+ Meer informatie

HIJ NAM MIJ ONDER ZIJN VLEUGELS

9 minuten leestijd

Uit Australië ontvingen we een brief van een lezeres van onze Engelse editie, „een eenvoudige huismoeder", zoals ze zelf schrijft. Graag vertalen we die brief voor u.

Dear Brother Hegger,

Ik ben katholiek. Twee weken geleden heb ik uw boek gelezen „I saw the Light" (Engelse vertaling van „Mijn weg naar het Licht"). Het heeft diepe indruk op mij gemaakt.

Een week geleden kreeg ik enkele exemplaren van „On the Road to Damascus" (onze Engelse editie). Naar aanleiding daarvan wilde ik u graag schrijven.

Ik ben 38 jaar en heb vier kinderen. Twee jaar geleden ben ik, omdat de Heere dat zo wilde, tot bekering gekomen. Natuurlijk had ik altijd gedacht dat ik een christin was. Maar toen bemerkte ik dat ik de waarachtige vreugde van het Evangelie altijd gemist had. De godsdienst van mijn jeugd heeft mij enorm veel kwellingen bezorgd. Het werd allemaal zo duister in mij, dat ik wel op zoek moest gaan naar de ware vrede.

De Heere heeft telkens weer christenen op mijn weg geplaatst, in een periode van enkele jaren. Natuurlijk dacht ik dat zij dwaalden en dat ik het bij het rechte eind had. Maar hun gedachten vanuit de Bijbel bleven in mij haken en zo begon ik geestelijk te groeien. De Heere liet mij de lange lange weg gaan ten einde toe, totdat Zijn tijd gekomen was. Toen ik geen enkele kracht meer in mij voelde en geen plaats en geen mens meer kon vinden, waar of bij wie ik zou kunnen schuilen, heeft Hij mij aangenomen. Toen gaf ik mij in algeheel vertrouwen over aan Hem.

Mijn bekering was de meest wonderbare tijd van mijn leven. De Heere nam mij onder Zijn vleugels. Wekenlang kon ik genieten van Zijn intense nabijheid. Ik zag dingen, die ik nooit tevoren gezien had.

Ik kwam ook tot de vreselijke ontdekking dat God niet erg welkom is in de katholieke kerk, ofschoon ik meen dat Hij ook daar aanwezig is. Hij is daar met Zijn Woord, een Woord dat weggemoffeld is tussen allerlei paperassen en waar allerlei stof van de eeuwen op is neergedwarreld. Ik denk dat ze eenmaal de levende God, misschien bij toeval, zullen ontdekken, wanneer ze weer eens een keer bezig zijn met een grote voorjaarsschoonmaak. En ik geloof dat de Heere tot zo lang geduldig zal zijn.

En waar ik mij nu zorgen over maak, is dat ik bij het lezen van „On the Road to Damascus" de indruk kreeg dat u zo onverdraagzaam bent tegenover de katholieke kerk. Vergeet toch niet dat de katholieke kerk ook gebouwd is met stenen zoals ik er een ben, mensen die zoeken naar waarheid en licht. Zij moeten geholpen worden door verlichte christenen en dat kan de weg worden naar hun bekering, zoals dat ook voor mij het geval is geweest. Zo zijn er veel katholieken, ik weet dat. Ze blijven in de kerk om anderen tot licht en steun te zijn.

Ik heb een katechismus-klas en ik kan u verzekeren, dat ik daar niet de dogma's en de instellingen van de katholieke kerk onderwijs Ik doe mijn best om, met 's Heeren hulp, het ware christendom te laten zien. Wilt u a.u.b. bidden voor mij en voor anderen, die dit werk doen.

De Heere werkt op verschillende manieren. Hij werkt door u en ik geloof dat Hij ook door mij werkt.

God is en God is in de kerk, want de eigenlijke kerk is het volk, zijn de kerkleden, welke naam die kerk dan ook verder dragen mag. Als de katholieken gaan zien, dat al die ceremonies en die religieuze ballast Christus voor hen verbergt, dan zullen ze in opstand komen en Christus gaan verkondigen als hun persoonlijke Zaligmaker. Dan zullen ze zien dat er maar één Middelaar is en de oude hiërarchie zal dan vanzelf in elkaar vallen.

Ze zullen zich dan nog katholieken blijven noemen, maar het zit hem niet in een naam, maar in datgene wat in de kerk geleerd wordt.

Dear Brother Hegger, u bent academisch gevormd. Ik ben maar een eenvoudige huismoeder. Misschien vindt u mijn brief een beetje koddig. Maar ik schrijf met een oprecht hart en met liefde. Moge de Heere u zegenen.

ONS ANTWOORD:

Met bijzonder veel genoegen las ik deze brief van „een eenvoudige huismoeder", ergens in Australië. De toon van deze brief doet erg weldadig aan. Maar vooral ook de inhoud van haar getuigenis; ik werd daar zeer door getroffen. Die belijdenis van de soevereine genade Gods, hoe aangrijpend is dat! Ik heb er altijd moeite mee, wanneer ik mensen hoor zeggen: „Ik nam Christus aan en toen kwam de Heilige Geest in mij". Ik heb daar een weerzin in. Ik wil niet zeggen dat mensen die het zo formuleren, niet echt bekeerd kunnen zijn. Ze kunnen een echte en diepe ervaring met Christus hebben gehad, maar drukken die ervaring dan op een zeer gebrekkige wijze uit, die in het licht van de Bijbel zelfs onjuist moet genoemd worden.

Hoe prachtig zegt deze Australische huismoeder het: „Toen ik geen enkele kracht meer in mij voelde en geen plaats en geen mens meer kon vinden, waar of bij wie ik zou kunnen schuilen, heeft Hij mij aangenomen… De Heere nam mij onder Zijn vleugels".

Wat een ootmoed spreekt daaruit. Dit is zuivere roem in de volstrekte genade Gods.

Wat nu de kernvraag van haar betreft, daar zij mij niet haar volle naam en adres gaf, wil ik mij via ons blad tot haar richten. Ik vertrouw dat de Australische abonnee, die haar de vorige nummers gaf, haar ook dit nummer zal overhandigen.

Beste mevrouw,

Ik kan uw gedachtengang goed begrijpen. Ze komt voort uit uw zorg om uw kerk en uit uw liefde voor uw geloofsgenoten. U wilt, door in uw kerk te blijven, proberen het Evangelie daar te doen doordringen.

Ik heb grote waardering voor deze motieven. Ze zijn ook de mijne. Ook ik ben nu al jarenlang bezig met de vraag: Hoe kan ik toch dit rijke Evangelie kwijt aan hen, met wie ik mij nog altijd zeer verbonden weet. Dat is ook de vraag, waar Paulus mee geworsteld heeft. Daarom ging hij steeds eerst naar de Jood en dan pas naar de Griek. Zelfs als hij in Rome gevangen zit, ontvangt hij de Joden nog met veel liefde. Maar dan spreekt hij ook dit ontzettend harde woord: „Het hart van dit volk is dik geworden" (Hand. 28:27) en dan zegt hij dat de Heere over hen het oordeel van de verblinding en de verharding aan het voltrekken is.

Paulus: „U bent te verdraagzaam!"

U kunt dus niet zonder meer zeggen dat harde en duidelijke taal in strijd zou zijn met de Bijbel. Het tegendeel is waar. Paulus verwijt in 1 Kor. 11:4 de Korinthiërs, dat zij veel te verdraagzaam zijn. Zij laten het zonder protest toe, wanneer iemand hen een andere Christus en een ander Evangelie verkondigt. Hij zegt dat hij steeds geprobeerd heeft de gemeente van Korinthe „als een reine maagd aan één man voor te stellen, namelijk aan Christus". Maar hij is nu bang dat zoals Eva verleid is door de arglistigheid van de slang, nu ook de gemeente van Korinthe door de satan om de tuin wordt geleid „om af te wijken van de eenvoud, die in Christus is" (vs. 3-4). Het is niet, omdat ik academisch gevormd ben, dat ik de dwalingen van de r.-k. kerk signaleer en krachtig afwijs, maar juist omdat ik een eenvoudige gelovige wil zijn, die alleen maar het voorbeeld van Christus en de apostelen wil volgen. Krachtens mijn academische vorming zou ik veeleer geneigd zijn om alles zeer genuanceerd te zeggen, alles zoveel mogelijk te omkleden met „misschien", „naar mij voorkomt", „enerzijds — anderzijds" enz. Maar de gehoorzaamheid van Christus dringt er mij toe om te getuigen, om met kracht de dwaling af te wijzen, niet om te zeggen: „ik betwijfel", maar: „ik belijd, want zó spreekt de Heere".

Bezoedeling

Ik begrijp ook, eerlijk gezegd, niet goed, hoe u het met uw geweten in overeenstemming kunt brengen om nog langer in uw kerk te blijven. U gaat dan toch naar de mis. U knielt dan neer voor iets, dat geen God is. U doet dan mee aan de leugenachtige aanmatiging van de priester — want het is een aanmatiging, ook al dwaalt hij nog zozeer te goeder trouw —, dat God Zelf iedere keer gehoorzaam op het woord van de priester een wonder verricht nl. brood en wijn verandert in het lichaam en bloed van Christus. En zo zou ik nog heel wat meer voorbeelden kunnen geven, waardoor het u volgens mij onmogelijk is om u als een geestelijk reine maagd voor één man, Christus, te stellen. De dwaling is zo diep in heel de leer en in al de instellingen van de r.-k. kerk doorgedrongen, dat bezoedeling onvermijdelijk is voor hen, die binnen die kerk blijven.

Ik kan heel goed uw zorg begrijpen: als ik mijn kerk verlaat, dat verlies ik enorme kansen om het Evangelie te verkondigen onder de rooms-katholieken. Dan beschouwt men mij als een deserteur, als iemand die naar het vijandige kamp is overgelopen. Dan wil men niets meer van mij aannemen.

Maar kunt u die zorg niet aan Christus overlaten? Als u in gehoorzaamheid Hem volgt, dan komt alles goed. Hij zal heus niet Zijn geroepenen binnen de r.-k. kerk in de steek laten, omdat u Hem in trouw gevolgd bent.

Uw medebroeder

Ik ben nu uw medebroeder geworden. Ik ben dus niet meer een priester, een biechtvader die op eigen gezag gehoorzaamheid van u eist. Ik vraag u alleen of u in de Bijbel wilt nagaan, of wat ik u zei, misschien toch in overeenstemming is met Gods Woord. Bestudeer eens de door mij aangehaalde Bijbelgedeelten. Graag ben ik bereid om mij ook door u te laten onderwijzen. Ik wil echt naar u luisteren, wanneer u vanuit de Bijbel mij probeert aan te tonen, dat ik hierin niet het rechte spoor bewandel.

En tot slot: wat is het toch heerlijk om Christus gevonden te hebben als onze enige en volkomen Zaligmaker! Ik voelde me heel erg één met u, toen u even iets schreef over die wonderbare tijd de eerste weken na uw bekering. Ja, er zijn geen woorden te vinden om onze dankbaarheid uit te drukken voor dat wonder, dat de Heere Zelf ons opzocht in onze ellende en ons in barmhartige liefde tot Zich trok. En vanuit die gemeenschap met en in Hem groet ik u als uw broeder in Christus Jezus,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.