De Bijbel NIET VOOR ZWAARMOEDIGE MENSEN?
Tijdens een samenkomst in een onzer kerken, waar enkele ex-priesters het woord voerden, werd ons adres als contact-adres opgegeven. Nauwelijks uit de kerk thuis werden wij opgebeld door een redacteur van een plaatselijk dagblad die ons vroeg of ons adres inderdaad mocht worden vermeld. Hij meende dat er vele reakties zouden komen en vroeg of wij die niet vreesden. Wij hebben hem natuurlijk volledige toestemming gegeven.
Nu, de reakties zijn niet uitgebleven, maar ze waren allen van bijzonder prettige en opbouwende aard. Het bleek dat op die avond vele rooms-katholieken aanwezig waren geweest die in hun kerk geen bevrediging konden vinden. De een stelde vele vragen, de ander kwam om zich op „In de Rechte Straat" te abonneren omdat hij zich langs deze weg wilde oriënteren. Geheel ongedwongen en openhartig hebben wij met elkaar kunnen spreken en het is niet bij één gesprek gebleven.
Een week na deze getuigenisavond kregen wij 's zondags na de kerk bezoek van iemand die de kennismaking begon met de mededeling: „Ik ben een gewezen rooms-katholiek." Hij was een rustige man en men zag met één oogopslag dat hij een grote innerlijke rust bezat en daardoor een gelukkig mens was. Toen wij gezeten waren, hoorden wij zijn wonderbare geschiedenis.
Tijdens een ernstige ziekte waardoor hij maanden lang het bed had moeten houden, kreeg hij bezoek van een familielid, die hem het Nieuwe Testament in de kerkelijk goedgekeurde rooms-katholieke uitgave bracht. Deze vriend wist dat hij een serieus rooms-katholiek was die zich graag verdiepte in godsdienstige lectuur. Naar zijn zeggen was hij nooit „een katholiek op rolltejes" geweest, en tijdens zijn ziekte werd hem twee maal per week de communie gebracht. Het lezen in dit Nieuwe Testament was een openbaring voor hem.
Toen de geestelijke, die hem steeds de communie bracht, voor het eerst dit Nieuwe Testament zag liggen, merkte hij op: „Dat is toch geen lectuur voor jou! Je bent toch al zo zwaar op de hand! Laat dat nu maar liggen, ik breng wel betere lectuur voor je mee."
Maar hij antwoordde: „Mijnheer kapelaan, dit is de kans van mijn leven en die laat ik mij niet ontnemen. Als ik straks weer aan mijn werk ga, komt er misschien niets meer van, en nu heb ik in elk geval volop de tijd. Maar weet U wat mij nu is opgevallen? Wat mij altijd geleerd werd in de kerk, op school en catechismus, kan ik in dit Nieuwe Testament niet vinden, maar wat ik hier lees en ontdek, daar heeft men mij nooit over gesproken, en dit is toch een kerkelijk goedgekeurd boek!"
De kapelaan, die hevig geschrokken was, heeft nog getracht door andere geestelijken naar hem toe te sturen, hem van gedachten te doen veranderen. Onze man was echter inmiddels door veel gebed en bijbellezen tot ander inzicht gekomen.
Eenmaal beter en weer in staat om naar de kerk te gaan, dacht hij (ik citeer hem letterlijk): „Ik heb Jezus gevonden, dus ik kan toch naar de rooms-katholieke kerk gaan, en dat heb ik ook gedaan, maar je merkt al gauw, dat het een stain-de-weg is".
Hij heeft toen kontakt gezocht met gelovige protestanten, en twee jaar later mocht hij in volle overtuiging en blijdschap belijdenis van zijn geloof afleggen in de Vrij Evangelische Kerk. „Ik begin nu pas te leven" zei hij mij.
Nu zal het mij ten eeuwigen dage blijven verheugen en verbazen dat zij, aan wie Christus is geopenbaard door het lezen van zijn Woord, zo radikaal veranderen. Niet alleen in geloofsovertuiging, maar ook in hun handel en wandel. Ik heb velen uit de rooms-katholieke kerk zien overgaan naar het protestantisme, en onder hen waren meerdere geestelijken die in hun verschillende orden een belangrijke post hadden bekleed; ook armen en rijken, ongeletterden en intelectuelen, maar dit hadden zij allen gemeen: ieder gaf naar geaardheid en kennis de Blijde boodschap door. Zij konden daar eenvoudig niet over zwijgen. Het was er te overweldigend voor.
Natuurlijk was Jezus vroeger geen vreemde voor hen, maar zij kenden Hem beslist niet in die gedaante, waarin Hij tot ons komt in Zijn woord. Het is niet te verwonderen dat Jezus zelf a.h.w. met de vinger wijst naar de Bijbel: „Gij onderzoekt de Schriften, zij zijn het, die van Mij getuigen". Want dáár komt Hij inderdaad tot ons in Zijn eeuwige gestalte. En als men Hem eenmaal aanschouwd heeft, dan breekt het Licht door dat ons in gloed zet en dat ons met de apostelen doet zeggen: „Wij kunnen niet nalaten te spreken over wat wij gehoord en gezien hebben". Geve God dat een ieder die Jezus in oprechtheid zoekt, de Bijbel ter hand neemt en hem biddend onderzoekt. Dan zal 't ook voor hem worden wat Jesaja schreef:
Dan zal Uw licht doorbreken als de dageraad, en Uw wond zich spoedig sluiten. Uw heil zal voor U uitgaan, de Heerlijkheid des Heren zal Uw achterhoede zijn. Als gij dan roept, zal de Here antwoorden. Als Gij om hulp roept zal Hij zeggen: „Hier ben ik".
Jesaja 58:8, 9
Geen augustus - nummer
Ook deze keer 20 bladzijden. Maar nu was de penningmeester onverbiddelijk in zijn eis: dan mogen jullie in augustus niet verschijnen! We wilden deze broeder niet graag slapeloze nachten bezorgen en dus zult u het in augustus zonder ons blad moeten doen. Maar dan hebben de drukker en de administateur tenminste ook een beetje rust. En dan gunnen we hun van harte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1960
In de Rechte Straat | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1960
In de Rechte Straat | 22 Pagina's
