In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

BRIEF AAN DE BAZUIN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BRIEF AAN DE BAZUIN

4 minuten leestijd

Van mevr. Dekker ontving ik een brief ter doorzending aan De Bazuin. Hetgeen ik gedaan heb. Ik verzocht de redactie van De Bazuin om deze brief in hun blad te laten afdrukken. Ik ontving daarop echter geen antwoord. Het is te begrijpen, dat het voor de redactie van De Bazuin wel wat al te bar zou worden, als ze een gewezen r. katholiek in hun blad zouden laten getuigen van de rijkdom, die zij gevonden heeft in het Evangelie, zoals dat beleden wordt in de Reformati e. Tenslotte zijn er nog altijd de bisschoppen, die De Bazuin uit de mond van een redacteur kunnen trekken.

Wij vonden deze brief van mevr. Dekker zo positief, dat wij de lezers gaarne willen deelachtig maken aan de evanglische vreugde, die er van alle kanten uitstraalt.

Rotterdam, 24 maart 1959

Zeer Eerwaarde Heer Redacteur,

Mijn 11-urige werkdag zit er op, en nu wil ik graag eens met U praten. Mag ik mij dan allereerst even voorstellen: Mevr. C. Dekker, wonend van Weelstraat 39b te Rotterdam, die met diepe verontwaardiging kennis heeft genomen van Uw artikel in de Bazuin naar aanleiding van het boek van Ds Hegger: „Mijn weg naar het licht". Wat bent U toch een arm mens! Ik heb in genoemd artikel vergeefs gezocht naar een woord van deernis en bewogenheid om een mens, die volgens U zo diep gezonken is. En dat U voor bijval zich wendde tot Ds Buskes! U wist zeker dat U daar aan het goede adres was.

Waarom liet U eigenlijk achterwege, dat Ds Hegger destijds naar Brazilië gezonden werd om wijsbegeerte te doceren aan een seminari aldaar, dus als professor? Vreesde U dat Uw lezers zich zouden verbazen, dat Uw kerk zo'n sukkelaar op zo'n verantwoordelijke post zette? Ds Hegger doet zijn tegenstanders altijd recht, en hij heeft niets te verbergen.

Heeft U nu werkelijk niets begrepen van dat grote geluk waarvan hij a.h.w. in zijn boeken zingt? Dat grote geluk te mogen leveti met Jezus, Hem te mogen kennen, van Hem te mogen spreken? Uit Zijn volheid te mogen leven? Ik vraag dat nu wel, maar ik weet eigenlijk dat U dat niet kent. Het is zo iets overweldigends als men altijd heeft geleefd in de schemer van de R. Kath. Kerk, en men wordt dan plotseling in dat wonderlijke licht van het evangelie geplaatst. Dat is bijna niet te verwerken. Een jonge priester, die pas is uitgetreden, Gerard Verlot, zegt het zo treffend: Het is nu reeds wat geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien! Wij gewezen R. Katholieken hebben allen dezelfde ervaring. Schrijft U toch nooit meer over dat „rijke R. Katholieke leven". Rijk aan aardse goederen, dat geloof ik wel, maar dat bedoelt U natuurlijk niet, maar rijk aan geestelijke schatten is uw kerk beslist niet. Dat is alleen een kerk. die haar kinderen vertrouwd maakt met het levende Woord Gods. Het is voor mij onbegrijpelijk dat U en met U de gehele R. Kath. kerk. daar niet meer tijd en aandacht aan wijdt.

Elke morgen opnieuw als ik de Bijbel in handen neem en lees, spreekt hij mij met kracht aan, en sla ik de Bijbel toe dan ben ik meer getroost en gesterkt dan vroeger toen ik dagelijks communiceerde. Ik word er vaak klein onder en altijd is daar de verbazing maar ook het verdriet dat zo velen deze troost niet kennen. Dan denk ik in de eerste plaats aan mijn familieleden en mijn vele roomse vrienden. Spreek ik ze over de Bijbel dan luisteren ze als kinderen naar een sprookje; ze weten er wel iets van maar ze zijn er niet mee vertrouwd. Nu met de Pasen ben ik weer op familiebezoek in Brabant. Het is aandoenlijk als ik mijn getrouwde nichtjes hoor zeggen; „Kom Tante, we hebben nu de tijd. vertel eens iets uit de Bijbel". Ofwel: „Tante, weet U hoe O.L. Heer hierover denkt", en dan volgen de problemen. En het slot is altijd: „Ik ga er toch ook in lezen, ik vind het echt mooi". Sommigen heb ik een Canisius bijbel gegeven en ÉÉn van mijn zusters leest er steeds in onder de mis. Zo probeer ik iets over te dragen van de grote rijkdom, die mijn deel gewor den is. Voelt U er niets voor om eens een conferentie mee te maken van gewezen katholieken? Verkwikkend en leerzaam. De eerstvolgende wordt gehouden op 18 en 19 April a.s. in Amerongen. Misschien vergaat het U wel zoals die twee seminaristen, die de laatste keer de conferentie meemaakten en waarvan er ÉÉn mij bij het afscheid zei: „In elk geval heeft deze conferentie mij dichter bij Christus gebracht". Is dat niet prachtig? Ik denk dat U hartelijk welkom bent.

Met vriendelijke groeten,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1959

In de Rechte Straat | 20 Pagina's

BRIEF AAN DE BAZUIN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1959

In de Rechte Straat | 20 Pagina's