Getuigenis van een Rooms Katholiek
De Bazuin heeft geweigerd om het getuigenis van Mevrouw Dekker op te nemen. Ook een ingezonden stuk van mij zou voor de rooms-katholieke lezers onverdraagzaam zijn.
Wij willen echter gaarne een getuigenis opnemen van een rooms-katholiek student in Leuven. Wij hebben geen vrees voor de waarheid, want wij weten, dat Jezus de Waarheid is. Wij weten ook, dat er oprechte rooms-katholieken zijn, die een echte gemeenschap met Jezus Christus hebben. Welke protestant leest niet graag de gedichten van Guido Gezelle, die ondanks zijn diepe vroomheid toch in de rooms-katholieke kerk gestorven is. De kinderen Gods vinden elkaar over alle kerkmuren heen.
Ondanks het positieve in dit getuigenis doet het eerlijke antwoord op vraag 4 ons pijn. Arme jongen, juist omdat je „neen" moet zeggen, mis je toch nog zoveel.
Ik zou nu aan de ex-rooms-katholieke lezers eens willen vragen: Probeert u eens aan deze rooms-katholieke vriend, aan dit kind van God achter het purperen gordijn eens het zuivere Evangelie duidelijk te maken. De beste brieven wil ik dan in ons blad opnemen.
Leuven, 8 mei 1959
Geachte Heer Hegger,
Uw brief van 18 april heb ik goed ontvangen. Wanneer ik U pas nu antwoord op uw gestelde vragen in die brief is het omdat ik nog een laatste examen voor te bereiden heb, dat nogal veel tijd vraagt. Ik wil U echter niet langer laten wachten en geef U hier het antwoord op de vragen. Ik herhaal hier Uw vragen voor het geval U ze zich niet meer zoudt herinneren:
1. Hebt U zich persoonlijk aan Jezus gegeven?
Inderdaad heb ik dat gedaan. Dat werd voor mij gedaan bij mijn doopsel door Peter en Meter. Jaren daarna bij het stilaan bewustworden van mijn verhouding tegenover Jezus heb ik dat persoonlijk gedaan. In een zekere plechtige beloftehernieuwing vóór het ontvangen van het Heilige Vormsel.
2. Leeft Jezus in U?
Inderdaad leeft Jezus in mij. Want nooit trekt Jezus zijn genade van mij weg. Ik alleen kan door een zware belediging de genade d.i. het leven in mijn ziel doden. Zonder nochtans dat het „merkteken" d.i. teken van zending en geheiligd zijn door Zijn leven wordt weggenomen. In de mate nu dat ik inga op Zijn uitnodiging om mij inniger met Hem te verenigen, zal Zijn leven in mij groeien. Zal ik ook hechter in Hem leven. Zal de levende band die ik heb met Jezus en langs en door Hem met al de andere gedoopten groeien. Is dit niet de zin van het hele Oude Testament waar de trouw van beide zijden én van de kant van God in zijn uitnodiging aan Abraham — aan allen die op de voorgrond treden in die Heilsgeschiedenis in Abraham — én van de andere kant het antwoord van de mens op die uitnodiging, welke beantwoording bezegeld wordt door de belofte. De belofte die uitgroeit in de zending van Jezus zelf naar ons, meer nog Jezus zelf IS de belofte aan Abraham gedaan. En die Jezus leeft in mij omdat ik deel maak van dat volk dat Hem trouw belooft, door het doopsel aangenomen en door mijn persoonlijke medewerking dieper in-groei.
3. Hebt U een levende band met Jezus?
Zeker heb ik die; dat ontvangen van doopsel, vormsel en al de andere sacramenten zijn geen dood iets. Niet iets als een mechanisch werkend middel Dat zijn even zovele geloofsdaden aan Zijn zending als Verlosser, als Emmanuël. En telkens opnieuw na herhaaldelijk ontvangen in groeiend geloof groeit ook die band en weet ik mij sterker één met Jezus, die Mij van Zijn kant de genade geeft om die verschillende geloofsdaden d.i. de sacramenten te ontvangen.
Dit is meen ik het cruciale punt waarover men in discussie als deze altijd zal over struikelen: namelijk de samenwerking van de mens met God. Veel teksten vinden we daarover in de Schrift. Maar het zon mij te ver voeren ze allemaal te citeren.
4. Is U zeker dat U in de hemel komt?
Neen. Maar hier moet U weer mijn opvatting begrijpen. Van de kant van Jezus staat er NIETS in de weg opdat ik zon zalig worden. In St. Jan staat toch immers God is liefde. Uitgaande daarvan kan God nooit zich zelf tegenspreken, en wil Hij ons aller zaligheid. Dus gezien vanuit Gods standpunt ben ik zeker.
Wat nu van de kant van de mens? Het zal afhangen weer van de beantwoording van mijn kant aan Zijn uitnodiging of ik al dan niet gered zal worden. Daarom bidden wij ook voor die genade van volharding opdat God mij niet treffe in dat laatste moment van mijn leven wanneer ik Hem genegeerd heb, d.i. wanneer ik het schepsel boven Hem heb verkozen d.i. wanneer ik in zondige toestand ben.
Zoals U merkt is het weer een lange brief geworden. Natuurlijk is het zo dat mijn antwoord nogal rationeel klinkt. Dat is ook zo. Maar meent U niet dat juist het innigste van een leven zich zo moeilijk laat uitdrukken in woorden? Het is alles samen een leven en beleven van zich zelf en dat laat zich niet zeggen.
Aan de andere kant zijn we wel verplicht ons uit te drukken en hiervoor hebben we alleen de taal tot onze beschikking die maar een instrument is om onze gedachten, ons hele zijn, ons leven zelf te verwoorden.
Met de meeste hoogachting,
G. de K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1959
In de Rechte Straat | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1959
In de Rechte Straat | 20 Pagina's
