God sprak: "Er zij licht!"
TERUGBLIK.
En nu, dertien jaar later, zou ik mijn familie en vrienden en alle rooms-katholieken willen toeschreeuwen: gaat en onderzoekt, niet Rome mag uw leidsman zijn, maar God komt op de eerste plaats. Niet met Maria als tussenpersoon, niet een heilige Antonius, een heilige Theresia van Lisieux, een Gerardus Majella, geen enkel ander mens, alleen Hij.
Vouwt uw handen, ga in uw gebed rechtstreeks tot God.
Arme neef, die je mooie jonge leven doorbrengt als trappist. Die je meisje in de steek liet. Zelfs bij de primitieve stammen veroordeelt men dit als immoreel. Het is niet Gods wens je op te sluiten, nergens staat immers: „Treed in een klooster en dien mij aldus"?
Ik denk aan Jo, bezield van een laaiend enthousisme. Zij kwam na anderhalf jaar kloosterleven verslagen en gedesillusioneerd terug: „Ik heb niet geweten, dat er zóveel jalouzie onder nonnen kon bestaan!" Wat een droevig commentaar op het kloosterleven!
Nog ligt de film A Nuns Story" vers in mijn geheugen. Ze heeft diepe indruk op me gemaakt. Ontroerend was het spel van zuster Luc. Hoe moedig slikte ze alle vernederingen, die „om haar te sterken" van haar werden geëist. Wij, mensen, hébben niet het recht, een medemens te plagen en deze mens daardoor onvrijwillig het „offers brengen" op te dringen!
Ook de oudere zusters van een klooster hebben dit recht niet.
God zal ons vreugde en teleurstellingen laten doormaken op zijn tijd en wijze.
Waarom gelooft u nog altijd, dat Maria een zo grote rol speelt? Ik geef toe, dat zij de moeder van Jezus is. Het moet voor haar iets heerlijks geweest zijn, hiervoor uitgekozen te worden.
Maria zal echter nooit vermoed hebben, dat er eens mensen zouden zijn, die haar tot onbereikbare hoogten zouden verheffen. Zij, als eenvoudig meisje, zou dit zeer zeker niet gewild hebben.
Waarom wordt Maria als voorbeeld van reinheid gesteld?
Zijn alle andere moeders dan onrein omdat zij het leven schenken aan een kind, het leven dat ontstaan is uit een samengaan van twee levens?
Ik hoop, en dit zeg ik opnieuw tegen al mijn rooms-katholieke familie en vrienden, u te hebben kunnen overtuigen, van mijn geloof en vertrouwen in de alleen zaligmakende Jezus Christus, de Middelaar.
Hij immers gaf Zijn leven voor ons, „Het is volbracht!".
Let u toch vooral op dat ene woordie „is".
Dus geen dagelijkse vernieuwing in de mis, dit heeft Jezus niet bedoeld. Hij is voor alle gelovigen aan het kruis genageld en gestorven.
Hij alleen heeft voor ons de hemelpoort geopend.
DE H. KOK VAN TRIER
Vaak komen mijn man en ik gedurende de vakantie in bedevaartplaatsen. Het doet me pijn als ik zie hoe de diverse „heiligen" daar vereerd worden.
Met stomheid geslagen en diep bedroefd over zoveel bijgeloof, hebben we deze zomer het schouwspel in Trier gadegeslagen.
Eén ding moet ik ogenblikkelijk toegeven: de organisatie was tot in de puntjes verzorgd. Zo kan alleen in Duitsland iets geregeld worden. Maar hoe kan de rooms-katholieke geestelijkheid tolereren, dat alle mogelijke souvenirs, tot sigarettendovers toe, versierd met een afbeelding van de H. Rok, te koop werden aangeboden?
In zaken van enkel religieuze artikelen, in de groentehandel, bij de drogist, tussen dameshoeden, bij de tabak- en sigarenwinkelier, zelfs in de eethuizen enhuisjes was er volop keus.
O. a. in de Simeonsstrasse, een van de mooiste en drukste winkelstraten van Trier, werden de souvenirs (kitsch) huis aan huis verkocht.
Het deed mij pijn, dat zo iets ongestraft kon voortgaan.
Om de Dom binnen te mogen, moest men D.M. 1.— betalen en zo stroomden daar van 's morgens heel vroeg tot 's avonds heel laat duizenden en duizenden D.M. de dom binnen (men spreekt zelfs over 3.000.000 pelgrims in 6 weken tijds, D.M. 3.000.000.—!).
Geen wonder, dat deze plechtigheid, die voorheen uitsluitend in de jaren '33 werd gehouden, nu viermaal per eeuw zal plaats vinden, Trier en Rome varen er wèl bij!
Dit was een ergernis voor alle Christenen.
Jezus was het die ons zei: „Wee de mens door wie de ergernis komt, het ware beter, dat hem een molensteen om de hals gebonden en in de zee geworpen werd".
De rooms-katholieke geestelijkheid heeft verklaard, dat de Tunica (heilige rok) beschouwd wordt als het uiterlijke herinneringsteken, dat aanleiding geeft tot het gebed aan Christus.
Van de rooms-katholieke gelovige wordt dan ook geen daad van geloof geëist, gewijd aan de echtheid van de rok.
Waarom, rooms-katholieke gelovigen, knielde u dan voor deze uitstalling?
Waarom bleef u dan in stille aanbidding minutenlang op beide knieën in gebed verzonken?
Wee de mens, door wie de ergernis komt!
Waarom mochten zieken en gebrekkigen een nóg hogere trap van het priesterkoor bestijgen om achter langs de kast te gaan en deze kast aanraken?
Als u niet gelooft in de echtheid van dit kleed, waarom dan al dit eerbetoon?
Als u er wel in gelooft, keer dan diep in u zelf, bedenk dan dat een kleed van stof onmogelijk 1926 jaren oud kan zijn.
Durf in uw eigen hart te kijken, durf te redeneren, durf het verstand, dat u door God werd geschonken, te gebruiken en u zult moeten toegeven: „We worden bedrogen!".
Ook de paus meent hieraan het zijne te moeten toevoegen, door te verklaren, dat de heilige rok een symbool is van de eenheid van de roomse kerk.
Naar buiten eenheid, maar van binnen? Vormen al die duizenden rooms-katholieken, die zo graag anders zouden willen, toch een eenheid? Die de moed niet kunnen of durven opbrengen, uit te treden, de stem van hun geweten te volgen?
Moge God speciaal ú met Zijn almachtige goedheid overladen, moge Zijn wijsheid en inzicht over u komen, moge u de moed en het vertrouwen geschonken worden, u volledig over te geven aan Hem.
Neem Heer, mijn beide handen en leid uw kind
Dat ik aan d' eeuwige stranden de ruste vind
Te zwaar valt m' elke schrede als 'k U verlaat
O neem mij met U mede, daar waar Gij gaat.
HUWELIJKSDIKTATUUR
Ik verzeker u, dat ik nog nooit één enkele dag spijt heb gehad van mijn uittreden.
Mijn ouders, die aanvankelijk veel verdriet hebben gehad, zijn hier overheen gekomen. Mijn man en onze beide kinderen nemen een heel grote plaats in hun hart in, ondanks het feit, dat de roomse kerk mij beticht van een ongeoorloofde samenleving.
Ik zou immers het eeuwigdurend merkteken in mijn ziel dragen van roomskatholiek te zijn. Ik ben wettig en in de protestantse kerk getrouwd met een protestant, maar zou ik mij desondanks toch schuldig maken aan overtreding van de huwelijkswet? Nee lezers, dit is nagooien met modder, huwelijksdiktatuur in in de ergste vorm!
God heeft ons samen gebracht, God heeft ons huwelijk gezegend, God is getrouw, Zijn plannen falen nooit!
Ik ben in dit korte verhaal eerlijk tegenover u geweest. Wat een rijkdom zou het voor u, rooms-katholieke lezer, eveneens zijn, met de hand op uw hart te kunnen spreken over de grootheid en de diepte van ons evangelisch geloof.
Moge de oprechte vrede, die alleen Christus in ons hart kan leggen, ook uw deel worden. Moge Hij de eerste en enigste plaats in uw gebed innemen.
Om tot die overgang te komen, zult u een donkere weg moeten gaan, wreedheid en onvriendelijkheid zult u ontmoeten van hen, die zich uw vrienden noemen.
Maar het lijden van deze tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid, die u dan zal geopenbaard worden.
God zij u nabij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1960
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1960
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
