In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Auto ZEGENING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Auto ZEGENING

6 minuten leestijd

Het eerste wat ik zag toen ik in het Groothandelsgebouw aankwam, was een man die de automobilisten, die kwamen aanrijden om hun auto te laten zegenen, tegemoet trad, hen een gedrukt blaadje met een gebed erop in handen gaf, zoveel als er passagiers waren, en hen een cartonnen bord voor hield waarop medailles in verschillende grootten, vormen, mooi uitgevoerde, lelijke, dure en goedkope. De duursten waren meen ik ƒ 9.— en allen droegen de beeltenis van St. Christoffel.

Ik heb deze dingen een groot deel van mijn leven meegemaakt van nabij, en er in geloofd, maar nu ik er weer mee geconfronteerd werd, werd ik er bijzonder pijnlijk door getroffen.

Ik moest er over spreken en zei tegen de heer met de medailles: „Mijnheer, ik krijg hier het gevoel of we in de middeleeuwen leven, of Tetzel hier aan het werk is."

Hij vroeg verbaasd: „Tetzel? Wie is dat?" Toen heb ik hem verteld dat Tetzel in zijn tijd aflaatbrieven verkocht, en hij nu medailles, maar dat het op hetzelfde neerkwam.

Maar hij moest bij zijn zaak zijn, liet me staan en ging de volgende auto's tegemoet.

Misschien dacht men wel dat ik er bijhoorde, want ze stopten voor m'n voet en kon ik dus alles goed gadeslaan.

„Mijnheer, wil u een medaille van St. Christoffel kopen?"

Er werd een blik op geworpen, en één vroeg aan z'n medereiziger: „Hebben we zo'n ding al?" „Ja, we hebben er al een." „Goed, doorrijden!"

Eerst kreeg hij nog een blaadje en werd hem een schaal voorgehouden, want al kocht men niet, werd er toch iets gevraagd voor de zegening die een eind verderop gegeven werd.

Daar stonden twee priesters, elk op een baan, met een misdienaar, beiden met een wit gewaad aan. De jongen had aan zijn voet een koperen emmertje staan met wijwater. Kwam er een auto in zicht, dat haastte hij zich om de wijwaterkwast flink in het emmertje te soppen, en hem aan de priester te geven. Deze opende het portier, maakte het kruisteken en begon het gebed op te zeggen wat op het papiertje stond. Daarna werd de auto van binnen en van buiten met wijwater besprenkeld, en: „volgende patiënt" dacht ik, want het deed je echt een beetje denken aan een dokter met een volle wachtkamer.

Ik kon mijn ogen niet geloven, en dacht „gebeuren zulke dingen nog in 1960?" Bij de ingang stond een tafel bedekt met grote voorraden medailles, allen ter ere van St. Christoffel, netjes gerangschikt naar vorm en prijs, en daarachter verschillende heren.

Ik moest er over spreken, en op een vragend „Mevrouw?" van een der heren, zei ik: „Heren, hoe is dit nu mogelijk? U kent toch ook de levende God die hoort naar ieder die Hem aanroept? Ook als wij Hem vragen ons in onze auto te beschermen tegen ongelukken. Wat doet u dan met die medailles? Kunt u de mensen niet iets beters meegeven? Dit heeft toch niets meer met godsdienst te maken. U maakt het Woord van God door deze handel krachteloos. Is God niet meer bij machte om alleen te beschermen, heeft Hij daar voorwerpen voor nodig die in massa door mensenhanden gemaakt worden? Is het niet precies eender als in de tijd van Luther, toen Tetzel zijn aflaatbriefjes voor geld aan de man bracht? In wezen is dit hetzelfde: betaal maar en je krijgt een medaille die je zal behoeden voor gevaar op de weg".

Hij was een vriendelijk heer, en zei: „Mevrouw, dat ziet u helemaal verkeerd. Wij hebben deze weg moeten huren, er moest propaganda gemaakt worden, blaadjes gedrukt, is het nu zo gek dat wij de mensen om geld vragen om de kosten te dekken? En bovendien, en dat vergeet u, staan die priesters daar in naam van hun kerk. Zij hebben ook geld nodig voor allerlei instellingen."

Ik zei: „Mijnheer, ik begrijp heel goed dat overal geld voor nodig is, en u moet ook niet denken dat ik hier sta om u kwaad te doen of te zeggen, maar het feit alleen al dat u hier staat en deze dingen doet, is al verkeerd. Heel dit gebeuren is zo weerzinwekkend omdat het alles gebeurt in naam van God. Aan de mensen wordt iets meegegeven waar zij hun betrouwen op moeten stellen en waar zij niets aan hebben. U weet misschien wel dat Jezus tegen de farizeeërs zei, dat ze de mensen stenen gaven voor brood, en hier gebeurt hetzelfde. Uw kerk weet toch ook dat wij Christus hebben Die leeft en ieder helpt die Hem aanroept. Wat hier gebeurt, is heidens. De heidenen dragen ook hun kettingen en afweermiddelen om de boze geesten te weren, maar uw kerk heeft een andere taak."

Toen gaf hij toch werkelijk ten antwoord: „Mevrouw, de mensen willen dit". Ik werd er wanhopig van. „Waarom willen ze dat?" vroeg ik. „Om dat u er propaganda mee maakt. Als u vandaag begint met te zeggen dat dit waardeloze rommel is, een christen onwaardig omdat wij een levende God hebben, dan vragen de mensen hier niet meer om. Dat is de plicht van uw kerk."

Ik had diep medelijden met die stakkerds die daar wegreden, het wijwater nog in druppels op de auto en hun medaille naast het dashboard. Hen kon niets gebeuren! Zij hadden zich veilig gesteld. Waren zij niet gehoorzaam geweest aan de roep van hun kerk? En hadden zij er niet voor betaald?

Ik zei tegen m'n vriendelijke gesprekspartner: „Mijnheer, u zult misschien wel een Canisiusbijbel thuis hebben, daar moet u nu toch beslist eens in gaan lezen, maar u zult er niets vinden van wat hier plaats vindt. Daar staat juist in dat wij alles wat wij van Jezus verlangen en ontvangen, om niet krijgen. Bij Hem niets voor geld te koop, Hij roept het ons zelfs toe: Komt, koopt en eet, zonder prijs en zonder geld. Daar moeten wij ons aan vastklemmen, dan reizen wij veilig. Ik ben zelf rooms katholiek geweest, en wat ik hier zie, is mij bekend, maar Jezus heeft mijn leven vernieuwd, heeft er een koers in gesteld, en dan gaan wij de dingen anders zien."

Toen antwoordde deze man: „Ik wilde, dat ik het u na kon zeggen."

Ik ging naar huis en dacht er over na, hoe wonderlijk het is als wij de mensen tegemoet gaan met het Woord van God. Dan vinden wij altijd gehoor. Hoe dikwels heb ik uitroepen gehoord van rooms-katholieken als ik met hen over de Bijbel sprak: „Wat is dat toch mooi! Zoiets horen wij nooit. Hadden wij het maar eerder geweten." En menigmaal heb ik ontroering op de gezichten waargenomen.

Heus, zolang de rooms-katholieke kerk dit „Zwaard des Geestes" niet méér en intensiever gaat hanteren, maar doorgaat met praktijken zoals onlangs in den Bosch waar de wielrenners samen kwamen om hun race-fietsen te laten zegenen: Op 't fietske naar de Zoete Moeder, zoals een blad schreef, en verleden zondag in het Groothandelsgebouw, zal het getal dat de rooms-katholieke kerk de rug toekeert nog groter worden. Tot schade van velen, want niet allen zoeken en vinden de weg die naar Jezus leidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1960

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

Auto ZEGENING

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1960

In de Rechte Straat | 24 Pagina's