In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Brieven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brieven

19 minuten leestijd

Deze keer wil ik verschillende lezers aan het woord laten. Indien ik geen uitdrukkelijk verlof had om uit die brieven te citeren, liet ik elk detail weg.

Een boeiende lektuur is dat. Boeiend en tegelijk heel leerzaam. Hierin spreekt men zich uit, spontaan. Velen hebben alles zo maar op papier gegooid. Soms in hun eerste reakties, meteen na het lezen van ons blad. Daarmee moet men wel rekening houden. Het komt allemaal heet van de naald. Vergeet niet: de soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Maar een dampende soepterrien is op zichzelf al een lust voor de ogen en voor de neus.

A.ROOMS-KATHOEIEKEN

En toch abonneer ik mij...

Met grote verbazzng heb zk kennzs genomen van bet maandblaadje, dat u uztgeeft onder de naam „In de Rechte Straat".

Dit blaadje heeft mzj en zeer vele katholzeken, die het ernstzg nemen met hun geloof, dzep geschokt en bedroefd.

Het zs onbegrijpelijk, dat juist in deze tijd, nu we allen verlangend uitzien naar eenheid en samenwerking, nog zo'n blaadje wordt uitgegeven, dat van achteren naar voren een kerk aanvalt en tracht te kraken. Zou dit nu werkelijk de wil van Christus ziojn, die bad om de eenheid?

Waarom toch dit alles? Ook ons geloof is toch ook afgestemd op God, die een en al liefde is voor ons allemaal die het goed met Hem menen.

Val ons toch niet aan en maak ons niet bespottelijk.

Ik hoop dat ik mettertijd toch nog zets van u mag horen en ik wens mij hiermede te abonneren op uw blad.

Ik ben priesterstudent geweest, maar ik zou mijn katholiek geloof voor niets tewereld willen missen, omdat ik grote liefde voor Christus koester, een liefde die door uw blad niet gedood wordt. Dit is mijn getuigenis.

F. L. te H.

ONS ANTWOORD:

U begrijpt ons beslist verkeerd. Ik val geen rooms-katholiekemensenaan, maar alleen de leer en de instellingen voor zover die in strijd zijn met Gods Woord.

En zeer zeker wil ik de rooms-katholieken niet bespottelijk maken. In het verleden heb ik wel eens de spot gedreven met sommige dingen, in de veronderstelling,

ling, dat ook de rooms-katholieken, althans de besten onder hen, het daarin met mij eens zijn. Zo heb ik het vorig jaar de draak gestoken met het feit, dat in het rooms-katholieke brevier te lezen staat, dat Sinterklaas toen hij nog een baby was, op woensdag en vrijdag slechts een keer de borst nam van zijn voedster en wel 's avonds. Het blijkt echter dat rooms-katholieken wel onder elkaar allerlei moppen tappen over dwaze godsdienstige gebruiken, maar dat niet kunnen verdragen van anderen. Daarom doe ik dat ook al niet meer.

Zeker, wij moeten zoeken naar de eenheid, maar niet naar een valse eenheid. De echte eenheid die Jezus bedoelt, is de eenheid, gegrond op zijn Woord. Laten wij onze tijd toch niet verdoen met de vertoning van een schijneenheid, maar laten we meteen doortasten naar de diepste verschillen. Alleen als we helder de verschillen zien, kunnen we ook de kansen doorzien van mogelijke eenheid, ja of neen.

Bijzonder stel ik het op prijs, dat ondanks uw bezwaren tegen ons U zich toch op ons blad wil abonneren. Dat is zonder meer groot en waarachtig oecumenisch. Gaarne gedenken wij U in onze gebeden. Wilt ook U voor ons bidden. Het gebed is het begin van elke waarachtige eenheid, de eenheid die van God komt.

Uit nieuwsgierigheid

Hierbij zend ik U de ingevulde bon uit De Zaanlander. De ƒ 4.— zal ik gireren voor het abonnement. Dat ik niet méér stuur, zult U mij als rooms-katholiek niet kwalijk nemen.

Dat ik desondanks toch abonnee op uw blad wil zijn, komt voort uit nieuwsgierigheid die U bij mij heeft opgewekt in de Zuiderkerk alhier, 'n paar jaar geleden. Ik zal die avond nooit vergeten.

Ik heb geen ander onderwijs genoten dan de lagere school, doch ik onderzoek graag alles, snuffel in de kerkgeschiedenis in de grote openbare leesbibliotheek alhier.

U overdrijft wel heel erg als U zegt: Rome verbiedt het lezen van reformatorische boeken of geschriften. De kapelaan heeft mij gezegd dat we gerust wel wat mogen lezen.

En dat de bisschoppen zouden verbieden, dat rooms-katholieken naar de protestantse kerken zouden gaan om er naar de preek van een dominee te luisteren, is gewoon bespottelijk.

(ONS ANTWOORD: Helaas bestaat nog steeds het kerkelijk verbod om prot. boeken of geschriften te lezen. Zie C.I.C. can 1399. — Wel blijkt steeds meer dat men in Nederland een loopje neemt met deze kerkelijke verboden. Maar in ons oktobernummer hebt U kunnen lezen, dat niemand minder dan pater van Doornik, direkteur van het r.k. Open Deur-werk van Amsterdam, nog altijd dit kerkelijk dreigement gebruikt om zijn schaapjes af te schrikken van de protestantse wolf. Weet U dat er ook een Open-Deur-werk van de hervormde kerk bestaat? — Welnu, pater van Doornik roept vanuit zijn Open Deur tot de leden van de hervormde kerk: „Kom en neem kennis van onze geschriften. De r.k. cursus Una Sancta behoort in de boekenkast te zijn van elke ontwikkelde Nederlander. Kom en wees oecumenisch en neem kennis van het rooms-katholicisme uit onze eigen bladen en boeken". En tegelijk zegt hij tegen de leden van zijn eigen kerk: „Onder geen voorwaarde mag je kennis nemen van het protestantisme door het lezen van boeken of geschriften van protestanten zelf. Dan doe je zware zonde. De hervormde Open Deur moet voor u gesloten blijven". (Pater van Doornik heeft dat niet letterlijk zo gezegd, maar zijn brief komt toch daarop neer).

En dat r. katholieken niet naar een protestantse preek mogen luisteren, kunt U lezen in: „Het Kerkelijk Recht", door P. Dr Hubertus van Groesen OF.M., tweede druk, uitg. Romen Zonen, Roermond, 1958, no. 657, p. 721. Daar staat: „Volgens het prov. Concilie van Utrecht (p. 184) is het altijd verboden bij preken van ketters of schismatieken in hun kerken tegenwoordig te zijn". — Ik ben het met U eens, dat dit bespottelijk is, althans nu de bisschoppen van Nederland het voortdurend hebben over „oecumene". En gelukkig zijn er heel wat r.-katholieken die zich van zulke dwaze bepalingen niets meer aantrekken. Maar waarom schaft men deze bepalingen dan niet af? Waarom brengt pater van Groessen ze nog in 1958 in zijn boek naar voren?

Niet eenkennig

Ik ga meestal naar de katholieke, maar ik ga ook wel naar de oud-katholieke of de vrij-katholieke kerk, of naar een protestantse dienst of naar het Leger des Heilss ook wel naar de pinkstergemeente. U ziet ik ben helemaal niet eenkennig. We leven immers in een vrij land en ik hoor gaarne Gods Woord, onverschillig of de prediker een priesterboordje draagt of in z'n burgerpakje verschijnt. De apostelen liepen toch gewoon in burger.

U moet Rome niet meer zo scherp aanvallen. U hebt toch ook wel wat aan de r.k. kerk te danken, o.a. uw talentvolle verkondiging van Gods Woord. Dat hebt U nog over van de paters redemptoristen.

U zult eens zien wat het aanstaande concilie voor veranderingen zal brengen. In ieder geval ben ik benieuwd naar In De Rechte Straat. Ik heb dit blad al eens in handen gehad van een kennis van mij die vroeger broeder augustijn was en nu werkt in de pinkstergemeente.

Mocht U mijn brief eens onder de loupe willen nemen in uw blad of de open aanmerkingen willen beantwoorden, heel gaarne zelfs.

In afwachting van de komst van In De Rechte Straat, hoogachtend,

C.Sijm te Zaandam.

„Het getuigenis van Enrique Fernandez acht ik irrëeel, omdat hij hulpeloos (omwille van oudertrots) in het priesterschap „gegleden" is en omdat het feit, dat hij van kindsaf aan geen enkele ontroering onderging bij het ontvangen van de H. Communie IK KAN VOOR MIJ EN, GOD ZIJ DANK, VOOR ZEER VELEN OM MIJ HEEN HET TEGENDEEL GETUIGEN.

(Ons antwoord: Br. Fernandez heeft slechts zijn persoonlijke ervaring geschreven. Ik weet dat vele r.katholieken devotionele stemmingen ondergaan bij de Kommunie. Maar de vraag blijft: Is dat een werkelijke religieuze ervaring? En vooral: is dat een geloofservaring, die getoetst is aan het Woord Gods).

„Houdt U mij ten goede; ik wil in geen enkele zin Enrique Fernandez veroordelen; op hetzelfde moment zou ik immers een onvergefelijke liefdeloosheid begaan. Wel is het mij zeer moeilijk gebleken mij in deze Fernandez in te denken

Hij had geen Bijbel, geen Nieuwe Testament. Hoe is het mogelijk. Ik heb in mijn huis beide, waarvan een PROTESTANTSE kinderbijbel".

(Ons antwoord: Dan hebt U toch het getuigenis niet goed gelezen. Fernandez zegt juist, dat hij wel de Bijbel bezat, maar „ik had nooit de Bijbel in zijn geheel gelezen, zelfs niet het Nieuwe Testament" p. 17).

„Hij begrijpt niets van het rozenkransgebed, de heiligenverering, de Biecht terwijl ik daar midden in het zakenleven van alledag geen moeite mee heb en er zelfs onuitputtelijke troost uit haal".

Drs R. J. Meulenberg.

(Ons antwoord: Dit is voor ons, Schriftgelovige christenen, onbegrijpelijk, Als b.v. de aanroeping van de heiligen voor ons een bron van onuitputtelijke troost zou zijn, waarom spreekt de Bijbel er dan met geen enkel woord over?)

Wij ontvingen ook nog een brief van de heer S. C. PH. M. Keune van Zevenb. Hoek, die om publikatie daarvan in ons blad vraagt. Maar de aard van zijn schrijven blijkt misschien wel het beste daaruit, dat hij de onjuistheid van mijn reformatorische overtuiging meent te kunnen bewijzen uit het feit, dat het huis dat wij hier bewonen in de Eg. Blocklaan, geen huurhuis maar ons eigendom zou zijn. Ik vermoed dat ieder het er mee eens is, dat een dergelijke „argumentatie" geen wezenlijke bijdrage tot het gesprek „Reformatie-Rome" betekent en dat we publikatie daarom achterwege moeten laten.

De heer G. de G. te Y. krijgt van iemand ons blad toegezonden, terwijl hij er iedere keer van walgt, schrijft hij. Hij heeft ons reeds meerdere malen gevraagd of wij daar iets aan kunnen doen. Langs deze weg verzoeken wij dan de abonnee die ons blad naar de voornoemde heer toezendt dit niet meer te doen.

Aan de redaktie van De Tijd-Maasbode, die ons beschuldigde van belastering van de r.k. kerk, zouden wij willen vragen: „Indien wij verkeerd geschreven hebben, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom beschimpt gij ons?" Vergelijk Joh. 18:23.

B. ZOEKENDE ROOMS-KATHOLIEKEN

Ik kan het niet meer geloven

„Ik kan niet meer naar de katholieke kerk gaan; allang niet meer. Alles is niet waar. Ik verlang naar een levende Christus, ik ben verdwaald, maar alles is zo moeilijk.

Ik h;b het lang geprobeerd. Maar steeds weer die twijfel en de gedachte: het is niet waar. En het vagevuur en Lourdes, ik kan het niet geloven.

Soms loop ik in mijn ellende lang heen en weer op mijn kamer. En dan roep ik ineens: Jezus, help mij, denkt U aan mij.

Wilt U als-'t-u-blieft aan ons gezin denken, U die gelukkig de macht van Rome kent, want wat U in uw blad beweert, is waar. Daarom schreef ik U".

N.N. te N.

Op de drempel

„Wij zijn tot de overtuiging gekomen, dat we onze eigen geestelijke blik kunnen verruimen door een abonnement te nemen op „In De Rechte Straat". Het hiervoor verschuldigde abonnementsgeld zal ik heden overmaken op giro 284 te Hilversum. Tot slot wil ik vragen mij een lijst te zenden van voor mij aanbevolen lektuur.

Ik dank God voor het licht dat Hij over mij doet opengaan en ik bid dat Hij U en uw werk moge zegenen".

Ik ga nu doorzetten .."

„Ik ben moeder van . . kinderen. Ik heb de hele week strijd gehad of ik naar U zou gaan luisteren, ja of neen. De priesters zeiden tegen mij: Je moet dat blaadje In De Rechte Straat maar verscheuren. Dat is het beste wat je kunt doen.

Maar ik antwoordde: Ik kan mijn verstand toch niet op de drempel van de r.k. kerk achterlaten.

En ik ben toch gegaan. En ik ben er erg blij om.

Ik ga nu voor goed doorzetten. Ds . . zal mij een Bijbel brengen, die ik rustig voor mijzelf wil gaan lezen en ik hoop daardoor antwoord op mijn vele vragen te krijgen".

N. N. te N.

C. ZIJ DIE JUICHEN OM HET LICHT

„Op de allereerste plaats wil ik U heel hartelijk danken voor de hulp en de leiding die ik mocht ontvangen op mijn pad naar de waarheid in Jezus, onze Heer. Nu kan ik het uitjubelen, welk een vreugde en geluk ik mocht vinden, nu ik Jezus als mijn enige verlosser en volkomen middelaar heb leren kennen en voor goed gevonden. Mijn hart zingt van vreugde om dat grote geluk. Jezus de oneindige, de Machtige, heeft Zich over mij, zondares, ontfermd en mij liefdevol opgenomen.

U heeft mij daarbij mogen helpen. „In De Rechte Straat" heeft er mij tenslotte toe gebracht om die grote stap te zetten en alle hinderpalen op te ruimen en te breken met de r.k. kerk. Mijn man en ik gaan nu samen op belijdeniscatechisatie.

Mijn ouders hebben het bericht van mijn overgang met rust en kalmte aanvaard. God is zo goed voor mij. Diezelfde Heer schonk ons vijf weken geleden een gezond lief kindje, een meisje, Marian. Zeven december wordt ze gedoopt.

Hoe heerlijk klinken nu voor mij deze woorden: „De Heer is mijn Herder, niets zal mij ontbreken".

Mevr. S. van Herk-Treyen te Berkenwoude.

Ik was tuinknecht bij do dominicanessen

„Ik had in In de Rechte Straat gelezen dat U Limburger bent. Maar in verband met uw overkomst naar Canada kreeg ik een vervroegd verjaardagsgeschenk van mijn vrouw: „Mijn weg naar het Licht".

Dit boek heeft mij zoveel te zeggen. Ik kon U zo goed volgen, juist daar mijn weg naar het Licht daarmee zoveel gemeen had. Uw moeilijke strijd en ook de mijne heb ik weer opnieuw voor ogen gehad.

Neen, God deed mij niet zoals Paulus met het aangezicht ter aarde vallen. Maar wel was het alsof voor een ogenblik mijn benen verlamden, zodat ik op de knieën viel en niet meer verder kon. Dat gebeurde zomaar onder mijn werk door, toen ik met mijn gedachten bezig was met Maria en ik ineens niet meer tot haar bidden kón. Maar God wilde mij daar op de knieën hebben om mij zijn vaderhand toe te steken.

„Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen".

Het lezen van uw boek heeft mij ook dichter bij U gebracht. U schrijft over uw vader, moeder, broers en zusters. Ik ken hen allen goed. Het huis van uw ouders, of beter gezegd hun winkel, heb ik dikwijls betreden. Het kapelleke van Lomm is mij volkomen bekend. In mijn tijd was er al de nieuwe kerk en in het oude kapelleke heb ik toen nog een keer met een van uw broers, ik meen: Harry, op de planken gestaan om een voordracht te houden. De „Witte Berg", de oude eiken op het kerkplein, het zijn vertrouwde beelden uit mijn jeugd. Mgr Lemmers van Roermond heeft mij nog het Vormsel toegediend. Ik heb als tuinknecht gediend bij de zusters dominicanessen van Venlo, en zo zou ik nog wel verder kunnen gaan.

. . . .God is nog altijd een wonderlijk God. Dat hebt U en heb ik ook ondervonden en Hij werkt nog dagelijks met zijn grote barmhartigheid en zijn goedgunstige genaden. Des Heilands woorden zijn gewis. Diezelfde God die zijn wonderen in U en mij heeft verricht, kan dat ook bij .... doen.

Het is intussen weer zondag geworden, de dag des Heren. Straks zingen we weer: „Ik ben verblijd, wanneer men mij godvruchtig opwekt. Ziet, wij staan gereed om naar Gods huis te gaan. Kom, ga met ons". Dat deze jubel over heel het aardrijk gehoord, beleefd en gezongen mag worden.

Met hartelijke groeten, uw broeder in Jezus Christus,

F. Zegers te Orono.

Priesterstudent bij de Capucijnen

„Dear Brother,

Ik was erg verrast een exemplaar van uw tijdschrift te lezen. Een moeder van een andere Nieuw-Zeelander stuurde het op van Holland.

Acht jaar geleden heb ik Jezus als mijn Zaligmaker aanvaard en de katholieke kerk verlaten.

Ik was een priesterstudent in het klooster der Capucijnen in Glanerbrug. Later ben ik nog bij de broeders van O. L. Vrouw van Lourdes in Dongen geweest. Hier in Nieuw-Zeeland is er veel gelegenheid om in verschillende kerken te getuigen van wat de Here aan mij gedaan heeft.

Mijn familieleden van Nederland hebben allerlei argumenten gebruikt om mij te doen terugkeren naar de „ware Kerk".

Zelfs de priester hier van Tauranga probeerde mij een paar weken geleden te overbluffen. Aan het einde van het gesprek zei hij letterlijk, dat het beter voor mij was om een hypocriet te zijn i n de kerk dan te leven buiten de katholieke kerk.

Het zou een grote voldoening voor mij zijn, als ik U zou kunnen helpen bij de organisatie van uw werk in Nieuw-Zeeland.

Ik ken hier verschillende Nederlanders die Christus hebben aanvaard en de rooms-katholieke kerk verlieten sinds zij hier zijn. De protestanten hier zijn sterk en aktief.

Mag ik sommige artikelen van uw blad in het Engels vertalen?

Bidt voor ons, zoals wij ook voor jullie allemaal bidden, tot op de grote dag, wanneer de bazuin ons naar huis roept. Gods zegen.

Br. G. Oosteweeghel, Tauranga.

Ik ging door dezelfde angsten

Wat heerlijk is het om „Mijn weg naar het Lichtt tin uw boek beschreven te zien. Ook mij heeft God ziende gemaakt. Met U kan ik juichen om de waarheid van het Woord Gods.

Al ben ik dan geen priester geweest, ik ben door dezelfde twijfels, angsten en nog eens angsten gegaan.

Begin 1959 ben ik christin geworden, geïnspireerd door het leven van een christin. Ik ben daardoor de Bijbel gaan lezen en de H. Geest heeft me daarbij onder wezen.

H. v. d. Boogaard te Lakeland U.S.A.

D. VAN EEN EX-PROTESTANTSE

Ik had een brief van een gewezen protestantse en vroeg aan de schrijfster verlof om hem te publiceren.

Ik kreeg als antwoord, dat ik haar brief noch in zijn geheel, noch verkort mocht publiceren. Ik moet daarom volstaan met de publikatie van een gedeelte van mijn antwoord:„U moge het mij niet kwalijk nemen, maar ik kan de opzegging van uw (gratis-) abonnement moeilijk anders verklaren dan vanuit het feit dat elke maand ons blad tot uw geweten spreekt. Indien dit het geval is, weet dan wat U gedaan hebt, want dan is deze opzegging een eerste en misschien wel de beslissende stap op de weg der verharding, van de moedwillige verharding tegen Gods duidelijke Woord. Immers als U ons werkelijk liefhadt, dan zoudt U ons blijven volgen in ons blad, hoezeer dat U mocht tegenstaan. Het is daarom dat ik allerlei roomskatholieke bladen lees, ook al worden mijn woorden daarin dikwijls verdraaid en mijn diepste bedoelingen onjuist weergeven."

Tot mijn vreugde zag ik echter in „Die Voorligter" van dec. 1961 wel een brief van een ex-protestantse afgedrukt, waarvan wij hier een gedeelte, vertaald vanuit het Zuid-Afrikaans, weergeven:

„Zoals de Ned. Ger. Kerk vandaag, zo zijn er altijd tegenstanders geweest van de Kerk van Christus.

leder jaar van de 2000 jaar dat de Katholieke Kerk bestaat, zijn er tegenstanders en vervolgers geweest om haar af te breken en te vernietigen, maar de Kerk van Christus die door geen macht kan vernietigd worden, blijft steeds voortbestaan. Nadat Luther zich van de Katholieke Kerk had losgemaakt, heeft hij zijn eigen Kerk gesticht, een geloof zoals hij dat zelf wilde. En ds. Hegger heeft hem hierin alleen maar gevolgd. Dit is een gemakkelijke en geriefelijke kerk, vooral als de wetten van de Katholieke Kerk te zeer drukken. Maar al getuigt ds. Hegger tegen de Katholieke Kerk vandaag, in zijrt hart beseft hij wel, hij die eenmaal pater Hegger was, dat wie eenmaal priester van God is, dit ook voor eeuwig blijft.

De onware oude kinderverhalen, zoals Maria-aanbidding, de aanbidding van beelden, onbijbelse, onware, bijgelovige roomsen, die in tijdschriften en vanaf de preekstoel van kindsbeen af in onze hoofden werd ingeprent, verdwijnen als nietige mist, wanneer wij de genade van God ontvangen en Hij ons naar zijn Kerk roept. Eerst dan beseffen wij hoezeer wij afgedwaald waren. Het is de grootste genade om één met Hem en zijn Kerk te zijn. Iets dat de Katholieke Kerk alleen bezit". Mevr. J. W. Emmerich te Mopane.

Allereerst dit: Ik heb heel wat meer respekt voor deze Zuid-Afrikaanse, die alles frank en vrij durft schrijven en het volledig met haar eigen naam ondertekent dan voor haar Nederlandse zuster in het geloof, die zo in haar schild kruipt. Maar nu enkele bemerkingen.

Waarom toch die aanval op het hart van een ander? Heeft mevr. Emmerich vroeger nooit in de Bijbel gelezen, dat wij niet over het hart van een ander mogen oordelen, omdat God dit oordeel aan Zich heeft gehouden?

Vervolgens de Katholieke Kerk bestaat inderdaad 2000 jaar, maar niet de rooms-katholieke kerk. Die heeft haar tegenwoordige vorm pas voor goed aangenomen in de middeleeuwen, en kerkrechterlijk heeft deze kerk pas haar uiteindelijke gestalte aangenomen in het jaar 1870, toen de onfeilbaarheid van de paus tot dogma werd verklaard.

Vervolgens is het jammer dat U nu nog niet door hebt, dat als protestanten spreken over aanbidding, zij daar iets anders mee bedoelen dan de rooms-katholieken. U als gewezen protestantse moest toch met ons gewezen rooms-katholieken meewerken om deze Babylonische spraakverwarring op te heffen.

Tenslotte als U schrijft, dat men slechts één kan zijn met Christus en zijn Kerk wanneer men lid is van de rooms-katholieke kerk, dan bent U zeer verouderd. De Nederlandse rooms-katholieke theologen erkennen in onze tijd zonder meer dat een gelovig protestant één is met Jezus Christus. Wilt U een bewijs?

„Het is zelfs mogelijk dat een bepaalde geloofswaarheid, bijv. omtrent de waarde van de H. Schrift, binnen de katholieke Kerk voor enige tijd weinig of niet bij de gelovigen leeft, terwijl we in de historie zien dat de Reformatie deze waarheid steeds levendig heeft bewaard en beleefd. . . .

Er zijn zelfs theologen die beweren dat wij allen tesamen, katholieken en protestanten, het mystieke Lichaam van Christus vormen, waarin zijn Geest ons door geloof en doopsel samenbindt". Aldus: A. Dijkzeul, M. S. C. in „Sursum Corda" van 8 dec. 1961.

En nu werkelijk tenslotte: als de protestantse kerken gemakkelijk en geriefelijk zijn, terwijl de rooms-katholieke kerk drukkende wetten heeft, dan hebben de protestantse kerken meer kans om de Kerk van Jezus te zijn de rooms-katholieke kerk, want Jezus zelf zegt: „Mijn juk is zacht en mijn last is licht". (Matth. 11 : 30).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Brieven

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

In de Rechte Straat | 32 Pagina's