+ Meer informatie

Verkommerend in armoede

4 minuten leestijd

Na afloop van de samenkomst in Zeist had ik een gesprek met een jongeman. Hij was vrij zinning rooms-katholiek. Hij had ook deelgenomen aan de mondelinge diskussie.

Volgens hem moesten alle dogma's maar afgeschaft worden en zouden de mensen elkaar moeten vinden in een algemeen religieus besef. Aan het einde van ons gesprek stelde hij deze indringende vraag: „Dus volgens u ga ik voor eeuwig verloren, als ik niet tot bekering kom en tot geloof in Jezus Christus als mijn Verlosser?".

Nooit heb ik zo sterk de macht van het Woord Gods gevoeld als op dat moment. Nooit voelde ik zo sterk de verantwoordelijkheid van een dienaar des Woords. Als mens heb je dan de neiging om de boodschap van de Bijbel af te zwakken en in deze geest te antwoorden: Och, zo stringent moet je het nu ook weer niet opvatten. Je hoeft daar nu echt geen nachten van wakker te liggen. Dat is niet de bedoeling van de goede God. Kijk een beetje uit, maar maak je niet al te veel zorgen.

Maar dan zou ik ontrouw geweest zijn. Dan zou ik God niet meer recht in de ogen kunnen zien. Dan zou ik zijn geweest als Jona, die voor God op de vlucht is gegaan, omdat hij de prediking van de bekering niet wilde brengen aan Ninevé. Dan zou de Here eenmaal het bloed van deze jongeman van mij kunnen afeisen, als hij zich niet bekeerd zal hebben (Ez. 3:18).

Ik heb hem dan ook recht in de ogen gezien en in alle rust en in de kracht van Gods Woord herhaald: „Ja, zo spreekt de Here in Zijn Woord, als u zich niet bekeert en niet tot persoonlijk geloof in Jezus Christus als uw Verlosser en Zaligmaker komt, zult u voor eeuwig verloren gaan. Dan wordt u buitengeworpen in de uiterste duisternis, waar alleen maar uitzichtloos verdriet zal zijn, waaraan nimmer een einde komt".

Het was een zeer sympathieke jongeman, open en eerlijk. Toen wij afscheid namen, dacht ik aan het verhaal van het Evangelie, dat we lezen in Markus 10:17-22. Een rijke jongeman komt bij Jezus en stelt de vraag: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En dan staat er, dat Jezus hem lief kreeg, maar ook ten antwoord gaf: „Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop al wat ge bezit en geef het de armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op en volg Mij". Maar hij werd treurig gestemd over deze vraag van Christus en ging bedroefd heen, want liij was rijk en bezat vele goederen.

Ook deze jongeman was rijk, — ik bedoel dat nu niet in materiële zin. Hij was begaafd, intelligent, vlot, vrolijk, hoewel met een ondertoon van ernst. Hij wilde graag veel doen voor de medemens. Maar ook hij kon blijkbaar al die natuurlijke rijkdommen niet prijs geven en ze als nietswaardig voor God erkennen, omdat ze allemaal aangevreten zijn door het bederf van onze zondige natuur. Daarom kwam hij er ook niet toe om te grijpen naar de beurzen die nooit oud worden, naar een schat die nooit opraakt, die weggeborgen worden in de hemel, waar geen dief ze kan stelen en geen mot ze kan schaden. Daar worden die schatten voor ons bewaard tot de Dag van onze Here Jezus Christus (Zie Luk. 12:33).

Gedenk hem en zovelen die zichzelf zo rijk weten, terwijl ze in feite in bittere armoede verkommeren, in uw gebeden, opdat zij ogen/aII mogen ontvangen om hun oogleden mee te bestrijken, zodat zij zien mogen (Openb. 3:17-18), opdat Gods Geest hun verduisterde rede moge verlichten door het Woord Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.