In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Bijbel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbel

2 minuten leestijd

Wat een wonderlijke woorden. Niet uit de mond van wijzen, niet uit de mond van machtigen of aanzienlijken, maar uit de mond van kinderkens en zuigelingen verwekt de HEERE Zijn lof. Daar begint het Koninkrijk van God niet bij kracht, maar bij kleinheid.

Een zuigeling kan nauwelijks spreken, een kind weet nog weinig van de wereld. Toch zegt de Heere: dáár ligt Mijn sterkte. Wat de wereld veracht, dat kiest God om Zijn Naam groot te maken. Wat zwak is in de ogen van mensen, gebruikt Hij om de vijand te beschamen. Zo openbaart de Heere Zijn majesteit juist in het tegendeel.

In de schepping zien wij Gods grootheid: maan en sterren die Hij geordend heeft. Maar in deze woorden zien wij Zijn genade. De HEERE woont niet alleen in de hemel, Hij buigt Zich neer tot de geringste op aarde. Kinderen en zuigelingen — dat zijn de beelden van volkomen afhankelijkheid. Zij leven van wat hun gegeven wordt. Zo wil de Heere ook dat wij voor Hem zijn: klein, afhankelijk, ontvankelijk.

Wanneer een kind vertrouwt, glimlacht, roept of zingt, is daarin iets weerkaatst van het beeld dat de Schepper bedoelde: een schepsel dat zich geheel toevertrouwt aan de Vader.

De zuivere lofzang, niet geleerd maar gegeven. Daarin ligt de kracht die God gebruikt om de vijand te doen zwijgen. De Heere Jezus heeft dit woord in vervulling doen gaan toen de kinderen in de tempel riepen: “Hosanna den Zone Davids!” De machtigen ergerden zich eraan, maar Hij zei: “Hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?” (Matth. 21:16). De lofzang van kinderen droeg de heerlijkheid van de Koning.

Zo leert deze tekst ons: het ware geloof dat Gód zoekt, is niet geleerdheid of zelfvertrouwen, maar kinderlijk vertrouwen. Wie zich klein weet voor Hem, wordt groot in Zijn genade. En wie zijn stem verheft in kinderlijke lof, mag ervaren dat God daarin Zijn kracht openbaart.

Laat dan ook uit ónze mond, hoe zwak ook, Zijn lof klinken — tot eer van Hem Die woont bij de armen van geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 2025

In de Rechte Straat | 16 Pagina's

Bijbel

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 2025

In de Rechte Straat | 16 Pagina's