+ Meer informatie

De paus in Genève

5 minuten leestijd

In sommige kringen zijn sterke negatieve sentimenten opgelaaid vanwege het feit, dat de paus Genève, de stad van Calvijn, heeft bezocht.

Wij kunnen daarin echter volstrekt niet meegaan. Wij kennen geen verering van Sint Calvijn en Genève is daarom voor ons niet een soort heilige stad, omdat deze grote reformator daar begraven ligt.

Deze calvinisten hebben dan ook zeker niet in de geest van Calvijn gehandeld, wanneer zij daarom tegen het bezoek van de paus aan Genève geprotesteerd hebben. Wij menen dat zij Rome eerder een dienst hebben bewezen, want zij hebben door hun optreden toegegeven, dat een zekere mate van verering van gestorvenen geoorloofd zou zijn.

Protestantisme, religie zonder ruggegraat?

Wat mij achteraf wél in dat bezoek heeft afgestoten en mijn verontwaardiging heelt gewekt, was dit:

Paulus VI stelde zichzelf aldus voor aan de Wereldraad van Kerken:

„Onze naam is Petrus. En de Bijhei zegt ons welke betekenis Christus aan die naam heeft willen toekennen, welke verplichtingen die naam aan Ons oplegt: de verantwoordelijkheden van deze apostel en van zijn opvolgers. Maar laten Wij u ook herinneren aan andere namen, die de Heer aan Petrus heeft willen geven om andere genadegaven (charismes) aan te duiden".

Het was voor iedereen duidelijk, wat Paulus VI daarmee bedoelde. Met dit beroep op het Petrus-ambt herhaalde hij zijn aanspraak op het absolute leergezag en de absolute bestuurs- en rechtsmacht over alle gedoopte christenen, ook over de protestanten. In feite betekenden deze woorden een vermaning: Onderwerpt u aan mijn gezag, want dat is de wil van Christus. En de Schriften zelf zijn het die van mij getuigen.

Zeker, wij waarderen het dat Paulus VI zulke duidelijke taal sprak bij deze belangrijke gebeurtenis. Maar het accentueert aan de andere kant ook de geweldige durf en de rotsvaste overtuiging van de paus, dat hij zelfs in dit centrum van protestantse kerken met zoveel beslistheid opriep tot terugkeer in de moederschoot van de r.-k. kerk.

Maar het tekent tegelijk de voosheid van het protestantisme, althans zoals dat zich openbaart in de Wereldraad van Kerken. Waarom heeft dr. Blake niet met evenveel beslistheid deze pretentie van de hand gewezen? Hij had dat kunnen doen zonder enige onvriendelijkheid, met dezelfde rust en overtuiging, waarmee Paulus VI zijn aanspraken formuleerde.

Hoe geheel anders heeft Calvijn geantwoord op kardinaal Sadoletus, die Genève weer wilde winnen voor Rome. Rome is sindsdien wezenlijk niet veranderd. Weer klonk in de stad van Calvijn dezelfde vermaning om in de paus de plaatsbekleder van Christus te zien, het hoofd van de enige, ware kerk op aarde.

Maar het protestantisme, althans dat van de Wereldraad van Kerken, is wél wezenlijk veranderd. Wie kan nog enig respekt opbrengen voor deze weke beweging, deze religie zonder ruggegraat?

God moet wijken voor de paus

Wat echter veel meer mijn verontwaardiging heeft opgewekt, was het volgende:

De Tijd publiceerde een vraaggesprek met ds A. v.d. Heuvel, een Nederlander in de top van de Wereldraad van Kerken, over het bezoek van Paulus VI aan Genève. Ik citeer daaruit:

De Tijd: „Wat bidden de paus en dr. Blake bij hun ontmoeting?"

A.v.d.H.: „Zij bidden onder meer het Onze Vader. Er wordt ook door een protestant een gebed van paus Joannes voorgelezen. Een kleine wijziging was daarbij noodzakelijk. Paus Joannes roept God aan met de woorden „Heilige Vader". Dat is veranderd in „Almachtige God" om iedere verwarring met een gebruikelijke betiteling van de paus te voorkomen."

Kommentaar

Op zichzelf gaat het hier slechts over schijnbaar onbeduidende voorvallen en ik kan mij voorstellen dat iemand zijn schouders ophaalt en zegt: Moet je je daar nu druk over maken?

Ik meen echter dat achter deze uitingen een hele wereld — de wereld — schuilgaat. Door kleine kieren kun je veel zien en een klein venster kan een ruim uitzicht geven op een heel panorama.

Wat mij hierin zo hinderde, was dat God in dit geval in feite moest wijken voor de paus. Wat is nl. het geval? De paus maakt aanspraak op de titel „Heilige Vader". Maar het is deze naam, waarmee Jezus God aanspreekt in het hogepriesterlijk gebed van Johannes 17. Toen men dan besloten had, dat een protestant het bewuste gebed van paus loannes XXIII zou uitspreken, kwam men voor de protocolaire moeilijkheid te staan: Gebruik van dezelfde naam „Heilige Vader" voor de paus en voor God zou uiterlijk lijken op een vereenzelviging van de paus met God en ook al denkt niemand in de r.-k. kerk of in de Wereldraad van Kerken eraan om ook maar in de verste verte goddelijke macht aan de paus toe te schrijven, toch zou dan in deze formuleringen de schijn worden gewekt.

Wat te doen? Aan de paus vragen of hij afstand zou willen doen van deze titel? Ik begrijp, dat dit moeilijk zou zijn. De enige oplossing zou zijn geweest, dat men een ander gebed had genomen. Men heelt dat niet gedaan. Men heeft die aanspraak ,.Heilige Vader" geschrapt in dat gebed, omdat de paus die titel voor zich opeist. Dat vond ik heel erg. Overigens vraag je je met verbazing af, waarom Paulus VI nu zelf niet inziet, hoe vreselijk het is dat hij als paus zich een aanspraak aanmatigt, die Jezus alleen voor Zijn hemelse Vader reserveerde.

En dan, wat een gemarchandeer met het gebed! Wat een koehandel met het heilige! Dit lijkt wel op een gekrakeel over de spijskaart die opgesteld moet worden voor twee staatshoofden, die elkaar gaan ontmoeten. Bij dit gebed staat God totaal niet meer in het middelpunt, maar twee mensen, zondig als wij allen zijn. En God moet dienen als franje om de plechtigheid van deze „historische" — neen, deze hysterische — ontmoeting nog meer te verhogen. Vanwege het protocol mag Hij op dat moment niet genoemd worden met de innigste naam, die Jezus Zelf Hem gat. Ik ben overtuigd dat Christus, wanneer Hij thans op de aarde zou terugkeren, weer Zijn striemende woorden zou doen horen. Hij zou hen ontmaskeren als „huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar. Ik zeg u, ze hebben hun loon reeds" (Matth. 6:2).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.