Welke Maria?
Inderdaad mag de paus aan de protestanten die vraag stellen, als hij dan ook maar zo eerlijk is om ons antwoord aan dit tienduizenden rooms-katholieken door te geven. Anders is zijn vraag net oprecht gemeend. Dan was het alleen maar wat holle rhetoriek.
Welke Maria hebben de protestanten uit hun geloof gebannen? Zeker niet Maria als de Lieve Vrouwe.
Toen ikzelf nog rooms was, sprak ik vanzelf over Maria als over de „Lieve Vrouwe", maar ik dacht nooit goed over de betekenis van deze benaming door. Pas toen ik de Bijbel ging lezen, begreep ik dat Maria werkelijk een „Lieve Vrouw" is. Toen zag ik Maria in een heel ander licht. Luister eens naar haar antwoorden bij de groetenis van de engel Gabriël. Hoe lief, hoe eenvoudig, hoe bescheiden klinkt haar stem: „Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord". Wat een schat van een vrouw! Wat een gelovig meisje! Als Jezus twaalf jaar is, gaat Hij voor het eerst mee naar Jeruzalem. Hij blijft achter in de tempel en pas na drie dagen vinden Maria en Jozef Hem terug. Dan zegt Maria: „Kind, waarom hebt Gij dit ons aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken u met smart". Hier horen we de spanning van een angstig moederhart, die zich in deze woorden uitzucht. En toch hoe zacht klinkt het verwijt: Kind....Maria, inderdaad een lieve vrouw.
En als Jezus zijn zending als Messias gaat vervullen, als Hij het Evangelie verkondigt, dringt zij zich niet aan Hem op, probeert niet telkens naast Hem te komen staan om ook een glimp van de aandacht van de massa op zich te richten. Zij houdt zich bescheiden op de achtergrond. Zij is werkelijk een lieve bescheiden vrouw, di e blijkbaar intuïtief aanvoel de: Dit is zijn zending.
En ook Jezus brengt haar niet naar voren. Integendeel. In zijn benadering van de mensen speelt Maria geen rol, omdat het niet om haar ging, maar om Jezus en om zijn zending. Bij politieke verkiezingen gebruikt men dikwijls de vrouw om stemmen te winnen. De rooms-katholieke kanditaat voor het presidentsschap in Amerika neemt op zijn campagnes steeds zijn charmante vrouw mee.
Jezus echter weigert dergelijke methodes. Ook al is zijn moeder nog zulk een lieve vrouw, Hij wil haar vrouwelijke bekoring niet inschakelen om zijn roeping te volbrengen. Hij verkondigt slechts het woord, dat Hij van zijn Vader gehoord heeft, en Hij steunt daarbij op de kracht van de Heilige Geest, waarmee Hij vervuld werd na de doop in de Jordaan.
Hij wijst zelfs degenen, die Hem op Maria opmerkzaam maken, afmet de woorden: „Al wie doet de wil mijns Vaders, die is mijn broeder en zuster en, moeder" (Matth. 12:50).
Toen Maria haar kind opdroeg in de tempel, heeft Simeon wel over haar geprofeteerd, dat door haar eigen ziel een zwaard zou gaan. Maar hij zegt niets over een medewerken van Maria aan onze verlossing. Wanneer het lijden van Maria mede-verlossende waar de voor het mensdom zou hebben, dan is het toch moeilijk aan te nemen, dat Simeon in zijn profetische bewogenheid daar niets over gezegd zou hebben.
Ja, deze lieve vrouwe met haar bescheidenheid en ootmoed, die in haar magnificat juicht over haar God en Heiland, die op de geringheid van zijn dienstmaagd heeft neergezien, deze Bijbelse Maria hebben de protestanten allerminst uit hun geloof gebannen.
Maar de Maria van de rooms-katholieke kerk is een andere dan de lieve vrouwe van de Bijbel. Vooral de Maria van de z.g. verschijningen verbaast ons en doet ons pijn. Zij is daar helemaal niet meer het lieve bescheiden meisje van de Schrift, maar zij is een eiseres geworden, die alles voor zichzelf vraagt. Kapellen en kerken moeten ter harer ere gebouwd worden, bedevaarten moeten worden georganiseerd, processies moeten gehouden worden, alles tot glorie van Maria. Zij laat Bernadette op de grond naar haar toe kruipen en gras eten. Waarom deze vernedering van een ander mens vragen? Neen, ik vind het beeld wat de Bijbel ons van Maria geeft, veel mooier dan dat van die z.g. verschijningen. En daarom kan ik ook niet geloven in de echtheid van de verschijningen aan kinderen en aan vrouwen. Dat moet op zinsbegoocheling berusten. De Bijbel toont ons Maria als een eenvoudig, diep-gelovig meisje, dat zich steeds op de achtergrond hield. Daaraan moeten we vasthouden, want de Bijbel is het onfeilbare Woord van God. En als dan enkele kinderen en vrouwen beweren in hun verschijningen een heel andere Maria te hebben gezien, dan moeten we de vastheid an Gods Woord niet verlaten om ons toe te vertrouwen aan beweringen van mensen met een gevoelige fantasie.
Ja, de Maria der Schriften willen wij gaarne een warm plaatsje geven in ons geloofsleven. Wij overdenken gaarne wat de Bijbel zegt over deze uitverkoren vrouwe. Maar de Maria van de rooms-katholieke kerk en van de z.g. verschijningen, de Maria, die steeds meer de aandacht op zichzelf gaat trekken, die zichzelf laat kronen tot koningin van hemel en van aarde, ook al wordt dan gezegd, dat deze eer indirekt toch weer aan haar Zoon ten goede komt, — deze onbijbelse, onware Maria willen wij inderdaad bewust uit ons geloof bannen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1960
In de Rechte Straat | 18 Pagina's
