In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Ondergedoken voor de Roomse Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ondergedoken voor de Roomse Kerk

9 minuten leestijd

Vijf jaar geleden bezocht ik tijdens mijn vakantie in Wenen voor het eerst van mijn leven een rooms-katholieke kerk. De vele beelden en de misterieuze sfeer, die er hing onder de oude gewelven, maakten een grote indruk op mij. En ik vroeg mij af, wat is toch het geheim van deze kerk, die nu al eeuwen stand houdt. Wat is de eigenlijke bron van haar kracht? Zijn dat onvermoede diepten van religieuze belevingen? Zijn het openbaringen van God, die men pas ontdekt, wanneer men zich onvoorwaardelijk aan die kerk overgeeft? Of is het alleen maar een uiterst geraffineerd psychologisch stelsel, waarmee deze kerk de eigen mensen aan haar gebonden houdt en de buitenstaanders boeit en lokt?

Vier jaar later zou ik het antwoord op deze vraag ontvangen. Vier jaar later zou ik moeten kiezen tussen deze machtige kerk en Christus. Vier jaar later zou ik komen te staan tegenover deze geweldige geestelijke diktatuur. In september 1957 leerde ik mijn vrouw kennen. Zij was echter rooms-katholiek en stond onder toezicht van de rooms-katholieke voogdijvereniging Liefdewerk voor Kinderbescherming, Kloveniersburgwal 95, Amsterdam. Ik was lid van de Nederlands Hervormde kerk.

Al spoedig kregen wij verbod om met elkaar om te gaan, omdat ik niet rooms-katholiek was. Ik vertelde echter over de aantrekkingskracht, die de rooms-katholieke kerk op mij uitoefende, en dat ik gaarne meer van de rooms-katholieke leer wilde weten. Daarop kregen wij toestemming om ons te verloven.

De felle dwang, die men op mij uitoefende, had echter al veel van de bekoring, die het machtige Rome op mij uitoefende, weggenomen. En na een paar lessen bij pastoor Gerritsen in Apeldoorn werd het mij duidelijk: Deze Kerk tracht de vrijheid van de christen totaal op te slorpen. Dit is zeer zeker niet de geest van Christus. Er rees een onherroepelijk verzet in mij tegen deze knevelarij van het geweten.

Ik heb toen heel wat gesprekken gehad met mijn verloofde over het zuivere Evangelie, zoals dat door de reformatie beleefd wordt. Wij kwamen tot een akkoord. Zodra zij 21 jaar zou zijn, zou zij overgaan naar de reformatie, wij zouden dan in de hervormde kerk trouwen en de eventuele kinderen een protestantse opvoeding geven.

In januari 1958 kwam echter de voogdij terecht tot de konklusie, dat ik nooit rooms-katholiek zou worden. Zij besloten om ons uit elkaar te halen. Mijn verloofde werd voor de keuze gesteld: Of de verloving verbreken of wel naar een andere plaats gebracht worden, waar ik haar niet zo gemakkelijk bereiken kon. Zij weigerde echter mij op te geven en daarop werd zij weggebracht naar Almelo. Dit gebeurde op 2 februari. Een maand werd zij opgesloten aan de Ootmarsumsche weg.

De afstand Apeldoorn-Almelo is echter veel te klein om twee verliefde mensen uit elkaar te houden. Men dreigde met een klooster, maar ook dat mocht niet helpen.

In april ontdekte men, dat mijn verloofde in verwachting was. Ik weet het, dit is niet goed te keuren. Maar de spanning dreef ons steeds dichter naar elkaar toe. In de angsten zochten wij troost bij elkaar. En zo trachtten wij ook in elkaar de wreedheid van de maatschappij rondom ons te vergeten. En in deze] uitertste nerveusiteit gingen wij te ver. Nog eens, ik wil dit niet goedkeuren, maar zou ik hier met mogen toepassen het woord van Jezus Christus: „Wie uwer zonder zonde is, werpe de eerste steen"?

Toen de voogdij deze ontdekking had gedaan, brak de hel pas helemaal los. Herhaalde verzoeken om te mogen trouwen werden geweigerd. De voogdijraad bleef bij haar besluit: Zij zouden alleen dan hun toestemming geven voor ons huwelijk, als ik rooms-katholiek wilde worden. En mijn brieven hierover werden niet eens meer beantwoord.

De voogdijraad besloot om over te gaan tot krassere maatregelen. Men wilde mijn vrouw eens voor goed gaan opbergen.

Maar wij waren hen vóór. Plotseling was zij uit Almelo verdwenen. De politie werd ingeschakeld en herhaalde malen werd mij ondervraagd naar haar verblijfplaats, echter zonder resultaat.

Maar zoals de gestapo haar handlangers had, zo ook de rooms-katholieke kerk. Door verraad van rooms-katholieke kennissen werd mijn verloofde in Deventer opgepikt en door twee rechercheurs naar een klooster in Maastricht gebracht. Dat klooster heette: Maison de la Miséricorde, huis van barmhartigheid.

Nu zou het toch wel afgelopen zijn met die lastige protestantse jongen, die zich als eenling verzette tegen de machtige roomse kerk van Nederland.

En inderdaad was dit voor ons een zware slag. Nog kan ik mij herinneren, hoe ik op mijn kamer heen en weer liep, worstelend met de vraag: Zal ik dan maar rooms worden en daardoor mijn toekomstige vrouw en kind redden? Maar steeds weer kwam ik tot de slotsom: Je mag Christus niet loslaten terwille van wat dan ook.

Vele uren heb ik lopen piekeren, en eindelijk kwam het bevrijdende idee. Waarom zou ik mijn verloofde niet uit dat klooster halen en haar tot haar 21-ste jaar volledig laten onderduiken? Het was trouwens ook de enigste oplossing. Want anders zou ons kindje onder rooms-katholieke voogdij komen te staan. Immers een minderjarige kan volgens de wet geen ouderlijke macht uitoefenen over een andere minderjarige.

Na veel puzzelen, na veel wikken en wegen hadden wij eindelijk een plan tot in de uiterste details uitgewerkt en.... op 13 augustus 1958 verdween mijn verloofde spoorloos uit het klooster in Maastricht.

Weer volgden ettelijke ondervragingen door de politie. Maar dank zij de medewerking van oprechte protestanten bleef alles verborgen.

Op 30 oktober werd ons dochtertje geboren. Een partikuliere vroedvrouw hielp haar ter wereld. Wij konden echter onmogelijk ons kindje aangeven bij de burgerlijke stand, want dan zou zij meteen ontdekt zijn.

Eindelijk kwam de langverwachte dag: 13 december werd mijn verloofde meerderjarig en nu was zij vrij in de keuze van haar godsdienst.

Ondanks de fanatieke strijd had Rome het spel verloren.

Door moeilijkheden bij de aangifte van ons dochtertje bij de burgerlijke stand moest ons huwelijk uitgesteld worden tot 10 februari 1959.

Rome probeerde ons nog enkele trappen na te geven. Pastoor Pronk van Amsterdam keurde het niet goed, dat een van zijn parochianen ons woonruimte verleende. Mijn rooms-katholieke baas, waar ik als T.V.-monteur werkzaam was, ontsloeg mij.

Maar op 12 april 1959 werd ons kindje gedoopt in de hervormde kerk door ds. Cnossen. Hij gaf het de mooie tekst mee: „Houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen (Joh. 16:33).

Wanneer wij dit verhaal van ons verdriet en van ons gevecht met Rome hier publiceren, dan is dat niet uit bitterheid. Het Evangelie predikt de verzoening.

Haat is onchristelijk en onvruchtbaar. En gaarne willen wij vergeven, wat men ons heeft aangedaan.

Toch vonden wij het nodig, dat dit bekend zou worden. Ook al kostte het ons moeite om deze intieme dingen van ons beiden in de pers te brengen.

Wij zijn echter zeer zeker niet de enigen, die dit alles hebben doorgemaakt, en wellicht op dit moment nog doormaken. Ons verhaal kan hen tot troost zijn en kan hen ook sterken om in geen geval Christus los te laten door de dreigementen van het machtige roomse stelsel.

En misschien gaan voor sommige rooms-katholieken de ogen open. Misschien zien ze daardoor in, dat hun kerk hen in geestelijke slavernij houdt. Misschien gaan ze daardoor op weg om de ware vrijheid te zoeken in Jezus Christus. In dat geval is de pijn, die deze publikatie voor ons betekent, een bron van blijdschap, ook voor ons beiden.

Amsterdam, 2 okt. 1959.

J. A. Jacobs.

Naschrift van H.J.H.

Toen ik deze zomer in Bennekom sprak, kwam de here Jacobs met zijn vrouw mij apart bezoeken vanuit Amsterdam. Hij vertelde mij het hele geval. Hij was toen reeds van oordeel, dat dit gepubliceerd moest worden, in het belang van anderen, die in dezelfde omstandigheden verkeren. Een verslaggever van een neutrale krant was reeds bij hem geweest. Maar na een onderhoud van drie uur durfde deze journalist het toch niet aan om het in de pers te brengen.

Op 2 oktober 1959 schreef dhr. Jacobs bovenstaand verhaal en zond het mij aangetekend op, tesamen met het hele dossier van allerlei dokumenten, zoals verslag van het politierapport van Deventer, uitspraak van het kantongerecht van Den Haag, de brieven van de rooms-katholieke voogdij-raad, enz.

Wanneer wij dat nu eerst in ons blad opnemen, is dat niet omdat wij bang waren voor Rome. Maar lang heb ik geaarzeld, omdat ik me afvroeg of liet wel zin had om dit te publiceren. In alle kerken worden immers fouten bedreven en fouten in het leven bewijzen toch niet de onjuistheid van de leer.

Maar juist dezer dagen kreeg ik weer een brief van een gereformeerde jongen, die in dezelfde omstandigheid verkeert. De rooms-katholieke ouders willen proberen hun dochter, waarmee hij verkering heeft, psychisch ontoerekenbaar te laten verklaren en haar op grond daarvan dan in een zenuwgesticht op te sluiten.

Als zij tenmiste niet met deze gereformeerde jongen breken wil.

Hij vroeg, wat hier tegen te doen is. Ik heb hem het volgende geschreven:

„Inderdaad is het heel goed mogelijk dat de rooms-katholieke kerk medewerkt om uw meisje psychisch gestoord te verklaren, zodat zij op grond daarvan opgesloten kan worden. Daarom is uiterste voorzichtigheid geboden.

Wij willen U helpen, zoveel in ons vermogen ligt. Het enigste echter waarmee wij U misschien kunnen helpen, is publiciteit. Daarvoor schrikt Rome meestal terug, omdat deze kerk zich zo graag beminnelijk voordoet tegenover protestanten om hen te winnen. Wanneer het werkelijk zover dreigt te komen, dan kunt U hen daarmee misschien een halt toeroepen, als U zegt in kontakt te staan met een organisatie, waaraan U verlof hebt gegeven dit geval in de grote pers te brengen.

En verder: vertrouw rustig op Jezus Christus. Ook uw meisje moet dat doen. Hij laat jullie nooit alleen. Hij is de troost in alle benauwenissen van dit leven. En wacht dan maar de tijd van de meerderjarigheid af. Het duurt immers niet zo lang meer. Dan kan ook uw meisje onbelemmerd haar keuze doen voor Jezus Christus als haar enige en volkomen Zaligmaker.

Intussen met vriendelijke groeten,

H.J. Hegger."

Daarom heb ik besloten om nu meteen het verhaal van dhr. Jacobs te publiceren. Wij hopen dan maar, dat het roomse stelsel, dat blijkbaar desnoods over lijken gaat, dat de natuurlijke band tussen man en vrouw, tussen de ouders en het nog niet geboren kind, wil opofferen aan de onverbiddelijke handhaving van haar eigen macht, terug zal schrikken en geremd zal worden, nu het merkt, dat de macht van de openbaarheid en van de pers tegenover haar wordt aangewend.


„Opdat wÿ waarlk urÿ zouden zÿn, heeft Christus ons vrÿ gemaakt. Houdt dut stand en laat U niet weer een slavenjuk opleggen."

Galaten 5 vers 1.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1960

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Ondergedoken voor de Roomse Kerk

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 februari 1960

In de Rechte Straat | 16 Pagina's