„Want wat in haar verwekt is uit de is, Heilige Geest ...
* en gij zult Hem de naam Jezus geven"
Mattheüs 1 :21
LIE DAAR! Dat is de blijde tijding van het Kerstfeest. Het is de Heilige Geest, die het feestelijk cachet aan deze boodschap geeft, want daardoor is het Kindeke Jezus een heilig Kind, een vlekkeloos Kind, een rein en vol maakt Kind.
Zijn Naam betekent Verlosser, Zaligmaker. Geen wonder, dat Maria het uit-jubelt: Mijn ziel maakt groot de Here en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij omgezien heeft naar de lage staat Zijner dienstmaagd. (Lucas 2:46-47).
Naar haar lage staat? Heeft zij zich in deze woorden niet vergist? En wat bedoelt ze daar eigenlijk mee? Rome leert toch immers, dat Maria van de erfzonde bevrijd is geweest, welk voorrecht men de onbevlekte ontvangenis noemt. Dit kan men toch geen „lage staat" noemen, want we zien haar dan gelijk aan Eva in de paradijs-toestand, zonder zonde!
Ja, dat leert Rome, maar wat zegt de Heilige Schrift ervan?
In Hand. 17:26 vinden wij, dat uit één enkele het gehele menselijke geslacht ge-maakt is, dus uit éne bloede. Hier wordt dus geen uitzondering op Maria gemaakt, terwijl haar geslachtsregister in Lucas 3 ook geen enkele aanwijzing geeft, dat wij in haar een buitengewoon schepsel moeten zien. Dat zij een „onreine uit een onreine" was (Job 14:3), lijdt geen enkele twijfel, trouwens wat zou men dan moeten beginnen met schriftgedeelten als Psalm 53:1 - 4 en Rom. 3:10 - 12, 23 en 24 ?
Rome heeft dan ook geen enkel bewijs voor de onbevlekte ontvangenis, daar deze eenvoudig niet bestaat.
Om een schijn van bewijs te vinden, dat zij altijd maagd gebleven is, wil men de teksten waar van Jezus' familie, broeders en zusters gesproken wordt, uitleggen in deze zin, dat broeders en zusters neven en nichten waren (Zie Matth. 12:47 en 13:55 - 56). Natuurlijk aanvaardt niemand zulk een bewijs, daar Jacobus uitdrukkelijk genoemd wordt „de broeder des Heren" (Gal. 1:19).
Zo vindt U, om even van het onderwerp af te dwalen, nergens een tekst waar Maria ten hemel is gevaren, doch alleen van de zoon des mensen, Joh. 3:13, Joh. 20:17 en Hand. 1:9 - 11.
Voor een kroning van Maria als Koningin over hemel en aarde is evenmin al sprake, daar alleen Jezus Christus recht heeft op de Koningstitel (Psalm 2:6 - 8 ; Openb. 11:15; Openb. 19:16).
Aan Christus is gegeven alle macht in hemel en op aarde, (Matth. 28:18) niet aan Maria.
*
Rome bidt: Onze Lieve Vrouw bescherm de volkeren.
De Heilige Schrift zegt: Vertrouwt niet op een mensenkind, bij wien geen heil is. Ps. 146:3.
Zo zegt de Here: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, wiens hart van de Here wijkt, Jer. 17:5.
Daarom vertrouwen op U, wie Uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten, wie U zoeken, o Here.
Ps. 9:11.
Er bestaat niet zoiets als „Moeder Gods". God heeft geen moeder, maar bestaat van en tot in alle eeuwigheid. Maria was de moeder van Jezus naar het vlees en meer dan dat niet.
God zag naar haar lage staat om, maar dat houdt dan ook tegelijkertijd de diepste zin van het Kerstfeest in, dat Hij Die de Hemelse woning verliet om in een stal en kribbe Zijn intrede te doen, zelfs uit een zondige moeder, één zoals wij, geboren werd.
Want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest!
't Is dus de Heilige Geest, Welke dit grote wonder tot stand gebracht heeft; Hij heeft het in haar gelegd, vandaar dat het een heilig Kind is. Jezus werd in alles, ook in dat zeer, zeer geringe ons gelijk, zoals Hij ons in alles gelijk geworden is, uitgenomen de zonde, Phil. 2:7, Hebr. 2:17, Hebr. 4:15.
Hoe groot is Zijn liefde voor ons!
Ja, het is te begrijpen, dat Maria in een loflied (Luc. 2:46, 47) haar Heiland bejubelt en nergens beter in, kunnen we haar voorbeeld volgen dan met haar in te stemmen door Hem ook als onze Hei land en Zaligmaker groot te maken.
Hoe zult gij daartoe in staat zijn? Maak door de werking des Geestes Uw lage staat bekend aan de voet van kribbe en kruis; erken, dat gij Hem als Zaligmaker nodig hebt, belijd Uw zonden en laat Hem toe in Uw leven (Openb. 3:20).
Dan, ja, ook dan gaat gij ervaren, wat God met godsdienstig bedoelt en zult ook gij Hem in de ware zin des Woords de naam van Jezus (dat betekent Verlosser, Zaligmaker) geven.
Om de Kerststemming nu nog wat meer te vergroten, moet U weten, dat de Heilige Geest ook de Heilige Schrift bij de mensen ingelegd heeft. In 2 Petr. 1:21 staat: „Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken". 2 Tim. 3:16 en 17 is niet minder duidelijk: „Elk van God ingegeven Schriftwoord (de oude vertaling is hier beter!) is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust". Schriftgedeelten als Ex 4:10 - 16; Ex. 7:1; Num. 22:35, 38; Num. 23:5, 12, 16, 2 Sam. 23:2; Jes. 51:16; Jer 5:14 , 20, 9 en Ez. 3:4 ondersteunen deze waardheid in al haar kracht.
Zoals de Heilige Geest het vleesgeworden Woord (Joh. 1:1 ) in Maria heeft gelegd, zo heeft Hij ook het geschreven Woord in de apostelen en profeten een plaats gegeven.
Waarom spreekt de rooms-katholieke kerk nu niet van een heilige Bileam, een heilige Mozes, een heilige Davi d enz.? Waarom aanvaardt men (hoewel mijns inziens met veel bedenkingen) de Heilige Schrift als heilig Woord via zondige mensen?
Wij hebben een vol maakt heilig Woord ontvangen, waar niets aan toegevoegd noch afgedaan mag worden (Openb. 22:19) en 't is dat Woord, wat niet zoals ik reeds gezegd heb, alleen de Kerststemming vergroot, maar hetwelk ook dient om de wedergeboorte tot stand te brengen (Jac. 1:18, 1 Petr. 1:23) waardoor ik werkelijk de diepste zin van het Kerstfeest kan begrijpen, het werk van de Heilige Geest kan gaan bejubelen en met de Naam van Jezus op mijn lippen diep in mijn hart het „Ere zij God" kan zingen om het geschreven en vleesgeworden Woord, wat Hij in ons midden neergelegd heeft.
KINDEREN GODS, MANNEN EN VROUWEN VAN DE REFORMATIE SMEEK GOD, OF TOCH OOK DEZE MASSA TERUG MAG KEREN TOT HET WOORD; OOK ZIJ KUNNEN GELIJK MARIA NIET ZONDER DE HEILAND EN ZALIGMAKER!
J. Gravendeel.
„Als fabrieksarbeider, tussen vele rooms-katholieken komt het geloof nog al eens ter sprake. Dan wordt het in het schaftlokaal vaak een debatingclub. Ik heb dan veel aan de opgedane kennis uit „In de Rechte Straat".
Overigens tracht ik echter steeds de liefde en de zachtmoedigheid te laten doorstralen in het gesprek, zoals u onlangs in uw preek in Haarlem zei naar aanleiding van zondag 30 van de Heidelbergse Katechismus.
Ik hoop en bid voor u en uwstand moogt ontvangen van Hem, die wij samen onze Vader mogen noemen door en in Jezus Christus".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1961
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1961
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
