Oecumene in de Benelux
Dat de oecumene nog niet bepaald een algemeen Beneluxprodukt is, blijkt wel duidelijk uit de artikelen van ds van Puyvelde en mevr. Dekker-Wetzer.
Door omstandigheden konden deze beide artikelen niet eerder worden opgenomen, maar ze zijn nog steeds volkomen aktueel.
Het artikel van mevr. Dekker-Wetzer is een brief, die zij zond aan de Nederlandse priester A. Debra, die reeds jaren in de Gazet van Antwerpen tegen het protestantisme schrijft onder de schuilnaam Gladius. Wij laten deze brief hieronder volgen.
Geachte Heer Gladius,
Op 29 april j.l. vertoefde ik in het schone Mechelen en had mijn intrek genomen in een hotel recht tegenover de oude Kathedraal. Op de leestafel vond ik de „Gazet van Mechelen" d.d. 29 en 30 april j.l. en trof daarin o.m. aan uw artikel onder het opschrift: Meeleven met de kerk. Omdat ik met hart en ziel de ware kerk van Christus ben toegedaan, begon ik alras te lezen. Te uwer oriëntering diene dat ik onder de ware kerk van Christus versta, de gemeenschap van allen die de verschijning van onze Heiland hebben liefgehad en liefhebben, in Zijn wegen willen wandelen en zich door Hem verlost weten.
Toen ik uw artikel met stijgende verwondering ten einde gelezen had, drong het tot mij door dat men in uw land meer mag en durft zeggen in een aanval op de protestanten dan in ons goede Holland. U weet dat mischien niet, maar de omgangstaal in Holland tussen Rooms en Protestants is veel subtieler. Hier zijn wij geen „hysterisch geroepenen" of „keiharde Hollanders", o nee, hier worden wij door uw kerk „onze protestantse broeders en zusters" genoemd. Dat moet hier wel, anders komt er misschien helemaal niets terecht van dat „weer bewoonbaar maken van de kerk voor anderen" zoals de Paus dat noemde. Maar u schrijft maar raak. Met vet gedrukte koppen deelt u uw artikel in en wij arme protestanten weten meteen waar wij aan toe zijn met ons „vrij onderzoek" van de Bijbel, „Onbevoegd", „Chaos", Schromelijk misbruik", „Dom en brutaal", dat alles krijgen we te horen.
En tenslotte eindigt u met: „Het verschil":
„Geen enkele oprechte katholiek eist de vrijheid op om de leer van Christus af te brokkelen of om daaraan in zijn onbevoegdheid toe te voegen wat men verkiest. Dat is misbruik maken van de Bijbel, het misbruik van het Protestants „Vrij onderzoek".
Kort nadat ik dit gelezen had bezocht ik de kathedraal en stond een ogenblik voor een beeld van „O.L. Vrouw van Mirakelen" en ik zag behalve de ontelbare brandende kaarsen rechts en links zoveel aanprijzingen en verzoeken dat het mij duizelde. Een voorbeeld?
Hier offert men ter eer van het H. Hart
Gelieve het juist bedrag der kaarsen in te steken.
Voor H. Missen ter ere van O.L. Vrouw van Mirakelen
Hier offert men ter ere van O.L.V. van Mirakelen.
Voor het nieuwe altaar en de versiering van de kapel
voor onze lieve Vrouw van Mirakelen.
Hier offert men voor de Onbevlekte Moeder Gods
Koninging van de H. Rozenkrans.
En dit alles slechts in een uiterst klein hoekje van die grote kathedraal.
Naast mij was het een voortdurend komen en gaan van mensen die een ogenblik kwamen vertoeven voor een beeltenis van Maria en ik moest kijken naar die prevelende monden die het ene „Wees Gegroet" na het ander baden, naar die handen die geduldig de kralen van hun rozekrans verschoven, naar die ogen die af en toe smekend opkeken naar die beeltenis. Wat een armoede vergeleken bij het rijke leven dat Jezus ons biedt in Zijn Woord: Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.
Daar komen beelden, kaarsen noch offerblokken aan te pas. Hier alleen maar: Hem volgen in liefde en overgave, eenvoudig vertrouwend op Zijn belofte dat wij ons op Hem verlaten kunnen, dat Zijn woorden „ja en amen" zijn. Hoe aangrijpend zijn de woorden van Jezus in Lucas 13 vers 34 en 35: Jeruzalem, Jeruzalem, hoe dikwijls heb ik uw kinderen willen vergaderen gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels en gij hebt niet gewild! Het is alles ontfermende liefde en tederheid. Hij kwam niet om zich te laten dienen door kaarsen en „wees gegroeten" of door bloemen, maar Hij kwam, naar Zijn eigen woorden, om Zelf te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen. Heel dat verschrikkelijke lijden moest hij toch ondergaan om ons te redden van de eeuwige dood! Uw kerk kon beter hier de nadruk op leggen, omdat de Bijbel zowel in het Oude als Nieuwe Testament voortdurend spreekt over Jezus Christus als de Verlosser der wereld. Hij moet gepredikt en gekend worden omdat Hij het is die ons voor tijd en eeuwigheid behouden wil. Zijn het niet Zijn eigen woorden: „Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering?"
Ik zag een oud vrouwtje geld in de offerbak doen, een kaars uit de kaarsenbak nemen en die aansteken. Ze bleef er nog even naar staan kijken, eer ook zij neerknielde bij Maria's beeltenis. Een grote deernis komt over je als je dat alles overziet en hierop is toch wel van toepassing het woord uit de Schrift: „Gij lieden weegt geld uit voor hetgeen geen brood is, voor wat niet verzadigen kan". Weest u maar blij dat in uw land het woord van God weer een kans krijgt en onder de mensen gebracht wordt. Uw land zal er wèl bij varen. Laat ze de akker van dat woord maar omspitten en doorgraven, biddend om het licht van de H. Geest en zij zullen wonderen zien, geen wonderen van Lourdes of Fatima, Banneux of Scherpenheuvel, maar wonderen van Gods grote genade en ontferming over een wereld „verloren in schuld".
Hoogachtend,
C. J. Dekker-Wetzer
Ziekte van de Protestanten
Het was voor ons een groot genoegen om een artikel te ontvangen van Ds Van Puyvelde, die geboren werd.... 13 juli 1877. Dat wil dus zeggen, dat hij nu de eerbiedwaardige ouderdom heeft van 84 jaar.
Ds Van Puyvelde is pater Capucijn geweest, maar is op zijn veertigste jaar tot het Evangelie gekomen. Zijn getuigenis kunt u vinden in het boek: „Jezus boeide mij", onder de titel: „40 jaar bij Rome, 40 jaar bij de reformatie".
Vanuit zijn hoge ouderdom kan hij terugzien op 40 jaar intens doorleefd rooms-katholicisme. Hij was missionaris in de Congo en heeft daar al zijn jonge krachten ingezet om de inboorlingen tot Christus te brengen. Hij kwam echter tot de ontdekking, dat de weg naar de Christus der Schriften niet over Rome loopt, maar enkel over Golgotha. Daarna kwamen 40 jaar van intens doorleefd protestantisme, voornamelijk als predikant van de gereformeerde kerken.
Het is te begrijpen, dat de grijze Van Puyvelde verontwaardigd is, als De Rots durft te schrijven, dat het niet aanvaarden van al die buiten- en tegenschriftuurlijke dogmata van Rome een ziekte van de protestanten wordt genoemd, waarvan ze genezen moeten worden. Maar laten wij naar hemzelf luisteren.
Geen vijanden, maar zieken
Een dezer dagen zond men mij het Bidweek-nummer van het roomse tijdschrift „De Rots", uitgegeven door de roomse lekenorde van Sint Paulus te Gent. Dit nummer werd verspreid met het doel de gelovigen op te wekken om gedurende de week van 18 tot 25 januari van 1961 te bidden voor de eenheid der christenheid.
Welke eenheid bedoeld is, leert ons het Bidweeknummer.
Wat verenigt en verdeelt ons, vraagt een der artikelen. En dan volgt: de katholieke kerk (versta de roomse kerk) bezit alleen de volle waarheid en is de enige Kerk door Christus gewild.
Wat behoren wij dus te doen om de eenheid der Christenheid te bevorderen? Het antwoord is vanzelfsprekend: ons bij de roomse kerk aansluiten. Wie er buiten blijft, verdeelt.
Vanzelfsprekend bad men dan ook in de bidweek „opdat alle „andersdenkenden" zouden terugkeren tot de Kerk van Rome" de enige door Christus gesticht en gewild".
De evangelische christen behoeft niet bevreesd te zijn niet met open armen ontvangen te worden in de Kerk van Rome. „Wij moeten", zegt de schrijver, ,in onze afgedwaalde broeders geen vijanden zien, maar zieke ledematen onzer familie, die genezen moeten worden".
Genezen van welke ziekte of kwaal, vraagt ge?
De schrijver zegt het: „Naast de H. Schrift moeten de protestanten de traditie en het kerkelijk gezag (nota: van Rome) aanvaarden. Ook de leer der zeven sacramenten, de kerkelijke geboden der Maria-verering — Heiligenverering en de Hiërarchie. Dan pas zullen zij de openbaring met rotsvastheid doen onderhouden en het integraal christendom vinden door zoveel mirakelen nu nog bevestigd".
Nu zegt de schrijver in het Bidweek-nummer: „het is moeilijk aan de andersdenkenden te vragen dat zij zouden bidden voor hun eigen bekering, voor hun terugkeer, voor hun onderwerping aan de Heilige Stoel".
Inderdaad. Ik zou zeggen, het is niet slechts moeilijk, voor een christen die naar het Evangelie wil leven, dit te doen, maar zelfs onmogelijk.
Jezus keert zich fel tegen de traditie
Als onze Heer Jezus Christus zelf, de heilige Schrift alleen als het ons gegeven Woord van God erkent, als Hij uitsluitend van de heilige Schriften zegt: deze zijn het die van Mij getuigen, als Jezus zich fel kant tegen de Farizeën en hen verwijt: gij maakt de wet van God krachteloos door uw overlevering, die gij overgeleverd hebt, hoe kunnen wij dan het tegenovergestelde doen dan hetgeen Jezus gebiedt?
Jezus sprak het rechte woord tegen de Farizeën: gij maakt de Wet van God krachteloos door uw overlevering. Gij stelt het gebod Gods buiten werking om uw overlevering te doen opvolgen. De Wet van God gebood: eer uw vader en uw moeder. En gij zegt tot vader en moeder, al wat gij van mij had kunnen wekken is offergave die ik aan God offer, en aldus leert gij aan de mensen hoegenaamd niets meer te doen voor hun vader en moeder, (zie Mattheus 9 : 13). Zo ontduikt gij de Wet van God door uw overlevering.
En wat zien we later gebeuren in de Christelijke Kerk? De hiërarchie kondigde dogma's af, die geen grondslag hadden in de H. Schrift.
Op de H. Schrift niet meer kunnende steunen om deze dogma's te bewijzen, nam men zijn toevlucht tot oncontroleerbare mondelinge overleveringen welke, zo beweerde men, vanaf de tijd der apostelen als van hand tot hand zouden overgeleverd zijn. En aldus maakte men, van het werk van de Heilige Geest, die de ware auteur is van het geschreven Woord Gods bestemd voor de kerk van alle eeuwen, een onvolkomen werk, dat van buitenaf, van menselijke leringen zijn voltooiing moest ontvangen! Terwijl wij Bijbelschrijvers horen verklaren: gij zult aan deze woorden niet bijvoegen noch afdoen.
Wat het kerkelijk gezag betreft, wij kunnen aan hetzelve slechts waarde hechten, in zover het in overeenstemming is met het Woord van God, ons door de Heilige Geest gegeven in de H. Schrift.
Hoe kunnen wij deze sacramenten erkennen, waarvan zelfs Roomse godgeleerden moeten bekennen dat uit de H. Schrift niet bewezen kan worden dat Jezus ze ingesteld heeft?
Wat gezegd van de Maria- en Heiligenverering, waarvan de apostelen en de eerste Christenen niets afwisten! Doorzoekt al de brieven der apostelen en ge zult er zelfs de naam van Maria niet in vinden. Pas in latere tijden is de verering der heiligen in de kerk ingeslopen. De heiligen vervingen toen de patronen en schutsgoden van de oude heidense godsdienst.
Het Evangelie kent slechts één Middelaar en Voorspreker in de hemel, te weten, onze Heer Jezus Christus die aan de rechterhand des Vaders gezeten, leeft om voor ons te bidden en te pleiten.
Wij, Evangelische Christenen, houden vast aan de leer en het leven gelijk Jezus en de apostelen het ons geleerd hebben. En aldus vinden wij met „rotsvastheid het integraal christendom", gelijk de eerste christenheid het beleefde.
En moeten wij dit nu prijsgeven om genezen te worden, gelijk het bovenvermelde Bidweek-nummer beweert?
De bazuin is het met ons eens
„De Bazuin" (r.k.) is het echter geheel eens met ds. Van Puyvelde, als deze tegen „De Rots" protesteert vanwege de betiteling van de protestanten als „zieken". Dat kunt u opmaken uit het artikel „Samen biddend vragen" van „De Bazuin" van 13 januari 1962.
„Daarom lukt het ons steeds minder „voor" de anderen te bidden zoals een gezond mens bidt „voor" de genezing van een zieke. Onze verhouding tot de anderen is er niet een van gezonden tot zieken....
Wij kunnen ons niet meer simpelweg de brave kinderen voelen, die netjes thuis zijn gebleven, toen de anderen boos het huis zijn uitgelopen of iets dergelijks. Wij voelen ons niet meer de gelukkige waarheidsbezitters, die precies weten hoe het allemaal verder moet."
Wij zijn erg dankbaar voor dit geluid, dat steeds meer in de rooms-katholieke bladen van Nederland te beluisteren valt. Wanneer deze inzichten zich verdiepen, dan is het misschien nog wel eens mogelijk, dat, althans in Nederland, protestanten en rooms-katholieken samen als tollenaars achter in de tempel gaan staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1962
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 1962
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
