Op de korrel
Onder deze titel ben ik van zin verschillende artikels te publiceren die le leer van Rome, èn van de Reformatie, van naderbij beschouwen en toetsen aan de ene onfeilbare Waarheid: de Bijbel.
Ik wil dit doen aan de hand van de catechismus, die zowel van roomse als van protestantse zijde, als de exponent van beider leer kan worden beschouwd. Vooraleer ik echter van hieruit beider leer wil beoordelen, wil ik even de waarde nagaan, die men van uit beider standpunt aan de catechismus toekent.
Voor wat Rome aangaat, dient opgemerkt, dat ieder bisdom het recht heeft zijn eigen catechismusteksten op te stellen en uit te geven. Zo had men b.v. voor de jaren '40, in het vlaamse landsgedeelte van België, drie catechismussen. Na de oorlog is deze toestand veranderd en nu heeft men een catechismus voor de drie vlaams sprekende bisdommen. De waarde die men aan zo een catechismus-uitgave moet hechten, is natuurlijk geen onfeilbare waarde. Er dient nochtans onmiddelijk aan toegevoegd, dat iedere catechismus zo nauwkeurig mogelijk de juiste leer van Rome tracht weer te geven. Speling blijft echter mogelijk. Het is echter een ongeschreven wet van het gezond verstand, dat wanneer men hieraan twijfelt men terug kan vallen op de onfeilbare uitspraken van Rome, waarvan de catechismus een getrouwe weergave moet zijn. Zo kan men dus heel gerust zeggen, dat behoudens ingesloten foutieve uitdrukkingen, iedere catechismus de leer van Rome juist weergeeft.
Voor wat de verdeling aangaat, handelt men gewoonlijk, eerst over de staat waarin de mens zich na de erfzonde bevindt, ten tweede: over de bronnen waaruit men zijn geloof moet leren kennen. Vervolgens handelt men over God, over de sacramenten. Tot slot volgt dan gewoonlijk: de Maria-verering, de heiligen-verering, het verschil: dagelijkse zonde-doodzonde, en de vier uitersten van de mens.
Wat nu de tekst van de Heidelbergsen catechismus aangaat, deze is vanaf de jaren 1563, wat de inhoud betreft, dezelfde gebleven. Van sommige kerken is hij a.h.w. een deel van het kerkelijk bezit geworden (behorende tot de drie formulieren van Enigheid). Nochtans moet ook onmiddelijk hieraan toegevoegd, dat ook hier de catechismus geen onfeilbaar gezag bezit. Hij doet echter aan, als een met veel zorg uittreksel uit de Bijbel zelf. „Onze catechismus is, zoals de keurvorst van Paltz schrijft, niet op enige leer van mensen, maar op Gods Woord alleen gegrond, zoals blijkt uit de op de rand aangehaalde Schriftplaatsen." Daarom ook verklaren sommige kerkorden, dat de tekst van de catechismus bindend is, en dat de Dienaren des Woords gebonden zijn de leer uit deze catechismus de broeders voor te houden, en, mochten zij bezwaar koesteren tegen een of andere leerstelling van de catechismus, deze gehouden zijn eerst ter kennis van de kerkeraad, classis of synode te brengen. Het is echter opvallend, dat de Heidelbergse catechismus, in tegenstelling met de roomse, de Bijbel op de voet volgt. Zelfs in haar verdeling doet ze Bijbels aan. Paulus spreekt in zijn brief aan de Romeinen ook eerst van de zondige mensheid (Rom. 1:13, 3:20) en vervolgens zet hij het grote drama der verlossing uiteen (Rom. 3:21-11:36), om dan te gewagen van het dankbare leven dat een christen leiden moet. Deze zelfde verdeling vinden we in de Heidelbergse catechismus, die ens eerst spreekt van der mensen ellende, dan van de verlossing ons in Christus gebracht, en vervolgens van onze dankbaarheid voor deze verlossing.
Met deze inleiding over beider catechismussen bedoelde ik alleen de exponenten van beider leer in het daglicht te stellen, om straks van hier uit de leer èn van Rome èn van de Reformatie, des te beter aan de Bijbel te kunnen toetsen.
Redaktioneel overzicht
Dit nummer concentreert zich rond de vraag van de aanbidding. Rome ontkent ten stelligste, dat zij Maria of andere mensen aanbidden. Wij vereren hen alleen, zo zeggen zij.
Om uit deze spraakverwarring te geraken, was het nodig, dat er een artikel van br. Kuin verscheen over het Bijbelse woord 'proskuniein'. Daaruit blijkt dan, dat in de de aanbidding steeds het karakter zit van het totale en radikale. Aanbidding is totale en radikale overgave aan de ander, en wel op religieus terrein. Wanneer ik dreig te ver-drinken, dan strek ik mijn hand uit naar de redder, en geef mij op dat ogenblik totaal aan hem over. Maar dit is geen religieuze overgave, dus geen aanbidding.
In de rooms-katholieke kerk worden de mensen opgewekt tot een devotie, waarbij men zich totaal aan Maria toewijdt, waarbij men alles van Christus, maar ook van Maria verwacht, zij het op een andere wijze.
Welnu, wij kunnen niet inzien, dat dit in feite geen Maria-aanbidding is.
Wanneer we dan daarbij de praktijk beluisteren, zoals dat ook be-schreven wordt in „God sprak: Er zij licht", dan voelen wij ons genoodzaakt tot een profetisch protest tegen deze God-onterende religie. Hetzelfde doet zich voor in de verhouding tot de paus. Ook hier is er sprake van een totale overgave op religieus terrein aan een ander mens. Ook hier is dus aanbidding, dus afgoderij.
En als je dan het stukje van A.R. Dent leest over het kussen van de voeten van de paus, dan kun je vanuit de Bijbelse visie slechts vol afschuw je hoofd afwenden van deze mensvergoding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1960
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1960
In de Rechte Straat | 16 Pagina's
