In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Zure en zoete roomsoezen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zure en zoete roomsoezen.

5 minuten leestijd

GEEN SWARTSMEERTOER.

Het schijnt dat het in de troebele Zundafrikaanse wateren goed vissen is. Dat blijkt een artikel van Die Kerkbode (Nederdunts-gereformeerde kerk) van 8 juni 1960, dat als titel draagts „Rome op die aanval".

We knippen uit dat artikel de volgende pericope:

„De Sunday Tribune wil ds. Hegger, gewezen rooms-katholiek priester, in een ongunstig daglicht stellen door te beweren, dat hij ons land zou gewaarschuwd hebben tegen de „evils" (= slechternkken, snoodaards) van de roomse kerk. Dit is echter een valse voorstelling van zaken. Ds. Hegger was nie op 'n swartsmeertoer nie. (Deze leuke Zuidafrikaanse zegswnjze is moeilijk weer te geven. Wij zouden wellicht zeggen: Hij hield geen tournee, waarin hij de anderen zwart maakt.) Hij is een gelovige belijder van de reddende en algenoegzame genade van Christus en hij heeft de leer en de methodes van de rooms-katholieke kerk op objektieve wijze besproken".

EEN PLUIM OP ONZE HOED.

De Volkskrant is nog steeds niet erg te spreken over „de gewezen priester„ H. J. Hegger, met zijn maandblad „In de Rechte Straat". Het blad schrijft verder: „Wij kunnen er eigenlijk ook maar weinig bezwaar tegen maken dat men zich in reformatorische kringen bijzonder met het probleem van de protestant geworden katholieken bezig houdt; wij zagen deze zielzorg alleen graag in andere handen".

Wat is ons antwoord?

Allereerst is het niet de bedoeling van „In de Rechte Straat" om blijvend de zielzorg van gewezen rooms-katholieken te behartigen. Dat is de taak van de plaatselijke kerkeraden. Wij willen slechts een dienende funktie verrichten tegenover de kerken. Er blijven altijd problemen voor een ex-rooms-katholiek, die moeilijk aan te voelen zijn voor hen, die in het protestantisme geboren zijn. Om daarin een oplossing te vinden organiseren wij b.v. onze conferenties voor gewezen rooms-katholieken. Daar kunnen ze zich helemaal uitspreken tegenover mensen, die eenzelfde weg gegaan zijn. En het lijkt ons van belang, dat zulke conferenties staan onder leiding van mensen, die zelf ook rooms-katholiek zijn geweest. Wanneer de leiding zelf deze problemen, die meestal in de gevoels- en belevingssfeer liggen, niet of nauwelijks aanvoelt, dan verliest zulk een conferentie veel van zijn waarde. Verder willen wij ook de gewezen rooms-katholieken stimuleren in de blijdschap, die zij vonden door hun overgave aan Jezus Christus, opdat zij zo ook zelf met kracht getuigen van het zuivere evangelie tegenover hun vroegere geloofsgenoten.

Vervolgens verblijden wij er ons over, dat De Volkskrant er maar weinig bezwaar tegen heeft, dat men zich in reformatorische kringen bijzonder met het probleem van de protestant geworden katholieken bezig houdt. Want als De Volkskrant daar ernstige bezwaren tegen had, zouden de protestanten er zeker meteen mee ophouden.

En in de derde plaats beschouwen we het als een ere-saluut, dat De Volkskrant de zielzorg van de ex-rooms-katholieken niet graag in onze handen ziet. En na 'n buiging van erkentelijkheid voor deze charmante geste in de richting van onze tegenstander, De Volkskrant, steken we deze pluim rustig op onze hoed.

NOZEM CALVINISME.

Er is een — gelukkig kleine — groep van gereformeerde studenten, die ook met de mode van nihilisterij mee willen doen. Ze hebben een blad, Pharetra, waarin alles wat los en vast zit, wordt gekraakt. In één artikel: „Oratio pro Deo" wordt de dichter, A. Wapenaar, even ontwapend; met De Strijdeede Kerr, „een ander krantje", wordt de draak gestoken omdat dit blad het nog al eens heeft over een nieuw reveil en over de H. Geest, en verder hebben ze het over de vuile en stijlloze boerjes en artikeltjes van H. J. Hegger."

Nu kunnen wij in studenten altijd waarderen, dat zij een poging doen om bepaalde zinloze conventies omver te werpen vanuit een gevoel van eerlijkheid. Maar dit gereformeerde nihilisme vind ik toch potsierlijk, opgeschroefd en onwaarachtig.

Boven het artikel staat:,,Het is verdomme nog steeds hetzelfde Ze vinden het zeker al geweldig, dat zij, als gereformeerden, zulke halve vloeken durven zeggen. Maar dat is nu juist het potsierlijke. Als ze er royaal een grote vloek boven schreven, dan deden ze tenminste precies wat de wereld doet. Nu is dit gereformeerde vloekpartijtje slechts kinderachtige na-aperij, waar de goede gereformeerde over verontwaardigd is en de wereld mee lacht. „Noch koud, noch heet, maar lauw-lauw" is deze falderaldera van Pharetra En ik denk, dat de oude Bram, de stichter van de Vrije Universiteit en de inspirator van het neocalvinisme, wel een beetje zal brommen over dit nozem-calvinisme.

JEZUS BOEIDE MIJ.

„Luisteraars, wanneer een protestant overgaat naar de R.K. Kerk, schrijft hij meestal een boek of brochure. Zo is er ook een verzameling van getuigenissen verschenen onder de titel „Pelgrims naar de Una Sancta" en „De kerk, die mij boeide". Bij de uitgever Jan Haan verscheen een boek met getuigenissen van hen die Rome verlieten en protestant zijn geworden. De ex-priester H. J. Hegger heeft deze getuigenissen van gewezen priesters en kloosterlingen en ook van de eenvoudigen gebundeld onder de titel: „Jezus boeide mij!"

Ds. Hegger zegt, dat zij, die overgingen naar de reformatie, allerminst geboeid werden door de protestantse kerken, maar door Jezus Christus, zoals Hij zich in de Bijbel heeft geopenbaard. Wat verschillende schrijvers meedelen, is vaak heel eenvoudig, maar adembenemend. Wat deze mensen hebben doorgemaakt, voordat zij tot hun overgang kwamen en zo tot een grote zielevrede, is voor hen, die in het protestantisme zijn geboren, onvoorstelbaar. Het boek bevat 21 getuigenissen, gevolgd door een nabeschouwing van Ds. Hegger. Daarin argumenteert hij tegen het werk van hen die overgingen naar de R.K. Kerk, onder andere Dr. de Vogel en Dr. H. B. Visser, voorheen Geref. predikant. Hij doet dat stijlvol, goed gedocumenteerd vanuit de Bijbel en op de man af. Soms wordt hij fel tegen zijn eigen geloofsgenoten, omdat zij de grenzen verdoezelen, die hij scherp getrokken wil zien. Het boek „Jezus boeide mij" is een cri de coeur, daarom moeten wij luisteren naar hetgeen het zeggen wil, neen, zeggen moet Daarom beveel ik dit boek dringend bij U aan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1960

In de Rechte Straat | 20 Pagina's

Zure en zoete roomsoezen.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1960

In de Rechte Straat | 20 Pagina's