niet over één en hetzelfde ongeluk praten. En dat wordt volkomen duidelijk als de een zegt: Dat ongeluk heb ik vandaag zelf gezien, en de ander: Neen, dat ongeluk, waar ik over sprak, is al jarenlang geleden gebeurd. En ik was er zelf niet bij.
Welnu, in de Bijbel staat dat Jezus ongeveer twee duizend jaar geleden zichzelf geofferd heeft aan het Kruis en daarbij al zijn bloed voor ons gestort heeft. Rome leert, dat de Mis die deze morgen werd opgedragen, een waar en eigen offer is, waarbij geen bloed wordt vergoten (hetgeen trouwens ook wel te zien is). Volgens onze gewone menselijke taal kan het dan niet anders of het gaat hier niet over een en hetzelfde offer, tenzij de Bijbel een filosofische geheimtaal spreekt.
Verkondiging van geheimenissen
in duidelijke taal
Begrijp me goed. Ik buig mij volkomen voor de geheimen die ons duidelijk in de Bijbel worden geopenbaard.
Zo staat er duidelijk in de Bijbel dat de Vader en de Zoon en de Heilige Geest drie personen zijn, terwijl toeh ook telkens weer van ben gezegd wordt dat ze God zijn. Dat begrijp ik niet, hoe dat kan. Maar de Bijbel openbaart mij dit geheim duidelijk en dan aanvaard ik het in eenvoudig geloof zonder het te willen doorgronden.
Maar nooit spreekt de Bijbel zelf in geheime taal. Neen, de Schrift verkondigt in duidelijke taal de diepe geheimenissen Gods. Nog eens: God heeft niet voor vakfilosofen geschreven. „Zijn Woord is levend en krachtig.... het schift overleggingen en gedachten des harten" (Hebr. 4 : 12).
Wanneer wij werkelijk ons onbevangen en oprecht overgeven aan dit levende Woord Gods, dan zal dit Woord onze geheimste bedoelingen aan het licht brengen. Dan zal dit Woord ons laten zien, waarom wij onze toevlucht willen nemen tot allerlei filosofische bedenksels om de Schrift in een bepaalde, niet gewoon-menselijke zin te verstaan.
Ik ken u verder niet. Maar mag ik u nu de ernstige raad geven: Staande voor het heilige en gestrenge Woord Gods, waarnaar wij eenmaal geoordeeld zullen worden, moet u eens aan God vragen: „Here, verlicht mij door uw Heilige Geest. Doorgrond mijn hart en ken mijn weg, o Heer". Lees eens psalm 139.
„Dit is ...."
„Dominee, ik zou nog willen vragen, hoe men kan zeggen, als Jezus zegt bij het laatste Avondmaal: „Dit is mijn lichaam; dit is mijn bloed", - en als Jezus dan ook nog verklaart, dat zijn lichaam ware spijs is, en zijn bloed ware drank - hoe kan men dan nog eigenhandig zeggen: „Dit is niet mijn lichaam, maar alleen mijn Geest"? Is dit geen uitvindsel van mensen?"
Voor
de voeding van onze ziel is geen echt vlees nodig
Ons antwoord: Het feit dat Jezus het woord „is" gebruikt, wil nog niet zeggen, dat er een wezenlijke verandering plaats heeft. Meestal gebruikt Jezus beeldspraak. Hij zegt bijv. ,Ik ben de deur, de wijnstok, de blinkende morgenster", enz. In dit geval betekent het woordje „is" toch ook niet dat Jezus in een deur, een wijnstok, of een morgenster verandert. Wij moeten uit de omstandigheden opmaken, of iets letterlijk of figuurlijk bedoeld is. Welnu, de omstandigheid waarin Jezus dit zei, was de viering van het pascha. Dat was alles vol diepe symboliek. Het ligt dus volkomen voor de hand, dat Jezus ook dan in diepe symboliek spreekt. Anders had hij het moeten zeggen.
En als Jezus zegt: „Mijn lichaam is ware spijs", dan ligt de nadruk op het feit, dat zijn lichaam ware spijs is, en bijv. geen vergift. Want dat het lichaam van Jezus spijs voor ons in de gewone zin zou zijn, neemt ook de rooms-katholieke kerk niet aan. Immers spijs dient tot voeding en onderhoud van het lichaam. Aardappelen, groente, brood en kaas dienen daarvoor. En in deze zin bedoelde Jezus zeker niet, ook niet volgens de rooms-katholieke leer, dat zijn lichaam ware spijs zou zijn.
Het is volkomen duidelijk ,dat Jezus ermee bedoelde ,dat zijn lichaam spijs zou zijn voor onze ziel, zou dienen tot voeding, onderhoud en groei van onze ziel, van ons geestelijk leven.
Als het lichaam van Christus ware spijs is voor onze ziel, waarom is het dan nog nodig, dat het brood verandert in het lichaam van Christus? Met onze geest verstaan wij toch duidelijk genoeg in en door het teken van het brood het lichaam van Christus zelf, dat verbroken werd om spijs voor onze ziel te kunnen worden.
En dat we inderdaad de woorden van Jezus zo moeten opvatten, blijkt duidelijk uit het slot van deze rede van Jezus: „De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven". (Joh. 6 : 63).
Misschien zal de priester zeggen: Maar Jezus gaf deze verklaring toch pas aan het einde, toen velen reeds waren heengegaan.
Dat is echter niet volkomen juist, want pas in vers 66 staat: „Van toen af keerden velen van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede".
Vergeet niet, dat Jezus deze rede uitsprak na de wonderbare broodvermenigvuldiging. Dan willen de joden hem tot koning maken, maar Jezus wijst dat af. Dat is een grote teleurstelling voor deze nationalisten. Zij willen brood, brood dat je eten kunt, brood als teken van de strijd om het naakte bestaan.
Als Jezus dat zegt, dat zijn lichaam voor hen ware spijs zal zijn, en als ze dan aan het slot horen, dat Hij dat bedoelt voor hun ziel, geestelijk, dan voelen ze zich enigszins genomen. Zoals ook in onze tijd wel eens gezegd wordt: We willen geen vroom praatje, maar een duidelijke daad. Wat heb je aan allerlei poëzie, als je maag rammelt van de honger? Ten allen tijde zijn er mensen die zeggen dat ze met een kluitje in het riet worden gestuurd, als ze iets horen in de trant van: „Mijn woorden zijn geest en leven". Wat heb je nu aan „geest", is dan hun antwoord. Ik kan er geen boterham mee kopen.
Zich bezondigen aan het lichaam van Christus
„En wat voor een rare betekenis krijgen dan de woorden van Paulus: „Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren. Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt" (1 Kor. 11 :27-29).
Hoe kan men zich nu een oordeel drinken en eten aan een Gedachtenismaal, zoals wij het toch vieren?"
Ontering van een dode
Ons antwoord: Het lijkt mij het beste een paar voorbeelden te geven.
In sommige streken wordt een begrafenismaaltijd gehouden. Als men daaraan deelneemt, dan hoort men zich stemmig te kleden en ingetogen te gedragen.
Veronderstel dat iemand de zaal van de maaltijd binnenkomt in korte broek en shirt en met een trekharmonika, waar hij wat straatmuziek uit laat schetteren, - denkt u dat deze man zich dan niet bezondigt aan het verdriet van de rouwdragenden? Niet alleen wij, mensen, maar ook God zal iemand die op zulk een onwaardige wijze aan een begrafenismaaltijd wil deelnemen, veroordelen.
Als iemand onze Nederlandse vlag op de markt zou verscheuren en dan in de modder zou vertrappen, - denkt u dat hij dan vrijuit gaat? Als hij voor de rechtbank wordt gedaagd, dan zal de rechter er zeker geen genoegen mee nemen als hij zegt: Het was toch immers maar een lapje stof dat ik verscheurd heb en door het slijk gehaald. - Neen, deze man heeft zich bezondigd aan ons Nederlandse volk en heeft zichzelf aan die vlag een oordeel gescheurd.
Zo is het toch ook volkomen begrijpelijk dat Paulus zegt: Wie op onwaardige wijze het brood van het Avondmaal eet, bezondigt zich aan het lichaam des Heren en eet zich een oordeel.
Zelfs al zou het Avondmaal alleen maar een gedachtenismaaltijd zijn, dan nog kon Paulus volledig zo spreken.
Het Avondmaal is echter volgens verreweg het grootste gedeelte van de reformatorische christenen meer dan alleen maar een gedachtenismaaltijd. Ik heb daarover geschreven in het september-nummer van „In de Rechte Straat" van 1960. Ik wil dat hier dus niet herhalen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1962
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1962
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
