In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GETUIGENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GETUIGENIS

7 minuten leestijd

Weleerwaarde Dominee Hegger,

Met zeer grote belangstelling heb ik kennis genomen van de inhoud van het door U geschreven boek: „Mijn weg naar het Licht".

Om enkele reden, welke ik U hieronder zal vermelden, is er in mij een grote behoefte ontstaan U het een en ander te schrijven. Zeer zeker niet uit critisch oogmerk, maar Gods wondere genade aan U en mij betoond, en het levend contact dat ik sedert mijn bekering met Jezus mag genieten, is oorzaak dat ik niet los kom van de gedachte U te schrijven.

De grote zegen welke mijn ziel mocht ontvangen, door een onopgesmukt levensrelaas, en tevens een antwoord op mijn diepste harte vragen, (vragen waarmede de duivel het na mijn bekering altijd moeilijk maakt,) is oorzaak dat ik tot schrijven overga.

Thans, nu Uw schrijven Gods antwoord was op mijn nood, vindt mijn ziel volkomen rust in Jezus, mijn Heiland.

U iets te doen verstaan van Gods ondoorgrondelijke bekeringswerk, noodzaakt mij ook U mijn getuigenis door te geven.

Mijn jeugd ligt verankerd in een ruw milieu, door de drankzucht van mijn Vader. Ik had een slovende Moeder, die hard werkte (het was in de oorlog 1914-1918) en wij hadden het zeer arm.

Mijn ouders waren R.K., doch enkel mijn Moeder uitte zulks in haar leven. Wij als kinderen kenden van het rooms-katholicisme niets anders dan een St.tiusvereniging en de bedeling en we wisten, dat we in de Roomse kerk waren gedoopt. Na het overlijden van mijn ouders kwam ik in het St. Vincentiusgesticht te Harreveld, bij de broeders des zeven smarten.

Mijn ziel die zoveel aan warme liefde had gemist was erg ontvankelijk voor goede verzorging. Maar het godsdient maakte van mij eigenlijk een onevewichtig mens.

Er bleven in mijn hart zoveel vragen, die ik niet dorst en eigenlijk ook niet kon stellen, daar ik mij daartoe onmachtig voelde. Zeker, de goede stoffelijke verzorging en de warme vriendschap, welke ik daar onbezorgd mocht doorbregen, ook het voorbeld van toegenwijde mensen, doet mij nu nog hunkerend terug denken naar dagen van voorheen. Maar dit is dan ook een sentimentaliteit, welke bij het innig verbonden leven met Jezus op de achtegrond wordt gedrogen.

Na mijn vertrek uit deze inrichting, in het begin der dertiger jaren, stond ik als onervaren jongen in de volle maatschappij.

Het opkomende communisme had door de grote economische crisis een rijpe voedingsbodem, en was voor mij zoals het toescheen een volledig antwoord op de ellende, welke ik vroeger in het ouderlijk huis had geleden, en een antwoord op de vragen waarmee ik in het St. Vincentiusgesticht was blijven zitten, n.l. de vele methoden in de godsdienst, welke mij pas veel later als afgodendienst werden geopenbaard. Het politieke leven, en de naijver der mensen stellen mij ernstig teleur. En ik verdwaalde in de woelige wereld met haar vele zonden. Ik kwam op het hellend vlak, en werd een volslagen dronkaard. Tot zeven maal toe kwam ik in aanraking met de justitie, en onderging een tiental jaren gevangenisstraf.

In de gevangenis ontwikkelde ik mij. Mijn tegenstand tegen de Roomse eredienst, deed mij besluiten tijdens mijn verblijf in de gevangenis maar naar de protestantse kerk te gaan.

Ik las daardoor ook veel protestantse lectuur, en het dienen van God drong zich wel wat noodzakelijker aan mij op. Het kwam mij ook wel wat eenvoudiger en begrijpelijker voor, en een enkele maal nam ik mij voor, als de straf er op zou zitten mijn leven te beteren.

Steeds liep zulks uit op niets, daar ik de café's en oude vrienden weer ging opzoeken. Inmiddels was ik gehuwd, en had drie kinderen, welke vreemd van God en zijn dienst opgroeiden.

Op een regenachtige zaterdagmiddag in het najaar 1952, zat ik in een bar te R., en hoorde de Heilsoldaten zingen:

Ik heb een boodschap — een boodschap van Jezus,

verkoop niet Uw ziel voor een luttel genot.

Want voorbij gaat de wereld —Ѐ voorbij haar vermaken,

En de eeuwigheid vindt U gescheiden van God!

God sprak tot mijn hart, maar de duivel, die daarin heer en meester was, gaf zijn prooi niet gewonnen.

Ik kreeg het moeilijker, maar zette het zondige leven voort. Enkele weken later, zat ik weer in een kroeg en opnieuw hoor ik de Heilsoldaten: „Ik heb een boodschap — een boodschap van Jezus". Ik betaalde de kastelein, en probeerde de zangers te achterhalen, maar de dronkenschap belemmerde mij dat. Wonder lijke Jezus —. Enkele maanden later zit ik in D. in een café, het is weer een regenachtige zaterdagavond, mijn vrouw kwam vragen hoe het eigenlijk zat, of ik nog van plan was om naar huis te komen. Door de geopende cafédeur hoor ik van dichtbij:

Ik heb een boodschap — een boodschap van Jezus,

Hij wacht U daarboven — Hij biedt U zijn Heil —

Verdiend was de hel, maar Hij schenkt U de hemel,

voor zondaars als wij —, had Zijn leven Hij veil.

Enkele dagen daarna, ben ik voor Jezus aan de zondaarsbank in het Leger des Heils neergeknield. Daar heb ik Jezus als mijn persoonlijke verlosser leren kennen. En dit weet ik, geachte dominee Hegger, dat Hij de lust tot de zonden uit mij heeft weggenomen. Drank verafschuw ik, oude verkeerde vrienden zoek ik niet meer, want een half jaar later werd ik ingezegend als Heilsoldaat, en 1111 strijd ik voor Hem in een verloren wereld.

Ik heb geen universitaire opleiding genoten, dus vergeef mij het gebrekkige schrijven. Maar ik brand van verlangen om van zulk een Heiland te getuigen ook aan U. De duivel maakte het mij steeds moeilijk, door mij terug te wijzen naar mijn jeugd en mijn Roomse afkomst. En steeds weer gonsde zijn stem in mij over het enig ware geloof der Roomse kerk, en het ketterdom der protestanten. Steeds weer kwam de satan met die vraag uit de Roomse catechismus, „Zijn alle protestanten ketters?" Nee, niet alle protestanten zijn ketters maar ..........

O, Uw boek was voor mij het antwoord van God hierop, en het besluit kwam in mij getrouwer dan ooit Jezus te dienen.

En ik weet door Gods geest dat ik U dit moest mededelen, wetend dat dit ook U zal sterken. Ik weet, dat ook U nog dikwijls terug zal denken aan de goede Roomse mensen, het vroegere milieu, en de aangename ervaringen. Met een heilig heimwee terug zal blikken in het verleden, naar plaats en omgeving waar ge menigmaal Gods zegen ervoer. Maar dit zullen wij moeten meedragen. Wij moeten oppassen niet te vergaan door sentimentele beweegredenen. Voor mij de herinnering aan goede broeders en een prettige sfeer, toen mijn vreugde en blijdschap bestond uit prettige aandoeningen, het zich één gaan gevoelen met mensen en omgeving, maar waarbij Jezus eigenlijk op een wazige achtergrond stond. Zo werd ik ook getroffen door het sentimenteel argument van één der briefschrijvers vermeld achterin Uw boek, waar wordt gewezen op het geloof van Uw Moeder.

Ik heb mogen ervaren dat godsdienst geen erfgoed is, maar een zuiver persoonlijke zaak.

Ik vind het heerlijk U dit te hebben mogen schrijven.

Ik heb mogen ervaren, dat Zijn Rloed zelfs de snoodste rein maakt. Welk een omkeer heeft God in mijn leven gewrocht, sinds Jezus nu woont in mijn hart; er is vrede in mijn ziel, waar ik zo lang reeds naar zocht, sinds Jezus nu woont in mijn hart.

Vindt U het niet erg dat ik zon lang epistel moest schrijven?

Eens zal alles openbaar zijn, voor U en mij, en voor allen die in oprechtheid Hem dienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1958

In de Rechte Straat | 20 Pagina's

GETUIGENIS

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1958

In de Rechte Straat | 20 Pagina's