In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE GROOTVADER VAN GOD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROOTVADER VAN GOD

2 minuten leestijd

M.lle Léone Shigo, vroeger lid van de derde orde van de Dominicanessen, heeft een buitengewoon scherpe pen. Met haar Franse „esprit" kan zij de dingen zo raak zeggen. Zo schreef ze mij onlangs: „Ik sta in vriendschappelijke briefwisseling met een kloosterling- Hij heeft nu echter geweigerd op deze vraag van mij te antwoorden: „Als Maria de moeder van God genoemd wordt, moeten we de vader van Maria dan niet de grootvader van God noemen"

Inderdaad, scherper kan men wel niet de belediging, die de Mariologie God aandoet, weergeven. Iedereen, ook de rooms-katholiek, zal aanvoelen, dat het oneerbiedig is om te spreken over de „grootvader van God". Waarom voelen ze het dan niet aan als oneerbiedig om te spreken over de „moeder van God"? Puur, omdat deze term door het veelvuldig gebruik, door de wijding, die Rome er aan heeft gegeven, in zijn eigenlijke God-onterende betekenis niet meer tot de rooms-katholieken doordringt. Daarom is het misschien goed om in alle felheid en met veel takt aan een rooms-katholiek deze vraag te stellen: „Waarom noemt u dan de vader van Maria niet de grootvader van God, en waarom vereert u hem niet als zodanig, terwijl u dat wel doet met de z.g. moeder van God?".

Heel veel zeggend is in dit verband, dat in vroeger eeuwen een zekere Johannes-Thomas à St. Cyrillo een boek beeft geschreven, dat als titel droeg: „De laudibus Beatae Annae", waarin het ging over de verhevenheid van de H. Anna, de moeder van Maria, zoals men zegt. Dat werk werd te Rome verboden. In de „Index Librorum prohibitoruin" — de „lijst van verboden boeken" — werd dat verbod ingelast onder de voorwaarden „donec corrigatur", d.i. „totdat het verbeterd worde" In dat werk werd Anna genoemd: „de grootmoeder van God", de „schoonmoeder van de Heilige Geest". Er werd gezegd, dat zij Goddelijke familiebetrekkingen had. Pater Perrone, professor in de Godgeleerdheid aan het Romeins college, merkt in zijn „Praelectiones theologicae" (De incarnatione P. II, C. III, No 395) daarop aan. dat liet werk van pater Johannes-Thonias à St. Cyrillo verboden werd, omdat liet beweringen bevatte, die vreemd waren en hard: — insolentia et dura —.

Terwille van liet buitengewone en bet harde van die uitdrukkingen, mag men de moeder van Maria niet noemen de „grootmoeder" van God en de Heilige Geest baar schoonzoon. Wordt bet dan ook niet boog tijd. dat men de titel van Maria: „de Moeder van God" eveneens gaat afwijzen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1959

In de Rechte Straat | 20 Pagina's

DE GROOTVADER VAN GOD

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1959

In de Rechte Straat | 20 Pagina's