In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Vruchtbare polemiek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vruchtbare polemiek

6 minuten leestijd

Polemiek is dikwijls onvruchtbaar. Meest al blijven er dan slechts hete hoofden en koude hart en achter. Het schept eerder verwijdering dan toenadering. Daarom is het te begrijpen, dat sommigen elke polemiek verkeerd achten. Toch is dit niet juist. Wij moeten niet het kind met het badwater wegwerpen. Polemiek kan ook goede gevolgen hebben. Meestal hangt dat af van de geest, waarmee gediscussieerd wordt. Belangrijk is dat een geest van humor niet ontbreekt. Dat betekent nog niet dat je over moet lopen van grappigheid, maar wel, dat je liet betrekkelijke in alle dingen kunt zien, en dus ook over je eigen polemiek kunt lachen. Een goed voorbeeld daarvan is Die Brug. Ook al is dit blad soms zeer fel tegen mij tekeer gegaan, toch heb ik steeds genoten van de humor van de redakteur. Pater Engering is soms zeer geestig. In elk geval mag ik tot mijn vreugde constateren, dat onze polemiek oorzaak is geweest van een beter begrip.

Zo is De Baznin blijkbaar geschrokken van de reakties, die er van uit protestantse kringen gekomen zijn, tegen het onsympathieke en onwaarachtige artikel over mijn boek: „Mijn weg naar het licht". In het nr. van 25 april besteedt het blad een hele pagina aan twee ingezonden stukken.

STELSEL EN CLAN

Het tweede stuk, dat van pater Cornelissen O P., is zeer sympathiek. Daarin doet de schrijver, zoals hij zelf zegt, „een poging om ds. Hegger beter te begrijpen". Hij neemt dan het onderscheid over dat ik in „Moeder, ik klaag u aan" heb gemaakt, n.l. tussen r. katholieke kerk en stelsel. Pater C. noemt dan echter stelsels de „clan".

„Clan" is volgens het woordenboek „een stam, een gesloten groep, waarvan de meest kenmerkende trekken zijn: saamhorigheid en geslotenheid, zoals die feitelijk in allerlei clan-achtige groeperingen voorkomt, o.m. in bepaalde streken van ons land, betekent: afsluiting van andere groepen, angst voor beïnvloeding, dwingelandij van regels naar binnen. De clan eist dat een lid van de clan geen geheim heeft voor zijn medeleden. Iedereen kan vragen: Wat doe je, waar ga je naar toe, waarom doe je dat? Het eigen gebied van de geest, het geheim wordt niet geëerbiedigd. De zeden en gewoonten worden dictatoriaal opgelegd; de vrijheid wordt niet voldoende gewaardeerd. God laat de mens de vrijheid goed en kwaad te doen, te kiezen, de clan niet".

(Wanneer wij goed naar deze beschrijving van de clan luisteren, dan zullen wij moeten erkennen, dat er ook in protestantse kringen dikwijls heel wat van deze „clan-uitingen" te vinden is. Ik denk b.v. aan de ban van de publieke opinie in protestantse gemeenten van de Veluwe of de Zuid-Hollandse eilanden.)

En dan nog dit: „Wij. katholieken, behoren, ook als groep, ons schuldbesef te verlevendigen. Wij kunnen als gelovigen en als theologen geen kwaad horen van onze Moeder de Heilige Kerk, de Bruid van Christus en van de H. Geest, maar wij mogen ons wel goed indenken dat wij als verzameling van zondaars ook groepsgebreken vertonen, die zulk een omvang kunnen aannemen, dat bepaalde mensen het gezicht van onze Moeder, de H. Kerk, niet meer kunnen terugvinden!"

ALS ZONDAARS NAAST ELKAAR

Hoe weldadig doen deze woorden aan! Hierin beluisteren we iets van de deemoed van elke waarachtige gelovige, die weet, dat het Kruisoffer van Gods Zoon nodig was om ons van de eeuwige ondergang te redden. In deze priester voel je de broeder in het geloof, die naast ons staat als een begenadigde misdadiger, als een tollenaar. die alleen maar het hoofd kan buigen en zich op de borst kloppen: O God. wees mij, zondaar, genadig! Inderdaad, het is de r.katholieke kerk als machtsinstituut, als clan, waardoor er zo'n felle oppositie tegen haar ontstaat, vooral in niet-christelijke kringen. In haar triomfantelijke uitingen, in de pracht van de Vaticaanse paleizen, in haar behendige diplomatieke en politieke aktiviteit kan de wereld onmogelijk de ootmoed van een berouwvolle zondares ontdekken. Tegenover deze aardse praal, tegenover dit clan-achtige zelfbewustzijn lijkt de prediking van een Evangelie, waarin de mensen opgeroepen worden zich als zondaar tot God te bekeren, slechts huichelarij. Zulk een kerk geeft helemaal niet de indruk van een nederige bedelares, maar van een koningin. Zij geeft niet de indruk van iemand, die alleen maar haar dankbaarheid uit kan stamelen in de verwondering over een God. die haar zonden toch wilde vergeven, en die daartoe zijn eigen geliefde Zoon gaf in de hel van de kruisdood.

LIEF DE MAAKT FEL

Ook heeft het me zeer verheugd, dat pater C. in mijn bewogen aanklacht tegen het rooms-katholieke stelsel mijn liefde voor mijn vroegere kerk heeft gehoord. „Hij zegt: Moeder, ik klaag u aan. Hij is blijkbaar verblind door allerlei kleine en grote onaangenaamheden (om het zachtjes te zeggen) maar hij zegt: Moeder".

Inderdaad, wanneer je uit geloofsmotieven de rooms-katholieke kerk verlaten hebt, kun je haar slechts blijven liefhebben. Als ik via de K.R.O. de prachtige Gregoriaanse gezangen beluister, dan doet je dat toch altijd weer goed. Dat Gregoraans bracht mij vroeger dichter tot God. Ik kon er gewoonweg koud van worden als de woorden en de melodie van de Mis van Pinksteren en van de Drievuldigheidszondag langs de wanden van je ziel streken. O dat smekende: „et tui amoris" in het graduale van Pinksteren! Daar hoorde je zo hevig de kunkering in naar de eeuwige liefde Gods, die de H. Geest in onze harten wil uitstorten.

We hebben hier veel contact met een r.k. echtpaar. Joviale lui. We gaan zeer vriendschappelijk met elkaar om, ook al weten zij, dat ik pater ben geweest. En ik geniet van die bepaalde rooms-katholieke mentaliteit, die ook zij met zich meedragen. Het is een bepaald soort ernst, gemengd met een bepaald soort luchtigheid, die weer anders is dan de gereformeerde vroomheid. En als ik mijzelf goed ontleed, dan is het, geloof ik, juist het feit, dat zij rooms-katholiek (maar dan zonder fanatisme) zijn. dat mij sterk met hen verbindt. Ergens in je beginnen dan weer oude snaren te trillen.

Ja, ik heb de rooms-katholieken als geheel nog steeds waarachtig lief. Maar juist daarom kan je aanklacht zo fel en bewogen worden. Als de Partij van de Vrijheid of P.v.d.A. met allerlei politieke kneepjes hun macht trachten te vergroten in Nederland, dan vind ik dat lang zo erg niet, als wanneer de K.V.P. dat doet. Wanneer christenen meer op hun aardse macht gaan vertrouwen dan op de onzichtbare macht van Christus, dan is dat een slag in Zijn gezicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1959

In de Rechte Straat | 20 Pagina's

Vruchtbare polemiek

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1959

In de Rechte Straat | 20 Pagina's