In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

VERDEELDHEID ONDER DE Protestanten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERDEELDHEID ONDER DE Protestanten

11 minuten leestijd

Brussel, 24 juli 1961.

Weleerwaarde en beste Dominee Hegger,

In het artikel: „Katholieken, gesel ons" schrijft U dat U bij ons, katholieken, nergens een oprechte droefheid las over de verscheurdheid van de reformatorische christenen.

Nu dominee, hoe andere katholieken hierover denken, kan ik niet zeggen, maar wat mij persoonlijk betreft, ik ben reeds lang door de periode van „pleizier over deze verdeeldheid" heen. Mij doet het pijn deze verdeeldheid.

Ik stam van een hervormde familie af en ken hun sentimenten tegenover Rome en tegenover de gereformeerden. Tussen de verschillende protestantse kei ken is van broederliefde vaak weinig te bespeuren. Ik ken de futiliteiten waardoor men uit elkaar gaat en er wéér een richting bijkomt (zie kaart van kerkelijk Nederland). Daar kun je als christen geen pleizier in hebben, daar kun je alleen maar onder lijden.

Oorzaak van deze zichtbare verdeeldheid is volgens mij doodeenvoudig de ontrouw aan de beginselen van de hervorming: Sola Scriptura (alleen de Schrift) in theorie, in de praktijk zien we het katholiek leergezag vervangen door een ander.

Indien Gods Woord u genoeg is, mijn protestantse broeders, houdt u daar dan aan. Komt samen voor de goddelijke lofprijzing, om het Lichaam van Christus te manifesteren, om naar Gods Woord te luisteren. Laat evenwel uw voorgangers bescheiden zijn in hun uitleg en niet het air aannemen de onfeilbaarheid te bezitten welke men de rooms-katholieke kerk ontzegt.

Er zij onder u geen leergezag, geen tucht, geen beginselen. Voor u moet Gods Woord en de bijstand van Zijn Geest voldoende zijn.

Staart u dan verder niet blind op de verdeeldheid, maar laat er onder u de band der liefde zijn, ledematen zijt ge immers van één Heer. Maar het is juist de liefde onder elkaar die ik zo vaak mis onder u, liefde die elk verschil moet overbruggen. Streeft naar de eenheid in de liefde, blijft niet stijfhoofdig tegenover elkaar staan. Wie zegt dat u gelijk heeft en uw broeder zich vergist?

Beste dominee, meent U werkelijk dat er geen bewogenheid onder ons leeft t.a.v. het protestantisme? Zijn we dan geen broeders van elkaar in Christus Jezus? Hoe kunnen wij dan onverschillig voor U zijn ? Het is onze schuld dat de hervormers niet in de Kerk konden blijven. We beseffen maar al te wel dat we pleizier hebben gehad in uw verdeeldheid, dat we ons niet voor uw wel en wee interesseerden en u praktisch uitsloten van onze liefde (verschrikkelijk is dat!).

Meent U dominee, dat we zo braaf en „degelijk" zouden zijn dat we geen kritiek hadden tegen onze eigen Kerk? We weten er soms geen raad mee, het kan ons soms verbitteren. Oh, er is soms zoveel geloof voor nodig om dwars door al dat uiterlijke, dat onvolmaakte, dwars door al dat gecompliceerde, in de Kerk Gods Geest te zien en te ervaren als haar ziel, haar te zien en te blijven zien als de voortlevende en de aktuele Christus. Dat kan heldenmoed kosten, gelooft U dat?

Meent U dat er bij ons geen bewogenheid is ten aanzien van hen die de Kerk verlieten, inzonderheid de priesters? Meent U dat wij niet kunnen beseffen dat men zover kan komen, al blijven wij het zien als een kapitale vergissing (objektief); denkt U dat het ons niets doet? Al bemerkt U er in de praktijk misschien niet veel van, we blijven met u allen medeleven, biddend, lijdend en liefhebbend. U mag deze brief gerust publiceren.

Inmiddels, met hartelijke broedergroeten,

Hartelijkste dank voor deze prachtige brief, waaruit liefde en ootmoed spreekt. Naar dergelijke vermaningen, die uit de bewogenheid om Christus' wil voortkomen, willen wij, reformatorische christenen, altijd luisteren.

Ik wil er daarom zo weinig mogelijk aan toevoegen. Laat elke protestant deze liefdevolle aanklacht voor Gods aanschijn overnemen. Laat elk voor zich stil heengaan na het lezen van deze brief.

Een paar opmerkingen moet ik echter maken.

„Er zijn bij u geen leergezag, geen tucht". Mijn antwoord: niet in de roomskatholieke zin, akkoord. Helaas is er in het verleden bij sommige protestantse kerken een uitoefening van het leergezag en van de tucht geweest, die niet veel meer verschilde van het optreden van zich onfeilbaar wanende pausen. Maar er kan ook een Bijbels leergezag en een Bijbelse tuchtoefening zijn. Dat is het leergezag en de tuchtoefening die steeds onderworpen blijft aan het Woord van God en daaraan alleen haar kracht en gezag ontleent.

Kinderen van dezelfde Vader?

„Zijn we dan geen broeders van elkaar in Christus Jezus?". Indien U het woord „broeder" in een algemeen-menselijke zin bedoelt, zoals ook Beethoven in zijn negende symphonie laat zingen: „Alle Menschen Brüder", — dan ga ik akkoord.

Maar indien men het woord „broeder" verstaat in de typisch-Bijbelse betekenis van het woord, dan moet ik helaas dit tegen-spreken. Ik kan helaas een roomskatholiek niet zonder meer „broeder" noemen in de Bijbelse betekenis van dat woord. Immers dat veronderstelt dat wij ook éénzelfde Vader hebben. Maar dat is nu juist niet het geval. De rooms-katholieken zien in God een Vader, die zijn kinderen de hemel laat verdienen. Wij, reformatorische christenen, kunnen zulk een God niet Vader noemen, want als wij de hemel zouden moeten verdienen, dan zijn wij arbeiders in loondienst bij God, en dus niet Zijn kinderen. En dan Is God ook niet onze Vader. — Of nog een ander voorbeeld:De rooms-kstholieken leren, dat God de zonde twee keer straft: eerst aan Zijn eigen Zoon, en daarna nog eens aan zijn kinderen ,die door Jezus vrijgekocht werden door zijn Bloed. Een God, die zijn schepselen in het vagevuur stopt, terwijl dat niet meer nodig is, kunnen wij geen Vader noemen. En zeker niet een God die Zich door de verkoop van aflaatbrieven er toe laat bewegen, om een „kind" van Hem uit de verschrikking van het vagevuur te halen. Zulk een willekeurige God, die het lijden van zijn kinderen vanwege het geld verkort, kunnen wij geen Vader noemen.

Om deze en ook nog andere redenen lijkt het wel alsof wij, rooms-katholieken en reformatorische christenen, dezelfde God en Vader hebben en aanbidden, maar in feite is dat niet zo en zijn wij dus ook krachtens deze diepgaande verschillende beschouwingen omtrent God geen broeders en zusters in de Bijbelse zin. Daarom spreek ik ook steeds over: „rooms-katholieke vrienden". In deze term zit de liefde en welwillendheid uitgedrukt, zonder dat ik daardoor mijn geweten geweld aandoe.

Ik neem echter de mogelijkheid aan, dat een rooms-katholiek, ondanks de leer die hij aanhangt, toch een waarachtig kind van God is en ondanks zijn dogmatische afdwalingen toch in God de Vader beleeft in Bijbelse zin. In zo'n konkreet geval zal ik met alle liefde zo iemand aanspreken met de naam „broeder". Wanneer ik de brieven van broeder Wolters lees, dan kan ik niet aannemen, dat hij diep in zijn hart zou geloven in de rooms-katholieke God van het vagevuur en de aflaat. In de warmte waarmede hij over zijn God spreekt, ervaar ik een medekind Gods. (Ik bedoel dit allerminst als een uitspraak over het hart van een ander, maar als een oordeel waartoe de liefde van Christus mij dringt. Over het hart van een ander, hetzij in positieve of in negatieve zin, kunnen wij immers niet oordelen.)

En daarom, broeder Wolters, nogmaals hartelijk dank voor deze schrijnende, maar warme vermaning, die U aan ons richt door middel van uw brief.

Verblijdende eenheid.

„Jonge christenen uit zendingskerken in Afrika en Azië en uit vrijwel alle grote Amerikaanse en Europese kerken hebben zondag samen eensgezind het Heilig Avondmaal gevierd in de gereformeerde Woestduinkerk te Amsterdam.

Voorganger was ds. W. van Boeijen, gereformeerd evangelisatiepredikant in Amsterdam-Zuid, die ook de predikatie hield. Sprekende over Luc. 8 : 16 - 21 zei hij: „Christus laat zich niet annexeren, niet door zijn moeder en broeders, maar ook niet door een bepaalde kerk, een denkschema of een bepaalde „punt-uitdogmatiek". Ieder die zijn woord hoort en het doet, is zijn broeder en zuster". Onder hen die tot de communie naderden, waren anglikanen, methodisten, lutheranen en hervormden, maar bijv. ook een jonge, uit Angola verdreven student.

Gezien hun eigen kerkorde was het voor enkele kampdeelnemers, een grieksorthodox en een Ethiopisch theologische student, niet mogelijk mee te communiceren. Dit werd niet alleen door henzelf, maar ook door de anderen bijzonder pijnlijk ervaren. In het kamp heeft dit ook tot diepgaande gesprekken geleid. De meeste deelnemers waren zeer getroffen door de Hollandse-calvinistische wijze van Avondmaal-vieren rondom een tafel. In de meeste buitenlandse kerken gebeurt dit aan een altaar". (Aldus Trouw van 31 juli 1961).

Ja, het is heerlijk om de zuivere eenheid in Jezus Christus te beleven in de gemeenschappelijke Avondmaalsviering. Dat is ook telkens weer de diepste vreugde op onze conferenties voor gewezen rooms-katholieken. Wanneer je de getuigenissen van deze mensen aanhoort, die na zoveel strijd hun vreugde uiten over hun Heiland die zij vonden, dan zou het als onbijbels gevoeld worden wanneer zij niet aan het Avondmaal zouden worden toegelaten, ook al wordt dat Avondmaal dan gevierd onder auspiciën van een kerk waarvan zij geen lid zijn.

Boekbespreking.

„DE VOLLE PINKSTERZEGEN" door ds. A. Murray, ƒ 1.50, 104 bladz., uitgave: „Volle Evangelie Zending", Den Haag. Ds. Murray, die leefde van 1828 tot 1917, en predikant was van de gereformeerde kerken van Zuid-Afrika, is een innig schrijver over de verborgenheden des heils.

In de inleiding schrijft ds. Murray: „Het is Gods wil dat Zijn kinderen, een ieder, met de Heilige Geest vervuld worden. Zonder van de Geest vol te zijn is het volstrekt onmogelijk dat de enkele Christen, of een gemeente, of de kerk, leven en werken kan zoals God het wenst. Overal en in alles is het te zien dat deze zegen in de kerk weinig genoten, en helaas weinig gezocht wordt.

Deze zegen is voor ons bereid en zeker te verkrijgen. Ons geloof mag het met de grootste vrijmoedigheid verwachten. Het grootste struikelblok op de weg is, dat het eigen leven en de wereld, waardoor het zichzelf laat dienen en behagen, de plaats inneemt die Christus moet hebben.

Wij kunnen met de Geest niet vervuld worden als wij niet bereid zijn ons door de Here Jezus te laten leiden om alles te verlaten en op te offeren voor deze parel van grote waarde".

Wij bevelen dit boekje heel hartelijk aan.

HET GEBED is steeds het geheim geweest van elke beweging, die grote kracht heeft ontplooid in Gods Koninkrijk tot eer van Zijn naam en tot redding van zielen. Daarom vragen wij dringend de steun van uw gebed.

De wegwyzer

Het is donker en u bent verdwaald. U voelt zich helemaal niet prettig. U weet de weg niet.

Hoe moet u nu terecht komen?

Is hier niet een wegwijzer?

WEET u de weg naar God, naar het geluk, naar cie hemel? Of bent u in het donker verdwaald? De Bijbel is voor u de wegwijzer. De wegwijzer naar Iemand. Want de weg naar God is een Persoon: de Zoon van Hij kwam op aarde om mens te worden, te lijden en te sterven. God. Dit was namelijk het enige middel waardoor mensen als wij het eeuwig blijvende geluk konden binnengaan. En Hij zegt: Zoekt u naar waar geluk?

IK BEN DE WEG.

Wat zoudt u van iemand zeggen, die verdwaald is, die door een wegwijzer te weten komt hoe de weg is, maar die toch de verkeerde weg inslaat? U zoudt zo iemand dwaas noemen. Welnu, wij wijzen u op de Here Jezus, de enige Redder, de enige weg naar het geluk. — Als u die weg niet volgt, bent u een dwaas.

.... en De Weg.

De weg suist onder zijn wagen voorbij. Lusteloos hangen zijn handen op het stuur. Met een rimpel tussen de ogen tuurt hij op het stuk weg dat de koplampen beschijnen. Even knarsen zijn tanden wanneer een tegenligger niet tijdig dimt of als een nog snellere wagen hem inhaalt, hinderlijk in de spiegel schijnt. Starend rusten zijn ogen op de weg waarop zijn wagen achter het licht aanstuift. Meer dan hij in enkele sekonden kan rijden ziet hij niet van de weg. Waar voert de weg hem heen? Waar voeren al die wegen hem, de kilometervreter heen?

Waar raast hij, waar razen wij allemaal op af?

Och, wat maakt dat eigenlijk uit. Als je maar meeraast met de tijd. Naar een zakenbespreking, naar een congres, naar een goede relatie altijd weer op weg, van het een naar het ander.We zitten allemaal in de wagen en rijden maar! De wegwijzers die we voorbij jagen wijzen allemaal de weg vooruit: voor werk, orders, opdrachten, positieverbetering, loonsverhoging, sociale zekerheid; vooruit en zo snel mogelijk!

Het weekend en privé-leven hebben hun eigen wegwijzers: „Vooruit, we kunnen toch niet achter komen? De vrouw van de chef heeft ook al "En we drukken weer op het gaspedaal. We zijn op weg. Op welke weg?

HALT ! ROOD LICHT, STOPPEN !

Voor u staat een Persoon. Rustig, doch dringend ziet Hij u aan. Stil staan moet ge, en Hem aanzien. Jezus Christus spreekt tot u: IK BEN DE WEG. Kent u Mij? Ik stierf aan het kruis, om u gelukkig te maken.

Gelooft u dat? Vertel Mij dan de oozaak van uw onrust: uw zonden. Ik vergeef ze u graag, want Ik heb de straf betaald voor allen die in Mij geloven. Doet u het? Ja?!

Nu het stuur overgeven. — Uw handen vouwen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1961

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

VERDEELDHEID ONDER DE Protestanten

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1961

In de Rechte Straat | 32 Pagina's