+ Meer informatie

herinneringen an zuid beveland

4 minuten leestijd

De kleren verraden de geliefden

In Zuid-Beveland hebben de pro testantse vrouwen en meisjes een andere klederdracht dan de roomskatholieke. En vroeger was er ook een dergelijk verschil te bespeuren in het uiterlijk van r.k. en protestantse mannen en jongens.Daardoor kon men het meteen zien, wanneer de liefde over de kerkmuur was geklommen en zich genesteld had in de harten van twee gemengd-geliefden. Meestal was dat de oorzaak, dat een ontkiemende liefde zich weer snel terugtrok en ofwel geheel uitdoofde ofwel als een heimwee, een ongestild veilangen, bleef smeulen op de bodem van de ziel.

De vrouw op deze pagina is een protestantse,de vrouw op pag. 18 een rooms-katholieke van ZuidBeveland. U ziet het verschil duidelijk in de rechthoekige en ronde kap. Foto's Wim Riemers.

Toen ik nog pater redemptorist was, heb ik gepreekt in Lewedorp en 's Herenhoek. In Lewedorp was dat een keer 's middags om vier uur, voor de meisjes en vrouwen. De zon scheen schuin door de vensters en weerkaatste op de gouden schildjes van de Zeeuwse kappen. Een spel van lichtjes die telkens ontbrandden, van stralenbundels die over en door elkaar heen buitelden.

De biecht hielp niet

Ik herinner me nog dat ik de eerste keer in 's Herenboek moest preken. Het was vlak na de oorlog. Ik zat toen nog volop in mijn worsteling om het geloof. Ik had er ruim de tijd en daarom ging ik in de r.k. kerk vlak bij de markt binnen. Een priester hoorde biecht. Ik kroop ook in het hokje en beleed mijn twijfel aan de r.k. leer. Wanneer men vrijwillig een reële twijfel aan de leer van de r.k. kerk toelaat, dan is dat zware zonde volgens de r.k. leer, en als men dat niet wil biechten, dan gaat men daardoor voor eeuwig verloren. De twijfel verdween echter niet, hoewel ik die probeerde te onderdrukken of beter: probeerde te ontvluchten. Ik wilde, toen ik op 15 november in Goes moest spreken, weer eens die r.k. kerk bezoeken om die oude herinneringen opnieuw te beleven. Maar de kerk was gesloten.

Maar hij zweeg...

Toen ik uit 's Herenhoek terug kwam, zodat ik op de markt van Goes naar een lift. Er liepen toen nog geen treinen en ik moest door naar Roosendaal, naar ons klooster, aan de Dwarskade.Een heer die juist wilde vertrekken, nam mij na enige aarzeling mee; niet dat hij die aarzeling uitsprak, maar ik merkte zijn tweestrijd uit zijn gelaatsuitdrukking. Het was vast een antipapist, die er zich voor schaamde om een priester met zijn lange fladderende toog mee te nemen, maar die het toch ook niet durfde weigeren, zo vlak na de oorlog, waarin wij als Nederlanders eendrachtig gevochten hadden tegen de bezetter. Het gesprek on. Want wat had die man, veronderderweg was dan ook stroef en schaars. Jammersteld.Want wat had die man,veronder steld dat hij gelovig protestant was, een prachtige kans om die twijfelende priester naast hem verder te helpen. Wat had hij tegenover mij kunnen getuigen van de rijkdom van het Evangelie, van de heerlijkheid van Jezus Christus, die de enige troost is in leven en in sterven. Dat zou op mij een blijvende indruk hebben gemaakt. Mijn ziel was al gedurende drie jaar omgeploegd, omgewoeld, door allerlei twijfel. Ik was allang niet meer innerlijk verbonden met „dé rots", de r.k. kerk. Mijn ziel was als een toebereide akker, als vruchtbare aarde, die het zaad van het Woord Gods gretig tot zich zou nemen. Maar hij sprak niet het bevrijdende Woord, waar ik onbewust naar snakte. Hij was niet als de diaken Filippus, die naast de Moorman ging zitten en voor hem de Bijbel verklaarde. In Roosendaal bedankte ik hem voor de lift en gleed weer terug in mijn klooster, terug met mijn vele vragen, waarop deze man misschien het antwoord had kunnen geven.

Een hoopje ellende naastu?

Lezers, hoe dikwijls hebt ook u misschien uw kansen voorbij laten gaan; hebt ook u een zoekende naast u heen laten gaan zonder te vertellen van Jezus Christus, de enige en volkomen Zaligmaker voor mensen die met zichzelf in de knoop zitten, die zich als een hoopje ellende voelen tegenover God, tegenover hun geweten dat hen voortdurend aanklaagt?

Laten wij steeds weer onze roeping beseffen, nl. dat wij het getuigende gesprek over Jezus Christus moeten voeren met hen die Hem nog niet of niet ten volle kennen. Geen anti-houding, geen valse schaamte mag ons daarbij weerhouden. Maar, vervuld van de liefde en de kracht van Gods Geest mogen wij de heiligheid en de ontferming Gods, het gericht en de genade, verkondigen aan zoveel zwervers over deze grote aarde, tot lof van Zijn heerlijkheid.

„Maar hij zweeg. .", een dor en mokkend zwijgen en. . . . wat doet u?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.