PRIESTERNOOD in Frankrijk
Trieste ervaring van een ex-priester.
In Bordeaux bezochten wij dr. Gabriel Millon, ex-pater carmeliet. Hij was met nog een andere pater uitgezonden naar Bagdad. Hij kon daar echter op geen enkele wijze het evangelie verkondigen. Dat was door de regering verboden. Dan zouden ze weer het land moeten verlaten.
Zo zat hij daar maar duimen te draaien. Dan weegt de eenzaamheid van de priester zeer zwaar. Kloosterling zonder de gemeenschap met confraters, priester zonder enige kans op herderlijke activiteit.
Hij keerde terug naar Frankrijk. Hij zocht nu de gemeenschap met de levende Heer, aan Wie hij genoeg zou hebben. De zuivere innigheid met zijn Heiland. Hij wist dat in de reformatie de redding door het geloof in Jezus Christus alleen beleden werd.
Hij klopte aan bij een Anglikaanse geestelijke. Het antwoord: Ik geloof alles wat Rome leert, behalve de onfeilbaarheid van de Paus.
Hij werd argwanend binnengelaten bij een orthodox predikant van de Eglise Réformée de France. Deze vroeg allereerst: „Bent u getrouwd?". Belangstelling voor de nood van een ziel was nauwelijks bemerkbaar.
Met open armen werd hij ontvangen door een vrijzinnig predikant. Maar deze kon hem niet de rust des heils aanbieden. Hij geloofde niet in de godheid van Jezus Christus. Hij was echter erg vriendelijk en heeft hem zoveel mogelijk geholpen.
Triester ervaring van een ex-priester is nauwelijks denkbaar. Maar dat was ook in het jaar.. 1929. Thans is alles anders geworden. Dr. Ennio Floris, ex-pater dominicaan, is door de Eglise Réformée de France aangesteld voor het kontakt met de uitgetreden priesters.
Later is dr. Millon toch lid geworden van de Eglise Réformée. En thans is hij direkteur van de Baptisten Bijbelschool in Bordeaux.
Gesprek met Prof. Petit.
OP ONZE TERUGREIS van Spanje bezochten wij eveneens prof. Dr. Pierre Petit, ex-pater jezuiet, thans professor aan de theologische faculteit van Montpellier. Prof. Petit heeft een boek geschreven over Lourdes: „Lourdes, les protestants et la tradition chrétienne", collection „Les bergers et les mages", Librairie protestante, Paris. Hij schreef eveneens een zeer interessant artikel in „Les cahiers protestants" afl. 2, 1960, waarin hij een uitstekend overzicht geeft over de situatie van de ex-priesters in Frankrijk. Het artikel heet: „Ces hommes qui furent prêtres romains".
Wij stelden enkele vragen aan prof. Petit, die hij met alle welwillendheid beantwoordde.
* Hoeveel ex-priesters gingen over naar de reformatie?
In de laatste 15 jaar zijn er ongeveer 1 700 priesters uitgetreden uit de rooms-katholieke kerk. Terwijl er op het ogenblik in Frankrijk ongeveer 40 000 sekuliere en 15 000 reguliere priesters zijn, betekent dat een percentage van 3,1 %. Een opmerking terzijde: In 1660 bedroeg het aantal priesters in Frankrijk 266 000. Toen was de bevolking van Frankrijk bovendien nog veel kleiner. Dat betekent dus dat de lekenstand nu veel belangrijker is dan toen.
Slechts enkele ex-priesters zijn in de gelederen van de anti-godsdienstige en strijdvaardige vrijdenkerij terecht gekomen. Een groter getal heeft zich onder de banier van het marxisme geschaard. Maar het overgrote deel is weggevloeid in de gewone massa. Hun houding tegenover de rooms-katholieke kerk is daarbij dikwijls zeer verschillend.
Daarvan hebben ongeveer twintig zich gevoegd bij de orthodoxe kerken, en een tiental bij de oud-katholieke kerk. Enkelen van hen gingen weer in de zielzorg. Eén van hen, pater Maxime Gorce, die vroeger professor was te Sauchoir aan het Institute Catholique van Toulouse heeft onlangs zijn levensweg verteld in een sappig boekje: „La Vérité avant tout" (= De waarheid vóór alles), uitgave: J . Vitiano, 20 rue Chauchat, Paris.
Ongeveer 40 zijn lid geworden van de Eglise Réformée de France, en een twaalftal behoort tot andere protestantse richtingen. Merkwaardig is, dat, voor zover mij bekend, er slechts één priester lid geworden is van de Lutherse kerk, die toch 150 000 leden telt in Frankrijk.
* Hebben deze ex-priesters zich georganiseerd?
Bij velen is er een huiver om zich als ex-priester te organiseren. Ze willen liever niet meer aan hun verleden herinnerd worden. Ze willen gewoon burger zijn, mijnheer die of die, en niet mijnheer de ex-priester.
De meest homogene groep is die van de protestantse ex-priesters. Zij vormen een soort broederschap. Dat betekent dat zij volkomen bereid zijn om elke priester die in geestelijke of financiële nood verkeert, te helpen. Dan komt de herinnering aan eenzelfde doorstane leed, aan dezelfde spanningen weer boven en vergeten ze alles om zulk een confrater, die met de hand aan de wal krabbelt, op het veilige droge te trekken.
Toch komt er langzamerhand meer tekening in dit onderling verband. Men ziet toch in, dat, wil men effektief en afdoende helpen in deze nood, er ook een behoorlijke organisatie op touw gezet moet worden, en dat men dan dus maar het onprettige van de betiteling „ex-priester" moet verdragen.
* Hoe denkt u zich de arbeid onder de ex-priesters?
Deze arbeid moet in de eerste instantie interkerkelijk zijn. Wanneer elke kerk afzonderlijk zich tot hen richt, dan kan dat bij hen de associatie wekken aan een markt waar meerdere kooplui staan te schreeuwen: Kom bij mij, want bij mij word je het beste behandeld.
Maar het doel moet zijn: een duidelijk kerkelijk onderdak. Helaas zijn er ook avonturiers onder de ex-priesters, die op geen enkele wijze meer aan een kerk of kring gebonden willen zijn. Hoewel deze zucht naar volkomen vrijheid verklaarbaar is, moet dit toch als ongezond veroordeeld worden, wanneer expriesters na jaren nog alleen zijn blijven staan.
* Om welke redenen verlieten deze priesters hun kerk?
Het is duidelijk, dat velen van hen nooit roeping hebben gehad tot het ongehuwde leven. De meesten van hen zijn later getrouwd.
En toch is daar ook de merkwaardige paradox, dat sommigen juist binnen het protestantisme de echte mogelijkheden en de ware zin van het celibaat hebben ontdekt en het met blijdschap hebben voortgezet.
Maar ook al heeft de kwestie van het celibaat bij velen een grote psychische rol gespeeld, toch was dit bij hen niet de beslissende factor. De omvorming tot een gelovig reformatorisch christen kan immers niet verklaard worden uit het verlangen naar de samenleving met een vrouw. Zelfs binnen het rooms-katholieke kamp is men ervan teruggekeerd om als bron van de reformatie aan te wijzen de begeerte van Luther naar de omgang met een weggelopen non. Men begint daar zelfs over Luther te spreken als over een religieus genie.
De principiële redenen waarom zij met de kerk van Rome braken, zijn velerlei. Het zijn de uitlopers van het gistings- en vernieuwingsproces, dat zich binnen de schoot van de r.-k.kerk aan 't voltrekken is. Zoals: 't zoeken naar een nieuwe taal in de evangelisatie, een moderne aanspraak tot de ontkerstende massa - denk aan het experiment van de priesterarbeiders; de vraag van het politiek getuigenis van de christen - denk aan de folteringen in de oorlog van Algerije, de Bijbelse herbronning, de terugkeer tot de frisse taal van het levende Woord Gods, de Bijbelse theologie; de ontwikkeling van de oecumenische gedachte, waardoor men plotseling achter de karikatuur, die Rome altijd van de protestantse ketter gegeven had, een christen ontdekt met een geloof, veel dieper, veel warmer, veel zuiverder dan men ooit onder eigen confraters had waargenomen; het op drift raken van een verstarde orthodoxie. Enzovoort.
Het is mogelijk en zelfs waarschijnlijk, dat enkelen van hen na een periode van akklimatisering in het protestantse milieu een oorspronkelijk geluid laten horen binnen de reformatorische christenheid.
* Welk beroep kozen zij?
Zes zijn momenteel predikant. En nog zes andere bereiden zich op dit ambt voor als theologisch student.
De meesten van hen beleven dus het algemene priesterschap van de gelovigen en zoeken een betrekking in het burgerlijk leven.
Maar deze omschakeling vraagt dikwijls enorme offers. De meesten van hen verlaten de rooms-katholieke kerk omstreeks hun veertigste jaar. (Zie hierover Mgr Pflieger: Priesterliche Existenz, Franse uitgave: Mame.)
Als zij aan rooms-katholieke werkgevers hun verleden moeten mededelen en dus moeten verklaren dat zij priester zijn geweest, dan gaan bijna overal de deuren dicht. Zelfs niet meer praktizerende katholieken denken dan nog: Het rooms-katholicisme mocht toch eens waar zijn. In dat geval heb ik zeker een zwaarder oordeel over mij gehaald als ik zo'n „afgevallen" priester zou helpen. En ijverige roomsen menen daarmee de kerk een dienst te bewijzen. Ze hopen dat een priester door de ontzettende nood waarin hij komt te verkeren, door de honger gedreven, evenals de verloren zoon weer zal terugkeren tot de moederkerk.
En inderdaad is dat goed gezien. Wanneer de honger aan de maag begint te knagen, dan wordt door het gevoelsgeweten zoals dat door Rome reeds van af de vroegste jeugd in haar richting werd gekneed, deze honger omgezet in verwijt en wroeging. Daarom rust er op de reformatorische christenen een zware liefdeplicht om deze ex-priesters te helpen zich een weg te banen in het maatschappelijke leven.
* Hebt u ook kontakt met ex-priesters buiten Frankrijk?
Ja, dat kontakt is aan het groeien. De hulp aan ex-priesters in Italië en Spanje is zeer dringend. Daar is het voor hen veel moeilijker om aan de slag te komen en de kost te verdienen.
In het konkordaat dat Pius XI met de diktator Mussolini heeft gesloten, en dat ook nu nog van kracht is in Italië, heeft deze paus de bepaling laten vastleggen, dat de Italiaanse staat belooft om nooit een staatsbetrekking te geven aan een ex-priester. Dat geldt over heel de linie vanaf putjesschepper tot professor aan de universiteit. Zodra het een funktie betreft, die door de staat betaald wordt, komt een ex-priester er niet voor in aanmerking. Pius XI wilde destijds vooral de bekende ex-priester Bonaiute daarmee treffen.
Er zijn meerdere Spaanse ex-priesters in de buurt van Geneve. Een daarvan is dr. Albornoz, die een boek schreef over de tolerantie bij Rome.
Onze plannen.
Wij bespraken nog met prof. Petit de mogelijkheid van een Europese federatie van ex-priesterverenigingen.
Besloten werd om in 1962 een conferentie te organiseren in Nederland van expriesters van Europa. Van elk land één of twee afgevaardigden. Later zouden we dan een omvangrijke conferentie kunnen houden, waar alles definitief wordt vastgelegd.
De Stichting „In de Rechte Straat" wil dan de verblijfskosten, en indien nodig - bijv. voor de Spaanse, Portugese en Italiaanse ex-priesters - ook een gedeelte van de reiskosten op zich nemen. Althans indien de kas dat toelaat....
Anders zouden we dit mooie plan moeten laten schieten.
Broeders en zusters, wat is daarop uw antwoord?
PROTESTANTSE KERKEN VAN NEDERLAND, liggen hier niet prachtige kansen? Zou het niet mooi zijn als wij gastvrijheid verleenden aan deze mensen en aldus de mogelijkheid zouden scheppen tot een grote evangeliserende beweging in Europa?
„Wij waren in Haamstede in de winterkerk bij ds Gravendeel. Wat een nood!, maar wat een voorrecht als je de Here Jezus kent.
Heerlijk vind ik het dat ik verleden jaar in augustus op mijn verjaardag het abonnement kreeg van een kennisje. Zo'n cadeau op je verjaardag is fijn".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1961
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1961
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
